• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 48 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Economisch Recht 2024-25

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 48 pagina's

Een samenvatting van de lessen in combinatie met het handboek en de arresten. Bij elk arrest staat een korte uitleg en de belangrijke rechtsoverwegingen. Het is een bondige samenvatting die goed de structuur en de inhoud van de lessen weergeeft.

Voorbeeld van de inhoud

ECONOMISCH RECHT
INLEIDENDE LES (11/2)
Leermateriaal: 2 boeken + colleges + rechtspraakbundel is van essentieel belang +
addendum codex
- Handboek consumentenbescherming en marktpraktijken (50)
- Capita economisch recht (29,90)
- Rechtspraakbundel op blackboard
Mondeling examen met 30 minuten voorbereidingstijd + hij helpt wel en stelt geen
strikvragen
Als je op 1 van de 3 vragen volledig niet kan antwoorden, kan je niet slagen.
Geen gebruik handboek en capita, wel wetgeving en rechtspraak gebruiken.


Twee evenwaardige constitutieve bestanddelen van het economisch recht:
 Het klassieke handelsrecht of ondernemingsrecht
 Het marktrecht

HET ONDERNEMINGSBEGRIP
Voor verschillende boeken geldt er een ander ondernemingsbegrip, in volgende
hoofdstukken wordt het ondernemingsbegrip per boek geanalyseerd.

HET ONDERNEMINGSBEGRIP IN DE ZIN VAN BOEK I WER

Art. I.1, eerste lid WER
 Iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent
o Een zelfstandige activiteit = een activiteit die niet door een werknemer is
gesteld omdat deze onder gezag en leiding van een andere persoon
handelt.
 Bij een zelfstandige activiteit draag je zelf de risico’s en treedt je
voor eigen rekening op.
 Geen ambtenaren, deze zijn gebonden door ene bijzonder statuut.
o Een beroepsactiviteit = elke mogelijke praktijk die beroepsmatig kan
worden uitgevoerd, op voorwaarde dat er wel sprake is van een zekere
duurzaamheid (regelmaat). Hierbij is ook een zekere vorm van organisatie
vereist.
 In principe zijn handelingen tussen particulieren onderling niet
beroepsmatig, maar je moet hier wel mee opletten. Als je
bijvoorbeeld op dagelijkse basis kleren verkoopt op Vinted zou het
wel eens kunnen dat je gezien wordt als onderneming in de zin van
Boek I
o Dit ruime ondernemingsbegrip heeft geleid tot heel wat discussie in de
rechtsprak over hoe het dan zit met zaakvoerders en bestuurders van
vennootschappen en verenigingen
 HvB Brussel – het mandaat van zaakvoerder is een
beroepsactiviteit, men doet dit soort dingen niet louter als hobby en
wil voorzien in zijn levensonderhoud

,  HvB Bergen – een zaakvoerder is geen onderneming tenzij daartoe
een organisatie is opgezet. In andere gevallen handelt hij gewoon in
naam en voor rekening van de rechtspersoon
 HvB Luik – het bestuurdersmandaat in een vennootschap is een
ondernemingsactiviteit.
o Bestuurders van vennootschappen of verenigingen die winstgevende
activiteiten nastreven hebben een weerlegbaar vermoeden dat zij
zelfstandige beroepsactiviteiten uitoefenen. Indien zij de kosteloosheid van
het mandaat kunnen bewijzen kan je je bevrijden van die sticker van
“ondernemer”
 Cassatie is heel duidelijk  een bezoldigde bestuurder/natuurlijke
persoon zijn ondernemingen indien de betrokken activiteit
voldoende duurzaam wordt uitgeoefend. Bestuurders van VZW’s zijn
in de regel geen ondernemingen wegens het onbezoldigde karakter
van hun mandaat.
o Cass. 18 maart 2022 – een natuurlijke persoon is geen onderneming tenzij
hij een organisatie heeft van materiële, financiële of menselijke middelen
om een zelfstandige beroepsactiviteit uit te oefenen
o HvB Antwerpen 2024 – een natuurlijk persoon is slechts een onderneming
wanneer hij aantoont een organisatie te vormen, bestaande uit materiële
en immateriële middelen samengebracht met het oog op het uitoefenen
van een zelfstandige beroepsactiviteit.
o Het organiseren en normaal beheren van een persoonlijk vermogen door
een natuurlijke persoon is geen ondernemingsactiviteit.
o Onder boek VI WER vallen zaakvoerders van rechtspersonen niet onder het
begrip onderneming, bezoldigd of niet. Ze handelen eigenlijk als een
orgaan van de rechtspersoon.
 Iedere rechtspersoon met uitzondering van publiekrechtelijke
rechtspersonen die geen goederen of diensten aanbieden op een markt.
o Volgens de definitie zou elke rechtspersoon eigenlijk een onderneming
moeten zijn, iedere rechtspersoon is een onderneming ongeacht het doel.
Een rechtspersoon wordt over het algemeen dus verondersteld een
beroepsmatige, georganiseerde activiteit uit te oefenen.
 Hier onder vallen niet: publiekrechtelijke rechtspersonen die geen
goederen of diensten aanbieden op de markt (BKK Mobil Oil).
 Publiekrechtelijke rechtspersonen die wel goederen of
diensten aanbieden op de markt vallen dus wel onder het
ondernemingsbegrip.
 Voor privaatrechtelijke rechtspersonen geldt dus het vermoeden dat
ze op zich een onderneming zijn.
 Iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid, tenzij die geen
uitkeringsmogelijkheid heeft, wegens het ‘for profit’ (= vergoeding die
meer is dan kostendekkend en die wordt vermoed vanuit winstoogmerk gesteld te
zijn) karakter van deze vormen.
o Het komt er eigenlijk op neer dat je als vereniging wel winst mag nastreven
om het voorwerp te verwezenlijken maar deze winst mag niet worden
uitgekeerd. ‘Not for profit’ = iederen organisatie zonder
rechtspersoonlijkheid die geen uitkeringsoogmerk heeft en die ook in feite
geen uitkeringen verricht aan haar leden of aan personen die een
beslissende invloed uitoefenen op het beleid van de organisatie.
 Faciliteiten aanbieden aan leden mag wel, dit wordt niet als winst
gezien (bv. gratis of met korting naar theatervoorstellingen).

