Academiejaar 2023-2024 KU Leuven
Samenvatting
Moraalfilosofie
,SAMENVATTING MORAALFILOSOFIE
In deze samenvatting vind je één duidelijk en gestructureerd overzicht van alle leerstof uit de
hoorcolleges. Aan het einde van elk hoofdstuk vermeld ik alle mogelijke examenvragen die
prof. De Mesel heeft aangehaald tijdens de colleges. Daarnaast bevat de samenvatting alle
uitgebreide antwoorden die de prof geeft op de doorgestuurde vragen. Ten slotte geef ik aan
het einde van de samenvatting mijn gestructureerd antwoord op de drie moeilijkste en
grootste examenvragen.
Ik behaalde met deze samenvatting een 19/20.
INHOUDSTAFEL
DEEL 0: Inleiding ___________________________________________________________ 3
1 Hoofdstuk 1: Inleiding ___________________________________________________________ 3
DEEL 1: Normatieve ethiek __________________________________________________ 12
2 Hoofdstuk 2: Consequentialisme en utilitarisme ______________________________________ 12
3 Hoofdstuk 3: Deontologie _______________________________________________________ 31
4 Hoofdstuk 4: Deugdenethiek _____________________________________________________ 47
5 Hoofdstuk 5: Zorgethiek ________________________________________________________ 61
DEEL 2: Meta-ethiek _______________________________________________________ 68
6 Hoofdstuk 6: Inleiding meta-ethiek ________________________________________________ 68
7 Hoofdstuk 7: Relativisme ________________________________________________________ 72
8 Hoofdstuk 8: Non-cognitivisme ___________________________________________________ 78
9 Hoofdstuk 9: Non-naturalisme ____________________________________________________ 83
10 Hoofdstuk 10: Naturalisme ______________________________________________________ 88
Antwoorden op de 3 grootste examenvragen _____________________________________ 91
1 REVISIONISME: in welke mate zijn de normatieve theorieën revisionistisch?______________ 91
2 PATERNALISME: in welke mate zijn de normatieve theorieën paternalistisch? _____________ 93
3 VEELEISEND: in welke mate zijn de normatieve theorieën veeleisend?___________________ 94
© Jeroen Goots Moraalfilosofie 2
,DEEL 0: INLEIDING
1 HOOFDSTUK 1: INLEIDING
1.1 TERMINOLOGIE
1.1.1 Ethiek/moraalfilosofie
• = kritisch nadenken over het goede leven en het juiste handelen
• centrale vragen
• hoe moet een mens zijn om een goed/deugdelijk mens te zijn?
• hoe moet een mens handelen om juist/goed te handelen?
• wat is een waardevol leven?
• …
1.1.2 Moraal en ethiek
1.1.2.1 De moraal
• geheel van gebruiken, waarden en normen verbonden met het goede leven en het juiste
handelen
→ niet alle normen zijn morele normen
→ niet alle waarden zijn morele waarden
• context-en tijdsafhankelijk
• de moraal van studenten ≠ de moraal van studenten van 50 jaar geleden
1.1.2.2 De ethiek
• betekenis?
1) “de moraal”
2) systematisch-kritische reflectie over moraal = moraalfilosofie
• opm: moraal ≠ moreel = geestelijke kracht, motivatie
• opm: de moraal v/h verhaal ≠ moraal
1.1.3 Moreel, immoreel, amoreel
1. moreel
• = ethisch
• moreel/ethisch handelen/zijn = zoals men moet handelen/zijn om juist/goed te
handelen/zijn
© Jeroen Goots Moraalfilosofie 3
, 2. immoreel
• = onethisch
• immoreel handelen/zijn = zoals men niet mag handelen/zijn …
3. amoreel
• komt niet in aanmerking voor morele beoordeling
• grens moreel↔amoreel ligt niet vast → context-en tijdsafhankelijk
• in restaurant gerecht kiezen (dieren?), kleding kiezen/kopen, reisbestemming,
beslissing om kinderen te krijgen, beoordeling van kunstwerken
• ”de maatschappij moraliseert” = amoreel verschuift naar moreel
1.1.4 Waarden en normen
1.1.4.1 Waarden
• abstracte zaken die we belangrijk vinden, waar we waarde aan hechten
• integriteit, schoonheid, eerlijkheid, vrijgevigheid, waarheid, vrijheid,
rechtvaardigheid, geluk, … = abstracte zaken
• vraag: zijn alle waarden morele waarden? → onenigheid
• vraag: Zijn morele waarden belangrijker dan niet-morele (esthetische,
intellectuele) waarden? → onenigheid
• BREDE MORAAL
• twijfelachtige waarden maken integraal deel uit van moraal
• bv. Aristoteles → schoonheid, intelligentie
• SMALLE MORAAL
• enkel waarden die duidelijk moreel van aard zijn behoren tot de moraal
• bv. Kant
1.1.4.2 Normen
• = regels, richtlijnen
• concrete implementatie van abstracte waarden
• bepalen wat we moeten of (niet) mogen doen, bv. ‘lieg niet’
• vaak: waarden als doel, normen als middel
• eerlijkheid → ‘lieg niet'
• veiligheid → ‘draag je gordel’
• gelijkheid → ‘je moet/mag stemmen’ (stemrecht/stemplicht)
1.1.4.3 Opmerkingen
• Eén norm kan naar verschillende waarden verwijzen
• ‘steel niet’ -> veiligheid en solidariteit
• Eén waarde kan de basis zijn voor meerdere normen
• solidariteit -> ‘steel niet’ en ‘help anderen in nood’
© Jeroen Goots Moraalfilosofie 4