Ontwikkelingspsychologie
Eline Van Elst
Prof. Patricia Bijttebier
KULeuven
2024-2025
DEEL 1: ontwikkeling van het kind
,(hoorcollege 1: 11/02/2025)
T1: kennismaking en historiek
1. kennismaking
- wetenschappelijke studie van patronen van groei/verandering/stabiliteit
- conceptie -> hoge ouderdom
- verschillende ontwikkelingsdomeinen
o fysiek
invloed van het lichaam op ons gedrag
Wat zijn langetermijngevolgen van premature geboorte?
o cognitief
hoe groei/verandering in intellectuele vermogens ons gedrag
beïnvloedt
Wat zijn onze vroegste herinneringen?
Heeft tweetaligheid voordelen?
o sociaal-emotioneel
hoe interacties + sociale relaties groeien/veranderen/stabiel
blijven
Effecten van verschillende opvoedingsstijlen op het gedrag
van kinderen?
Gepeste kinderen bepaalde eigenschappen gemeen?
o persoonlijkheid
stabiliteit en verandering in karaktereigenschappen die het
ene individu van het andere onderscheiden
Heeft een kleuter besef van goed en kwaad?
Wat zijn oorzaken van suïcide bij adolescenten?
- verschillende ontwikkelingsfasen
o prenataal
o babytijd
o peuter- en kleutertijd
o schooltijd
o adolescentie
o ontluikende volwassenheid
o volwassenheid
o ouderdom
sociale constructie = idee over de realiteit dat breed geaccepteerd is,
maar afhangt van de maatschappij en cultuur op een bepaald moment,
in dit geval vooral gebaseerd op onderzoek in WEIRD samenlevingen
sterke individuele verschillen (tgv biologische oorzaak +
omgevingsfactoren)
- ieder mens behoort tot specifieke cohort (= groep mensen die rond
dezelfde tijd op dezelfde plek geboren zijn)
o belangrijke gebeurtenissen -> mogelijks bepaalde
gemeenschappelijke invloed op leden van een cohort (oorlog,
epidemie, crisis, hongersnoden, …)
- ontwikkeling wordt beïnvloed door:
o normatieve gebeurtenissen: gebeurtenissen die zich voor de meeste
individuen binnen een groep op dezelfde manier voltrekken
2
, o cohorteffecten: historisch bepaalde invloeden, omgevingsinvloeden
en biologische in vloeden die verbonden zijn aan een specifiek
historisch moment
o leeftijdsgebonden invloeden: biologische invloeden en
omgevingsinvloeden die gelijk zijn voor mensen in een bepaalde
leeftijdsgroep, ongeacht waar/wanneer ze opgroeien
bv: bereiken vd puberteit
o sociaal-culturele invloeden
etnische afkomst, sociale klassen, …
o niet-normatieve gebeurtenissen: specifieke gebeurtenissen die
plaatsvinden in het leven van een bepaald persoon, terwijl de
meeste andere mensen hier niet mee te maken krijgen
2. historiek
Philippe Ariès (1914-1984)
- ontdekker van “het kind” als voorwerp van historisch onderzoek
- sinds middeleeuwen studie over kind/kindertijd via afbeeldingen en
dagboeken
- kinderen vroeger gezien als miniatuurvolwassenen
2.1 vroege denkers
2.1.1 John Locke (1632-1704)
- empirisme: kennis wordt vergaard via eigen ervaringen
o dus ook verschillen tussen mensen tgv verschillende
omgevingen/ervaringen
- mens geboren als tabula rasa
- kinderen kunnen tot alles gevormd worden -> “Iedereen kan alles worden”
- kind als passieve ontvanger van omgevingsinvloeden
- grondslag aan latere behaviorisme
2.1.2 Jean-Jacques Rousseau (1712-1778)
- nativisme: geboren worden met inherent potentieel en talenten, alles is al
bepaald, je moet enkel nog ontvouwen
- kind als actief/selectief wezen
- ontwikkeling via afzonderlijke fasen die zich automatisch ontvouwen
2.2 start van de wetenschappelijke ontwikkelingspsychologie
2.2.1 Charles Darwin (1809-1882)
- evolutietheorie
- parallel tussen ontwikkeling van individuen en ontwikkeling van soort
(ontogenese = ontwikkeling individu => fylogenese = ontwikkeling soort)
- eerste keer systematische observatie (dagboek, dus zeer subjectief)
- start wetenschappelijke studie van ontwikkeling
2.2.2 Granville Stanley Hall (1844-1924)
- geïnspireerd door Darwin -> ontogenese in parallel met fylogenese
- ontwikkeling automatisch, vooraf al genetisch bepaald
- stichter Child Study Movement = wetenschappelijke studie van het kind
3
Eline Van Elst
Prof. Patricia Bijttebier
KULeuven
2024-2025
DEEL 1: ontwikkeling van het kind
,(hoorcollege 1: 11/02/2025)
T1: kennismaking en historiek
1. kennismaking
- wetenschappelijke studie van patronen van groei/verandering/stabiliteit
- conceptie -> hoge ouderdom
- verschillende ontwikkelingsdomeinen
o fysiek
invloed van het lichaam op ons gedrag
Wat zijn langetermijngevolgen van premature geboorte?
o cognitief
hoe groei/verandering in intellectuele vermogens ons gedrag
beïnvloedt
Wat zijn onze vroegste herinneringen?
