Hoofdstuk 15: Verdeling en herverdeling
15.1. Verdeling
15.1.1. Van primaire inkomen tot individuele welvaart
Verdeling van inkomen
• Het primaire inkomen komt op stand op de factormarkten: arbeids- en
kapitaalmarkt
o Inkomen uit arbeid: voornaamste bron voor meeste mensen van inkomst
o Ook kleinere groep mensen die aanzienlijk inkomen krijgen uit vermogen
(kapitaal)
− Huur
− Divident
− Coupons (coupon interesten
, − Rendement (bv: interest (aka extra dingetjes))
• Arbeidsinkomen = inkomen uit arbeid = uurloon. Uren arbeid
o Kan al ongelijkheid krijgen
− Bv: voltijds werkend en halftijds werken (vinden we gerechtvaardigde
ongelijkheid)
− Die rechtvaardigheid van ongelijkheid vergaat wanneer die persoon die halftijds
werkt wel voltijds fysiek kan werken
o Wat weggaat van dit inkomen
− Bijdrage sociale zekerheid: je sociale zekerheid wordt afgenomen van brutoloon,
bovenop brutoloon heb je ook nog je werkgever die iet gaat betalen aan de
sociale zekerheid
o Ook zaken die bijkomen
− Geen loon uit arbeid meer, omdat het vervangen is uit pensioen
− Of je werkt niet, maar je krijgt ziekteuitkering
− Of je werkt wel, maar je hebt kinderen, dus krijg je kinderbijslag
→ De dingen die worden opgeteld/afgetrokken van je inkomen zijn de transfers
• Belastbare inkomen = alles wat je na de transfers + arbeidsinkomen overhoudt
o Overheid gaat die inkomen progressief belasten
− Hoe hoger je inkomen is, hoe hoger je percentage is van inkomen dat je moet
betalen
• Beschikbaar inkomen = belangrijk; wat gezinnen hebben om te besteden aan
goederen en diensten
o Hier kunnen we een welvaarts interpretatie doen
o Die bestedingen zullen uiteindelijk bepalen hoe welvarend een gezin/individu is
− Als gezinnen een laag inkomen hebben, zullen ze het volledig besteden
− Als ze een hoog inkomen hebben, dan zal niet alles volledig besteed worden en
doen ze aan sparen
- Dat sparen zal ons vermogen doen toenemen
, o Component inkomen uit vermogen zal dan stijgen; gezinnen die goed kunnen sparen
gaan een effect krijgen die in theorie zeer sterk en groot kunnen worden
• Indirecte belastingen
o Accijnsen
o Worden betaald terwijl we goederen en diensten kopen, via de bedrijven zelf
• Directe belastingen
o Belastingen die je rechtstreeks aan de overheid moet betalen
− Als de overheid beslist btw te verlagen, kunnen we meer besteden
− Dan heeft overheid wel minder inkomsten
− Overheid betaald hier uitkeringen mee uit en veel publieke goederen
→ Er zijn bv landen waarbij je een heel kleine belasting moet betalen maar onderwijs heel
duur is
→ Je moet dus als je welvaart gaat interpreteren ook rekening houden met de publieke
goederen die verschaft worden door overheid en die betaald worden met
belastingsontvangsten
• Drijver van ongelijkheid
o Ongelijkheid door het feit dat enerzijds mensen minder werken dan anderen
o Ongelijkheid tussen hogescholen en lage scholen ligt de loon lager. Je moet ook
kijken naar tendens
o Inkomsten uit vermogen
• Drijver van ongelijkheid op vermogen
o Overheid beslist om minder te herverdelen
o Demografische veranderingen
− Mensen die alleen wonen gaan een hoger inkomen nodig dan iemand die per
twee woont
− Een koppel met 60k euro is welvarender dan een individu met 30k euro
- Je gaat als je alleen woont bv een appartement hebben van 800/maand, als
je samenwoont ga je misschien naar een appartement dat ietsje duurder is,
maar dat zal geen 1600/maand worden
• Van beschikbaar inkomen naar welvaart: meerdere factoren spelen een rol
o Objectieve factoren: gezondheid, leeftijd, gezinsgrootte, ...
o Subjectieve factoren: voorkeuren, ...
− Bv: 2000 euro per maand zal voor elk gezin heel anders zijn
− Objectieve factoren: alleenstaand? Heb je kinderen? Gezondheidsproblemen?
− Subjectieve factoren: graag sober leven? Graag reizen? Veel activiteiten?