, o Er geldt geen vermoeden van een onderneming te zijn bij een feitelijke
vereniging, je zal bewijs moeten leveren van een uitkeringsoogmerk of
feitelijke uitkeringen alvorens men als onderneming kan worden
gekwalificeerd.

HET ONDERNEMINGSBEGRIP IN DE ZIN VAN BOEK VI WER


BINNEN HET ONDERNEMINGSBEGRIP
Art. I.8.39° WER  onderneming = elke natuurlijke of rechtspersoon die op duurzame
wijze een economisch doel nastreeft, alsmede zijn verenigingen.
BKK Mobil Oil – Verruiming van het begrip: een onderneming is elke natuurlijke
persoon of rechtspersoon zodra deze een activiteit tegen betaling uitoefent,
waarbij instellingen met een taak van algemeen belang of met publiekrechtelijke
vorm niet worden uitgesloten.
Het gevolg van dit arrest is dat het ondernemingsbegrip in boek VI
(marktpraktijken) ruimer is dan bij de boeken IV en V (kartelrecht) maar het doel
van het ondernemingsbegrip blijft het onderscheiden van economische en niet-
economische activiteiten en elke entiteit die op dezelfde wijze de markt betreedt,
onderwerpen aan dezelfde regels.


 Ondernemingsbegrip in het mededingingsrecht (art. 101-102 VWEU) – Boek IV en
V WER
o Arrest Höfner & Elser – een onderneming is elke eenheid die een
economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze
waarop zij wordt gefinancierd.
o Arrest Commissie t. Italië – onder economische activiteit wordt verstaan, de
activiteit bestaande in het aanbieden van goederen en diensten op een
bepaalde markt. Het omvat alle stadia van de economisch cyclus met
inbegrip van de landbouw en vrije beroepsbeoefenaars.
 Onder ondernemingen vallen ook: overheidsondernemingen,
ondernemingsverenigingen, (koepel)verenigingen van
ondernemingsverenigingen, sportfederaties,…
o Onderwijs – om dit al dan niet als onderneming te kwalificeren kunnen we
kijken naar de manier waarop dat onderwijs is georganiseerd en de prijs die
door leerlingen, ouders of derden moet worden betaald.
 Wanneer een onderwijsinstelling hoofdzakelijk wordt gefinancierd
door subsidies van de overheid kan het zijn dat er geen sprake is
van een economische activiteit.
 De analyse van financiering en organisatie moet gebeuren per
onderwijsactiviteit apart.

