Overzicht motoreiwitten
Motoreiwit 1: Myosine
- Richting: van negatief uiteinde naar positief uiteinde
- Bewegen altijd over Actine Filamenten
Types Myosine:
1. Type I: belangrijk bij membraan afhankelijke bewegingen (Endocytose,..)
2. Type II: bevindt zich in de spieren. Ze gaan bewegen en zorgen voor contracties in
spieren
3. Type III: zijn belangrijk bij vesiculaire transport
Structuur Myosine:
1. Hoofd
2. Staart gedeelte: interactie met andere myosine moleculen
3. Nek: Regulatorische domeinen, zorgt voor beweging (buigen of strekken)
Moleculaire motoren zetten energie (van de hydrolyse van ATP of GTP) om in beweging
Motorwerking van myosine:
1. STAP 1: ATP Binding
Myosine hoofdje is gebonden aan actinefilament.
Het hangt vast aan AF als ATP niet gebonden is
ATP gaat binden aan Actine monomeren en het hoofdje komt los van het filament
2. STAP 2: ATP hydrolyse
ATP wordt omgezet in ADP en P
Hierbij komt er energie vrij
Er is beweging ter hoogte van de nek
, 3. STAP 3: Binden aan myosine
Myosine Moleculen gaan binden aan de AF
Als er geen ATP gebonden is: zal het hoofd gaan interageren met de nek
DUS ADP is gebonden: Myosine hangt vast aan AF
4. STAP 4: Power Stroke
De boog die eerst opgespannen stond: gaat nu ontspannen waardoor het actine
filament naar links wordt getrokken
De myosine moleculen gaan een conformatieverandering ondergaan, waarbij ze
langs het actinefilament glijden en kracht genereren
De fosfaatgroep laat los en ADP zal binden aan het hoofdje
5. STAP 5: ADP vrijgave
ADP zal loskomen en plaats maken om ATP te binden
De cyclus kan terug opnieuw beginnen
Motoreiwit 1: Myosine
- Richting: van negatief uiteinde naar positief uiteinde
- Bewegen altijd over Actine Filamenten
Types Myosine:
1. Type I: belangrijk bij membraan afhankelijke bewegingen (Endocytose,..)
2. Type II: bevindt zich in de spieren. Ze gaan bewegen en zorgen voor contracties in
spieren
3. Type III: zijn belangrijk bij vesiculaire transport
Structuur Myosine:
1. Hoofd
2. Staart gedeelte: interactie met andere myosine moleculen
3. Nek: Regulatorische domeinen, zorgt voor beweging (buigen of strekken)
Moleculaire motoren zetten energie (van de hydrolyse van ATP of GTP) om in beweging
Motorwerking van myosine:
1. STAP 1: ATP Binding
Myosine hoofdje is gebonden aan actinefilament.
Het hangt vast aan AF als ATP niet gebonden is
ATP gaat binden aan Actine monomeren en het hoofdje komt los van het filament
2. STAP 2: ATP hydrolyse
ATP wordt omgezet in ADP en P
Hierbij komt er energie vrij
Er is beweging ter hoogte van de nek
, 3. STAP 3: Binden aan myosine
Myosine Moleculen gaan binden aan de AF
Als er geen ATP gebonden is: zal het hoofd gaan interageren met de nek
DUS ADP is gebonden: Myosine hangt vast aan AF
4. STAP 4: Power Stroke
De boog die eerst opgespannen stond: gaat nu ontspannen waardoor het actine
filament naar links wordt getrokken
De myosine moleculen gaan een conformatieverandering ondergaan, waarbij ze
langs het actinefilament glijden en kracht genereren
De fosfaatgroep laat los en ADP zal binden aan het hoofdje
5. STAP 5: ADP vrijgave
ADP zal loskomen en plaats maken om ATP te binden
De cyclus kan terug opnieuw beginnen