Sociologie
Hoofdstuk 8: Moderne samenlevingen zijn alti jd multi cultureel. Over cultuurpatronen
en hun componenten
8.1. Door de ogen van anderen
Cultuur = geheel aan betekenisgevingen
- Je kijkt alleen naar de uiterlijke vormen van cultuur -> eten, muziek, kunst, taal, …
- Als socioloog ben je geïnteresseerd in wat er daaronder zit -> religie, opvoeding, omgang
met elkaar, …
Culturele antropologie= culturele variatie tussen mensen
- Bv: in het westen krijg je 3 dagen om te rouwen als er iemand sterft. Dit verschilt in elke
cultuur
8.2. Waarvoor staat cultuur?
, Ui model van Hofstede: ui met verschillende laagjes -> hoe dieper in de ui, hoe meer je weet over de
cultuur
- Buitenste: boven wateroppervlak, waarneembare dingen
- 2de: taal, expressieve vorm -> minder tastbaar maar je kan het zien, horen
Symbolen: als je aan een voorwerp een betekenis geeft (wit lap stop wordt vlag)
- Rituelen: handelingen die je herhaalt, tradities, gewoontes die je vanzelfsprekend vindt en
niet bij stilstaat (elkaar begroeten, verjaardagen vieren, ochtendritueel, …)
- Helden: mensen die belangrijk zijn
Cultuur verwijst naar ‘bewerking van de bodem’ (‘colere’ in het Latijn)
In loop der tijd verzelfstandigde cultuur en evolueerde het naar tegenhanger van natuur: cultuur vs.
natuur -> verwijst naar het hele leven, whole way of life
Immaterieel Materieel
- Leefstijl, omgangsvormen, = Resultaat van cultuur (bv schilderijen)
(eet)gewoonten, talen, (kunst)stijlen - Behoren niet tot sociologisch
- Immateriële karakter is sterk aanwezig onderzoeksveld
in klassieke definitie van cultuur: geheel Wel als voorwerpen een betekenis
van ‘opvattingen’ hebben vanuit cultuurpatroon ->
- Hoe leven mensen samen? Hoe gaan ze objecten worden symbolen
met elkaar om Bv: kruis, een vlag, schilderij, …
- Hierin is socioloog geïnteresseerd = De voorwerpen (bv artefacten) die nodig zijn
om cultuur te bedrijven (bv eetgerief)
= Enkel interessant als deze objecten ->
symbolen worden
Cultuur ontkend materiele werkelijkheid niet, de verschillen drukken opvattingen uit over wat
goed/slecht, mooi/lelijk, smakelijk/walgelijk, chic/armoedig is -> culturele verscheidenheid
Cultuur heeft 2 componenten:
1. Cognitieve: kennis die we hebben, inzichten die we opdoen -> gaat snel
2. Normatieve: ethisch kompas, waarden en normen, referentiekader -> hoe we ernaar kijken
Waarden en normen lopen niet altijd parallel met de feitelijke ontwikkelingen -> dit illustreert de
relatieve autonomie van cultuur (technologie en wetenschap gaan snel -> AI)
=> Cultural lag (Ogburn, 1922)
De (immateriële) cultuur kan achterblijven op (veranderde) materiële situaties
Waar trekken we de grenzen? Waarden en normen lopen niet altijd gelijk met werkelijkheid
8.3. Cultuur is een patroon:
Componenten van cultuur (waarden, normen, doeleinden en verwachtingen) maken deel uit van een
gestructureerd geheel van een patroon -> dat patroon bezit nog andere kenmerken:
Cultuur wordt dan:
(1) Het min of meer samenhangend geheel van waarden, normen, verwachtingen en
doeleinden
(2) dat door samenlevingsverbanden wordt gedragen
(3) dat zorgt voor de specificatie en verduurzaming van het sociaal handelen, en mede daardoor
voor het bestendigen van het betreffende samenlevingsverband en
(4) dat door de leden van een samenlevingsverband wordt aangeleerd en doorgegeven
(socialisatie)
Hoofdstuk 8: Moderne samenlevingen zijn alti jd multi cultureel. Over cultuurpatronen
en hun componenten
8.1. Door de ogen van anderen
Cultuur = geheel aan betekenisgevingen
- Je kijkt alleen naar de uiterlijke vormen van cultuur -> eten, muziek, kunst, taal, …
- Als socioloog ben je geïnteresseerd in wat er daaronder zit -> religie, opvoeding, omgang
met elkaar, …
Culturele antropologie= culturele variatie tussen mensen
- Bv: in het westen krijg je 3 dagen om te rouwen als er iemand sterft. Dit verschilt in elke