ZAKEN DIE BUITEN HET ONDERNEMINGSBEGRIP VALLEN
 Taken onder overheidsgezag
o Activiteiten die de uitoefening van bevoegdheden van openbaar gezag
inhouden hebben geen economisch karakter.
o Selex Sistemi – gebruik positieve methode. Men gaat activiteit per activiteit
onderzoeken of er sprake is van een overheidstaak of niet.
 Technische normalisatieactiviteit – geen economische activiteit
(bood ook geen goederen/diensten aan op een bepaalde markt)
 Onderzoek en ontwikkeling – geen economische activiteit
(resultaten worden gratis ter beschikking gesteld)

,  Bijstandsactiviteit – economische activiteit
o Diego Cali – een entiteit die in de haven door een overheid opgedragen
milieu-inspectiediensten verricht is geen onderneming.
o Ambulanz Glöckner – ziekenvervoerdiensten en vervoer van spoedgevallen
per ambulance is een economische activiteit. Het gaat over het tegen
betaling aanbieden van een dienst op een markt.
 Overheidshandelen
o Overheden moeten zich ook aan de mededingingsregels houden, daarvoor
werd de loyaulteitsverplichting uit art. 4, lid 3 VEU gekoppeld aan art. 101
VWEU. Overheden mogen geen:
 Totstandkoming van met art. 101 VWEU strijdige overeenkomst op
te leggen og te stimuleren;
 De werking ervan te versterken
 Aan eigen regeling het overheidskarakter te ontnemen door de
verantwoordelijkheid voor het nemen van besluiten tot interventie
op economisch gebied aan particuliere marktdeelnemers over te
dragen.
o Arrest Doulamis – een absoluut reclameverbod voor tandartsen; HvJ stelt
dat dit reclameverbod geen overeenkomst is, dat het niet gaat over een
beslissing van een ondernemingsvereniging en is niet ontstaan door een
overheidsprerogatief. Het gaat hier om een wet, dus valt niet binnen het
kartelverbod.
 Om dit reclameverbod aan te vechten kan je eventueel gebruik
maken van het vrij verkeer van goederen en diensten, dan nood aan
grensoverschrijdend element. Eventueel ook gebruik maken van de
richtlijn oneerlijke handelspraktijken.
 Taken van zuiver sociale aard
o Poucet & Pistre – “De ziekenkassen of organen die meewerken aan het
beheer van de openbare dienst van de sociale zekerheid, vervullen een
taak van zuiver sociale aard. Hun werkzaamheid berust immers op het
beginsel van nationale solidariteit en mist ieder winstoogmerk. De betaalde
uitkeringen zijn wettelijke uitkeringen, die niet afhangen van het bedrag
van de premies.”
 Het gaat hier om een socialezekerheidsstelsel gebaseerd op het
solidariteitsbeginsel, enkel in dit geval kan je niet gezien worden als
onderneming.
o FFSA – het gaat hier om een facultatief socialezekerheidsstelsel waarbij de
uitkeringen afhangen van de hoogte van de betaalde premies. In deze
casus gaat het over een socialezekerheidsstelsel op basis van het
kapitalisatiebeginsel, daarbij dus ook een onderneming.
o Albany – hier wordt een verzekering aangeboden door een bedrijf wel
gezien als een economische activiteit waarbij er wordt geconcurreerd met
andere verzekeringsmaatschappijen.
 Het HvJ argumenteert dat ze zelf de hoogte van de premies en
uitkeringen betalen en werken volgens het kapitalisatiebeginsel. Het
ontbreken van het winstoogmerk en andere solidariteitsaspecten
doen hieraan geen afbreuk/
o AOK Bundesverband – hier gaat het niet om een onderneming omdat er
ook weer sprake is van een solidariteitsbeginsel, taken van zuiver sociale
aard en geen winstoogmerk.
 Nu eigenlijk een evolutie in de rechtspraak waarbij omzichtig wordt
nagegaan of de aanvullende activiteiten die

Inhoudsopgave

  1. 01 Inleidende les (11/2) 1
  2. 02 Het ondernemingsbegrip 1
    1. Het ondernemingsbegrip in de zin van Boek I WER 1
    2. Het ondernemingsbegrip in de zin van boek VI WER 3
  3. 03 Marktpraktijken 5
    1. Doel en toepassingsgebied Richtlijn oneerlijke handelspraktijken 5
    2. VErgelijkende reclame 8
    3. Informatie van de markt: promoties en prijzen 13
    4. Overeenkomsten met consumenten 17
    5. Overeenkomsten tussen ondernemingen 18
    6. Oneerlijke handelspraktijken B2C 18
    7. Oneerlijke marktpraktijken B2B 23
    8. Verkoop met verlies 23
  4. 04 Intellectuele eigendomsrechten 24
    1. Inleiding 25
    2. Parasitaire concurrentie 25
    3. Inleiding intelelctuele rechten 26
    4. Cumul van de intellectuele eigendomsrechten 28
    5. Merkenrecht 32
    6. Communautaire uitputting 34
    7. Bescherming van het merkenrecht 36
  5. 05 Kartelrecht 44
    1. Verordening 1/2003 45
    2. Groepsvrijstellingsverordening 45
    3. Oefeningen oplossen 46

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
8 juni 2025
Aantal pagina's
48
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€8,66

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
katomagel
5,0
(1)
Verkocht
11
Volgers
1
Items
4
Laatst verkocht
4 maanden geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen