Samenvatting fonologie
Hoofdstuk 8: basisbegrippen fonologie
8.1 SEGMENTALE FONOLOGIE: FONEMEN EN ALLOFONEN
8.1.1 FONETIEK VERSUS FONOLOGIE: COARTICULATIE
Articulatorisch Akoestisch Auditorisch
Productie Transmissie Perceptie
Continuüm Segmentatie
= vloeiende aaneenschakeling van klanken
Doen we niet
Visuele voorstelling Engelse woord ‘pan’
-> activiteit van articulatoren wordt weergegeven
-> schuin= overgang begin- naar eindtoestand
-> hellingsgraad bepaalt snelheid
-> grens waar klank eindigt/begint: niet altijd duidelijk
-> soms problemen met synchronisatie
Lippen - Gesloten -> open = moment dat je p hoort
Tong - Onder -> boven
Velum - Vertrekt tijdens klinker al naar eindpositie die
nodig is voor de n (articulator begint te vroeg)
- Gevolg: ~ (diacritisch teken voor nasalisering)
- Voorspelt dat er een echte nasaal komt
Glottis - Stemloos -> stemhebbend
- Klinker begint al voor de glottis (articulator
begint te vroeg)
- Gevolg: aspiratie op de p (je hoort h) =
delayed voice onset of voice lag
Coarticulatie = het feit dat klanken continu de invloed vertonen van de hen omringende
klanken
-> anticipatorische coarticulatie (klank 2 dominant)
-> klank 1 past zich aan aan klank 2 en kondigt klank 2 aan
-> persevererende coarticulatie (klank 1 dominant)
-> klank 2 past zich aan aan klank 1 en bezit een kenmerk van klank 1
ronding is anders (w van ronding bij s/z)
-> teken voor labialisatie [zw] en [sw]
Palataal: k naar voor getrokken door palatale
[i]
-> teken voor palatalisatie [kj]
Fonologie = de studie van de fonemen of de klankstructuur
[IPA] = concrete fonetiek (zo spreek je het uit)
/IPA/ = abstracte fonologie (fonemen)
8.1.2 FONEMEN EN MINIMALE PAREN
1
, /IPA/ => [IPA]
Fonologie fonetiek
Abstract concreet
Foneem allofoon
Fonetiek: taalonafhankelijk
Foneem = klank die verantwoordelijk is voor betekenisverschil in een minimaal paar
= taalgebonden/taalspecifiek (anders in verschillende talen)
-> heeft zelf geen betekenis
Minimaal paar: twee woorden met verschillende betekenissen verschillen maar op één
plaats van elkaar
-> voorbeeld: enkel verschil in beginklank
H (altijd beginklank) en ng (altijd eindklank)
-> kan je geen minimale paren mee vormen
K: kan overal (je kan perfect minimale paren vormen )
Allomorfie = vormvariatie
Allofonen = klankvarianten
Fonemen en minimale paren: zijn taalspecifiek
8.1.3 ALLOFONEN IN VRIJE VARIATIE
Allofonen in vrije variatie = in dezelfde fonetische
context
-> 5: verschillen tussen België en Nederland
-> 6: variatie ofwel dialectisch ofwel individueel
bepaald
8.1.4 ALLOFONEN IN COMPLEMENTAIRE DISTRIBUTIE
complementaire distributie: de context is ook
anders
labiodentale w komt enkel voor aan begin van een woord (voor de rest bilabiaal zoals in
belgië)
Nederland: stemhebbende variant wordt
stemloos uitgesproken
2
, letter wordt naar achter getrokken
onder invloed palatale j
geronde s/z als er een geronde klinker
aan voorafgaat of op volgt
allofonen: verschil in graden
-> 8b en 9: allofonie ook meteen weerspiegeld in andere IPA symbolen
->10: enkel verschil in diacritisch teken
Varianten: moeten behoren tot hetzelfde domein maar er is een klein verschil
H en ng: -verschillende plaats van articulatie (glottaal vs velair)
-verschillende wijze van articulatie (fricatief vs nasaal)
-stemloos vs stemhebbend
=> lijken dus totaal niet op elkaar
=> onmogelijk allofonie
8.3 BASISBEGRIPPEN FONOLOGIE: PROSODIE
8.3.1 AFBAKENING VAN HET CONCEPT PROSODIE
Definitie
Prosodie = het gebruik van de kenmerken toonhoogte, luidheid en duur (=perceptie),
gecombineerd tot patronen van intonatie, klemtoon, tempo en ritme
-> binnen een verbale en orale communicatieve context (=gesproken taal)
-> op het suprasegmentale niveau (=niet-voorspelbare eigenschappen die
onafhankelijk van de segmentopeenvolging in het spraakgeluid aanwezig zijn)
Niet-verbale communicatie:
-> instrumentale/vocale muziek
-> ook intonatie, klemtoon, tempo en ritme
Schriftelijke communicatie:
-> interpunctie/accenttekens
-> ook intonatie, klemtoon, tempo en ritme
Segmentaal niveau: ook toonhoogte, luidheid en duur
-> intrinsieke kenmerken: van segmenten los van context
-> co-intrinsieke kenmerken: voorspelbare invloed van buurklanken
8.3.2 ROLLEN VAN PROSODIE: INTERACTIE
