• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 57 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Wijsbegeerte Kine

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 57 pagina's

Samenvatting van het vak wijsbegeerte in 2024.

Voorbeeld van de inhoud

1. Wat is filosofie?

Een definitie voor filosofie = een opsomming van kenmerken die je vindt bij alle filosofen/filosofieën
en uitsluitend bij filosofen/filosofieën

Griekse filosoof Aristoteles: “Alle mensen verlangen van nature naar wijsheid en weten.”

Socrates: onverstoorbaar en eindeloos vragen stellen

Zeventiende-eeuwse Franse filosoof René Descartes: we worden vaak bedrogen door ons
gezichtsvermogen, denk maar aan optische illusies bv. Müller-Lyer illusie
- Het is niet onmogelijk dat ons denken voortdurend op een dwaalspoor wordt gezet door God
of een kwaadaardig genie (= malin génie)
- Descartes probeerde rond die twijfel een fundament/zekerheid, een systeem te bouwen
- MAAR kunnen we filosofen onderscheiden van niet-filosofen (bv. wetenschappers) o.b.v.
hun kritische geest?
 men kan kritisch zijn zonder onmiddellijk aan filosofie te doen
 zowel hedendaagse wetenschappers als filosofen zijn kritisch, zoeken naar waarheid…

PROBLEEM: filosofen gebruiken een waaier van methoden waarvan geen enkele uniek lijkt te
zijn voor de filosofie, andere methoden die wel uniek lijken te zijn, worden niet door alle
filosofen gebruikt

Eigen intuïtie (verschillende betekenissen)
 17de en 18de eeuw: Intuïtie is kennis die op onmiddellijke manier verkregen is
o Descartes: "Des idées claires et distinctes" (bijv. "Ik denk, dus ik ben").
 Ideeën/intuïties die geen degelijk mens zou durven betwijfelen
 20ste eeuw: Intuïtie is een spontane overtuiging  we beginnen over onderwerp te denken
o Common sense: Moeilijk te veranderen ondanks bewijs.
 Wetenschap: Intuïtie wordt ook door wetenschappers gebruikt en vervolgens getest door
experimenten. DUS GEEN uniek filosofisch element

Conceptuele Analyse
 Verduidelijken van concepten door ze op te splitsen in eenvoudigere begrippen.
o Voorbeeld: Kennis als ware, gerechtvaardigde overtuiging.
o Voorbeeld: Aan welke voorwaarden moet iets voldoen om een ziekte te zijn
 Gebruik: Niet alle/enkel filosofen gebruiken dit; ook in fysica, sociale wetenschappen,
biomedische wetenschappen.

Gedachte-experiment
 Instrument om zonder nieuwe empirische data, nieuwe info over een thema te verkrijgen
o Voordelen:
 Probleem verhelderen door visualisatie.
 Data leveren voor/tegen theorieën.
 Financiële, technologische en morele problemen omzeilen.
o Brain in a Vat:
 Onze hersenen zouden signalen kunnen krijgen die ons een illusie van de
werkelijkheid geven, waardoor we onze zekerheden in twijfel moeten
trekken.
 Onze zekerheden zijn dus GEEN fundamentele zekerheden


1

,  Niet uniek aan filosofie: Ook gebruikt in wetenschappen zoals economie, geschiedenis, fysica
(bijv. Albert Einstein met het lift-experiment: relativiteitstheorie).
 Experimentele filosofie: Empirisch-wetenschappelijke methoden kunnen soms bijdragen aan
het oplossen van traditionele filosofische problemen.

Filosofische Vragen
 Filosofie houdt zich bezig met abstracte en eigenaardige vragen.
o Voorbeelden: Wat is tijd? Bestaat tijd onafhankelijk van ons denken? Waarom lijkt
tijd maar in één richting te gaan?
 Wetenschappers zien filosofische vragen vaak als futiel, verwarrend, en bedreigend.
o Richard Feynman: "De wet van Humphrey" – Bewuste reflectie over een
geautomatiseerde taak belemmert de uitvoering ervan (bijv. duizendpoot die
struikelt nadat hij nadenkt over welke voet na de andere komt).