cultuur
8.2. Waarvoor staat cultuur?
, Ui model van Hofstede: ui met verschillende laagjes -> hoe dieper in de ui, hoe meer je weet over de
cultuur
- Buitenste: boven wateroppervlak, waarneembare dingen
- 2de: taal, expressieve vorm -> minder tastbaar maar je kan het zien, horen
Symbolen: als je aan een voorwerp een betekenis geeft (wit lap stop wordt vlag)
- Rituelen: handelingen die je herhaalt, tradities, gewoontes die je vanzelfsprekend vindt en
niet bij stilstaat (elkaar begroeten, verjaardagen vieren, ochtendritueel, …)
- Helden: mensen die belangrijk zijn
Cultuur verwijst naar ‘bewerking van de bodem’ (‘colere’ in het Latijn)
In loop der tijd verzelfstandigde cultuur en evolueerde het naar tegenhanger van natuur: cultuur vs.
natuur -> verwijst naar het hele leven, whole way of life
Immaterieel Materieel
- Leefstijl, omgangsvormen, = Resultaat van cultuur (bv schilderijen)
(eet)gewoonten, talen, (kunst)stijlen - Behoren niet tot sociologisch
- Immateriële karakter is sterk aanwezig onderzoeksveld
in klassieke definitie van cultuur: geheel Wel als voorwerpen een betekenis
van ‘opvattingen’ hebben vanuit cultuurpatroon ->
- Hoe leven mensen samen? Hoe gaan ze objecten worden symbolen
met elkaar om Bv: kruis, een vlag, schilderij, …
- Hierin is socioloog geïnteresseerd = De voorwerpen (bv artefacten) die nodig zijn
om cultuur te bedrijven (bv eetgerief)
= Enkel interessant als deze objecten ->
symbolen worden
Cultuur ontkend materiele werkelijkheid niet, de verschillen drukken opvattingen uit over wat
goed/slecht, mooi/lelijk, smakelijk/walgelijk, chic/armoedig is -> culturele verscheidenheid
Cultuur heeft 2 componenten:
1. Cognitieve: kennis die we hebben, inzichten die we opdoen -> gaat snel
2. Normatieve: ethisch kompas, waarden en normen, referentiekader -> hoe we ernaar kijken
Waarden en normen lopen niet altijd parallel met de feitelijke ontwikkelingen -> dit illustreert de
relatieve autonomie van cultuur (technologie en wetenschap gaan snel -> AI)
=> Cultural lag (Ogburn, 1922)
De (immateriële) cultuur kan achterblijven op (veranderde) materiële situaties
Waar trekken we de grenzen? Waarden en normen lopen niet altijd gelijk met werkelijkheid
8.3. Cultuur is een patroon:
Componenten van cultuur (waarden, normen, doeleinden en verwachtingen) maken deel uit van een
gestructureerd geheel van een patroon -> dat patroon bezit nog andere kenmerken:
Cultuur wordt dan:
(1) Het min of meer samenhangend geheel van waarden, normen, verwachtingen en
doeleinden
(2) dat door samenlevingsverbanden wordt gedragen
(3) dat zorgt voor de specificatie en verduurzaming van het sociaal handelen, en mede daardoor
voor het bestendigen van het betreffende samenlevingsverband en
(4) dat door de leden van een samenlevingsverband wordt aangeleerd en doorgegeven
(socialisatie)