DEEL 2 – babytijd
T7: fysieke en motorische ontwikkeling in babytijd
1. fysieke groei en hersenontwikkeling
1.1 fysieke groei
- pasgeboren baby gemiddeld 50cm en 3.400g
- hoog groeitempo tijdens babytijd
o 1 jaar: 75 cm
o 2 jaar: 90 cm
- ook snelle toename gewicht
o 1 jaar: 3x geboortegewicht
o 2 jaar: 4x geboortegewicht
- preventieve opvolging door Kind & Gezin
o meten lengte, gewicht, hoofdomtrek en verhouding gewicht-lengte
o recent nieuwe groeicurves om baby’s mee te vergelijken
deze gebaseerd op baby’s die borstvoeding krijgen -> groeien
in begin wat sneller
vroegere curves gebaseerd op baby’s met flesvoeding
o vb:
volle lijn = p50 = waarde waarvoor 50% lager en 50% hoger zit
vooral afleiden tov eigen curve -> afwijkingen zorgen voor
bezorgdheid
- geslachtsverschillen
- etnische verschillen
- groeien = botten worden langer
- groeischijven aan uiteinde van botten
o bevatten kraakbeencellen -> vermeerderen zich -> veranderen in
botcellen (= ossificatie)
- bij ongeboren kind -> botten hoofdzakelijk kraakbeen
o zacht en buigzaam
o begint al voor geboorte te verharden
- ontwikkeling vordert -> steeds meer kraakbeen omgezet in bot
- botleeftijd = beste indicator van fysieke maturiteit
o kijken hoeveel kraakbeen al verhard is tot bot
o indicatie van welk % van de eindlengte al bereikte is
o meisjes voorop op jongens
- in adolescentie: groeischijven dicht -> geen groei meer
- niet alle lichaamsdelen groeien even snel -> verhouding hoofd-lichaam
verandert
- toename vetpercentage -> baby beter temperatuur constant houden
o piek rond 9 maanden
1
, o vanaf 2 levensjaar terug afname -> want baby’s mobieler dus
bewegen meer
- spierweefsel neemt maar heel traag toe
o kracht en fysieke coördinatie beperkt
o verhouding vet-spieren hoger bij meisjes dan bij jongens
- 4 groeiprincipes
o cefalocaudaal principe: hoofd -> staart
eerst het hoofd, dan de romp
eerst de benen, dan de voeten
o proximodistaal principe: centrum -> buiten
eerst romp, dan ledematen
eerst armen, dan handen
o principe van hiërarchische integratie: eenvoudig -> complex
eerst afzonderlijke vingerbewegingen, dan grijpen
o principe van onafhankelijkheid van systemen: verschillend
groeitempo bij verschillende systemen
lichaamsomvang
zenuwstelsel
seksuele rijpheid
1.2 hersenontwikkeling
- basiscellen zenuwstelsel = neuronen
- communiceren met elkaar via synapsen
- chemische boodschapperstoffen = neurotransmitters
- bij geboorte: 100-200 miljard neuronen
o meeste neuronen nog maar weinig verbindingen
- na geboorte: productie neuronen valt grotendeels stil
- neuronennetwerk steeds complexer en efficiënter
o toename gliacellen
o miljarden nieuwe verbindingen
o verdere vertakking van dendrieten (= arborisatie)
o myelinisatie van axonen door betere geleiding
axonen = uitlopers die van neuron weggaan
myeline = zorgt dat communicatie tussen neuronen beter
gaat
o overbodige neuronen en verbindingen gesnoeid (= pruning)
- neuronen groeperen zich naar functie + verplaatsen zich naar
verschillende delen van de hersenen
o hersenschors
o subcorticale gebieden
- tijdens eerste 2 levensjaren -> gewicht hersenen verdrievoudigt
- bij geboorte: subcorticale gebieden verantwoordelijk voor:
o ademhaling
o hartslag
- na 3-4 maand: functionele differentiatie in gebieden van hersenschors
- groei = snelle toename van auditieve en visuele vaardigheden +
motorische vaardigheden
- hersenen beschermd door schedel, maar nog steeds kwetsbaar
2
, o shakenbabysyndroom = ernstig hersenletsel door hardhandig door
elkaar schudden
o abusive head trauma
- hersenontwikkeling ten dele automatisch, volgens genetisch bepaalde
patronen
o ook gevoelig voor omgevingsinvloeden -> extra verbindingen die
bijkomen obv ervaringen
o grote plasticiteit van hersenen
zowel structureel als functioneel
zeker in eerste levensjaren
o inzicht in hersenontwikkeling te danken aan dieronderzoek -> Hubel
& Wiesel: exp met kittens, kijken welke hersengebieden geactiveerd
werden bij bepaalde stimuli
- zintuiglijke deprivatie -> belemmert hersenontwikkeling
- zintuiglijke stimulatie -> bevordert hersenontwikkeling
1.3 integratie lichaamssystemen
- vanaf geboorte ontwikkelen baby’s verschillende ritmes
o ademhalen
o zuigen
o slapen/waken
o plassen
o …
- aangestuurd door verschillende lichaamssystemen
- toenemende mate van integratie
- individuele verschillen in ritmiciteit = hoe vlot lichaamssystemen
integreren
- pasgeborenen switchen tussen gedragstoestanden
o bv: gradaties van slaap en waakzaamheid
o naar geland de toestand is andere mate van stimulatie nodig om
aandacht te trekken
1.3.1 slaap
- geboorte: baby’s nog geen circadiaans ritme
o = dag-nachtritme op bestek van 24 uur
- pasgeborenen gemiddeld 16 uur per etmaal slapen
o in spurts van 2 uur, gevolgd door wakkere periode
- geleidelijke overgang naar dag/nachtritme
o 16 weken: 6 uur doorslapen
o 1 jaar: hele nacht doorslapen
- slaap = cyclisch patroon, met verschillende slaapfasen
- baby’s: 1 cyclus = 45 min <-> volwassene: 1 cyclus = 2 uur
o baby kan verschillende slaapfasen nog niet aan elkaar rijgen
- helft slaaptijd = REM-achtige slaap
o Rapid Eye Movements
o actieve slaap
o autostimulatie vd hersenen
3
T7: fysieke en motorische ontwikkeling in babytijd
1. fysieke groei en hersenontwikkeling
1.1 fysieke groei
- pasgeboren baby gemiddeld 50cm en 3.400g
- hoog groeitempo tijdens babytijd
o 1 jaar: 75 cm
o 2 jaar: 90 cm
- ook snelle toename gewicht
o 1 jaar: 3x geboortegewicht
o 2 jaar: 4x geboortegewicht
- preventieve opvolging door Kind & Gezin
o meten lengte, gewicht, hoofdomtrek en verhouding gewicht-lengte
o recent nieuwe groeicurves om baby’s mee te vergelijken
deze gebaseerd op baby’s die borstvoeding krijgen -> groeien
in begin wat sneller
vroegere curves gebaseerd op baby’s met flesvoeding
o vb:
volle lijn = p50 = waarde waarvoor 50% lager en 50% hoger zit
vooral afleiden tov eigen curve -> afwijkingen zorgen voor
bezorgdheid
- geslachtsverschillen
- etnische verschillen
- groeien = botten worden langer
- groeischijven aan uiteinde van botten
o bevatten kraakbeencellen -> vermeerderen zich -> veranderen in
botcellen (= ossificatie)
- bij ongeboren kind -> botten hoofdzakelijk kraakbeen
o zacht en buigzaam
o begint al voor geboorte te verharden
- ontwikkeling vordert -> steeds meer kraakbeen omgezet in bot
- botleeftijd = beste indicator van fysieke maturiteit
o kijken hoeveel kraakbeen al verhard is tot bot
o indicatie van welk % van de eindlengte al bereikte is
o meisjes voorop op jongens
- in adolescentie: groeischijven dicht -> geen groei meer
- niet alle lichaamsdelen groeien even snel -> verhouding hoofd-lichaam
verandert
- toename vetpercentage -> baby beter temperatuur constant houden
o piek rond 9 maanden
1
, o vanaf 2 levensjaar terug afname -> want baby’s mobieler dus
bewegen meer
- spierweefsel neemt maar heel traag toe
o kracht en fysieke coördinatie beperkt
