Thema 10 - Slapen
1. Functies van de slaap
Geen eenduidig antwoord op de vraag waarom slapen we. Er zijn verschillende opvattingen
hierover.
Volgens recent wetenschappelijk onderzoek: opgeslagen info van overdag wordt bij nacht
verwerkt door de hersenen (ordening en stevig opslaan).
Dromen helpen bij het verwerken van indrukken, belevenissen van overdag.
Recuperatietheorie: het lichaam recupereert van de voorbije dagen soms meer
hersenactiviteit dan overdag, metabolisme slechts beperkt lager.
Circadische theorie of ‘slapen in een instinct’: slapen = drang om de mens te
beschermen tegen de gevaren van de nacht. Slapen hier volgt de dag-nachtcyclus
“circadische theorie”.
Slapen = instinct fysiologische behoefte (ipv recupereren).
Slaap is essentieel voor de fysieke gezondheid.
Slaap ook belangrijk voor mentale gezondheid. Het gunstige effect van slaap speelt zich af
op de verschillende domeinen:
Consolidatie van geheugensporen die voorafgaand aan de slaap verworden zijn.
Het optimaliseren van mogelijkheden om nieuw materiaal op te nemen.
Het verwerken van emoties.
Het reguleren van de emotionele toestand (slaaptekort kan leiden tot prikkelbaarheid).
2. De slaap
2.1. Wat is slapen
Slapen is een omkeerbare toestand met een verminderd bewustzijn van de omgeving en een
verminderde reactie op de omgeving, waarbij het lichaam in betrekkelijke rust verkeert.
2.2. 5 stadia / fasen van de slaap
Stadium 1 t.e.m. 4:
Steeds dieper wordende slaap
=nREM-slaap
o Non-Rapid-Eye-Movement-slaap
o Niet-droomslaap
Stadium 5 :
= REM-slaap (Rapid-Eye-Movement-slaap)
Veel lichtere vorm van slaap
Droomslaap
2.3. Slaapopbouw
1 slaapperiode duur +/- 90 minuten.
1 slaapperiode = st1 st2 st3 st4 st3
st2 st1 REM-slaap.
Aandeel REM-slaap stijgt in iedere slaapperiode.
Hoeveelheid nREM-slaap daalt (tot stadium 3+4
verdwijnt) in de loop van de nacht.
Na REM-slaap: soms weer wakker.
4de slaapstadium = diepste slaap.
REM-slaap = lichtste slaap, hierin 90% v/d dromen.
In begin van de slaap
o Meer diepe slaap
, o Met vooral recuperatiemogelijkheid
Op het einde van de slaap
o Vooral dromen
o Zelf tot op moment dat de wakker afloopt
Bij verouderen: Een vermindering van de slaapkwaliteit
De samenstelling van de slaap ondergaat grondige wijzigingen
o Het percentage REM-slaap blijft onveranderd
o Oppervlakkige NREM-slaap neemt toe met de leeftijd
o Diepe NREM-slaap daarentegen vermindert gestadig en kan zo goed als afwezig zijn
bij de oudere.
Door oppervlakkige slaap:
o Aantal ontwakingsepisodes stijgen of de slaapfragmentatie stijgt
o Het nadien terug de slaap vatten gaat moeilijker
o Gevolg slaapfragmentatie
Slaperigheid en behoefte aan dutjes overdag
Verhouding totale slaaptijd (TST)/ tijd in bed (TIB) daalt
Gemakkelijker wakker worden door externe stimuli
Ook het slaap-waakritme verandert: het verschuift wat naar voor (’s avonds eerder in
slaap vallen en ’s ochtends vroeger ontwaken)
De totale behoefte per etmaal blijft gelijk, maar het slaappatroon van de mensen wordt
verstoord (vaker en langer wakker) en vaak ook versnipperd (dutjes overdag).
Bij ouderen: een hogere prevalentie van slaapstoornissen en slaap verstorende
aandoeningen.
2.4. Fysiologische veranderingen tijdens de slaap
Tijdens de rem slaap zijn volgende elementen hoger dan tijdens de NREM-slaap
Hersenactiviteit
Ademhalingsfrequentie
Hartslagfrequentie
In deze vgl: de lichaamstemperatuur wijzigt daarentegen nagenoeg niet.
Wat de bloeddruk betreft:
Tijdens de NREM-slaap daalt de gemiddelde bloeddruk
Tijdens de REM-slaap kan tijdens de fasen van snelle oogbewegingen een plotse RR-
stijging voorkomen.
2.5. Slaapbehoefte
Meeste volwassenen:
Gemiddeld 7,5u slaap nodig.
Wie minder slaap, kampt met dipjes overdag
Zogenaamde kortslapers, die beweren genoeg te hebben aan 3-4u, overdrijven en
moeten overdag moeite doen om wakker te blijven.
Echte kortslapers slapen meestal nog 5-6u.
Slaapbehoefte daalt met de leeftijd doch slaapbehoefte volwassenen = slaapbehoefte
ouderen.
