📘 SAMENVATTING — Hans Broekhuis (2004): “Het voorzetselvoorwerp”
Nederlandse Taalkunde 9 (2004), nr. 2
🎯 DOEL VAN HET ARTIKEL
Broekhuis onderzoekt:
1. Wat is een voorzetselvoorwerp (VZV)?
2. Hoe verschilt het van adverbiale en predicatieve PPs?
3. Welke typen VZV-werkwoorden bestaan er?
4. Hoe helpt ergativiteit bij het achterhalen van de argumentstructuur?
5. Welke uitzonderingen en complexe gevallen zijn er?
🧩 1. WAT IS EEN VOORZETSELVOORWERP?
VZV = een voorzetselgroep (PP) die:
- Lexicaal geëist wordt door het werkwoord
- Niet vrij combineerbaar is qua voorzetsel
- Geen predicaat of adjunct is
- Een syntactisch argument vormt
📌 Syntactische tests om VZV te herkennen:
| Test | Uitleg
| VZV-gedrag |
|-------------------------------|--------------------------------------------------
------|----------------------|
| Voornaamwoordelijk bijwoord | *wachten op iets → daarop*
| ✅ toegestaan |
| Gewoon bijwoord | *wachten daar*
| ❌ ongrammaticaal |
| R-extractie | *Waar wacht Jan op?*
| ✅ toegestaan |
| Zinsvolgorde (V-final) | VZV staat dichter bij ww dan adjunct
| ✅ |
| Pseudo-clefting | *Waarop Jan wacht is X*
| ✅ toegestaan |
| En-doet-dat-test | Alleen adjuncten slagen hierin
| ❌ niet toegestaan |
🧠 2. TYPOLOGIE VAN VZV-WERKWOORDEN
| Type | Argumentstructuur | Subject | Voorbeeld
|
|--------------------|----------------------|----------------|---------------------
---------------------|
| A: Transitief | NP + PP | Extern | *Jan dwingt Marie
tot stilte* |
| B: Intransitief | PP | Extern | *Jan wacht op Marie*
|
| C1: Onaccusatief I | PP | Intern | *Jan is over die
opmerking gevallen* |
| C2: Onaccusatief II| PP | (Intern?) | *De kamer ruikt naar
zeep* |
🧪 Ergativiteitstests
| Test | Intern argument? | Voorbeeld
|
|-----------------------------|------------------|---------------------------------
--|
Nederlandse Taalkunde 9 (2004), nr. 2
🎯 DOEL VAN HET ARTIKEL
Broekhuis onderzoekt:
1. Wat is een voorzetselvoorwerp (VZV)?
2. Hoe verschilt het van adverbiale en predicatieve PPs?
3. Welke typen VZV-werkwoorden bestaan er?
4. Hoe helpt ergativiteit bij het achterhalen van de argumentstructuur?
5. Welke uitzonderingen en complexe gevallen zijn er?
🧩 1. WAT IS EEN VOORZETSELVOORWERP?
VZV = een voorzetselgroep (PP) die:
- Lexicaal geëist wordt door het werkwoord
- Niet vrij combineerbaar is qua voorzetsel
- Geen predicaat of adjunct is
- Een syntactisch argument vormt
📌 Syntactische tests om VZV te herkennen:
| Test | Uitleg
| VZV-gedrag |
|-------------------------------|--------------------------------------------------
------|----------------------|
| Voornaamwoordelijk bijwoord | *wachten op iets → daarop*
| ✅ toegestaan |
| Gewoon bijwoord | *wachten daar*
| ❌ ongrammaticaal |
| R-extractie | *Waar wacht Jan op?*
| ✅ toegestaan |
| Zinsvolgorde (V-final) | VZV staat dichter bij ww dan adjunct
| ✅ |
| Pseudo-clefting | *Waarop Jan wacht is X*
| ✅ toegestaan |
| En-doet-dat-test | Alleen adjuncten slagen hierin
| ❌ niet toegestaan |
🧠 2. TYPOLOGIE VAN VZV-WERKWOORDEN
| Type | Argumentstructuur | Subject | Voorbeeld
|
|--------------------|----------------------|----------------|---------------------
---------------------|
| A: Transitief | NP + PP | Extern | *Jan dwingt Marie
tot stilte* |
| B: Intransitief | PP | Extern | *Jan wacht op Marie*
|
| C1: Onaccusatief I | PP | Intern | *Jan is over die
opmerking gevallen* |
| C2: Onaccusatief II| PP | (Intern?) | *De kamer ruikt naar
zeep* |
🧪 Ergativiteitstests
| Test | Intern argument? | Voorbeeld
|
|-----------------------------|------------------|---------------------------------
--|