Praktische afspraken
• Demonstratietekst: Multatuli – Max Havelaar
o DBNL digitale gratis versie, doorzoekbaar
o Hulp: kennisclip op blackboard
o Max Havelaar of the koffiveilingen der Nederlandse Handelmaatschappy – Amsterdam:
Prometheus 2020 (11e druk)
• Hoe voorbereiden
o Zelfstudiepakketten
o Deelnemen aan colleges
o Herhalingsles op het einde met oefenvragen
1. Literatuur en wetenschap
2. Plato & Aristoteles (intro)
o Oedipus Rex
3. Van Middeleeuwen tot Romantiek (het sublieme)
o Het sublieme (vervolg)
4. Formalistische benaderingen in de ALW
5. Ideologiekritische benaderingen in de ALW
6. Recente benaderingen in de ALW + slot
Eindcompetenties => na dit opleidingsonderdeel kunnen jullie:
• de belangrijkste methodologieën, paradigma’s en theoretici in de algemene literatuurwetenschap
herkennen, situeren, definiëren en aan de hand van voorbeelden illustreren
• gelijkenissen en verschillen tussen de belangrijkste paradigma’s noemen en toelichten
• de filosofische voorgeschiedenis van de algemene literatuurwetenschap navertellen
• een op goed afgewogen argumenten rustende houding innemen ten aanzien van de mogelijkheden van
literatuurwetenschappelijke tradities (beperkingen en sterke punten noemen en toelichten)
• de basisbegrippen en analyseschema’s uit de algemene literatuurwetenschap hanteren en toepassen in tekst
analytische oefeningen
• zelfstandig secundaire literatuur over literatuurwetenschap lezen, samenvatten en verduidelijken
EXAMEN
• 17 juni 9.00
• Max Havelaar: mag NIET in geschreven zijn (onderstrepingen niet erg)
• Leerstof
o Alles wat besproken is in de colleges
o Zelfstudiepakketten < vragen en antwoorden
o Voorbeelden die besproken zijn zijn hulpmiddelen, geen leerstof an sich
o Max Havelaar: toepassingsvragen
o Er zal niet worden gevraagd naar data, maar wel handig
• Puntenverdeling
o 4 begrippen definiëren op 10 punten totaal, in juiste paradigma / traditie plaatsen !!!
o Multiple choice op 15 punten, geen giscorrectie maar wel met cesuur
o Open vragen: kennis – inzicht – toepassing op 15 punten
FEEDBACKMOMENT: 1 juli om 10:00 in R.014
VOORBEELDVRAGEN: ZIE POWERPOINT!!!!!!!!!!!!!!!!!8
1
,INHOUD
1.Wat is literatuur-wetenschap ............................................................................................................ 3
1.1 hoe literatuur en wetenschap hun eigen weg gingen ..................................................................... 3
1.2 literatuurwetenschap ...................................................................................................................... 7
2.Het filosofische denken over literatuur: plato & aristoteles (van mimese tot het sublieme) ....... 8
2.1 zelfstudiepakket 1 .......................................................................................................................... 8
2.2 Plato (427-347 v.chr.) ................................................................................................................. 10
2.3 Aristoteles (384-322 v. chr.)........................................................................................................ 12
3.Aristoteles & Oedipus rex ................................................................................................................ 15
3.1 zelfstudiepakket 2 ........................................................................................................................ 15
3.2 dramatische ironie ....................................................................................................................... 17
3.3 Aristoteles: conclusies ................................................................................................................. 17
4. Mideeleeuwse opvattingen over literatuur ............................................................................. 19
4.1 Het middeleeuws onderwijssysteem............................................................................................ 19
4.2 Een middeleeuwse ‘poëtica’ uit de 14e eeuw .............................................................................. 21
4.3 de ‘herontdekking van de poëtica van aristoteles => renaissance ............................................... 24
5. Het sublieme & formalisme ............................................................................................................ 25
5.1 pseudo-longinus – over het sublieme .......................................................................................... 25
5.2 edmund burke .............................................................................................................................. 28