Heeft tweetaligheid voordelen?
o sociaal-emotioneel
hoe interacties + sociale relaties groeien/veranderen/stabiel
blijven
Effecten van verschillende opvoedingsstijlen op het gedrag
van kinderen?
Gepeste kinderen bepaalde eigenschappen gemeen?
o persoonlijkheid
stabiliteit en verandering in karaktereigenschappen die het
ene individu van het andere onderscheiden
Heeft een kleuter besef van goed en kwaad?
Wat zijn oorzaken van suïcide bij adolescenten?
- verschillende ontwikkelingsfasen
o prenataal
o babytijd
o peuter- en kleutertijd
o schooltijd
o adolescentie
o ontluikende volwassenheid
o volwassenheid
o ouderdom
sociale constructie = idee over de realiteit dat breed geaccepteerd is,
maar afhangt van de maatschappij en cultuur op een bepaald moment,
in dit geval vooral gebaseerd op onderzoek in WEIRD samenlevingen
sterke individuele verschillen (tgv biologische oorzaak +
omgevingsfactoren)
- ieder mens behoort tot specifieke cohort (= groep mensen die rond
dezelfde tijd op dezelfde plek geboren zijn)
o belangrijke gebeurtenissen -> mogelijks bepaalde
gemeenschappelijke invloed op leden van een cohort (oorlog,
epidemie, crisis, hongersnoden, …)
- ontwikkeling wordt beïnvloed door:
o normatieve gebeurtenissen: gebeurtenissen die zich voor de meeste
individuen binnen een groep op dezelfde manier voltrekken
2
, o cohorteffecten: historisch bepaalde invloeden, omgevingsinvloeden
en biologische in vloeden die verbonden zijn aan een specifiek
historisch moment
o leeftijdsgebonden invloeden: biologische invloeden en
omgevingsinvloeden die gelijk zijn voor mensen in een bepaalde
leeftijdsgroep, ongeacht waar/wanneer ze opgroeien
bv: bereiken vd puberteit
o sociaal-culturele invloeden
etnische afkomst, sociale klassen, …
o niet-normatieve gebeurtenissen: specifieke gebeurtenissen die
plaatsvinden in het leven van een bepaald persoon, terwijl de
meeste andere mensen hier niet mee te maken krijgen
2. historiek
Philippe Ariès (1914-1984)
- ontdekker van “het kind” als voorwerp van historisch onderzoek
- sinds middeleeuwen studie over kind/kindertijd via afbeeldingen en
dagboeken
- kinderen vroeger gezien als miniatuurvolwassenen
2.1 vroege denkers
2.1.1 John Locke (1632-1704)
- empirisme: kennis wordt vergaard via eigen ervaringen
o dus ook verschillen tussen mensen tgv verschillende
omgevingen/ervaringen
- mens geboren als tabula rasa
- kinderen kunnen tot alles gevormd worden -> “Iedereen kan alles worden”
- kind als passieve ontvanger van omgevingsinvloeden
- grondslag aan latere behaviorisme
2.1.2 Jean-Jacques Rousseau (1712-1778)
- nativisme: geboren worden met inherent potentieel en talenten, alles is al
bepaald, je moet enkel nog ontvouwen
- kind als actief/selectief wezen
- ontwikkeling via afzonderlijke fasen die zich automatisch ontvouwen
2.2 start van de wetenschappelijke ontwikkelingspsychologie
2.2.1 Charles Darwin (1809-1882)
- evolutietheorie
- parallel tussen ontwikkeling van individuen en ontwikkeling van soort
(ontogenese = ontwikkeling individu => fylogenese = ontwikkeling soort)
- eerste keer systematische observatie (dagboek, dus zeer subjectief)
- start wetenschappelijke studie van ontwikkeling
2.2.2 Granville Stanley Hall (1844-1924)
- geïnspireerd door Darwin -> ontogenese in parallel met fylogenese
- ontwikkeling automatisch, vooraf al genetisch bepaald
- stichter Child Study Movement = wetenschappelijke studie van het kind
3