100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting - Patiëntgerichte dieetleer bij metabole en nefrologische aandoeningen

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
90
Geüpload op
09-06-2025
Geschreven in
2023/2024

Deze samenvatting bevat de leerstof uit het deel 'pathologie en farmacologie' van het vak 'Patiëntgerichte dieetleer bij metabole en nefrologische aandoeningen'.














Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
9 juni 2025
Aantal pagina's
90
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

linPatiënt gerichte dieetleer bij metabole en nefrologische
aandoeningen (2)

Dossier obesitas
Definitie
Classificatie van overgewicht bij volwassenen




- nadeel van BMI te gebruiken:
> er wordt geen rekening gehouden met de vetverdeling en met de verhouding
spierweefsel/vetweefsel

- buikomvang is sterker gerelateerd aan CVR en aan type 2 diabetes dan de BMI
-> middelomtrek is een betere voorspeller van het risico op metabole aandoeningen!
> mannen: vanaf 94cm overgewicht
meer dan 102cm obesitas
> vrouwen: vanaf 80cm overgewicht
meer dan 88cm obesitas

- soms wordt de verhouding middelomtrek/heupomtrek (waist/hip ratio) berekend
> mannen: > 1,0 centrale obesitas
> vrouwen: > 0,85 centrale obesitas
> kan verschillen afhankelijk van ras en afkomst



Obesitas
= overmatige ophoping van lichaamsvet met belangrijke gevolgen voor de gezondheid

> vetophoping rond de buik is gevaarlijker dan vetophoping rond de dij- en bilregio


- technieken om idee te krijgen van de lichaamssamenstelling:
> meting van de huidplooidikte met een huidplooimeter
> bio-elektrische impedantieanalyse (BIA)
> dual energy X-ray absorptiemeter (DEXA scan)



=> verhoogde middelomtrek => meer kans op metabole aandoeningen en een hoger CV risico



1

, Epidemiologie
- obesitas is een wereldwijd fenomeen dat jaarlijks toeneemt
> ‘obesitasepidemie’ of ‘obesitaspandemie’
> zelfs in ontwikkelingslanden, door het overnemen van een Westers voedingspatroon (rijk
aan VV en suikers)

- vele ziektes kunnen uit obesitas voortvloeien => belangrijk om de basis aan te pakken!

- obesitas en overgewicht heeft veel nadelige gevolgen:
> welvaartsziekten
* diabetes type 2, CVA, …
* levensverwachting daalt
> mechanische aandoeningen
* problemen door belasting thv knieën, rug en heupen
> psychische problemen
* negatief zelfbeeld door discriminatie, …
> stijging van de kosten voor de gezondheidszorg
> slechtere schoolprestaties en positie op de arbeidsmarkt



=> sterke toename van obesitas
=> meer dan de helft van de mensen heeft overgewicht of obesitas => is een heel belangrijk probleem




Fysiologie van de eetregulatie
Energiebalans
= verhouding tussen de hoeveelheid energie die wordt opgenomen en de hoeveelheid energie die
nodig is om te voorzien in de energiebehoefte
- als energie-inname en energiebehoefte in balans zijn, kan men spreken van een stabiel gewicht

- energie-inname
> koolhydraten
* energiebron voor het lichaam
* als we geen KH innemen gaat ons lichaam zelf glucose aanmaken (gaat vnl vanuit de

voorloper oxaalacetaat) => als we oxaalacetaat gebruiken om glucose aan te
maken, gaan we die niet in de citroenzuurcyclus afbreken en dan is er een
interferentie met de afbraak van vetzuren ==> we moeten KH innemen om een
goede vetzuurverbranding te hebben

> lipiden
* essentiële vetzuren kunnen we niet zelf aanmaken -> via de voeding innemen