5.3 immanuel kant (1724-1804) ........................................................................................................ 30
5.4 besluit .......................................................................................................................................... 32
6.Autonomistische / formalistische benaderingen ............................................................................ 33
6.1 russisch formalisme (1915-1925) ................................................................................................ 34
6.2 new criticism (1920-1960) .......................................................................................................... 37
6.3 praagse (1920-60) en franse structuralisme (1950-70) ................................................................ 41
voorlopers: V. Propp, F. Saussure ................................................................................................. 41
Praagse structuralisme ................................................................................................................... 44
Frans structuralisme ...................................................................................................................... 47
toepassing op max havelaar: zelfstudiepakket............................................................................... 50
6.4 poststructuralisme (1970-2000) ................................................................................................... 55
context: linguistic turn ................................................................................................................... 55
verhouding structuralisme-poststructuralisme............................................................................... 55
deconstructie – Jacques Derrida .................................................................................................... 56
7.Ideologiekritische benaderingen ..................................................................................................... 61
7.1 marxistische literatuurbenadering ............................................................................................... 61
7.2 institute für sozialforschung / frankfurter schule......................................................................... 66
7.3 postkolonialisme.......................................................................................................................... 73
2
, 7.4 zelfstudiepakket ........................................................................................................................... 77
7. moderne ontwikkelingen in literatuurwetenschap ................................................................... 81
7.1 een stukje achtergrond ................................................................................................................. 81
7.2 onderzoek zelf ............................................................................................................................. 81
7.3 reflecties ...................................................................................................................................... 82
1. WAT IS LITERATUUR-WETENSCHAP
Zijn wetenschap en literatuur twee uitsluitende werelden? The Two Cultures – C.P. Snow
• Britse schrijver en wetenschapper hield in 1959 beroemde lezing ‘the two cultures’
• Hij stelde dat intellectuelen in de geesteswetenschappen (zoals schrijvers, historici en
filosofen) en wetenschappers (zoals natuurkundigen en ingenieurs) in twee aparte
werelden leefden, met weinig wederzijds begrip. Literair gevormde mensen kenden
doorgaans niet eens eenvoudige natuurkundige concepten (zoals Tweede Wet van
Thermodynamica), tegelijkertijd hadden wetenschappers vaak weinig kennis van
klassieke literatuur en filosofie.
• Volgens Snow had deze kloof negatieve gevolgen voor de samenleving, omdat
technologische en wetenschappelijke vooruitgang niet altijd goed werd begrepen door
beleidsmakers en de bredere culturele elite. Hij pleitte voor een brug tussen beide
domeinen, zodat wetenschap en literatuur elkaar konden aanvullen en bijdragen aan
een beter begrip van de wereld.
• Snows visie naderhand vaak bijgetreden: The Hedgehog, the Fox & the Magisters Pox
= zelfde concept, wil artistieke en wetenschappelijke discussies samenbrengen
1.1 HOE LITERATUUR EN WETENSCHAP HUN EIGEN WEG GINGEN
In Den Beginne was er (in het westen) een eenheid van kennis
Aristoteles
• Filosofen: konden over alle onderwerpen praten en discussiëren, ook over
wetenschappelijke onderwerpen
• A. schreef over politiek, fysica, logica (het organon/het instrument),
psychologie, retoriek (hoe overtuigend spreken), enz.