o verhouding vet-spieren hoger bij meisjes dan bij jongens
- 4 groeiprincipes
o cefalocaudaal principe: hoofd -> staart
eerst het hoofd, dan de romp
eerst de benen, dan de voeten
o proximodistaal principe: centrum -> buiten
eerst romp, dan ledematen
eerst armen, dan handen
o principe van hiërarchische integratie: eenvoudig -> complex
eerst afzonderlijke vingerbewegingen, dan grijpen
o principe van onafhankelijkheid van systemen: verschillend
groeitempo bij verschillende systemen
lichaamsomvang
zenuwstelsel
seksuele rijpheid
1.2 hersenontwikkeling
- basiscellen zenuwstelsel = neuronen
- communiceren met elkaar via synapsen
- chemische boodschapperstoffen = neurotransmitters
- bij geboorte: 100-200 miljard neuronen
o meeste neuronen nog maar weinig verbindingen
- na geboorte: productie neuronen valt grotendeels stil
- neuronennetwerk steeds complexer en efficiënter
o toename gliacellen
o miljarden nieuwe verbindingen
o verdere vertakking van dendrieten (= arborisatie)
o myelinisatie van axonen door betere geleiding
axonen = uitlopers die van neuron weggaan
myeline = zorgt dat communicatie tussen neuronen beter
gaat
o overbodige neuronen en verbindingen gesnoeid (= pruning)
- neuronen groeperen zich naar functie + verplaatsen zich naar
verschillende delen van de hersenen
o hersenschors
o subcorticale gebieden
- tijdens eerste 2 levensjaren -> gewicht hersenen verdrievoudigt
- bij geboorte: subcorticale gebieden verantwoordelijk voor:
o ademhaling
o hartslag
- na 3-4 maand: functionele differentiatie in gebieden van hersenschors
- groei = snelle toename van auditieve en visuele vaardigheden +
motorische vaardigheden
- hersenen beschermd door schedel, maar nog steeds kwetsbaar
2
, o shakenbabysyndroom = ernstig hersenletsel door hardhandig door
elkaar schudden
o abusive head trauma
- hersenontwikkeling ten dele automatisch, volgens genetisch bepaalde
patronen
o ook gevoelig voor omgevingsinvloeden -> extra verbindingen die
bijkomen obv ervaringen
o grote plasticiteit van hersenen
zowel structureel als functioneel
zeker in eerste levensjaren
o inzicht in hersenontwikkeling te danken aan dieronderzoek -> Hubel
& Wiesel: exp met kittens, kijken welke hersengebieden geactiveerd
werden bij bepaalde stimuli
- zintuiglijke deprivatie -> belemmert hersenontwikkeling
- zintuiglijke stimulatie -> bevordert hersenontwikkeling
1.3 integratie lichaamssystemen
- vanaf geboorte ontwikkelen baby’s verschillende ritmes
o ademhalen
o zuigen
o slapen/waken
o plassen
o …
- aangestuurd door verschillende lichaamssystemen
- toenemende mate van integratie
- individuele verschillen in ritmiciteit = hoe vlot lichaamssystemen
integreren
- pasgeborenen switchen tussen gedragstoestanden
o bv: gradaties van slaap en waakzaamheid
o naar geland de toestand is andere mate van stimulatie nodig om
aandacht te trekken
1.3.1 slaap
- geboorte: baby’s nog geen circadiaans ritme
o = dag-nachtritme op bestek van 24 uur
- pasgeborenen gemiddeld 16 uur per etmaal slapen
o in spurts van 2 uur, gevolgd door wakkere periode
- geleidelijke overgang naar dag/nachtritme
o 16 weken: 6 uur doorslapen
o 1 jaar: hele nacht doorslapen
- slaap = cyclisch patroon, met verschillende slaapfasen
- baby’s: 1 cyclus = 45 min <-> volwassene: 1 cyclus = 2 uur
o baby kan verschillende slaapfasen nog niet aan elkaar rijgen
- helft slaaptijd = REM-achtige slaap
o Rapid Eye Movements
o actieve slaap
o autostimulatie vd hersenen
3