Filosofie en Wetenschap
 Veel filosofen hebben een voorliefde voor onbeantwoordbare vragen en fundamentele
problemen.
 Kritiek: Filosofie boekt geen vooruitgang, enkel nieuwe manieren om oude, onoplosbare
problemen te beschrijven of te begrijpen.
o Weerlegging: Vooruitgang is ook niet altijd evident in de wetenschap (volgens
Thomas Kuhn wisselen wetenschappelijke paradigma's elkaar af zonder echt op
elkaar voort te bouwen).
o Vooruitgang in filosofie: Sinds de moderne tijd zijn er talloze wetenschappen
ontstaan dankzij filosofie (bijv. psychologie).
 Isaac Newton omschreef zichzelf als filosoof met zijn werk "Philosophiae
Naturalis Principia Mathematica".
 Sommige filosofische vragen hebben geleid tot de vorming van nieuwe
wetenschappen. (Mathematica)
o Negatieve vooruitgang: We weten steeds beter wat de verkeerde antwoorden zijn op
fundamentele vragen, zelfs als we de juiste antwoorden nog niet kennen.
 Conclusie: Sommige vragen die we als onbeantwoordbaar beschouwen, kunnen mogelijk wel
een antwoord hebben, en omgekeerd.

Vier Deeldomeinen van Filosofie
Filosofie is een academische discipline die vier deeldomeinen omvat: metafysica, logica,
epistemologie, en ethiek. Maar deze deeldomeinen verschuiven het probleem soms: “Wat is
metafysica/logica…?”
Deeldomein 1: Metafysica
 Onderzoek: Bestudeert de aard en structuur van de wereld. (< Griekse oudheid)
 Vragen: Wat betekent het om te bestaan? Op welke basis kunnen we zeggen dat iets
bestaat? Bestaat alleen materie, of ook niet-materiële zaken?
 Voorbeelden:
o Bestaat tijd?
o Bestaat vrije wil?
o Bestaan natuurwetten?
o Bestaan getallen, en zo ja, hoe bestaan ze?
o Wat is de verhouding tussen lichaam en geest? Bestaat de geest?


2

,Deeldomein 2: Logica
 Onderzoek: Verklaart wat het betekent om deugdelijk/geldig te redeneren en argumenteren.
 Weerlegging van drogredenen:
o Slippery Slope: Als we A doen, zal B volgen en B is ongewenst, dus mogen we A niet
doen.
o Post hoc, ergo propter hoc: Als iets na iets anders gebeurt, is het veroorzaakt door
wat voorafging.  Voorbeeld van niet geldige redenering
o Affirming the Consequent: (P → Q, Q → P).
Deeldomein 3: Epistemologie (Kennisleer)
 Onderzoek: Buigt zich over de aard, structuur, en mogelijkheid van kennis.
 Vragen: Wat kunnen we weten? Hoe verwerven we kennis? Wat is zekere kennis? Wat
betekent het om overtuigd te zijn van iets?
 Voorbeeld: Epistemologisch gedachte-experiment “brain in a vat”.
Deeldomein 4: Ethiek (Moraalfilosofie)
 Onderzoek: Studie van principes betreffende goed en kwaad.
 Normatief Universum: Rechten, plichten, aanbevelingen, geboden, en verboden.
o Voorbeelden van niet-morele kwesties:
 Witte of rode wijn bij een visgerecht? (esthetische kwestie).
 Asbest laten verwijderen door een gespecialiseerde firma? (praktische of
juridische kwestie).
 Impact van klimaatverandering op toekomstige generaties? (ethische
kwestie).
 Trolley Probleem: Filosofisch gedachte-experiment over morele dilemma's.
Bv; 1 iemand of groep op het treinspoor, dikke man van brug duwen om de rest te redden
o Psychologen: In scenario 1 is het de plicht om 5 levens te redden, in scenario 2 is het
moreel verboden de man te duwen.
o Filosofen: Denken na over hoe mensen zouden moeten oordelen over dergelijke
dilemma's.
 Typische ethische thema's: Wat betekent het om het goede te doen of een goed persoon te
zijn? Wat is een goed leven?

Metafysica, Logica, Epistemologie, Ethiek: De vier hoofddeeldomeinen
van filosofie.
Specifieke Takken
1. Politieke Filosofie
o Onderdeel van: Ethiek.
2. Wetenschapsfilosofie
o Onderdeel van: Hoofdzakelijk epistemologie, maar omvat ook metafysische en
ethische aspecten.