3
Hoofdstuk 8: basisbegrippen fonologie
8.1 SEGMENTALE FONOLOGIE: FONEMEN EN ALLOFONEN
8.1.1 FONETIEK VERSUS FONOLOGIE: COARTICULATIE
Articulatorisch Akoestisch Auditorisch
Productie Transmissie Perceptie
Continuüm Segmentatie
= vloeiende aaneenschakeling van klanken
Doen we niet
Visuele voorstelling Engelse woord ‘pan’
-> activiteit van articulatoren wordt weergegeven
-> schuin= overgang begin- naar eindtoestand
-> hellingsgraad bepaalt snelheid
-> grens waar klank eindigt/begint: niet altijd duidelijk
-> soms problemen met synchronisatie
Lippen - Gesloten -> open = moment dat je p hoort
Tong - Onder -> boven
Velum - Vertrekt tijdens klinker al naar eindpositie die
nodig is voor de n (articulator begint te vroeg)
- Gevolg: ~ (diacritisch teken voor nasalisering)
- Voorspelt dat er een echte nasaal komt
Glottis - Stemloos -> stemhebbend
- Klinker begint al voor de glottis (articulator
begint te vroeg)
- Gevolg: aspiratie op de p (je hoort h) =
delayed voice onset of voice lag
Coarticulatie = het feit dat klanken continu de invloed vertonen van de hen omringende
klanken
-> anticipatorische coarticulatie (klank 2 dominant)
-> klank 1 past zich aan aan klank 2 en kondigt klank 2 aan
-> persevererende coarticulatie (klank 1 dominant)
-> klank 2 past zich aan aan klank 1 en bezit een kenmerk van klank 1
ronding is anders (w van ronding bij s/z)
-> teken voor labialisatie [zw] en [sw]
Palataal: k naar voor getrokken door palatale
[i]
-> teken voor palatalisatie [kj]
Fonologie = de studie van de fonemen of de klankstructuur
[IPA] = concrete fonetiek (zo spreek je het uit)
/IPA/ = abstracte fonologie (fonemen)
8.1.2 FONEMEN EN MINIMALE PAREN
1
, /IPA/ => [IPA]
Fonologie fonetiek
Abstract concreet
Foneem allofoon
Fonetiek: taalonafhankelijk
Foneem = klank die verantwoordelijk is voor betekenisverschil in een minimaal paar
= taalgebonden/taalspecifiek (anders in verschillende talen)
-> heeft zelf geen betekenis
Minimaal paar: twee woorden met verschillende betekenissen verschillen maar op één
plaats van elkaar
-> voorbeeld: enkel verschil in beginklank
H (altijd beginklank) en ng (altijd eindklank)
-> kan je geen minimale paren mee vormen
K: kan overal (je kan perfect minimale paren vormen )
Allomorfie = vormvariatie
Allofonen = klankvarianten
Fonemen en minimale paren: zijn taalspecifiek
8.1.3 ALLOFONEN IN VRIJE VARIATIE
Allofonen in vrije variatie = in dezelfde fonetische
context
-> 5: verschillen tussen België en Nederland
-> 6: variatie ofwel dialectisch ofwel individueel
bepaald
8.1.4 ALLOFONEN IN COMPLEMENTAIRE DISTRIBUTIE
complementaire distributie: de context is ook
anders
labiodentale w komt enkel voor aan begin van een woord (voor de rest bilabiaal zoals in
belgië)
Nederland: stemhebbende variant wordt
stemloos uitgesproken
2
, letter wordt naar achter getrokken
onder invloed palatale j
geronde s/z als er een geronde klinker
aan voorafgaat of op volgt
allofonen: verschil in graden
-> 8b en 9: allofonie ook meteen weerspiegeld in andere IPA symbolen
->10: enkel verschil in diacritisch teken
Varianten: moeten behoren tot hetzelfde domein maar er is een klein verschil
H en ng: -verschillende plaats van articulatie (glottaal vs velair)
-verschillende wijze van articulatie (fricatief vs nasaal)
-stemloos vs stemhebbend
=> lijken dus totaal niet op elkaar
=> onmogelijk allofonie
8.3 BASISBEGRIPPEN FONOLOGIE: PROSODIE
8.3.1 AFBAKENING VAN HET CONCEPT PROSODIE
Definitie
Prosodie = het gebruik van de kenmerken toonhoogte, luidheid en duur (=perceptie),
gecombineerd tot patronen van intonatie, klemtoon, tempo en ritme
-> binnen een verbale en orale communicatieve context (=gesproken taal)
-> op het suprasegmentale niveau (=niet-voorspelbare eigenschappen die
onafhankelijk van de segmentopeenvolging in het spraakgeluid aanwezig zijn)
Niet-verbale communicatie:
-> instrumentale/vocale muziek
-> ook intonatie, klemtoon, tempo en ritme
Schriftelijke communicatie:
-> interpunctie/accenttekens
-> ook intonatie, klemtoon, tempo en ritme
Segmentaal niveau: ook toonhoogte, luidheid en duur
-> intrinsieke kenmerken: van segmenten los van context
-> co-intrinsieke kenmerken: voorspelbare invloed van buurklanken
8.3.2 ROLLEN VAN PROSODIE: INTERACTIE
3