HC Humane wetenschappen
24/09/2024
3. Ethiek
Ethiek en moraliteit
Ethiek houdt zich bezig met het dagelijkse leven (Hoe goed leven? / Hoe een goede
vroedvrouw zijn?)
Morele ervaringen => een buikgevoel (zoals het moet zijn / zoals het eigenlijk niet
moet zijn)
=> startpunt van ethiek
=> systeem dat tijdloos is en wat altijd en overal geldig is
Ethiek als op systematische wijze omgaan met de morele ervaring, voorbij cultuur en
religie
Moraal = de gewoonte van een gemeenschap (binnen groep mensen is een manier
van dingen doen)
Moraliteit = houding van individu
Ethiek zoekt een manier om om te gaan met het conflict wanneer moraal en
moraliteit verschillen
Wat zijn de kenmerken van morele uitspraken (hoe je met elkaar omgaat)?
Universaliseerbaar, overal en altijd geldig
Prescriptiviteit: zegt ons hoe we moeten handelen
Bepaald soort redenen voor handelen worden aangehaald
Waarden en normen
Normen = heldere, concrete, uitvoerbare gedragsregel
Negatief geformuleerd (“gij zult niet doden”)
Waarden = eindpunten van de redenering, tijdloos, overstijgen cultuur en religie
(gezondheid, rechtvaardigheid, welzijn, gelijkheid) => minder concreet en bijna niet
‘haalbaar’ (idealistisch)
Positief geformuleerd (“gij zult het leven respecteren”)
2 functies: motiveren onze keuzes + verantwoorden onze keuzes
Waarden zijn meer absoluut en tijdloos dan normen, die gelden in een specifieke
maatschappij en tijdsvlak
Normen worden idealiter afgeleid uit waarden (als norm niet uit waarde is afgeleid is
die waardeloos)
Ethiek en recht
De wet = tijdelijk en cultuur gebonden praktische invulling van een ethisch systeem
(normen)
/ een tijd- en plaatsgebonden systeem van normen
Raaklijn ethiek-recht:
Waar mensen samenleven moeten lijnen getrokken worden om conflict te
vermijden.
Ethische discussie blijft voortgaan en kan wet ter discussie stellen (vb.
abortuswetgeving)
Recht is afdwingbaar, geldt minder voor ethische principes
24/09/2024
3. Ethiek
Ethiek en moraliteit
Ethiek houdt zich bezig met het dagelijkse leven (Hoe goed leven? / Hoe een goede
vroedvrouw zijn?)
Morele ervaringen => een buikgevoel (zoals het moet zijn / zoals het eigenlijk niet
moet zijn)
=> startpunt van ethiek
=> systeem dat tijdloos is en wat altijd en overal geldig is
Ethiek als op systematische wijze omgaan met de morele ervaring, voorbij cultuur en
religie
Moraal = de gewoonte van een gemeenschap (binnen groep mensen is een manier
van dingen doen)
Moraliteit = houding van individu
Ethiek zoekt een manier om om te gaan met het conflict wanneer moraal en
moraliteit verschillen
Wat zijn de kenmerken van morele uitspraken (hoe je met elkaar omgaat)?
Universaliseerbaar, overal en altijd geldig
Prescriptiviteit: zegt ons hoe we moeten handelen
Bepaald soort redenen voor handelen worden aangehaald
Waarden en normen
Normen = heldere, concrete, uitvoerbare gedragsregel
Negatief geformuleerd (“gij zult niet doden”)
Waarden = eindpunten van de redenering, tijdloos, overstijgen cultuur en religie
(gezondheid, rechtvaardigheid, welzijn, gelijkheid) => minder concreet en bijna niet
‘haalbaar’ (idealistisch)
Positief geformuleerd (“gij zult het leven respecteren”)
2 functies: motiveren onze keuzes + verantwoorden onze keuzes
Waarden zijn meer absoluut en tijdloos dan normen, die gelden in een specifieke
maatschappij en tijdsvlak
Normen worden idealiter afgeleid uit waarden (als norm niet uit waarde is afgeleid is
die waardeloos)
Ethiek en recht
De wet = tijdelijk en cultuur gebonden praktische invulling van een ethisch systeem
(normen)
/ een tijd- en plaatsgebonden systeem van normen
Raaklijn ethiek-recht:
Waar mensen samenleven moeten lijnen getrokken worden om conflict te
vermijden.
Ethische discussie blijft voortgaan en kan wet ter discussie stellen (vb.
abortuswetgeving)
Recht is afdwingbaar, geldt minder voor ethische principes