Thema 14 – voedsel- en vochttoediening: sondevoeding
1. Wat is sondevoeding
= kunstmatige of artificiële voeding
Vloeibare vorm
Meestal via een sonde toegediend (soms wordt het ook gedronken)
Volwaardige voeding = volledige dekking als je 2 liter/dag geeft (wanneer ze ook niet
meer drinken)
Preventie of behandeling van ondervoeding
Over het algemeen goed verdragen (soms diarree, braken & misselijkheid te veel en te
snel eten krijgen om diarree te voorkomen sondevoeding geven met extra vezels in
(multifibre), je mag het eigenlijk altijd geven, enkel wanneer er tegenindicaties zijn niet.)
Veilig
2. Indicaties sondevoeding
Patiënten die niet of niet voldoende kunnen eten en drinken:
Bewustzijnsverlies
Kaakfractuur
Operaties hoofd- en halsgebied
Slikstoornissen
Ernstige stomatitis
Tumor keel / slokdarm / maag
Door gebrek aan eetlust (anorexie)
Kunstmatige beademing
Patiënten die niet willen eten en drinken:
Anorexia nervosa
Depressie
Personen met dementie (ethische discussie)
Niet of slecht functionerend maagdarmstelsel
ileus (obstructief of paralytisch!!), entero-cutane fistels,
bloedingen, intestinale ischemie (darminfarct), ernstige
colitis, malabsorptieziekten…
Onmogelijkheid tot het plaatsen van een sonde:
Obstructie neus / keel / slokdarm / maag
Ascites, peritonitis, stollingsstoornissen, grote
maagzweer…
3. Toedieningswijze sondevoeding
Transnasale voedingssondes (door de neus):
De nasogastrische sonde (NGS)
De nasoduodenale sonde
De nasojejunale sonde
De nasogastroduodenale sonde
De nasogastrojejunale sonde
Wanneer sondevoeding < 4 weken
Percutane voedingssondes:
, De percutane endoscopische gastrostomie (PEG)
De percutane endoscopische jejunostomie (PEJ)
De percutane endoscopische gastrojejunostomie (PEG-J)
De chirurgische naaldjejunistomie
De gastrostomieballonsonde
De button
Wanneer sondevoeding > 4 weken
(slikklachten, beademing, slokdarmtumor)
De nasogastrische sonde:
Op voorschrift van de arts
Bedside methode (relatief makkelijke
plaatsing); cave divertikel van Zenker
CH (Charrière) 8-10
o Comfortabel
o Verstoppen makkelijk bij viskeuze voeding en
toediening van medicatie (belang van het spoelen!)
o Bepalen maagretentie minder betrouwbaar
CH14: irriteren van de neus, keelholte en de slokdarm
Enkel NG-sonde kan reflux geven onafh. van de dikte
Makkelijke dislocatie (controle positionering!)
Stigmatiserend
Max 4-6 weken sondevoeding
De nasoduodenale / -jejunale sonde:
Ook postpylore sondes genoemd
Technisch is plaatsing moeilijker
o (blinde bedsideplaatsing vereist ervaring)
o Meestal via endoscopie geplaatst
Als voeding via de maag niet verdragen wordt
o Bij zware gastroparese of pylorusstenose
o Als er reflux en aspiratie voorkomt
o Veel gekozen bij IZ-patiënten
Voordelen jejunaal tov diodenaal
o Nog minder terugvloei naar de maag (aspiratie)
o Nog minder snel opkrullen naar de maag (dislocatie)
Bengmark sonde (heeft een opgekrulde top
De nasogastroduodenale/-gastrojejunale sonde:
Deze sonde bestaat uit 2 lumens die in mekaar zitten
1 dik lumen eindigt in de maag om te draineren
o Heveldrainage
o Drainage onder suctie
1 dunner lumen eindigt postpyloor om te voeden
Sondevoeding in de drainagezak = dislocatie
Opmerking: bij alle NG sondes mag je nog eten PO
Gastrostomiesonde (PEG):
Talrijke voordelen i.v.m. nasogastrische sonde
1. Wat is sondevoeding
= kunstmatige of artificiële voeding
Vloeibare vorm
Meestal via een sonde toegediend (soms wordt het ook gedronken)
Volwaardige voeding = volledige dekking als je 2 liter/dag geeft (wanneer ze ook niet
meer drinken)
Preventie of behandeling van ondervoeding
Over het algemeen goed verdragen (soms diarree, braken & misselijkheid te veel en te
snel eten krijgen om diarree te voorkomen sondevoeding geven met extra vezels in
(multifibre), je mag het eigenlijk altijd geven, enkel wanneer er tegenindicaties zijn niet.)
