Thema 7 – decubitus
1. Definitie
Decubitus is:
Een gelokaliseerde beschadiging van
o De huid
o En / of onderliggend weefsel
Meestal ter hoogte van een botuitsteeksel
Als gevolg van
o Druk
o Of druk in samenhang met schuifkracht
Een aantal andere bevorderende of beïnvloedende factoren wordt ook geassocieerd met
decubitus; de betekenis van deze factoren moet nog verder onderzocht worden.
2. Decubitus
Synoniem in literatuur niet goed, zijn te beperkt:
Druk-necrose
Drukletsel
Doorligwonde
Het is een veel gebruikte term.
In het engels: bedsores, pressure ulcers, decubitus ulcers, preddure sores.
3. Etiologie
3.1. Over druk, schuifkracht, weefselvorming, ischemie…
Druk / druk + schuifkracht = externe mechanische belasting.
Meestal thv bot uitsteeksels interne reactie (ischemie, weefselvorming met celdeformatie)
weefselschade met name gelokaliseerde beschadiging van de huid en / of onderliggend
weefsel doch ene persoon is gevoeliger dan de andere (= intrinsieke
gevoeligheid).
Druk of comprimerende kracht = kracht loodrecht uitgeoefend op het
weefsel.
Schuifkracht = kracht uitgeoefend evenwijdig aan het weefsel
Weefselschade als gevolg van druk/schuifkracht:
Druk weefselvorming celdeformaties weefselversterf
Druk + schuifkrachten bloedvatafsluiting ischemie
(zuurstoftekort). Zodoende heeft een halfzittende houding door de combinatie van druk-
en schuifbelasting meer kans op weefselschade.
Weefselreperfusieschade: indien de bloedcirculatie na een periode van ischemie
herstelt, komen zuurstofradicalen vrij die weefselnecrose kunnen veroorzaken.
Gestoorde diffusie: van voedingsstoffen, afvalstoffen en hormonen, die het
metabolisme in de spieren reguleren.
Intrinsieke gevoeligheid voor belasting de ene persoon is gevoeliger voor het
ontwikkelen van decubitus dan de andere.
3.2. Over celschade, reversibiliteit, frictie, druktoename boven beenderig uitsteeksel
3.2.1. De (grootte van de ) celschade
Kan variëren van reversibel (=omkeerbaar) tot irreversibel. De overgang bevindt zich op
een bepaald tijdstip = overgangspunt = point of no return.
Reversibel point of no return irreversible.
Hoe groter de inwerkende druk- en schuifkrachten, hoe sneller dit overgangspunt
wordt bereikt.
, De weefseltolerantie speelt tevens mee in het al dan niet sneller bereiken van het
overgangspunt.
Hoe groter de uitgeoefende druk- en schuifkrachten, hoe meer de bloedtoevoer wordt
afgekneld, hoe groter de celschade.
Preventie: dient zich te richten op o.a. het verminderen van v/d grootte v/d druk- en
schuifkrachten.
Hoe langer een bepaalde druk- en schuifkracht aanhoudt, hoe groter de schade thv spieren
en huid.
Precentie: dient zich te richten op het beperken van de tijd dat een bepaalde druk- en
schuifkracht aanhoudt.
Lichte druk gedurende lange tijd veroorzaakt meer weefselschade dan hoge druk
gedurende korte tijd!!
3.2.2. Schuifkrachten zijn niet hetzelfde als frictie / wrijving
Schuifkracht = kracht uitgeoefend evenwijdig aan het weefsel.
Frictie = huid schuurt vorming schaafwond / blaar geen decubitus!!
3.2.3. Loodrecht op de huid uitgeoefende krachten boven een beenderig uitsteeksel
Lokalisatie van de druk is ook heel belangrijk:
Loodrecht op de huid uitgeoefende krachten boven een beenderig uitsteeksel verenigen
zich in een klein(er) gebied in het onderhuidse vet- en spierweefsel vlak boven
botgedeelte.
De druk neemt dus toe met de diepte van het weefsel
Soms uitgebreide weefselbeschadiging in de diepte + onaangetaste huid.