Slaapbehoefte (kan afwisselen) is afhankelijk van:
Inspanning voorbije dagen
Ziekte
2.6. Slaappatroon of slaap-waakritme
1. Functies van de slaap
Geen eenduidig antwoord op de vraag waarom slapen we. Er zijn verschillende opvattingen
hierover.
Volgens recent wetenschappelijk onderzoek: opgeslagen info van overdag wordt bij nacht
verwerkt door de hersenen (ordening en stevig opslaan).
Dromen helpen bij het verwerken van indrukken, belevenissen van overdag.
Recuperatietheorie: het lichaam recupereert van de voorbije dagen soms meer
hersenactiviteit dan overdag, metabolisme slechts beperkt lager.
Circadische theorie of ‘slapen in een instinct’: slapen = drang om de mens te
beschermen tegen de gevaren van de nacht. Slapen hier volgt de dag-nachtcyclus
“circadische theorie”.
Slapen = instinct fysiologische behoefte (ipv recupereren).
Slaap is essentieel voor de fysieke gezondheid.
Slaap ook belangrijk voor mentale gezondheid. Het gunstige effect van slaap speelt zich af
op de verschillende domeinen:
Consolidatie van geheugensporen die voorafgaand aan de slaap verworden zijn.
Het optimaliseren van mogelijkheden om nieuw materiaal op te nemen.
Het verwerken van emoties.
Het reguleren van de emotionele toestand (slaaptekort kan leiden tot prikkelbaarheid).
2. De slaap
2.1. Wat is slapen
Slapen is een omkeerbare toestand met een verminderd bewustzijn van de omgeving en een
verminderde reactie op de omgeving, waarbij het lichaam in betrekkelijke rust verkeert.
2.2. 5 stadia / fasen van de slaap
Stadium 1 t.e.m. 4:
Steeds dieper wordende slaap
=nREM-slaap
o Non-Rapid-Eye-Movement-slaap
o Niet-droomslaap
Stadium 5 :
= REM-slaap (Rapid-Eye-Movement-slaap)
Veel lichtere vorm van slaap
Droomslaap
2.3. Slaapopbouw
1 slaapperiode duur +/- 90 minuten.
1 slaapperiode = st1 st2 st3 st4 st3
st2 st1 REM-slaap.
Aandeel REM-slaap stijgt in iedere slaapperiode.
Hoeveelheid nREM-slaap daalt (tot stadium 3+4
verdwijnt) in de loop van de nacht.
Na REM-slaap: soms weer wakker.
4de slaapstadium = diepste slaap.
REM-slaap = lichtste slaap, hierin 90% v/d dromen.
In begin van de slaap
o Meer diepe slaap
, o Met vooral recuperatiemogelijkheid
Op het einde van de slaap
o Vooral dromen
o Zelf tot op moment dat de wakker afloopt
Bij verouderen: Een vermindering van de slaapkwaliteit
De samenstelling van de slaap ondergaat grondige wijzigingen
o Het percentage REM-slaap blijft onveranderd
o Oppervlakkige NREM-slaap neemt toe met de leeftijd
o Diepe NREM-slaap daarentegen vermindert gestadig en kan zo goed als afwezig zijn
bij de oudere.
Door oppervlakkige slaap:
o Aantal ontwakingsepisodes stijgen of de slaapfragmentatie stijgt
o Het nadien terug de slaap vatten gaat moeilijker
o Gevolg slaapfragmentatie
Slaperigheid en behoefte aan dutjes overdag
Verhouding totale slaaptijd (TST)/ tijd in bed (TIB) daalt
Gemakkelijker wakker worden door externe stimuli
Ook het slaap-waakritme verandert: het verschuift wat naar voor (’s avonds eerder in
slaap vallen en ’s ochtends vroeger ontwaken)
De totale behoefte per etmaal blijft gelijk, maar het slaappatroon van de mensen wordt
verstoord (vaker en langer wakker) en vaak ook versnipperd (dutjes overdag).
Bij ouderen: een hogere prevalentie van slaapstoornissen en slaap verstorende
aandoeningen.
2.4. Fysiologische veranderingen tijdens de slaap
Tijdens de rem slaap zijn volgende elementen hoger dan tijdens de NREM-slaap
Hersenactiviteit
Ademhalingsfrequentie
Hartslagfrequentie
In deze vgl: de lichaamstemperatuur wijzigt daarentegen nagenoeg niet.
Wat de bloeddruk betreft:
Tijdens de NREM-slaap daalt de gemiddelde bloeddruk
Tijdens de REM-slaap kan tijdens de fasen van snelle oogbewegingen een plotse RR-
stijging voorkomen.
2.5. Slaapbehoefte
Meeste volwassenen:
Gemiddeld 7,5u slaap nodig.
Wie minder slaap, kampt met dipjes overdag
Zogenaamde kortslapers, die beweren genoeg te hebben aan 3-4u, overdrijven en
moeten overdag moeite doen om wakker te blijven.
Echte kortslapers slapen meestal nog 5-6u.
Slaapbehoefte daalt met de leeftijd doch slaapbehoefte volwassenen = slaapbehoefte
ouderen.
Slaapbehoefte (kan afwisselen) is afhankelijk van:
Inspanning voorbije dagen
Ziekte
2.6. Slaappatroon of slaap-waakritme