Twee Deeldomeinen van Wetenschapsfilosofie
1. Algemene Wetenschapsfilosofie
o Onderzoek: Fundamentele filosofische kwesties gerelateerd aan wetenschap.




3

, o Vragen: Wat onderscheidt wetenschappelijke van niet-wetenschappelijke kennis?
Hoe onderscheiden we wetenschap van pseudowetenschap? Wat verklaart de
wetenschap en hoe?
2. Toegepaste Wetenschapsfilosofie
o Onderzoek: Filosofische vragen met betrekking tot specifieke wetenschappen zoals
biologie, klimaatwetenschappen of gentechnologie.
o Opmerking: Algemene wetenschapsfilosofen hebben een intrinsieke interesse in
wetenschap, terwijl toegepaste wetenschapsfilosofen kijken of onderzoeksresultaten
van een specifieke wetenschap filosofische problemen buiten die wetenschap
kunnen verhelderen.
Zeer Korte Geschiedenis van de Westerse Filosofie
Definitie en Evolutie
 Definitie (d.m.v. geschiedenis): Filosofie houdt zich bezig met wat zij zich altijd al heeft afgevraagd.
 Probleem: Deze definitie is gebaseerd op een drogreden (begging the question).
 Ontwikkeling: Filosofie werd voortdurend uitgedaagd door mythologie (antieke oudheid),
theologie (middeleeuwen), en wetenschappen (moderne tijd).

Oorsprong in het Oude Griekenland
 6de Eeuw v.Chr.: Westere filosofie ontstond in oude Griekland, samen met een bredere
maatschappelijke revolutie.
o Kenmerken:
 Stadstaten met eigen rechtspraak.
 Gelijke wetten door publieke debatten.
 Relativiteit door contact met vreemde culturen.
 Eerste Filosofen: Thales, Anaximander, Anaximenes (Milete).
o Thales: Alles bestond uit water & aarde dreef op kosmische zeeën
o Anaximander: Ongedefinieerde substantie, aarde als een ton.
o Anaximenes: Lucht als oorsprong van alles & aarde zweefde op luchtstromen

Piek van de Antieke Filosofie
 Plato en Aristoteles: debat over rol van zintuigen in opbouwen van kennis
o Plato: Zintuiglijke wereld is te veranderlijk voor echte kennis; naast deze wereld
bestaat een perfecte wereld.
o Aristoteles: Alles wat we nodig hebben om de natuur te beschrijven, is aanwezig in
de natuur zelf.
 Homines Universales: Behandelden diverse thema’s zoals vriendschap, liefde, het goede,
God, reïncarnatie, rechtvaardigheid, meteorologie.

Middeleeuwen: Filosofie en Christendom
 Kenmerken:
o Filosofie en christelijk geloof verbonden.
o Filosofie trachtte de kloof tussen theologie en filosofie te verzachten.
o Tactieken:
1. Veel geloofsovertuigingen kunnen met verstand bewezen worden.
2. Geloofsovertuigingen kunnen vertrekpunt zijn van verder filosofisch onderzoek.

Moderne Tijd: Wetenschappelijke Revolutie
 René Descartes en Isaac Newton: Werkten aan zowel wetenschap als filosofie.