→ Gezinsgrootte is hierbij de belangrijkste rol
- Ben je alleen met 2000 euro? Of ben je een koppel met 3 kinderen?
- Alleenstaande zal 5x zo welvarend zijn als het gezin
, • Zeker gezinsgrootte speelt een rol bij omzetting van beschikbaar inkomen naar
welvaart:
o Ruwe oplossing: beschikbaar inkomen per capita
o Meer verfijnde methode: equivalentieschalen die rekening houden met
gezinssamenstelling en het bestaan van schaalvoordelen in het gezin
• Equivalentieschaal: houdt rekening met gezinssamenstelling en schaalvoordelen
o Bijvoorbeeld. OESO-schaal
− Eerste persoon in gezin krijgt waarde 1
− Een tweede persoon die erbij komt krijgt waarde 0,5
- een gezin dat bestaat uit een koppel zal een waarde van 1,5 hebben
- alleenstaande zal welvarender zijn vanaf 1, een koppel welvarender vanaf 1,5
− Een kind wordt geteld als 0,3
• Welvaartsverdeling kan ongelijker worden omdat
o De primaire inkomensverdeling ongelijker wordt:
− Bv: als de lonen voor hooggeschoolden veel meer toenemen dan voor
laaggeschoolden
− Of als de inkomens uit vermogens sterker groeien dan uit arbeid
o De overheid minder herverdeelt:
− Bv: omdat ze de belastingen minder progressief maakt
− Of de uitkeringen in de sociale zekerheid beperkt
o Er demografische veranderingen zijn:
− Bv: meer jongeren die sneller alleen gaan wonen, meer alleenstaanden, meer of
minder tweeverdieners, meer inactieve gepensioneerden
15.1.2. Histogram en decielverdeling
• Personele verdeling (<> functionele verdeling)
• European Survey on Income and Living Conditions (EU-SILC)
• Studie rond inkomen (beschikbaar gezinsinkomen):
o Arbeidsinkomen
o Inkomen uit vermogen
o - Belastingen + uitkeringen
• Gezin: sociologische eenheid individuen die inkomsten en belangrijkste uitgaven delen
• EU-SILC 2019 (inkomens 2018)
Histogram van het maandelijks beschikbare gezinsinkomen in België in 2018
15.1. Verdeling
15.1.1. Van primaire inkomen tot individuele welvaart
Verdeling van inkomen
• Het primaire inkomen komt op stand op de factormarkten: arbeids- en
kapitaalmarkt
o Inkomen uit arbeid: voornaamste bron voor meeste mensen van inkomst
o Ook kleinere groep mensen die aanzienlijk inkomen krijgen uit vermogen
(kapitaal)
− Huur
− Divident
− Coupons (coupon interesten
, − Rendement (bv: interest (aka extra dingetjes))
• Arbeidsinkomen = inkomen uit arbeid = uurloon. Uren arbeid
o Kan al ongelijkheid krijgen
− Bv: voltijds werkend en halftijds werken (vinden we gerechtvaardigde
ongelijkheid)
− Die rechtvaardigheid van ongelijkheid vergaat wanneer die persoon die halftijds
werkt wel voltijds fysiek kan werken
o Wat weggaat van dit inkomen
− Bijdrage sociale zekerheid: je sociale zekerheid wordt afgenomen van brutoloon,
bovenop brutoloon heb je ook nog je werkgever die iet gaat betalen aan de
sociale zekerheid
o Ook zaken die bijkomen
− Geen loon uit arbeid meer, omdat het vervangen is uit pensioen
− Of je werkt niet, maar je krijgt ziekteuitkering
− Of je werkt wel, maar je hebt kinderen, dus krijg je kinderbijslag
→ De dingen die worden opgeteld/afgetrokken van je inkomen zijn de transfers
• Belastbare inkomen = alles wat je na de transfers + arbeidsinkomen overhoudt
o Overheid gaat die inkomen progressief belasten
− Hoe hoger je inkomen is, hoe hoger je percentage is van inkomen dat je moet
betalen
• Beschikbaar inkomen = belangrijk; wat gezinnen hebben om te besteden aan
goederen en diensten
o Hier kunnen we een welvaarts interpretatie doen
o Die bestedingen zullen uiteindelijk bepalen hoe welvarend een gezin/individu is
− Als gezinnen een laag inkomen hebben, zullen ze het volledig besteden
− Als ze een hoog inkomen hebben, dan zal niet alles volledig besteed worden en
doen ze aan sparen
- Dat sparen zal ons vermogen doen toenemen
