CELBIOLOGIE
INHOUDSTAFEL
• HS 1: Biomembranen p4-11
• HS 2: Membraantransport p12-42
• HS 3: Membraanreceptoren p43-58
• HS 4: Proteïne-targetting & vesiculair transport p59-69
• HS 5: Cytoskelet & cellulaire beweging p70-78
ZIE oefenvragen toledo onder blokje monitoriaat per hoofdstuk! EN de afgedrukte
inhoudstafels per hoofdstuk!!!!
Zelf formule kennen
Aanwezig op formularium
1
,INTRO
Les opgenomen
Doel: inzicht in structuur en werking vd eukaryote cel (beetje verg bio)
Ook wiskundige vraagstukken (beetje biofysica)
Examen: meerkeuze met gis, rekenmachine, op eigen comp in de aula!!
-à zie slides eerste les over comp info
Boek niet nodig om te kopen, alle slides en opnames zijn voldoende. Boek is een
naslagwerk.
Wat in de les komt, moet je kennen!
• Slides
• Oef per hoofdstuk
• Discussieforum -à hier je vraag stellen
• Lesopnames
1/4 de vragen exa rekenvragen – over algemeen goed te doen, geen rocket science à
formularium
2
,Toepassingen in slides
HS 1:
• Slide 25-30 (p5)
• Slide 58 (p9)
HS 2:
• Slide 6-12 (p12)
• Slide 21 (p13)
• Slide 27 (p13)
• Slide 32 (p14)
• Slide 52-57 (p16)
• Slide 142-143 (p25)
• Slide 147-148 (p26)
• Slide 170 (p28)
• Slide 201-202 (p32)
• Slide 216 (p33)
• Slide 276-278 (p40)
HS 3:
• Slide 10 (p44)
HS 4:
• Slide 14 (p60)
• Slide 76 (p68)
HS 5:
• Slide 42 (p76)
• Slide 48 (p77)
3
,Hoofstuk 1: Biomembranen
Prokaryoot: binnen cel geen biomembranen
Eukaryoot: plasmamembraan + intracellulaire biomembranen, compartimenten,
organellen
à de verschillende organellen: (enkel de rode in dit vak besproken)
o Cytoplasma: alles binnen de plasmamembraan, behalve nucleus (alle organellen
binnenin) = cytosol + organellen
o Cytosol: waterige gedeelte van cytoplasma buiten de organellen
o Lumen: waterige gedeelte binnen organellen (vloeistof vd binnenkant)
Manieren met hoge resolutie voor onderscheiding te maken:
Atomic Force Microscopy (AFM)
o Op nanoschaal à fijne punt die bewogen wordt over te bestuderen preparaat
(denk aan biofysica toep p1)
o Hierdoor weet je dat plasmamembraan eig bestaat uit verschillende niveaus met
eilandjes
Elektronenmicroscopie
o e- doorheen preparaat besturen à aankleuren met zware metalen à zorgt
ervoor dat e- worden tegengehouden
o in biomembraan kan geen osmium (zout) geraken door hydrofobe
fosfolipidenlaag
o biomembraan is 3-4 nm (10^-9 m) !!
4
,Fosfolipidenlaag:
Polair: goed oplosbaar in water
Apolair: slecht oplosbaar in water
Het zijn amfipatische moleculen (zowel polair al apolair)
Staartjes zitten tegen elkaar, en hoofdjes wijzen in de richting van water
Sommige membranen soepel en vlak, sommige scherp en harig => beide zijn
biomembranen à kan dus elke vorm aannemen à duidt op de variabiliteit van
biomembranen
Variabilitieit ander vb: schwann cellen zitten meerdere keren gewikkeld rond axon
à dubbele fosfolipidenlaag kan meerdere x rond zichzelf rollen
Exoplasmatische en cytosolische zijden:
Een membraan bestaat uit 2 delen: exoplasmatische + cytosolische zijden
o Niet aan elkaar gelijk!
o Wnr een vesikel wordt afgesplitst blijft de toegewezen zijden altijd behouden
Bij bv mitochondrien (2 membranen) van
buiten naar binnen toe: cyto,exo,exo,cyto
Bij bv golgiapparaat: buiten wijzen cyto,
binnen wijzen exo
Leidt dit af van de tekening
Chemie vd biomembranen: lipiden
3 soorten:
o Fosfoglyceriden & plasmalogenen (1)
o Sfingolipiden (2)
o Sterolen (3) Slide 25-30
- bij structuren van moleculen weten wat voor moleculen is, maar niet vanbuiten kennen
5
, Fosfoglyceriden & plamalogenen (1)
o Opgebouwd uit glycerol
o Triacylglycerol = vet (bv in spek) is super onoplosbaar (geen enkele polaire groep)
o Diacylglycerol in membranen à amfipatisch (polair en apolair) à basis voor
fosfolipiden
Kan een verschillende uitgangs groep hebben
o Plasmalogenen: vanboven ester, vanonder
ether à minder gevoelig bij splitsing van
bepaalde enzymes
Kern = glycerol met vetzuurstaartjes
Sfingolipiden (2)
o Opgebouwd uit sfingosine
Sterolen (3)
o Zijn steroiden
o Cholesterol, OH groep is polair, H is apolair, 4 C ringen en staartje
Groot deel hydrofoob, klein hydrofiel
Heeft meerdere functies ih lichaam, percursor van stoien (= bouwsteen)
Percursor van vitamine D
Beweeglijkheid v lipiden in biomembranen
o Axiale rotatie – draaien rond as
o Laterale diiusie – door elkaar bewegen in zelfde ‘blad’ (mensen in menigte)
o Flip-flop – van ene blad naar andere (hoofd doorheen vloer (duiken))
o Beweging van vetzuurstaarten – kan vanalles doen
Verplaatsing van stoien in een bepaald medium meten à FRAP (laterale diQusie)
Laterale diiusie – in de cel trager
want veel hindering mogelijk
1: fluoricente stof e- hecht aan kopjes
2: proces bleaching (foto die vervaagt door zon) – fluoricente stoien vervagen door laser
op klein deel membraan (= permanent proces, verliezen fluoricentie voor altijd)
3: fluorecentie komt deels terug, fluoricente van buiten die naar binnen diiunderen en
gebleechde die weg gaan
6
INHOUDSTAFEL
• HS 1: Biomembranen p4-11
• HS 2: Membraantransport p12-42
• HS 3: Membraanreceptoren p43-58
• HS 4: Proteïne-targetting & vesiculair transport p59-69
• HS 5: Cytoskelet & cellulaire beweging p70-78
ZIE oefenvragen toledo onder blokje monitoriaat per hoofdstuk! EN de afgedrukte
inhoudstafels per hoofdstuk!!!!
Zelf formule kennen
Aanwezig op formularium
1
,INTRO
Les opgenomen
Doel: inzicht in structuur en werking vd eukaryote cel (beetje verg bio)
Ook wiskundige vraagstukken (beetje biofysica)
Examen: meerkeuze met gis, rekenmachine, op eigen comp in de aula!!
-à zie slides eerste les over comp info
Boek niet nodig om te kopen, alle slides en opnames zijn voldoende. Boek is een
naslagwerk.
Wat in de les komt, moet je kennen!
• Slides
• Oef per hoofdstuk
• Discussieforum -à hier je vraag stellen
• Lesopnames
1/4 de vragen exa rekenvragen – over algemeen goed te doen, geen rocket science à
formularium
2
,Toepassingen in slides
HS 1:
• Slide 25-30 (p5)
• Slide 58 (p9)
HS 2:
• Slide 6-12 (p12)
• Slide 21 (p13)
• Slide 27 (p13)
• Slide 32 (p14)
• Slide 52-57 (p16)
• Slide 142-143 (p25)
• Slide 147-148 (p26)
• Slide 170 (p28)
• Slide 201-202 (p32)
• Slide 216 (p33)
• Slide 276-278 (p40)
HS 3:
• Slide 10 (p44)
HS 4:
• Slide 14 (p60)
• Slide 76 (p68)
HS 5:
• Slide 42 (p76)
• Slide 48 (p77)
3
,Hoofstuk 1: Biomembranen
Prokaryoot: binnen cel geen biomembranen
Eukaryoot: plasmamembraan + intracellulaire biomembranen, compartimenten,
organellen
à de verschillende organellen: (enkel de rode in dit vak besproken)
o Cytoplasma: alles binnen de plasmamembraan, behalve nucleus (alle organellen
binnenin) = cytosol + organellen
o Cytosol: waterige gedeelte van cytoplasma buiten de organellen
o Lumen: waterige gedeelte binnen organellen (vloeistof vd binnenkant)
Manieren met hoge resolutie voor onderscheiding te maken:
Atomic Force Microscopy (AFM)
o Op nanoschaal à fijne punt die bewogen wordt over te bestuderen preparaat
(denk aan biofysica toep p1)
o Hierdoor weet je dat plasmamembraan eig bestaat uit verschillende niveaus met
eilandjes
Elektronenmicroscopie
o e- doorheen preparaat besturen à aankleuren met zware metalen à zorgt
ervoor dat e- worden tegengehouden
o in biomembraan kan geen osmium (zout) geraken door hydrofobe
fosfolipidenlaag
o biomembraan is 3-4 nm (10^-9 m) !!
4
,Fosfolipidenlaag:
Polair: goed oplosbaar in water
Apolair: slecht oplosbaar in water
Het zijn amfipatische moleculen (zowel polair al apolair)
Staartjes zitten tegen elkaar, en hoofdjes wijzen in de richting van water
Sommige membranen soepel en vlak, sommige scherp en harig => beide zijn
biomembranen à kan dus elke vorm aannemen à duidt op de variabiliteit van
biomembranen
Variabilitieit ander vb: schwann cellen zitten meerdere keren gewikkeld rond axon
à dubbele fosfolipidenlaag kan meerdere x rond zichzelf rollen
Exoplasmatische en cytosolische zijden:
Een membraan bestaat uit 2 delen: exoplasmatische + cytosolische zijden
o Niet aan elkaar gelijk!
o Wnr een vesikel wordt afgesplitst blijft de toegewezen zijden altijd behouden
Bij bv mitochondrien (2 membranen) van
buiten naar binnen toe: cyto,exo,exo,cyto
Bij bv golgiapparaat: buiten wijzen cyto,
binnen wijzen exo
Leidt dit af van de tekening
Chemie vd biomembranen: lipiden
3 soorten:
o Fosfoglyceriden & plasmalogenen (1)
o Sfingolipiden (2)
o Sterolen (3) Slide 25-30
- bij structuren van moleculen weten wat voor moleculen is, maar niet vanbuiten kennen
5
, Fosfoglyceriden & plamalogenen (1)
o Opgebouwd uit glycerol
o Triacylglycerol = vet (bv in spek) is super onoplosbaar (geen enkele polaire groep)
o Diacylglycerol in membranen à amfipatisch (polair en apolair) à basis voor
fosfolipiden
Kan een verschillende uitgangs groep hebben
o Plasmalogenen: vanboven ester, vanonder
ether à minder gevoelig bij splitsing van
bepaalde enzymes
Kern = glycerol met vetzuurstaartjes
Sfingolipiden (2)
o Opgebouwd uit sfingosine
Sterolen (3)
o Zijn steroiden
o Cholesterol, OH groep is polair, H is apolair, 4 C ringen en staartje
Groot deel hydrofoob, klein hydrofiel
Heeft meerdere functies ih lichaam, percursor van stoien (= bouwsteen)
Percursor van vitamine D
Beweeglijkheid v lipiden in biomembranen
o Axiale rotatie – draaien rond as
o Laterale diiusie – door elkaar bewegen in zelfde ‘blad’ (mensen in menigte)
o Flip-flop – van ene blad naar andere (hoofd doorheen vloer (duiken))
o Beweging van vetzuurstaarten – kan vanalles doen
Verplaatsing van stoien in een bepaald medium meten à FRAP (laterale diQusie)
Laterale diiusie – in de cel trager
want veel hindering mogelijk
1: fluoricente stof e- hecht aan kopjes
2: proces bleaching (foto die vervaagt door zon) – fluoricente stoien vervagen door laser
op klein deel membraan (= permanent proces, verliezen fluoricentie voor altijd)
3: fluorecentie komt deels terug, fluoricente van buiten die naar binnen diiunderen en
gebleechde die weg gaan
6