4

Inhoudsopgave

  1. 01 Eigen intuïtie (verschillende betekenissen) 1
  2. 02 Conceptuele Analyse 1
  3. 03 Gedachte-experiment 1
  4. 04 Filosofische Vragen 2
  5. 05 Filosofie en Wetenschap 2
    1. Vier Deeldomeinen van Filosofie 2
  6. 06 Deeldomein 1: Metafysica 2
  7. 07 Deeldomein 2: Logica 3
  8. 08 Deeldomein 3: Epistemologie (Kennisleer) 3
  9. 09 Deeldomein 4: Ethiek (Moraalfilosofie) 3
  10. 10 Metafysica, Logica, Epistemologie, Ethiek: De vier hoofddeeldomeinen van filosofie. 3
    1. Zeer Korte Geschiedenis van de Westerse Filosofie 4
  11. 11 Definitie en Evolutie 4
  12. 12 Oorsprong in het Oude Griekenland 4
  13. 13 Piek van de Antieke Filosofie 4
  14. 14 Middeleeuwen: Filosofie en Christendom 4
  15. 15 Moderne Tijd: Wetenschappelijke Revolutie 4
    1. Waarom Filosofie? 5
  16. 16 Filosofie als Scheldwoord 5
  17. 17 Nutteloos ≠ Zinloos 5
  18. 18 Nuttigheidsvragen 5
  19. 19 Filosofie's Waarde 5
  20. 20 Oorsprong 6
  21. 21 Voorbeeld: Puntige Rots 6
  22. 22 Teleologie 6
  23. 23 Wetenschappelijke Revolutie 6
    1. Mechanisering van het Wereldbeeld 6
  24. 24 Aristoteles (4e eeuw v.C.) 6
  25. 25 Antieke en Middeleeuwse Filosofie 6
  26. 26 Wetenschappelijke Revolutie 6
  27. 27 Probleem van Doelgerichtheid 7
    1. Kant en de Teleologie 7
  28. 28 1. Immanuel Kant en Teleologie 7
  29. 29 2. Inwendige vs. Uitwendige Natuurlijke Doelen 7
  30. 30 3. De Antinomie van het Oordeel 7
  31. 31 4. Drie Typen Inwendige Natuurlijke Doelen 7
  32. 32 5. Kant’s Teleologische Denken 8
    1. Darwin en het Darwinisme: 8
  33. 33 Twee Hoofdideeën van Darwin 8
  34. 34 Voorbeelden van Adaptaties: selectie leidt tot adaptie!! 8
  35. 35 Verschillende Types van Selectie: 9
  36. 36 Niveaus van Selectie: 9
    1. Domheid en Doelgerichtheid 9
  37. 37 Oorsprong van Doelgerichtheid: Filosofische Onenigheid 9
  38. 38 William Paley’s Argument van Ontwerp 9
  39. 39 Kritiek op Paley’s Argument 9
  40. 40 Darwin's Alternatief 10
  41. 41 Natuurlijke Selectie als Blind Proces 10
    1. Functies en Normen in de Natuur 10
  42. 42 Functies in Levenswetenschappen: 10
  43. 43 Functies en Normen: 10
  44. 44 Soorten Functies: 10
  45. 45 Biologische Norm: 10
  46. 46 Darwinistische Bepaling van Functies: 10
  47. 47 Problemen met de Darwinistische Bepaling van Functies: 11
  48. 48 Conclusie: 11
  49. 49 Moderne Debat: 12
    1. Fysisch spul en geestspul: Descartes’ dualisme 12
  50. 50 Descartes’ Schaduw 12
  51. 51 Filosofische Vragen over de Mens 12
  52. 52 Descartes' Benadering in "Discours de la méthode" 12
    1. Dualisme na Descartes 13
  53. 53 Probleem met Descartes' Substantiedualisme: 13
  54. 54 Materiële Geest: 13
  55. 55 Jaworski & Dennet “Hoe kan ons gedacht ons lichaam sturen als ze tot verschillende substantie behoren? 13
  56. 56 Oplossing: Eigenschapsdualisme 14
  57. 57 Het Probleem van Andere Geesten: 14
  58. 58 Qualia: 14
  59. 59 Discussie over Qualia: 14
    1. De Mens is een Machine 14
  60. 60 Franse geneesheer en filosoof Julien Offray de La Mettrie 14
  61. 61 Het Materialisme: 14
  62. 62 Probleemstelling: 15
    1. Van Materialisme naar Fysicalisme 15
  63. 63 La Mettrie (1747): 15
  64. 64 Ontwikkelingen in de jaren 1950: 15
  65. 65 Hedendaags fysicalisme: 15
  66. 66 Huidige succes van reductionistisch fysicalisme: 15
  67. 67 Argumenten in hun voordeel: 15
  68. 68 Argumenten Tegen Fysicalisme 16