1. Definitie
Decubitus is:
Een gelokaliseerde beschadiging van
o De huid
o En / of onderliggend weefsel
Meestal ter hoogte van een botuitsteeksel
Als gevolg van
o Druk
o Of druk in samenhang met schuifkracht
Een aantal andere bevorderende of beïnvloedende factoren wordt ook geassocieerd met
decubitus; de betekenis van deze factoren moet nog verder onderzocht worden.
2. Decubitus
Synoniem in literatuur niet goed, zijn te beperkt:
Druk-necrose
Drukletsel
Doorligwonde
Het is een veel gebruikte term.
In het engels: bedsores, pressure ulcers, decubitus ulcers, preddure sores.
3. Etiologie
3.1. Over druk, schuifkracht, weefselvorming, ischemie…
Druk / druk + schuifkracht = externe mechanische belasting.
Meestal thv bot uitsteeksels interne reactie (ischemie, weefselvorming met celdeformatie)
weefselschade met name gelokaliseerde beschadiging van de huid en / of onderliggend
weefsel doch ene persoon is gevoeliger dan de andere (= intrinsieke
gevoeligheid).
Druk of comprimerende kracht = kracht loodrecht uitgeoefend op het
weefsel.
Schuifkracht = kracht uitgeoefend evenwijdig aan het weefsel
Weefselschade als gevolg van druk/schuifkracht:
Druk weefselvorming celdeformaties weefselversterf
Druk + schuifkrachten bloedvatafsluiting ischemie
(zuurstoftekort). Zodoende heeft een halfzittende houding door de combinatie van druk-
en schuifbelasting meer kans op weefselschade.
Weefselreperfusieschade: indien de bloedcirculatie na een periode van ischemie
herstelt, komen zuurstofradicalen vrij die weefselnecrose kunnen veroorzaken.
Gestoorde diffusie: van voedingsstoffen, afvalstoffen en hormonen, die het
metabolisme in de spieren reguleren.
Intrinsieke gevoeligheid voor belasting de ene persoon is gevoeliger voor het
ontwikkelen van decubitus dan de andere.
3.2. Over celschade, reversibiliteit, frictie, druktoename boven beenderig uitsteeksel
3.2.1. De (grootte van de ) celschade
Kan variëren van reversibel (=omkeerbaar) tot irreversibel. De overgang bevindt zich op
een bepaald tijdstip = overgangspunt = point of no return.
Reversibel point of no return irreversible.
Hoe groter de inwerkende druk- en schuifkrachten, hoe sneller dit overgangspunt
wordt bereikt.
, De weefseltolerantie speelt tevens mee in het al dan niet sneller bereiken van het
overgangspunt.
Hoe groter de uitgeoefende druk- en schuifkrachten, hoe meer de bloedtoevoer wordt
afgekneld, hoe groter de celschade.
Preventie: dient zich te richten op o.a. het verminderen van v/d grootte v/d druk- en
schuifkrachten.
Hoe langer een bepaalde druk- en schuifkracht aanhoudt, hoe groter de schade thv spieren
en huid.
Precentie: dient zich te richten op het beperken van de tijd dat een bepaalde druk- en
schuifkracht aanhoudt.
Lichte druk gedurende lange tijd veroorzaakt meer weefselschade dan hoge druk
gedurende korte tijd!!
3.2.2. Schuifkrachten zijn niet hetzelfde als frictie / wrijving
Schuifkracht = kracht uitgeoefend evenwijdig aan het weefsel.
Frictie = huid schuurt vorming schaafwond / blaar geen decubitus!!
3.2.3. Loodrecht op de huid uitgeoefende krachten boven een beenderig uitsteeksel
Lokalisatie van de druk is ook heel belangrijk:
Loodrecht op de huid uitgeoefende krachten boven een beenderig uitsteeksel verenigen
zich in een klein(er) gebied in het onderhuidse vet- en spierweefsel vlak boven
botgedeelte.
De druk neemt dus toe met de diepte van het weefsel
Soms uitgebreide weefselbeschadiging in de diepte + onaangetaste huid.