Deel I: Economie, een inleiding
Hoofdstuk 1: Economie als wetenschap
1.1. Onderwerp en invalshoek
Enkele definities:
• In het Nederlands heeft economie twee betekenissen
o Economie (als wetenschap) ...
o ... Met studieobject economie (economisch gebeuren, wat allemaal gebeurt in de
wereld)
• Economie bestudeert het gedrag van mensen. Er is een spanningsveld tussen enerzijds
‘doelen’ (dingen die je wilt bereiken: materiële zaken, psychologische zaken) en
‘schaarste’ (beperkingen in de middelen die we hebben: tijd, financiële middelen)
o Wanneer we schaarste hebben, moeten er keuzes gemaakt worden
• Economie is de studie van mensen die dingen willen. Ze moeten keuzes maken, we
maken voortdurend individuele keuzes waar we vrij in zijn (of we werken, waar we
werken, hoeveel we werken). Die keuzes worden ook sterk bepaald door ‘social
customs’ en ‘political realities of the society’ (ergens word je beïnvloed door wat er van
je verwacht wordt)
o De keuze van een persoon kan immers ook gevolgen hebben voor het welzijn van
anderen. Enkel door coördinatie vermijden we onnodige ongelukken (ofwel rijden
we allemaal links van de weg, ofwel rechts)
Vanuit een positief-wetenschappelijke invalshoek definiëren we economie daarom
als de wetenschap die de samenleving als een samenspel van menselijke keuzes
bekijkt waarin actie, reactie en interactie van belang zijn
• Marshall: grondlegger van neoklassieke economie
Individuen maken keuzes, die uiteindelijk resulteren in een bepaalde maatschappelijke
toestand. De economie is het resultaat van alle individuele keuzes. Soms is dit negatief,
soms moet er actie ondernomen worden om het te verbeteren (hierbij zit je snel op het
politiek vlak).
o De materiële zaken die we nodig hebben om een fijn leven te lijden = ‘Material
requisities of wellbeing’
o Naast individuele en maatschappelijke actie (of anders gezegd: keuze) staat ook het
bereiken van welvaart centraal in de definitie van Marshall
Economie probeert de vraag te beantwoorden wat individuen en samenlevingen kunnen doen
om welvarend te worden. Economie is dus vanuit een normatieve invalshoek de wetenschap
die de economische uitkomsten die voortvloeien uit het samenspel van menselijke keuzes
evalueert in termen van welvaart en die ook onderzoekt hoe die welvaart kunnen verhogen via
maatschappelijke keuzes, zoals coördinatie. Er kunnen ook beleidsvoorstellen door de
samenleving toegepast worden ter bijsturing
,Alles dat in het licht blauw staan kunnen we zien als welvaart
De economie gaat kijken naar de marktuitkomst (=welvaart) maar gaat zich ook afvragen wat
individuen of samenleving kan doen om welvaart te verhogen
De welvaart verhogen gaat ook weer snel over naar het politieke gedeelte. Bijvoorbeeld:
belastingen verheffen (hangt van je politieke visie af of je hier mee eens bent)
Economie:
• Positieve luik (1.2.)
o Een wetenschap die de samenleving bestudeert
o Als samenspel van de keuzes van mensen
• Normatieve luik (1.3.):
o Evaluatie van de uitkomsten in termen van welvaart
o Indien nodig: beleidsvoorstellen ter bijsturing
Niet het onderwerp, wel de invalshoek bepaalt de essentie van economie
1.2. De positieve wetenschap van de keuze
= Economie is de wetenschap die de samenleving bestudeert als het samenspel van de keuzes
van mensen
1.2.1. Economische agenten en hun activiteiten
Economische agenten: personen en instellingen die beslissingen nemen betreffende
activiteiten als productie, consumptie, maar ook aan- en verkoop van goederen en diensten,
sparen, het toestaan of opnemen van leningen, ...
• = Mensen die in het economische gebeuren een keuze maken
o Kan één persoon zijn
o Of meerdere personen
• Drie soorten beslissingsnemers (economische agenten)
o Gezinnen
Waar gaan we eten vanavond? Hoe kopen we ons huis?
− Verwerven ook inkomen op financiële markten doordat ze hun spaargeld ter
beschikking van ondernemingen (die bijvoorbeeld willen investeren in
machines) of andere gezinnen (die bijvoorbeeld geld willen lenen op een huis te
kopen)
− Ze doen dat niet rechtstreeks, maar vertrouwen hun spaargeld toe aan
financiële instellingen, zoals banken, die dat geld op hun beurt uitlenen aan
andere economische agenten
− Grootste deel van consumptie speelt zich af bij gezinnen
− Gezinnen kunnen ook zelf produceren (bv: moestuin, zelf broek herstellen
o Ondernemingen
(= Meerdere personen, een organisatie) Wat produceren we? Waar? Hoe? Aan welke
prijs verkopen we dit?