  69. 69 Conclusie 17
  70. 70 Besluit 17
    1. Wat is de zin van het leven? 18
  71. 71 Griekse Visie: pre-moderene wijsbegeerte 18
  72. 72 Moderne Wijsbegeerte: 18e eeuw (zin vinden vs zin geven) 18
    1. Oplossingen voor de dood: de zin van de dood 18
  73. 73 Antieke Griekse Filosofie over de Dood: 18
    1. Lijden is (G)EEN pretje: de zin van het lijden 19
    2. Waarom het soms goed is om je slecht te voelen 20
  74. 74 Darwin 20
  75. 75 Sigmund Freud 20
  76. 76 Lucebert 20
  77. 77 Conclusie 20
    1. Is de dood een kwaad? 20
  78. 78 Lijden en de dood 20
  79. 79 Waarom is de dood onwenselijk? 21
  80. 80 Redenen waarom de dood vreselijk is 21
  81. 81 Waarom niet-bestaan een kwaad is voor de levenden 21
  82. 82 Leven en de dood 21
    1. Is onsterfelijkheid wenselijk? 21
  83. 83 Deprivatie-oplossing 21
  84. 84 Argumenten tegen onsterfelijkheid 21
  85. 85 Tegenargumenten tegen onsterfelijkheid 22
  86. 86 Conclusie 22
    1. Wat is wetenschap? 23
  87. 87 Demarcatieprobleem 23
  88. 88 Voorbeelden van pseudowetenschappen versus echte wetenschappen 23
  89. 89 Centrale vraag 23
  90. 90 Belangrijke domeinen waar dit onderscheid van groot belang is: 23
    1. Drie problematische oplossingen 23
  91. 91 1. Pseudowetenschappelijke theorieën zijn onjuist 23
  92. 92 2. Pseudowetenschap is niet gebaseerd op observatie 24
  93. 93 3. Pseudowetenschappelijke uitspraken laten zich niet verifiëren 24
    1. Karl Popper: Zoeken naar weerlegging 24
  94. 94 Deelname aan Wiener Kreis 24
  95. 95 Kritiek op psychoanalyse 24
  96. 96 Kritiek op marxisme 24
  97. 97 Bewondering voor Einstein 24
  98. 98 Falsifieerbaarheid als demarcatiecriterium 25
  99. 99 Popper's aanpak van wetenschap 25
  100. 100 Evolutie van wetenschappelijke kennis 25
  101. 101 Grootste problemen met Poppers criterium 25
    1. Legitieme uitwegen na falsificatie 25
  102. 102 Gevolgen 25
  103. 103 Andere problemen met Poppers criterium 25
    1. Thomas Kuhn: Paradigma's en Revoluties 26
  104. 104 Achtergrond: 26
  105. 105 Kuhn vs. Popper: 26
  106. 106 Normale Wetenschap vs. Revoluties: 26
  107. 107 Paradigma: 26
  108. 108 Verschillen met Popper: 26
    1. Kuhn's Concept van Paradigma's en Revoluties 27
  109. 109 Paradigma's: 27
  110. 110 Revoluties: 27
  111. 111 Kuhn's Relativisme: 27
  112. 112 Demarcatieprobleem: 27
  113. 113 Conclusie: 28
    1. Wetenschappen als Bronnen van Betrouwbare Kenniscon 29
  114. 114 Betrouwbare kennis kan ook zonder wetenschappen, door: 29
  115. 115 Filosofie volgens Clark Glymour 29
    1. Wetenschappen en Hun Methoden 29
  116. 116 Verandering in Wetenschapsbenadering 29
  117. 117 Filosofie en Wetenschap 29
  118. 118 Diepe Verschillen en Kritiek 30
  119. 119 Doel van Wetenschapsfilosofie 30
  120. 120 Succes van de Wetenschap 30
  121. 121 No Miracles Argument (Hilary Putnam) 30
  122. 122 Antirealisten en Sceptici 30
    1. Hume en Popper: Zoeken naar Oorzaken 30
  123. 123 Belangrijk Doel van Wetenschap: Oorzaken Ontdekken 31
  124. 124 Popper's Kijk op Inductie 31
    1. Over Theoretische Observaties en Geloof in Theorie 31
  125. 125 Verificatie en Falsificatie 31
  126. 126 Thomas Kuhn: Theoriegelaagde Observatie 32
  127. 127 Conclusie: Theoriegeladenheid van Observaties 32
  128. 128 Onderdeterminering van Theorieën door Observaties 32
  129. 129 Filosofisch Probleem: Feilbaarheid van Inductie 32
