THEORETISCHE KADERS
1 RECHT OP PRIVACY EN GEHEIMHOUDING
1.1 DISCRETIEPLICHT
DISCRETIEPLICHT = het bespreken van relevante zaken met collega’s die belangrijk
zijn om te weten, maar dit blijft binnen de organisatie. Buiten de organisatie mag deze
informatie niet gedeeld worden!
- Je bent verplicht om geen vertrouwelijke gegevens vrij te geven aan
mensen buiten de organisatie
- Informatie kan worden gedeeld binnen organisatie (bv. aan leidinggevende)
- Need to know (informatie die binnen de organisatie gedeeld mag worden) vs.
nice to know (informatie die niet gedeeld mag worden)
Alleen de need to know-informatie wordt gedeeld, meer niet.
- Betrokken partijen: jeugdwerkers, leerkrachten, leerlingenbegeleiding,
zorgcoördinator,...
- Bij ambtenaren en in onderwijs wordt dit ‘ambtsgeheim’ genoemd
- Wordt vaak vastgelegd in arbeidsovereenkomsten, deontologische codes,...
- Doel = het beschermen van de organisatie, niet het beschermen van de
cliënten
- Wanneer men in dienst is van een school, geldt de discretieplicht
In andere gevallen spreekt men van beroepsgeheim
1.2 BEROEPSGEHEIM
BEROEPSGEHEIM = alles wat binnen je beroep gezegd wordt, moet je voor jezelf
houden.
- Je bent verplicht om alles wat een cliënt verteld geheim te houden
(vertrouwensrelatie)
- Geldt voor:
Noodzakelijke vertrouwenspersonen
Vertrouwensberoepen
- CLB-medewerkers -> hebben beroepsgeheim
- Wordt strafrechtelijk gesanctioneerd via het strafwetboek
Indien er een overtreding van het beroepsgeheim plaatsvindt, kan dit bestraft
worden (in tegenstelling tot de discretieplicht, waar geen strafmaatregel aan verbonden
is).
- Het delen van vertrouwelijke informatie mag enkel wanneer de cliënt in gevaar
is of wanneer je toestemming hebt van de cliënt
, - Het is wel toegestaan om anoniem een situatie te bespreken, zolang je de
naam van de cliënt niet noemt
ZWIJGEN OF SPREKEN? RECHTEN EN PLICHTEN!
Plicht Recht
Zwijgen Zwijgplicht: Zwijgrecht:
Je moet zwijgen volgens de In specifieke omstandigheden
regels mag je zwijgen
Zowel binnen als buiten
organisatie
Spreke Spreekplicht: Spreekrecht:
n Je moet spreken in specifieke Je mag spreken in bepaalde
gevallen situaties:
Enkel bij schuldig - Rechter of parlementaire
hulpverzuim (= als je niet onderzoekscommissie
spreekt, gaat er iets erg - Aangifterecht
gebeuren) - Noodtoestand
- Toestemming cliënt
BEROEPSGEHEIM -> UITGANGSPUNT = ZWIJGEN:
Plicht tot zwijgen, behalve in uitzonderlijke situaties
Uitzondering: doorbreken beroepsgeheim
Alleen als er gegronde redenen zijn, zoals ernstig gevaar voor:
- Fysieke veiligheid (bv. dreiging van geweld of misbruik)
- Psychologische integriteit (bv. ernstige mentale schade of zelfmoordgevaar)
Belangrijke aandachtspunten:
- Overleg is mogelijk en zelfs aangeraden, maar je blijft zelf
eindverantwoordelijk
- Duidelijk communiceren bij de start van het traject, zodat je hierop kan
terugvallen indien nodig!
Zie oefeningen ppt
Examen: theoretische vraag over discretieplicht en beroepsgeheim
1.3 GENERAL DATA PROTECTION REGULATION (GDPR)
GENERAL DATA PROTECTION REGULATION:
Wat? Europese wetgeving die bepaalt hoe je omgaat met persoonlijke gegevens
Vbn dagelijks leven:
- Sociale media: je gegevens worden opgeslagen en gebruikt voor advertenties
- Medisch dossier: alleen bevoegde personen mogen deze gegevens inzien en
bewaren
- Online bestellingen: webshops verzamelen je naam, adres en betaal gegevens
Impact van GDPR op onze werking als psychologisch consulent:
- Intakegesprekken: gegevens zoals telefoonnummer en adres moeten veilig
bewaard en verwerkt worden
- Aanmaak van dossiers: persoonsgegevens moeten volgens de regels worden
opgeslagen en beschermd
, - Weggooien van dossiers: dit moet zorgvuldig en volgens de GDPR-richtlijnen
gebeuren (bv. vernietigen na een bepaalde periode)
De GDPR beïnvloedt hoe we omgaan met onze cliënten.