, − In ondernemingen heb je grond- en hulpstoffen waarmee de producten gemaakt
worden. In tegenstelling hiervan heb je ook gebouwen en machines die een
meer duurzaam karakter hebben in her productieproces. Ze worden daarom
kapitaalgoederen genoemd, of kortweg, kapitaal
− ‘kapitaal’ alleen te verwarrend, we gaan dat woord niet gebruiken enkel
uitsluitend voor fysieke kapitaalgoederen, zoals gebouwen en de machines van
een onderneming
− Indien we het over gelddeposito’s, obligaties en aandelen hebben, zullen we het
hebben over ‘financieel kapitaal’
− Als we het hebben over de vakkennis, dan zullen we het hebben over menselijk
kapitaal (bv: uitbater van een broodjeszaak)
o Overheid
Produceren niet per sé zelf, maar maken keuzes om diensten te maken voor het
volk: diensten om ons leven te vergemakkelijken (vuilniskar)
De overheid heeft ook maar schaarse middelen en moeten ook keuzes maken
Een eenvoudige economische kringloop:
Deze kringloop is te eenvoudig, er nog heel wat andere zaken die een factor spelen. (gezinnen
die onderling onderhandelen, te weinig aandacht besteed aan het verbruik van energie en de
daarmee gepaarde gaande uitstoot)
• Financiële instellingen: zorgen voor smeerolie
o We hebben niet altijd genoeg geld om onze consumptie te kunnen doen
o Helpt met sparen
• Gezinnen
o Gaan hun arbeid aanbieden aan de ondernemingen (arbeidsmarkt)
− Donkerblauwe lijn: reële stroom
• Ondernemingen
o We gaan hier uiteindelijk een loon voor in de plaats krijgen
, − Geldstroom
− Met deze loon gaan we producten kopen (consumptie uitgaven). Van de
producten en diensten dat die ondernemingen verkopen (= outputmarkt)
• Overheid: hoe erbij bedenken?
o Zal ervoor zorgen dat de kringloop niet volledig gesloten is, maar dat er lekkages zijn
o Hoezo?
− Bv: arbeidsinkomen: het geld dat ondernemingen betalen aan gezinnen die
werken. De onderneming geeft 5k, maar het gezin zal hier 3k aan verhouden
(belastingen)
− Bv: wij kopen goederen en diensten en wij betalen hier btw op (belastingen)
o Maken hier ook goederen mee: publieke goederen en diensten
o De overheid vervult in onze maatschappij minstens drie belangrijke taken
1. Marktfalingen te corrigeren en zo markten beter (of efficienter) te laten werken
o Bv: voor publieke voorzieningen, zoals dijken of niet tot stand zouden komen
via marktwerking.
2. Markten, ook als ze goed (of efficiënt) functioneren, kunnen leiden tot een
onrechtvaardige verdeling van middelen over mensen. Herverdeling is daarom
een tweede belangrijke taak voor de overheid
o Bv: door een systeem van belastingen en uitkeringen kan ze bijvoorbeeld de
inkomensongelijkheid verminderen of de armoede bestrijden
3. Macro-economische activteit schommelt: recessies- periode met dalende
economische activiteit – wisselen periodes met sterke economische groei af.
Macro-economische stabilisatie (het beperken van die cyclische
schommelingen) is een derde belangrijke rol van de overheid
• Buitenland
o Op geglobaliseerde economie
Deze kringloop gebaseerd op private goederen en diensten: wij kopen die en we gaan dit voor
onszelf dat consumeren. Als ik dat koop kan niemand anders dat consumeren
Er zijn ook publieke goederen en diensten: zoals bijvoorbeeld straatverlichting. Je kan niet apart
straatverlichting betalen en slechts één iemand straatverlichting geven
1.2.2. Het rationele-keuzemodel
Iedereen probeert voor zichzelf het beste mogelijke resultaat te bereiken: de homo economicus
De rationele economische agent en de wijdversprijde misvertanden:
• Zo wordt soms gedacht dat die enkel en alleen materieel eigenbelang nastreeft
• Een ander misverstand is dat rationaliteit steeds uitgaat van perfecte informatie
• De beslissingen van individuen staan centraal in het rationeel-keuzemodel
Enkele misverstanden over de rationele keuze:
• Niet alleen vanuit materieel eigenbelang, maar ook vanuit altruïsme, misantropie, ...
Iedereen vult zelf in wat ‘het beste’ voor hen is
Hoofdstuk 1: Economie als wetenschap
1.1. Onderwerp en invalshoek
Enkele definities:
• In het Nederlands heeft economie twee betekenissen
o Economie (als wetenschap) ...
o ... Met studieobject economie (economisch gebeuren, wat allemaal gebeurt in de
wereld)
• Economie bestudeert het gedrag van mensen. Er is een spanningsveld tussen enerzijds
‘doelen’ (dingen die je wilt bereiken: materiële zaken, psychologische zaken) en
‘schaarste’ (beperkingen in de middelen die we hebben: tijd, financiële middelen)
o Wanneer we schaarste hebben, moeten er keuzes gemaakt worden
• Economie is de studie van mensen die dingen willen. Ze moeten keuzes maken, we
maken voortdurend individuele keuzes waar we vrij in zijn (of we werken, waar we
werken, hoeveel we werken). Die keuzes worden ook sterk bepaald door ‘social
customs’ en ‘political realities of the society’ (ergens word je beïnvloed door wat er van
je verwacht wordt)
o De keuze van een persoon kan immers ook gevolgen hebben voor het welzijn van
anderen. Enkel door coördinatie vermijden we onnodige ongelukken (ofwel rijden
we allemaal links van de weg, ofwel rechts)
Vanuit een positief-wetenschappelijke invalshoek definiëren we economie daarom
als de wetenschap die de samenleving als een samenspel van menselijke keuzes
bekijkt waarin actie, reactie en interactie van belang zijn
• Marshall: grondlegger van neoklassieke economie
Individuen maken keuzes, die uiteindelijk resulteren in een bepaalde maatschappelijke
toestand. De economie is het resultaat van alle individuele keuzes. Soms is dit negatief,
soms moet er actie ondernomen worden om het te verbeteren (hierbij zit je snel op het
politiek vlak).
o De materiële zaken die we nodig hebben om een fijn leven te lijden = ‘Material
requisities of wellbeing’
o Naast individuele en maatschappelijke actie (of anders gezegd: keuze) staat ook het
bereiken van welvaart centraal in de definitie van Marshall
Economie probeert de vraag te beantwoorden wat individuen en samenlevingen kunnen doen
om welvarend te worden. Economie is dus vanuit een normatieve invalshoek de wetenschap
die de economische uitkomsten die voortvloeien uit het samenspel van menselijke keuzes
evalueert in termen van welvaart en die ook onderzoekt hoe die welvaart kunnen verhogen via
maatschappelijke keuzes, zoals coördinatie. Er kunnen ook beleidsvoorstellen door de
samenleving toegepast worden ter bijsturing
,Alles dat in het licht blauw staan kunnen we zien als welvaart
De economie gaat kijken naar de marktuitkomst (=welvaart) maar gaat zich ook afvragen wat
individuen of samenleving kan doen om welvaart te verhogen
De welvaart verhogen gaat ook weer snel over naar het politieke gedeelte. Bijvoorbeeld:
belastingen verheffen (hangt van je politieke visie af of je hier mee eens bent)
Economie:
• Positieve luik (1.2.)
o Een wetenschap die de samenleving bestudeert
o Als samenspel van de keuzes van mensen
• Normatieve luik (1.3.):
o Evaluatie van de uitkomsten in termen van welvaart
o Indien nodig: beleidsvoorstellen ter bijsturing
Niet het onderwerp, wel de invalshoek bepaalt de essentie van economie
1.2. De positieve wetenschap van de keuze
= Economie is de wetenschap die de samenleving bestudeert als het samenspel van de keuzes
van mensen
1.2.1. Economische agenten en hun activiteiten
Economische agenten: personen en instellingen die beslissingen nemen betreffende
activiteiten als productie, consumptie, maar ook aan- en verkoop van goederen en diensten,
sparen, het toestaan of opnemen van leningen, ...
• = Mensen die in het economische gebeuren een keuze maken
o Kan één persoon zijn
o Of meerdere personen
• Drie soorten beslissingsnemers (economische agenten)
o Gezinnen
Waar gaan we eten vanavond? Hoe kopen we ons huis?
− Verwerven ook inkomen op financiële markten doordat ze hun spaargeld ter
beschikking van ondernemingen (die bijvoorbeeld willen investeren in
machines) of andere gezinnen (die bijvoorbeeld geld willen lenen op een huis te
kopen)
− Ze doen dat niet rechtstreeks, maar vertrouwen hun spaargeld toe aan
financiële instellingen, zoals banken, die dat geld op hun beurt uitlenen aan
andere economische agenten
− Grootste deel van consumptie speelt zich af bij gezinnen
− Gezinnen kunnen ook zelf produceren (bv: moestuin, zelf broek herstellen
o Ondernemingen
(= Meerdere personen, een organisatie) Wat produceren we? Waar? Hoe? Aan welke
prijs verkopen we dit?
, − In ondernemingen heb je grond- en hulpstoffen waarmee de producten gemaakt
worden. In tegenstelling hiervan heb je ook gebouwen en machines die een
meer duurzaam karakter hebben in her productieproces. Ze worden daarom
kapitaalgoederen genoemd, of kortweg, kapitaal
− ‘kapitaal’ alleen te verwarrend, we gaan dat woord niet gebruiken enkel
uitsluitend voor fysieke kapitaalgoederen, zoals gebouwen en de machines van
een onderneming
− Indien we het over gelddeposito’s, obligaties en aandelen hebben, zullen we het
hebben over ‘financieel kapitaal’
− Als we het hebben over de vakkennis, dan zullen we het hebben over menselijk
kapitaal (bv: uitbater van een broodjeszaak)
o Overheid
Produceren niet per sé zelf, maar maken keuzes om diensten te maken voor het
volk: diensten om ons leven te vergemakkelijken (vuilniskar)
De overheid heeft ook maar schaarse middelen en moeten ook keuzes maken
Een eenvoudige economische kringloop:
Deze kringloop is te eenvoudig, er nog heel wat andere zaken die een factor spelen. (gezinnen
die onderling onderhandelen, te weinig aandacht besteed aan het verbruik van energie en de
daarmee gepaarde gaande uitstoot)
• Financiële instellingen: zorgen voor smeerolie
o We hebben niet altijd genoeg geld om onze consumptie te kunnen doen
o Helpt met sparen
• Gezinnen
o Gaan hun arbeid aanbieden aan de ondernemingen (arbeidsmarkt)
− Donkerblauwe lijn: reële stroom
• Ondernemingen
o We gaan hier uiteindelijk een loon voor in de plaats krijgen
, − Geldstroom
− Met deze loon gaan we producten kopen (consumptie uitgaven). Van de
producten en diensten dat die ondernemingen verkopen (= outputmarkt)
• Overheid: hoe erbij bedenken?
o Zal ervoor zorgen dat de kringloop niet volledig gesloten is, maar dat er lekkages zijn
o Hoezo?
− Bv: arbeidsinkomen: het geld dat ondernemingen betalen aan gezinnen die
werken. De onderneming geeft 5k, maar het gezin zal hier 3k aan verhouden
(belastingen)
− Bv: wij kopen goederen en diensten en wij betalen hier btw op (belastingen)
o Maken hier ook goederen mee: publieke goederen en diensten
o De overheid vervult in onze maatschappij minstens drie belangrijke taken
1. Marktfalingen te corrigeren en zo markten beter (of efficienter) te laten werken
o Bv: voor publieke voorzieningen, zoals dijken of niet tot stand zouden komen
via marktwerking.
2. Markten, ook als ze goed (of efficiënt) functioneren, kunnen leiden tot een
onrechtvaardige verdeling van middelen over mensen. Herverdeling is daarom
een tweede belangrijke taak voor de overheid
o Bv: door een systeem van belastingen en uitkeringen kan ze bijvoorbeeld de
inkomensongelijkheid verminderen of de armoede bestrijden
3. Macro-economische activteit schommelt: recessies- periode met dalende
economische activiteit – wisselen periodes met sterke economische groei af.
Macro-economische stabilisatie (het beperken van die cyclische
schommelingen) is een derde belangrijke rol van de overheid
• Buitenland
o Op geglobaliseerde economie
Deze kringloop gebaseerd op private goederen en diensten: wij kopen die en we gaan dit voor
onszelf dat consumeren. Als ik dat koop kan niemand anders dat consumeren
Er zijn ook publieke goederen en diensten: zoals bijvoorbeeld straatverlichting. Je kan niet apart
straatverlichting betalen en slechts één iemand straatverlichting geven
1.2.2. Het rationele-keuzemodel
Iedereen probeert voor zichzelf het beste mogelijke resultaat te bereiken: de homo economicus
De rationele economische agent en de wijdversprijde misvertanden:
• Zo wordt soms gedacht dat die enkel en alleen materieel eigenbelang nastreeft
• Een ander misverstand is dat rationaliteit steeds uitgaat van perfecte informatie
• De beslissingen van individuen staan centraal in het rationeel-keuzemodel
Enkele misverstanden over de rationele keuze:
• Niet alleen vanuit materieel eigenbelang, maar ook vanuit altruïsme, misantropie, ...
Iedereen vult zelf in wat ‘het beste’ voor hen is