  130. 130 Relativering van Relativiteit 32
  131. 131 Scepticisme over Inductie en Wetenschappelijk Realisme 32
    1. Succes in de Biomedische Wetenschappen 33
  132. 132 Filosofische Nadruk en Wetenschappelijk Realisme 33
  133. 133 Specifieke Succesfactoren in de Wetenschap 33
  134. 134 Gezondheidswetenschappen: Theoretische Verschuivingen 33
  135. 135 Praktische Aanpak in Gezondheidswetenschappen 33
  136. 136 Mechanistische Verklaringen 33
  137. 137 Toepassing van Mechanistische Verklaringen 34
    1. Toeval Gebruiken om Toeval uit te Schakelen in de Gezondheidswetenschappen 34
  138. 138 1. Humes Scepsis over Oorzakelijkheid 34
  139. 139 2. Tegenfeitelijke Causaliteit 34
  140. 140 3. Gerandomiseerde Gecontroleerde Experimenten (RCT's) 34
  141. 141 4. Causale Verklaringen in de Gezondheidswetenschappen 35
  142. 142 5. Conclusie: Filosofie en Wetenschap 35
    1. Conceptuele Analyse: 36
  143. 143 1. Wat is Conceptuele Analyse? 36
  144. 144 2. Hoe Werkt Conceptuele Analyse? 36
  145. 145 3. Problemen en Uitdagingen 36
  146. 146 4. Belang en Beperkingen 36
    1. Drie Voorstellen voor "Wat is Ziekte?" 36
  147. 147 1. In de Niet-levende Natuur: 36
  148. 148 2. In de Levende Natuur: 36
  149. 149 3. Intuïtieve Definitie van Ziekte: 36
  150. 150 4 Verschillende Standpunten: 37
    1. NORMATIVISME 37
  151. 151 Basisprincipes: 37
  152. 152 Voorbeelden uit de Psychiatrie: 37
  153. 153 Standpunten van Normativisten: 37
  154. 154 Voorbeelden van Biologische en Sociale Normen: 37
  155. 155 Grote Problemen voor Normativisme: 37
  156. 156 Gesofisticeerd Normativisme: 38
    1. NATURALISME 38
  157. 157 Problemen met het Naturalisme: 38
  158. 158 Evolutionair Naturalisme 38
  159. 159 Christopher Boorse: 38
  160. 160 Hybridisme: 39
    1. HYBRIDE OPVATTING 39
  161. 161 Kernideeën: 39
  162. 162 Probleemgebieden: 39
  163. 163 Mechanismen en Functies: 39
  164. 164 Voorbeeld: Depressie 39
  165. 165 Beperkingen van Wakefield's Analyse: 39
    1. ALTERNATIEVEN VOOR CONCEPTUELE ANALYSE 40
  166. 166 Pluralisme 40
  167. 167 Kritiek op Pluralisme 40
  168. 168 Prototype Resemblance Analysis 40
  169. 169 Wittgenstein's Voorbeeld van Spelen 40
  170. 170 Toepassing op Ziekte 41
    1. ELIMINATIVISME: EEN RADICAAL ALTERNATIEF 41
  171. 171 Kernidee 41
  172. 172 Standpunten 41
  173. 173 Deflationisme 41
  174. 174 Praktische Benadering 41
  175. 175 Argumentatie 42
  176. 176 Germund Hesslow (1993): Drie Sferen 42
  177. 177 Moeten we eliminativisten volgen? 42
  178. 178 BESLUIT 42
    1. Spectaculaire Stijging van de Levensverwachting in Westerse Landen 43
  179. 179 Oorzaken van de Stijging 43
  180. 180 Kritiek op de Medische Wetenschap 43
  181. 181 Medicaliseren en Pathologiseren 43
  182. 182 Twee Opsplitsingen van het Probleem 43
    1. Medicaliseren en Pathologiseren 43
  183. 183 Definitie en Oorsprong 43
  184. 184 Ivan Illich's Kritiek 43
  185. 185 Voorbeelden van Medicalisering 44
  186. 186 Kritiek op Medicalisering: Disease Mongering 44
  187. 187 Positieve Aspecten van Medicalisering 44
  188. 188 Pathologiseren versus Medicaliseren 44
    1. Pathologiseren: Oorzaken en Gevolgen 44
  189. 189 Twee Vormen van Pathologisering 44
  190. 190 Oorzaken van Medicalisering en Pathologisering 45
  191. 191 Gevolgen van Pathologisering 45
    1. Gevolgen van Medicalisering (als Pathologisering) 45
  192. 192 Nuttige en Schadelijke Gevolgen 45
