GENETICA: deel 4
inheritance, complicating factors en niet-median inheritance
complicating factors en niet mendeliaanse overerving
complicating factor
⤿ de novo mutaties
⤿ gereduceerde of incomplete penetrantie
⤿ variabele expressie
⤿ locus heterogeniteit
niet-mendeliaanse overerving
- triplet repeats
⤿ dynamische mutaties
⤿ anticipatie
- geslachts gebonden overerving
⤿ mannelijke lethaliteit (vr X-gebonden aandoeningen)
⤿ (skewed) X-inactivatie
- mozaïcisme
⤿ somatisch
⤿ gonadaal/germinaal
- imprinting
- mitochondriale overerving
- digenische, polygenische, multigenische overerving…
oefening
dia 4/5/6
somatische mozaïcisme
= aanwezigheid v 2 ≠ cellijnen in ind, afkomstig v eenzelfde zygoot ( ↔ chimera)
-> mutatie waardoor alle dochtercellen variant gaan doorkrijgen
verschillen: single nucleotide variants, chromosoomafwijkingen, …
speelt rol bij bv epilepsie + kanker kan gevolg zijn hiervan -> ongecontroleerde celgroei
fenotype: afh v weefseldistributie v genetische afwijking
gonadaal / germinaal mozaïcisme
= mozaïcisme in gonaden (testes of ovaria)
vb: dominante aandoening – mutatie ni aantoonbaar bij pa, 2 kids: identiek defect
- hogere frequentie bij oudere vaders
ziekte v duchenne
= duchenne muscular dystrophy: X-gebonden recessieve aandoening
pt me duchenne: oorsprong? herhalingsrisico?
III.1: de novo mutatie
, II.1: germinaal of gonadaal mosaïcisme
I.1: germinaal of gonadaal mosaïcisme
ziekte duchenne VS ziekte v becker
frameshift deletie, nonsense -> afw of ernstig getrunceerd dystophine proteine -> duchenne
in frame deletie -> korter dystrophine en residuele productie -> becker
een v grootste genen v ons genoom, dystrofine gen (2,6Mb groot, 97 exonen)
heel lang en structureel gen (belangrijk vr spiervezels) -> out frame deletie => prematuur
stopcodon -> niks v eiwit gevormd (mRNA afgebroken, zonder da eiwit -> heel erge
spieraandoening = duchenne)
kan da er grotere deletie is (meer exonen weg) maar die is in frame (veelvoud v 3
nucleotiden) -> kan ni zoveel kwaad, dystrofine vezels nog gemaakt maar gwn wa korter =>
daardoor gn duchenne maar ziekte v becker (spieren nog problemen, maar milder fenotype
single nucleotide verandering kan dus grotere impact hebben dan een grote deletie
genen therapie voor duchenne muscular dystrophy ⇒ splicing beïnvloeden,
extra exon uitgesplict (functioneel dystrofine gen) -> pt nrml duchenne => ziekte v becker
geslachtsgebonden overerving
- mannen 1 X chr
- vrouwen 2 X chr, waarvan 1 random geïnactiveerd -> dosage compensatie
lyonisatie v X chr tot barr lichaampje
mannen vatbaarder vr X gebonden recessieve aandoening
bij vrouwen 1 X chr geïnactiveerd tot barr lichaampje (helemaal gemethyleerd, heel compact
-> gn transcriptiefactoren kunnen binden => inactief)
inheritance, complicating factors en niet-median inheritance
complicating factors en niet mendeliaanse overerving
complicating factor
⤿ de novo mutaties
⤿ gereduceerde of incomplete penetrantie
⤿ variabele expressie
⤿ locus heterogeniteit
niet-mendeliaanse overerving
- triplet repeats
⤿ dynamische mutaties
⤿ anticipatie
- geslachts gebonden overerving
⤿ mannelijke lethaliteit (vr X-gebonden aandoeningen)
⤿ (skewed) X-inactivatie
- mozaïcisme
⤿ somatisch
⤿ gonadaal/germinaal
- imprinting
- mitochondriale overerving
- digenische, polygenische, multigenische overerving…
oefening
dia 4/5/6
somatische mozaïcisme
= aanwezigheid v 2 ≠ cellijnen in ind, afkomstig v eenzelfde zygoot ( ↔ chimera)
-> mutatie waardoor alle dochtercellen variant gaan doorkrijgen
verschillen: single nucleotide variants, chromosoomafwijkingen, …
speelt rol bij bv epilepsie + kanker kan gevolg zijn hiervan -> ongecontroleerde celgroei
fenotype: afh v weefseldistributie v genetische afwijking
gonadaal / germinaal mozaïcisme
= mozaïcisme in gonaden (testes of ovaria)
vb: dominante aandoening – mutatie ni aantoonbaar bij pa, 2 kids: identiek defect
- hogere frequentie bij oudere vaders
ziekte v duchenne
= duchenne muscular dystrophy: X-gebonden recessieve aandoening
pt me duchenne: oorsprong? herhalingsrisico?
III.1: de novo mutatie
, II.1: germinaal of gonadaal mosaïcisme
I.1: germinaal of gonadaal mosaïcisme
ziekte duchenne VS ziekte v becker
frameshift deletie, nonsense -> afw of ernstig getrunceerd dystophine proteine -> duchenne
in frame deletie -> korter dystrophine en residuele productie -> becker
een v grootste genen v ons genoom, dystrofine gen (2,6Mb groot, 97 exonen)
heel lang en structureel gen (belangrijk vr spiervezels) -> out frame deletie => prematuur
stopcodon -> niks v eiwit gevormd (mRNA afgebroken, zonder da eiwit -> heel erge
spieraandoening = duchenne)
kan da er grotere deletie is (meer exonen weg) maar die is in frame (veelvoud v 3
nucleotiden) -> kan ni zoveel kwaad, dystrofine vezels nog gemaakt maar gwn wa korter =>
daardoor gn duchenne maar ziekte v becker (spieren nog problemen, maar milder fenotype
single nucleotide verandering kan dus grotere impact hebben dan een grote deletie
genen therapie voor duchenne muscular dystrophy ⇒ splicing beïnvloeden,
extra exon uitgesplict (functioneel dystrofine gen) -> pt nrml duchenne => ziekte v becker
geslachtsgebonden overerving
- mannen 1 X chr
- vrouwen 2 X chr, waarvan 1 random geïnactiveerd -> dosage compensatie
lyonisatie v X chr tot barr lichaampje
mannen vatbaarder vr X gebonden recessieve aandoening
bij vrouwen 1 X chr geïnactiveerd tot barr lichaampje (helemaal gemethyleerd, heel compact
-> gn transcriptiefactoren kunnen binden => inactief)