2 SOORTEN DIAGNOSTIEK
SOORTEN:
Onderkennen Differentiaal- Verklarende Handelingsgeric
de diagnostiek diagnostiek hte diagnostiek
diagnostiek (HGD)
= = differentiële = etiologische = indicerende
classificerende diagnostiek diagnostiek diagnostiek
diagnostiek
Vraag Wat is er aan Welke Wat is de oorzaak Hoe kunnen we dit
de hand? verschillende van het kind of deze
Welke problematieken probleem? jongere het best
problematiek? kunnen bij deze begeleiden?
symptomen
horen?
Doel Vaststellen of Uitsluiten of Begrijpen waarom Concrete adviezen
een bepaalde bevestigen van een bepaalde en begeleiding
diagnose past mogelijke problematiek bieden
bij de diagnoses die ontstaat
symptomen lijken op elkaar
Metho Screening Screening Genetisch Voldoende en
de Diagnostisc Voldoende onderzoek relevante
h breed Neurobiologis informatie
onderzoek diagnostisch ch onderzoek verzamelen
onderzoek Neuro- Ondersteuning
-> psychologisch , begeleiding,
Differentiaal- onderzoek behandeling
onderzoek valt (Contextanaly bepalen
hieronder. se) Concreet
advies geven
(rekening
houdend met
de fasen van
HGD)
Onderscheid onderkennend en verklarend:
- Onderkennend -> labelen volgens DSM (bv. ADHD, ASS)
- Verklarend -> achterhalen van de oorzaak (bv. genetische aanleg,
omgevingsfactoren)
Zie voorbeelden ppt
Examen: casus waarin ouders een hulpvraag stellen -> Van welk soort diagnostiek is hier
sprake? Waarom?
Hulpvraag die we krijgen van ouders, bepaalt het traject met het
kind!
3 DIAGNOSTISCHE CLASSIFICATIESYSTEMEN
1 RECHT OP PRIVACY EN GEHEIMHOUDING
1.1 DISCRETIEPLICHT
DISCRETIEPLICHT = het bespreken van relevante zaken met collega’s die belangrijk
zijn om te weten, maar dit blijft binnen de organisatie. Buiten de organisatie mag deze
informatie niet gedeeld worden!
- Je bent verplicht om geen vertrouwelijke gegevens vrij te geven aan
mensen buiten de organisatie
- Informatie kan worden gedeeld binnen organisatie (bv. aan leidinggevende)
- Need to know (informatie die binnen de organisatie gedeeld mag worden) vs.
nice to know (informatie die niet gedeeld mag worden)
Alleen de need to know-informatie wordt gedeeld, meer niet.
- Betrokken partijen: jeugdwerkers, leerkrachten, leerlingenbegeleiding,
zorgcoördinator,...
- Bij ambtenaren en in onderwijs wordt dit ‘ambtsgeheim’ genoemd
- Wordt vaak vastgelegd in arbeidsovereenkomsten, deontologische codes,...
- Doel = het beschermen van de organisatie, niet het beschermen van de
cliënten
- Wanneer men in dienst is van een school, geldt de discretieplicht
In andere gevallen spreekt men van beroepsgeheim
1.2 BEROEPSGEHEIM
BEROEPSGEHEIM = alles wat binnen je beroep gezegd wordt, moet je voor jezelf
houden.
- Je bent verplicht om alles wat een cliënt verteld geheim te houden
(vertrouwensrelatie)
- Geldt voor:
Noodzakelijke vertrouwenspersonen
Vertrouwensberoepen
- CLB-medewerkers -> hebben beroepsgeheim
- Wordt strafrechtelijk gesanctioneerd via het strafwetboek
Indien er een overtreding van het beroepsgeheim plaatsvindt, kan dit bestraft
worden (in tegenstelling tot de discretieplicht, waar geen strafmaatregel aan verbonden
is).
- Het delen van vertrouwelijke informatie mag enkel wanneer de cliënt in gevaar
is of wanneer je toestemming hebt van de cliënt
, - Het is wel toegestaan om anoniem een situatie te bespreken, zolang je de
naam van de cliënt niet noemt
ZWIJGEN OF SPREKEN? RECHTEN EN PLICHTEN!