  193. 193 Wenselijkheid van Pathologisering 45
  194. 194 Wenselijke Effecten Betekenen Niet Dat Medicalisering Terecht Is 46
  195. 195 Voorbeeld: Homoseksualiteit 46
  196. 196 Onwenselijkheid van Pathologisering 46
  197. 197 Stigmatisering: Drie Componenten 46
    1. De Pathologisering van Zwaarlijvigheid 47
  198. 198 Discussie: Feiten en Voor- en Nadelen van Medicalisering 47
  199. 199 Definitie en Prevalentie 47
  200. 200 Geschiedenis van Obesitas als Ziekte 47
  201. 201 WHO's Standpunt 47
  202. 202 Argumenten van Fat Studies tegen Pathologisering 47
  203. 203 Zwaarlijvigheid en Ziektecriteria 47
    1. Psychosociale Impact van Pathologisering van Zwaarlijvigheid 47
  204. 204 Zwaarlijvigheid en Psychosociaal Welzijn 47
  205. 205 Voor- en Nadelen van Medicalisering van Zwaarlijvigheid 48
  206. 206 Effecten van Pathologisering versus Gezondheidsrisico 48
  207. 207 Deculpabilisatie en Verantwoordelijkheid 48
    1. Van Zwaarlijvigheid tot Obesitas: Een Genealogie 49
  208. 208 Hoe komt het dat zwaarlijvigheid door veel wetenschappelijke experts en gewone mensen toch als ziekte wordt beschouwd? 49
  209. 209 Actoren en Hun Rollen: 49
  210. 210 Genealogische Blik van FS-aanhangers: 49
  211. 211 Besluit 49
    1. Inleiding: Wat is Verbetering? 50
  212. 212 David Sinclair - "Why We Age and Why We Don’t Have To" 50
  213. 213 Verbeteren als Medicaliseren 50
  214. 214 Doelen van de Klassieke Geneeskunde 50
  215. 215 Verbetering 50
  216. 216 Methoden van Verbetering 51
    1. Verschillende Domeinen van Verbetering 51
  217. 217 Verbetering van het Lichaam 51
  218. 218 Verbetering van de Geest 51
  219. 219 Verbetering van de Moraliteit 51
  220. 220 Onduidelijkheid over Verbetering 51
  221. 221 Is (Medische) Verbetering Immoreel? 52
    1. Algemeen Gedeelde Opvattingen (Anti-Verbetering) 52
  222. 222 Positieve Opvattingen 52
  223. 223 Negatieve Opvattingen 52
  224. 224 Algemene Meningen 52
    1. Verklaringen Waarom Verbetering Immoreel Zou Zijn 52
  225. 225 1. Onnatuurlijkheid 52
  226. 226 2. Ongelijkheid 53
  227. 227 3. Verspilling en Wapenwedloop 53
    1. Conceptuele Moeilijkheden 53
    2. De Mens als Verbeteraar 53
    3. Inleiding 54
  228. 228 Beschrijvend Voorbeeld 54
  229. 229 Voorbeelden van Handicaps 54
  230. 230 Ableïsme/Validisme 54
  231. 231 Versies van Validisme 54
  232. 232 Illustraties van Subtiele Attitudes 54
    1. Is een handicap gewoon een variant? 55
  233. 233 Activisten en Critici van Validisme 55
  234. 234 Medische Blik 55
  235. 235 Sociaal Geconstrueerd 55
  236. 236 Soorten Groepen 55
    1. Handicap als Sociale Soort 55
  237. 237 Natuurlijk Verschil en Hiërarchie 55
  238. 238 Niet Minder, Maar Anders 56
  239. 239 Levenskwaliteit van Gehandicapten 56
  240. 240 Tegenargumenten 1: Sour Grapes Experiment: 56
  241. 241 Tegenargument 2: 'Ze Missen Iets' Argument: 56
  242. 242 Tegenargument 3: 'Indien handicap niet minder is, dan mag je iemand gehandicapt maken.' 56
  243. 243 Tegenargument 4: Parfit's Standpunt 56
  244. 244 Tegenargument 5: Maatschappelijke Kosten van Inclusie 56

Documentinformatie

Geüpload op
20 juni 2025
Aantal pagina's
57
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting
€10,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Blokker
3,3
(3)
Verkocht
59
Volgers
2
Items
21
Laatst verkocht
2 weken geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen