BLOED
Deel 1
Megakaryopoiesis Vorming van bloedplaatjes
Megakaryoblast Grote cel: 20 - 30 micrometer
(2N DNA) Kern is ovaal
Enkel in beenmerg
Bevat geen granulen
Promegakaryocyt Hoeveelheid DNA neemt toe
(2 - 4 N DNA) Kern ondergaat een meiose zonder de splitsing → Blijven samen in 1 kern
Enkel in BM
Cytoplasma neemt toe
Megakaryocyte (4 - DNA zal meer toenemen door endomitose (= Mitose zonder dat de cel splitst
64 N DNA) Verschillende lobben worden gevormd door stijging van DNA
Cytoplasma met Granulen neemt ook toe
Enkel in BM en niet in circulerend bloed
→ Bloedplaatjes splitsen hiervan
- Ze hebben geen kern
- Ze bevatten wel granulen die afkomstig zijn van de megakaryocyte
Erythropoiese Vorming van Erytrocyten (RBC)
1. Pro-Erytroblast = Stamcel
2. Macroblast
3. Basofiele Erythroblast Ondergaat verdere uitrijping → Kern wordt heel klein en
cytoplasma begint rood te kleuren
4. Polychromatofiele Erythroblast
5. Erytroblast Heel kleine kern
6. Reticulocyt Geen kern meer, Voorloper van RBC die een korte leeftijd heeft
1
,7. Erythrocyt Omzetting naar Erythrocyt gebeurt in de circulatie
De andere stappen gebeuren in BM
Worden in het milt en nier verwijderd (Leeftijd van 120 dagen)
Wat na Vaatwandbeschadiging?
1: Vasoconstrictie (Lokaal)
Als BV Wand beschadigd is → Komt bloed in contact met subendotheel = Vreemde materie
Reactie = Activatie van bloedplaatjes
→ Secretie door geactiveerde BP (uit hun granulen) = Thromboxane A2, Serotonine
→ Thrombine stimuleert endotheel om Endotheline 1 aan te maken
ET-1 = Vasoconstrictor → Minder bloedverlies
2: Primaire hemostase en bloedplaatjes
- BP gaan veranderen van vorm (pseudopodia) en een prop vormen
1: Adhesie Subendotheel komt in contact met bloed (en stoffen die het bloed bevat)
→ Subendotheel is een vreemd molecule voor BP → Gaan hierop reageren
Aan het BP membraan: komen GP A2 B1 en GP Ibalfa/IX/V tot expressie
Deze plaatjes receptoren zijn glycoproteïne (Intergrines)
Belangrijke Receptoren: Glycoproteïne Ib (GPIb-IX-V complex) en Glycoproteïne Ia/IIa
(GPIa/IIa, ook wel integrine α2β1) → Deze R komt aan het oppervlak als de
Bloedplaatjes geactiveerd zijn !!!!!!
Glycoproteïne Ib Ligand: Von Willebrand Factor
(GPIb-IX-V complex)
Glycoproteïne Ligand: Fibrinogeen en Von Willebrand factor (vWF)
IIb/IIIa (GPIIb/IIIa) → Dit is belangrijk zodanig dat BP aan elkaar kleven
De R bindt aan Fibrinogeen molecule die dan bruggen
2
, vormt en bindt aan andere BP → Zo gaan BP met elkaar
verbonden zijn
!!! GP Ibalfa/IX/V bindt aan vWF (von willebrand factor, aanwezig op endotheel op
plaats van Vaatwandbeschadiging)
Bloedplaatjes R reageert enkel met componenten als de BV beschadigd is → BP
blijven plakken aan Von Willebrand Factor
2: Spreiding Spreiden met vormverandering: Vorming van Pseudopodia
- Gebeurt door Microtubuli met Contractiële eiwitten
3: Secretie Granulen worden vrijzet na adhesie
1. Dense granulen: vrijstelling van ATP, ADP, Serotonine, Calcium
2. Alpha granules: bevatten VWF en Stollingsfactoren
4: De inhoud interageert met voorbijgaande BP → Activatie van die andere BP
Aggregatie GP IIB / IIIA komt aan oppervlak als BP actief is → Fibrinogeen molecule bindt aan R
= BP - BP
interactie De BP binden met elkaar via deze R via 1 fibrinogeen molecule
BP vormen een prop (Klitten samen)
3: Secundaire hemostase en coagulatiefactoren
→ Fibrine draad vorming
- Vitamine K afhankelijk en aangemaakt in de lever
3
, INTRINSIEKE PATHWAY
TRIGGER Blootstelling aan negatief geladen oppervlakken (zoals collageen van de beschadigde
vaatwand) activeert Factor 12 (FXII) tot F12a.
Stap 1 Activatie van Factor 11: F12a activeert Factor 11 (F11) tot F11a.
Stap 2 Activatie van Factor 9: F11a activeert Factor 9 (F9) tot F9a.
Stap 3 TENASE COMPLEX: F9a werkt samen met Factor 8a (F8a), calciumionen (Ca2+) en
fosfolipiden (op het oppervlak van geactiveerde bloedplaatjes) om het zogenaamde
"tenase complex" te vormen.
Factor 8 (F8) is inactief en moet eerst worden geactiveerd tot F8a, voornamelijk door
die kleine hoeveelheid trombine die door de extrinsieke weg is geproduceerd.
FACTOR 12 → FACTOR 11 → FACTOR 9
FACTOR 9 + FACTOR 8 + CALCIUM = TENASE COMPLEX
EXTRINSIEKE PATHWAY
TRIGGER Beschadiging van de bloedvatwand (en omliggend weefsel) leidt tot de blootstelling
van weefselfactor (Tissue Factor, TF), ook bekend als Factor 3.
Weefselfactor is een transmembraan glycoproteïne die normaal gesproken niet in
contact staat met bloed.
Stap 1 TF + Factor 7: Weefselfactor (TF) bindt aan circulerend, inactief Factor 7 (F7). Deze
binding activeert F7 tot F7a.
Stap 2 Activatie van Factor 10: Het TF-F7a-complex is een zeer krachtig enzym. Dit
complex activeert vervolgens Factor 10 (F10) tot F10a.
TF → Factor 7 → Factor 10
4