, o Component inkomen uit vermogen zal dan stijgen; gezinnen die goed kunnen sparen
gaan een effect krijgen die in theorie zeer sterk en groot kunnen worden
• Indirecte belastingen
o Accijnsen
o Worden betaald terwijl we goederen en diensten kopen, via de bedrijven zelf
• Directe belastingen
o Belastingen die je rechtstreeks aan de overheid moet betalen
− Als de overheid beslist btw te verlagen, kunnen we meer besteden
− Dan heeft overheid wel minder inkomsten
− Overheid betaald hier uitkeringen mee uit en veel publieke goederen
→ Er zijn bv landen waarbij je een heel kleine belasting moet betalen maar onderwijs heel
duur is
→ Je moet dus als je welvaart gaat interpreteren ook rekening houden met de publieke
goederen die verschaft worden door overheid en die betaald worden met
belastingsontvangsten
• Drijver van ongelijkheid
o Ongelijkheid door het feit dat enerzijds mensen minder werken dan anderen
o Ongelijkheid tussen hogescholen en lage scholen ligt de loon lager. Je moet ook
kijken naar tendens
o Inkomsten uit vermogen
• Drijver van ongelijkheid op vermogen
o Overheid beslist om minder te herverdelen
o Demografische veranderingen
− Mensen die alleen wonen gaan een hoger inkomen nodig dan iemand die per
twee woont
− Een koppel met 60k euro is welvarender dan een individu met 30k euro
- Je gaat als je alleen woont bv een appartement hebben van 800/maand, als
je samenwoont ga je misschien naar een appartement dat ietsje duurder is,
maar dat zal geen 1600/maand worden
• Van beschikbaar inkomen naar welvaart: meerdere factoren spelen een rol
o Objectieve factoren: gezondheid, leeftijd, gezinsgrootte, ...
o Subjectieve factoren: voorkeuren, ...
− Bv: 2000 euro per maand zal voor elk gezin heel anders zijn
− Objectieve factoren: alleenstaand? Heb je kinderen? Gezondheidsproblemen?
− Subjectieve factoren: graag sober leven? Graag reizen? Veel activiteiten?
→ Gezinsgrootte is hierbij de belangrijkste rol
- Ben je alleen met 2000 euro? Of ben je een koppel met 3 kinderen?
- Alleenstaande zal 5x zo welvarend zijn als het gezin
, • Zeker gezinsgrootte speelt een rol bij omzetting van beschikbaar inkomen naar
welvaart:
o Ruwe oplossing: beschikbaar inkomen per capita
o Meer verfijnde methode: equivalentieschalen die rekening houden met
gezinssamenstelling en het bestaan van schaalvoordelen in het gezin
• Equivalentieschaal: houdt rekening met gezinssamenstelling en schaalvoordelen
o Bijvoorbeeld. OESO-schaal
− Eerste persoon in gezin krijgt waarde 1
− Een tweede persoon die erbij komt krijgt waarde 0,5
- een gezin dat bestaat uit een koppel zal een waarde van 1,5 hebben
- alleenstaande zal welvarender zijn vanaf 1, een koppel welvarender vanaf 1,5
− Een kind wordt geteld als 0,3
• Welvaartsverdeling kan ongelijker worden omdat
o De primaire inkomensverdeling ongelijker wordt:
− Bv: als de lonen voor hooggeschoolden veel meer toenemen dan voor
laaggeschoolden
− Of als de inkomens uit vermogens sterker groeien dan uit arbeid
o De overheid minder herverdeelt:
− Bv: omdat ze de belastingen minder progressief maakt
− Of de uitkeringen in de sociale zekerheid beperkt
o Er demografische veranderingen zijn:
− Bv: meer jongeren die sneller alleen gaan wonen, meer alleenstaanden, meer of
minder tweeverdieners, meer inactieve gepensioneerden
15.1.2. Histogram en decielverdeling
• Personele verdeling (<> functionele verdeling)
• European Survey on Income and Living Conditions (EU-SILC)
• Studie rond inkomen (beschikbaar gezinsinkomen):
o Arbeidsinkomen
o Inkomen uit vermogen
o - Belastingen + uitkeringen
• Gezin: sociologische eenheid individuen die inkomsten en belangrijkste uitgaven delen
• EU-SILC 2019 (inkomens 2018)
Histogram van het maandelijks beschikbare gezinsinkomen in België in 2018