• Logica < syllogisme = algemene stelling => concrete kennis
o Voorbeeld
▪ Alle mensen zijn sterfelijk = majorpremisse = algemene regel
▪ Socrates is een mens = minorpremisse = specifiek geval
▪ Socrates is sterfelijk = een conclusie = logische gevolgtrekking
De wetenschappelijke revolutie
= natuurwetenschappen emanciperen zich in de late 16e en 17e eeuw uit de filosofie en theologie
• Wetenschappers blijven zich op vele domeinen (inclusief metafysica) uitspreken, maar de kwaliteit van de
wetenschap over de natuur wordt uitsluitend afgemeten aan de wetenschap intrinsieke criteria (methode,
consequentie, systematiek, observaties, exactheid, controleerbaarheid…)
• Natuurwetenschap wordt geleidelijk aan voer voor specialisten ( generalisten)
• J.W. von Goethe (1749-1832): de laatste intellectueel die literatuur en exacte wetenschap beide op hoog
niveau beoefende
3
, De wetenschappelijke revolutie: sleuteljaar 1543
• Nicolas Copernicus verwerpt in 1543 het geocentrische wereldbeeld van Ptolemaeus =>
heliocentrisme religieuze opvattingen => kloof vergroot
• Wordt bevestigd door Johannes Kepler (baan van de planeten) en mede dankzij
vernieuwende sterrenkijkers door Galileo Galilei
=> successen astronomie geven sterke impuls aan fysica & wiskunde => Isaac Newton
• Andreas Vesalius publiceert in 1543 de grondsla gen van de moderne anatomie in De
humani fabrica libri septem (over de bouw van het menselijk lichaam in zeven boeken)
o Observatie: Dissectie van lijken, was toen taboe
o overgeleverde kennis werd enkel gebaseerd op kennis van de oudheid
o Inzichten die uit de antieke tijd stammen en in de Middeleeuwen bewaard werden
worden te discussie gesteld (bv. de Theorie van de ‘humores’)
=> er ontstaat een nieuw, modern mens- en wereldbeeld
Francis Bacon: Novum Organum Scientarium (1620)
“multi petransibunt & augebitur scientia” = “velen zullen passeren en wetenschap zal vermeerderen” =>
voorspelling
• Zuilen: zuilen van Hercules – frontispiece
o staan geografisch voor de straat van Gibraltar (berg en rots)
o in antieke tijd: staan symbool voor de uiterste grens van wat gekend kan zijn, waar de
kennis ophield
o tijd van Francis Bacon: nieuwe wereld ontdekt => wereld was begrensd toen, kennis
ook => ik vaar door de zuilen heen en met wetenschappelijke methoden laten we de
kennis van de romeinen achter ons
• Titel: Novum Oganum
o Aristoteles had Organom geschreven => Bacon stelt ‘nieuw instrument’ voor
o Niet Aristoteles zijn kennis aanpassen en verbeteren, maar het op een radicale nieuwe
moderne manier doen
o => mens en wereldbeeld ontkiemt
o Loslaten van vaste godsbeelden (maken nog wel ruimte voor hem in theorieën)
o Experimenten => methodes => technieken => wereld verbeteren = toch Gods doel !!
Opvattingen Francis Bacon
(1) Door de zondeval (Genesis) verloor de mens niet alleen zijn onschuld, maar ook zijn heerschappij over de
natuur. Het is een religieuze plicht om deze heerschappij opnieuw af te dwingen. Hoe? Door kennis te
verwerven over de natuur (kennis = macht). Wie de natuur doorgrondt, wordt ingewijd in de wonderlijke
werken van God.
(2) Hoe kennis vergaren => zorgvuldige zintuiglijke waarneming van de natuur – empirisme, a posteriori
benadering (vertrekken van wit blad => zintuigen => kennis opbouwen)
(3) A priori-ideeën (filosofische voor-onderstellingen) zijn hoogmoedig, het zijn hersenspinsels die Gods
schepping oneer aandoen
= kritiek op Plato en Aristoteles
(4) Nood aan een nieuw instrument/methode voor kennisvergaring (novum organum >< Organon, Aristoteles)
o Zintuiglijke waarneming
o Ontwikkeling van meet- en observatie- instrumenten: microscopen, stetoscopen
o Nood aan specifiek toegeruste plaatsen: laboratoria. Diir jan de natuur worden ‘gegijzeld’ en tot
betekenis worden gedwongen=> Bacon = uitvinder van het laboratorium
o Cf. Bacon: ‘I mean it to be a history not only of nature free and at large [...], but much more of nature
under constraint and vexed; that is to say, when by art and the hand of man she is forced out of her
natural state, and squeezed and moulded.’
(5) Verheerlijking van techniek & uitvinders & exacte wetenschappen
4