Hoofdstuk 7: PET
= Positron emissie tomografie
→ Maakt gebruik van radioactieve tracers die positronen uitzenden
→ Kleine hoeveelheid radioactieve isotoop (Bv: Fluor 18) wordt aan biologische actieve
moleculen gekoppeld → De tracer wordt via een injectie in de bloedbaan ingebracht.
Tracer wordt opgenomen door actieve lichaamscellen → De radioactieve stof vervalt en
zendt positronen uit.
→ Wanneer een positron een elektron ontmoet = vindt annihilatie plaats, waarbij twee
gammagolven in tegengestelde richting worden uitgezonden.
PET-scanner detecteert deze gammagolven → De computer verwerkt de gegevens en
genereert een 3D-beeld dat de concentratie van de tracer in het lichaam laat zien.
PET MEET DE ANNIHILATIEFOTONEN
→ NIET positronen
Positron-emittor = gebruikte isotoop
→ Positron beweegt over een korte afstand (Positron range) alvorens er een annihilatie
plaats vindt → Dit is variabel
Gemiddelde Positron Range = hangt af van het isotoop
Coïncidentie detectie = Gelijktijdig meten van de annihilatiefotonen
PET scanner bestaat uit een ring van detectoren
Time-Of-Flight PET
- Het verbetert de nauwkeurigheid en beeldkwaliteit door gebruik te maken van de
exacte tijdsverschillen tussen de aankomst van de gammafotonen bij de detectoren.
- Dit maakt het mogelijk om de locatie van de positron-annihilatie nauwkeuriger te
bepalen.
- Er ontstaan bij een positron-elektron-annihilatie een paar gammafotonen die in
tegengestelde richting worden uitgezonden.
- De aankomsttijd van elke gamma foton wordt gemeten → Nauwkeurig
, - Door het tijdsverschil tussen de aankomst van de fotonen (Δt) te meten, kan de
exacte positie van de annihilatie langs de lijn tussen de twee detectoren worden
berekend.
Detectoren PET
1. Scintillatiekristal = zetten de energie van een gammafoton om in een lichtpuls.
2. Fotomultiplicatoren = De lichtpulsen van de scintillatiekristallen worden omgezet in
elektrische signalen.
Type Oorzaak Effect op Correctie
beeldvorming
True Coincidence Beide fotonen Nuttig, draagt bij Niet nodig
afkomstig van aan beeldvorming
dezelfde annihilatie,
geen verstrooiing
Single Eén foton wordt Geen bijdrage Genegeerd
gemeten zonder
partner
Random Twee fotonen van Ruis in het beeld Random-correctie
Coincidence verschillende
annihilaties
Scatter Eén of beide Artefacten in het Scatter-correctie
Coincidence fotonen verstrooid beeld
Multiple Meer dan twee Verwarring in data Genegeerd
Coincidence fotonen binnen het
tijdsvenster
True Coincidence:
● Twee fotonen van dezelfde annihilatie, zonder verstrooiing.
= Positron emissie tomografie
→ Maakt gebruik van radioactieve tracers die positronen uitzenden
→ Kleine hoeveelheid radioactieve isotoop (Bv: Fluor 18) wordt aan biologische actieve
moleculen gekoppeld → De tracer wordt via een injectie in de bloedbaan ingebracht.
Tracer wordt opgenomen door actieve lichaamscellen → De radioactieve stof vervalt en
zendt positronen uit.
→ Wanneer een positron een elektron ontmoet = vindt annihilatie plaats, waarbij twee
gammagolven in tegengestelde richting worden uitgezonden.
PET-scanner detecteert deze gammagolven → De computer verwerkt de gegevens en
genereert een 3D-beeld dat de concentratie van de tracer in het lichaam laat zien.
PET MEET DE ANNIHILATIEFOTONEN
→ NIET positronen
Positron-emittor = gebruikte isotoop
→ Positron beweegt over een korte afstand (Positron range) alvorens er een annihilatie
plaats vindt → Dit is variabel
Gemiddelde Positron Range = hangt af van het isotoop
Coïncidentie detectie = Gelijktijdig meten van de annihilatiefotonen
PET scanner bestaat uit een ring van detectoren
Time-Of-Flight PET
- Het verbetert de nauwkeurigheid en beeldkwaliteit door gebruik te maken van de
exacte tijdsverschillen tussen de aankomst van de gammafotonen bij de detectoren.
- Dit maakt het mogelijk om de locatie van de positron-annihilatie nauwkeuriger te
bepalen.
- Er ontstaan bij een positron-elektron-annihilatie een paar gammafotonen die in
tegengestelde richting worden uitgezonden.
- De aankomsttijd van elke gamma foton wordt gemeten → Nauwkeurig
, - Door het tijdsverschil tussen de aankomst van de fotonen (Δt) te meten, kan de
exacte positie van de annihilatie langs de lijn tussen de twee detectoren worden
berekend.
Detectoren PET
1. Scintillatiekristal = zetten de energie van een gammafoton om in een lichtpuls.
2. Fotomultiplicatoren = De lichtpulsen van de scintillatiekristallen worden omgezet in
elektrische signalen.
Type Oorzaak Effect op Correctie
beeldvorming
True Coincidence Beide fotonen Nuttig, draagt bij Niet nodig
afkomstig van aan beeldvorming
dezelfde annihilatie,
geen verstrooiing
Single Eén foton wordt Geen bijdrage Genegeerd
gemeten zonder
partner
Random Twee fotonen van Ruis in het beeld Random-correctie
Coincidence verschillende
annihilaties
Scatter Eén of beide Artefacten in het Scatter-correctie
Coincidence fotonen verstrooid beeld
Multiple Meer dan twee Verwarring in data Genegeerd
Coincidence fotonen binnen het
tijdsvenster
True Coincidence:
● Twee fotonen van dezelfde annihilatie, zonder verstrooiing.