Plicht Recht
Zwijgen Zwijgplicht: Zwijgrecht:
Je moet zwijgen volgens de In specifieke omstandigheden
regels mag je zwijgen
Zowel binnen als buiten
organisatie
Spreke Spreekplicht: Spreekrecht:
n Je moet spreken in specifieke Je mag spreken in bepaalde
gevallen situaties:
Enkel bij schuldig - Rechter of parlementaire
hulpverzuim (= als je niet onderzoekscommissie
spreekt, gaat er iets erg - Aangifterecht
gebeuren) - Noodtoestand
- Toestemming cliënt
BEROEPSGEHEIM -> UITGANGSPUNT = ZWIJGEN:
Plicht tot zwijgen, behalve in uitzonderlijke situaties
Uitzondering: doorbreken beroepsgeheim
Alleen als er gegronde redenen zijn, zoals ernstig gevaar voor:
- Fysieke veiligheid (bv. dreiging van geweld of misbruik)
- Psychologische integriteit (bv. ernstige mentale schade of zelfmoordgevaar)
Belangrijke aandachtspunten:
- Overleg is mogelijk en zelfs aangeraden, maar je blijft zelf
eindverantwoordelijk
- Duidelijk communiceren bij de start van het traject, zodat je hierop kan
terugvallen indien nodig!
Zie oefeningen ppt
Examen: theoretische vraag over discretieplicht en beroepsgeheim
1.3 GENERAL DATA PROTECTION REGULATION (GDPR)
GENERAL DATA PROTECTION REGULATION:
Wat? Europese wetgeving die bepaalt hoe je omgaat met persoonlijke gegevens
Vbn dagelijks leven:
- Sociale media: je gegevens worden opgeslagen en gebruikt voor advertenties
- Medisch dossier: alleen bevoegde personen mogen deze gegevens inzien en
bewaren
- Online bestellingen: webshops verzamelen je naam, adres en betaal gegevens
Impact van GDPR op onze werking als psychologisch consulent:
- Intakegesprekken: gegevens zoals telefoonnummer en adres moeten veilig
bewaard en verwerkt worden
- Aanmaak van dossiers: persoonsgegevens moeten volgens de regels worden
opgeslagen en beschermd
, - Weggooien van dossiers: dit moet zorgvuldig en volgens de GDPR-richtlijnen
gebeuren (bv. vernietigen na een bepaalde periode)
De GDPR beïnvloedt hoe we omgaan met onze cliënten.
2 SOORTEN DIAGNOSTIEK
SOORTEN:
Onderkennen Differentiaal- Verklarende Handelingsgeric
de diagnostiek diagnostiek hte diagnostiek
diagnostiek (HGD)
= = differentiële = etiologische = indicerende
classificerende diagnostiek diagnostiek diagnostiek
diagnostiek
Vraag Wat is er aan Welke Wat is de oorzaak Hoe kunnen we dit
de hand? verschillende van het kind of deze
Welke problematieken probleem? jongere het best
problematiek? kunnen bij deze begeleiden?
symptomen
horen?
Doel Vaststellen of Uitsluiten of Begrijpen waarom Concrete adviezen
een bepaalde bevestigen van een bepaalde en begeleiding
diagnose past mogelijke problematiek bieden
bij de diagnoses die ontstaat
symptomen lijken op elkaar
Metho Screening Screening Genetisch Voldoende en
de Diagnostisc Voldoende onderzoek relevante
h breed Neurobiologis informatie
onderzoek diagnostisch ch onderzoek verzamelen
onderzoek Neuro- Ondersteuning
-> psychologisch , begeleiding,
Differentiaal- onderzoek behandeling
onderzoek valt (Contextanaly bepalen
hieronder. se) Concreet
advies geven
(rekening
houdend met
de fasen van
HGD)
Onderscheid onderkennend en verklarend:
- Onderkennend -> labelen volgens DSM (bv. ADHD, ASS)
- Verklarend -> achterhalen van de oorzaak (bv. genetische aanleg,
omgevingsfactoren)
Zie voorbeelden ppt
Examen: casus waarin ouders een hulpvraag stellen -> Van welk soort diagnostiek is hier
sprake? Waarom?
Hulpvraag die we krijgen van ouders, bepaalt het traject met het
kind!
3 DIAGNOSTISCHE CLASSIFICATIESYSTEMEN