2

, > proteïnen
* bouwstoffen voor het lichaam, ook na de groei
* uit een overmaat eiwitten kunnen we ook energie halen
* te weinig inname van eiwitten of bepaalde aminozuren => er gebeurt een
verandering in je lichaam waardoor je meer afkeur gaat hebben voor VM die arm
zijn aan eiwitten zodat je geneigd bent om meer VM te eten die rijk zijn aan eiwitten

 info die vanuit perifeer wordt doorgestuurd naar de hersenen, waar je niet
bewust van bent
* meer aminozuren innemen dan je eigenlijk nodig hebt => je gaat het teveel aan AZ

gebruiken als energiebron; dit heeft een invloed op het gebruik van andere
energiesubstraten (KH, vetten)
* eiwitten geven ons een hoger verzadigingsgevoel --> je bent minder geneigd om
veel te eten => gewichtsverlies



- energieverbruik
> metabole snelheid = snelheid waarmee het lichaam energie verbruikt

> 3 componenten die energieverbruik bepalen:
* basaal metabolisme of rustmetabolisme (BMR of RMR)
= energie dat het lichaam minimaal nodig heeft om de fysiologische functies
te verrichten (warmtehuishouding, ademhaling, werking van het hart, …)
-> hoe minder vetvrije massa, hoe lager BMR
-> hoe groter het lichaamsoppervlak, hoe hoger BMR
-> hoe ouder, hoe lager BMR
-> hoe hoger de lichaamstemp, hoe hoger BMR
-> hoe hoger de stress, hoe hoger BMR
* voedingsgeïnduceerde thermogenese
= stijging van het energieverbruik na een maaltijd, door de vertering en
verwerking van voedsel
* lichamelijke activiteit
= regelbare energieverbruik
-> MET-waarde van een bepaalde vorm van FA
= metabool equivalent dat de hoeveelheid energie weergeeft die een
bepaalde FA kost tov het energieverbruik in rust
-> PAL-waarde (op individueel niveau)
= verhouding totaal energieverbruik / energieverbruik voor BMR
-> lichamelijke activiteit gaat niet zozeer zorgen voor een daling van gewicht,
je doet dit eerder best om je gewicht te behouden
- een dieet gecombineerd met FA is de beste manier aan
gewichtscontrole te doen




3

,Honger en verzadiging
- honger is een dominante sensatie die ervoor zorgt dat andere activiteiten (bv slapen) verhinderd worden
> verzadiging zorgt ervoor dat deze andere activiteiten hervat kunnen worden


- neuro-endocriene en neuro-neurale systemen in de hersenen regelen honger en verzadiging
> orexigeen effect = bevordering eetlust + remming verzadigingsgevoel
> anorexigeen effect = remming eetlust + stimulatie verzadigingsgevoel

- één vd centrale regulatiegebieden in de hersenen is de hypothalamus
> krijgt signalen over recente voedselinname en energiereserves
> ATP-concentratie in de neuronen is afhankelijk van of we voedingsstoffen afbreken:
* lage concentratie = orexigeen effect (doet eten)
* hoge concentratie = anorexigeen effect
> weefselhormonen gevormd in het spijsverteringsstelsel en ook in het vetweefsel
* ghreline
-> stimuleert het hongergevoel (= orexigeen effect)
-> geproduceerd thv zuurproducerende deel van de maag
-> secretie is het hoogst in nuchtere toestand
-> versterkt maagmotiliteit (grommen)
-> inhibeert de secretie van insuline en stimuleert de secretie van glucagon
-> mensen met overgewicht hebben een lager pijl van ghreline
(na afvallen: hogere spiegels = signaal om afvallen tegen te gaan -> jojo-effect)
-> als je je avondmaal vroeger neemt, gaat de concentratie aan ghreline lager zijn en
ga je minder geneigd zijn om daarna nog iets te eten
* peptide YY (PYY)
-> geproduceerd in ileum en colon wanneer er voedsel in de dunne darm komt
-> remt de eetlust (= anorexigeen effect)
* incretines (incretinehormonen)
-> GIP en GLP-1
-> geproduceerd door darmmucosa wanneer er voedsel in de dunne darm komt
-> remt de eetlust (= anorexigeen effect)
-> stimuleren de insulineproductie door de β-cellen
-> remmen de glucagonproductie door de α-cellen (GLP-1)
-> remmen de maaglediging (= langer een vol gevoel)
-> afgebroken door enzym DPP-4
* cholecystokinine (CCK)
-> geproduceerd in de dunne darm
-> remt de eetlust (= anorexigeen effect)
-> stimuleert de vertering van KH, vetten en eiwitten in de darm
* leptine
-> geproduceerd door adipocyten wanneer de vetvoorraad toeneemt -> werkt
op langere termijn!
-> remt de eetlust (= anorexigeen effect) -> signaal dat vetvoorraden groot
genoeg zijn en dat er niet meer gegeten moet worden
-> productie neemt toe bij het eten en neemt af bij vasten
-> verhoogt het metabolisme -> lichaam kan meer kcal verbruiken
* insuline
-> geproduceerd door de β-cellen
-> werkt thv hypothalamus: vermindering voedselinname en verhoogd energieverbruik
-> houdt verband met de vetreserves 4
-> invloed op energiebalans op lange termijn