Veilig
2. Indicaties sondevoeding
Patiënten die niet of niet voldoende kunnen eten en drinken:
Bewustzijnsverlies
Kaakfractuur
Operaties hoofd- en halsgebied
Slikstoornissen
Ernstige stomatitis
Tumor keel / slokdarm / maag
Door gebrek aan eetlust (anorexie)
Kunstmatige beademing
Patiënten die niet willen eten en drinken:
Anorexia nervosa
Depressie
Personen met dementie (ethische discussie)
Niet of slecht functionerend maagdarmstelsel
ileus (obstructief of paralytisch!!), entero-cutane fistels,
bloedingen, intestinale ischemie (darminfarct), ernstige
colitis, malabsorptieziekten…
Onmogelijkheid tot het plaatsen van een sonde:
Obstructie neus / keel / slokdarm / maag
Ascites, peritonitis, stollingsstoornissen, grote
maagzweer…
3. Toedieningswijze sondevoeding
Transnasale voedingssondes (door de neus):
De nasogastrische sonde (NGS)
De nasoduodenale sonde
De nasojejunale sonde
De nasogastroduodenale sonde
De nasogastrojejunale sonde
Wanneer sondevoeding < 4 weken
Percutane voedingssondes:
, De percutane endoscopische gastrostomie (PEG)
De percutane endoscopische jejunostomie (PEJ)
De percutane endoscopische gastrojejunostomie (PEG-J)
De chirurgische naaldjejunistomie
De gastrostomieballonsonde
De button
Wanneer sondevoeding > 4 weken
(slikklachten, beademing, slokdarmtumor)
De nasogastrische sonde:
Op voorschrift van de arts
Bedside methode (relatief makkelijke
plaatsing); cave divertikel van Zenker
CH (Charrière) 8-10
o Comfortabel
o Verstoppen makkelijk bij viskeuze voeding en
toediening van medicatie (belang van het spoelen!)
o Bepalen maagretentie minder betrouwbaar
CH14: irriteren van de neus, keelholte en de slokdarm
Enkel NG-sonde kan reflux geven onafh. van de dikte
Makkelijke dislocatie (controle positionering!)
Stigmatiserend
Max 4-6 weken sondevoeding
De nasoduodenale / -jejunale sonde:
Ook postpylore sondes genoemd
Technisch is plaatsing moeilijker
o (blinde bedsideplaatsing vereist ervaring)
o Meestal via endoscopie geplaatst
Als voeding via de maag niet verdragen wordt
o Bij zware gastroparese of pylorusstenose
o Als er reflux en aspiratie voorkomt
o Veel gekozen bij IZ-patiënten
Voordelen jejunaal tov diodenaal
o Nog minder terugvloei naar de maag (aspiratie)
o Nog minder snel opkrullen naar de maag (dislocatie)
Bengmark sonde (heeft een opgekrulde top
De nasogastroduodenale/-gastrojejunale sonde:
Deze sonde bestaat uit 2 lumens die in mekaar zitten
1 dik lumen eindigt in de maag om te draineren
o Heveldrainage
o Drainage onder suctie
1 dunner lumen eindigt postpyloor om te voeden
Sondevoeding in de drainagezak = dislocatie
Opmerking: bij alle NG sondes mag je nog eten PO
Gastrostomiesonde (PEG):
Talrijke voordelen i.v.m. nasogastrische sonde