, Dikke darm, vetweefsel, maag en
pancreas geven weefselhormonen vrij
-> die hormonen hebben een effect op
eerste neuronen -> die neuronen
kunnen een effect hebben op de
daarop volgende neuronen




Als het NYP type neuron wordt gestimuleerd, krijg je een orexigeen effect
-> zorgt ervoor dat orexigene signalen worden doorgegeven naar een 2 e orde neuronen in de
hypothalamus
> op de NYP neuronen vind je leptine-receptoren
* leptine heeft een anorexigeen effect: het inhibeert dit NYP neuron (want als we dat
neuron activeren zorgt het voor stimuleren van hongergevoel)

> op de NYP neuronen zie je ook inhibitie door PYY

> op de NYP neuronen zie je een activatie door ghreline (zorgt voor orexigeen effect)


Als de POMC neuronen worden geactiveerd, zorgen die voor een anorexigeen signaal
-> zorgen dat het verzadigingsgevoel gaat toenemen
> op de POMC neuronen vind je leptine-receptoren
* leptine activeert die receptoren en zorgt voor een anorexigeen effect


De 2e orde neuronen hebben ook receptoren (oa MC4R)
> MC4R (melanocortine-4-receptor) wordt geactiveerd door het melanocyt stimulerend
hormoon (MSH)
> als we deze neuronen activeren, zorgt dat voor een vermindering van de voedselinname en
verhoging vh basaal metabolisme

5

, - neurale signalen
> komen uit hogere hersengebieden en komen ook in de hypothalamus terecht

> hedonistische regulatie (~ genot): beloningssystemen
* ‘goesting hebben’
* beïnvloedt het eetgedrag: extra ongeplande maaltijden

> cognitieve regulatie: prefrontale cortex (regelt 50% van de voedselinname !)
* gewoonten en tradities
* sociale en ideologische factoren
* religieuze en politieke motieven (bv Ramadan, hongerstaking)

> sensorisch-specifiek verzadigingsgevoel voor voedsel dat net werd gegeten (~ geur, uitzicht,
smaak, textuur): prefrontale cortex



- postabsorptieve verzadiging
> stofwisselingssignalen uit de lever tijdens de metabole verwerking van voedsel
* stimulatie verzadigingsgevoel
* vooral vetzuuroxidatie

> macronutriënten hebben een verschillend effect op het verzadigingsgevoel:
* proteïnen > koolhydraten > lipiden
* (hoe meer lipiden in een maaltijd, hoe hoger de energiedichtheid)




- overzicht:
> op korte termijn
* daling energie-inname => daling ATP in neuronen => eetlust stijgt
* ghreline: verhoogt hongergevoel en doet metabolisme dalen
* PYY, CCK en incretines: verzadiging
* neurale signalen
* postabsorptieve verzadiging: vetzuuroxidatie!

> op lange termijn
* leptine
* insuline




6
€10,06
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
anoukvanfroyenhoven
3,0
(1)

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
anoukvanfroyenhoven UC Leuven-Limburg
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
7
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
2
Documenten
15
Laatst verkocht
1 maand geleden

3,0

1 beoordelingen

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen