WOORDENLIJST DIDACTISCH HANDELEN
DEEL 1: DOELEN
Onderwijsnetten Het Vlaamse onderwijs bestaat uit 3
onderwijsnetten:
- GO! onderwijs
- officieel gesubsidieerd onderwijs
(OGO)
- vrij gesubsidieerd onderwijs (VGO)
Onderwijskoepels Een vereniging van inrichtende
machten/ schoolbestuur. Ze nemen
bepaalde verantwoordelijkheden van
de inrichtende macht over zoals het
opstellen van de leerplannen. Bv:
OVSG, POV, KathOndVla,…
Onderwijsdoelen Minimumdoelen waarvan de overheid
vindt dat alle leerlingen ze moeten
bereiken. Omvatten kennis, inzicht,
vaardigheden en attitudes.
Eindtermen Minimumdoelen die de leerlingen uit
de lagere school moeten bereiken om
een getuigschrift lager onderwijs te
behalen.
Ontwikkelingsdoelen Minimumdoelen die nagestreefd
moeten worden bij kleuters/ in het
buitengewoon onderwijs.
Leerplannen In een leerplan worden de eindtermen
en ontwikkelingsdoelen opgenomen.
Leerplannen worden opgesteld door
de koepelorganisaties van de
onderwijsnetten.
Bv: leerplan Zill voor de katholieke
basisschool
Leerplandoelen De leerplandoelen vind je in de
leerplannen. Je neemt een
leerplandoel over en vermeldt ze op
de lesvoorbereiding.
Bv: de lln ontwikkelen kaartbegrip. (uit
ZILL)
Leerdoelen Leerdoelen worden opgesteld door de
leerkracht. Het is een “vertaling” van
de leerplandoelen. Ze omschrijven wat
je bereikt binnen 1 les(senreeks) en
worden opgesteld op niveau van de
leerlingen. Deze worden ook vermeld
bij de lesvoorbereiding.
Bv: ik kan me oriënteren op een kaart
op basis van herkenningspunten.
DEEL 2: BEGINSITUATIE
Beginsituatie Dit slaat op elementen waarmee je
rekening houdt om een les te kunnen
, starten.
Leerlinggerichte onderwijsvisie Als een leraar voldoende aandacht
heeft voor de beginsituatie van de
leerlingen, heeft hij een
leerlinggerichte onderwijsvisie. Dit
betekent dat hij rekening houdt met
wat ze al kennen en kunnen, hun
interesses, hun ontwikkelingsniveau,
de leerinhouden van de vorige lessen,
de klassfeer,…
Advance organizer De leraar past het aanbod aan de
noden en mogelijkheden van de
kinderen aan. Hij zet het didactisch
handvat individualiseren in.
Bv: tijdslijn, mindmap, …
Zone van naaste ontwikkeling Dit concept geeft aan hoe belangrijk
(ZNO) de voorkennis van lln is. De leerkracht
moet kijken naar wat een kind kan
leren en niet enkel naar wat het al
kan. De leraar kan toewerken naar
een volgend niveau. Het concept werd
ontwikkeld door Vygotsky. De zone
van de naaste ontwikkeling stelt de
leraar niet alleen vooraf vast, maar
ook tijdens de les.
Actuele beginsituatie Wat het kind kan zonder hulp.
Onderscheid werd gemaakt door
Vygotsky.
Toekomstige beginsituatie Wat het kind kan onder begeleiding.
= zone van naaste onwikkeling Onderscheid werd gemaakt door
Vygotsky.
Scaffolding Het aanbieden van ondersteuning in
de zone van naaste ontwikkeling. Het
is coaching op maat dat ervoor zorgt
dat leerlingen actief kunnen en durven
deelnemen aan klasactiviteiten. De lln
worden tijdelijk ondersteunt met als
doel het zelfstandig uitvoeren van de
onderwijstaken.
Voorkennis Het geheel van feiten, begrippen,
principes en procedures waarover een
leerling reeds beschikt wanneer hij de
onderwijsleersituatie betreedt. Je kan
de voorkennis zien als een kapstok
waaraan je de nieuwe leerinhoud
hangt. Het is daarom belangrijk om de
voorkennis te activeren bij de start
DEEL 1: DOELEN
Onderwijsnetten Het Vlaamse onderwijs bestaat uit 3
onderwijsnetten:
- GO! onderwijs
- officieel gesubsidieerd onderwijs
(OGO)
- vrij gesubsidieerd onderwijs (VGO)
Onderwijskoepels Een vereniging van inrichtende
machten/ schoolbestuur. Ze nemen
bepaalde verantwoordelijkheden van
de inrichtende macht over zoals het
opstellen van de leerplannen. Bv:
OVSG, POV, KathOndVla,…
Onderwijsdoelen Minimumdoelen waarvan de overheid
vindt dat alle leerlingen ze moeten
bereiken. Omvatten kennis, inzicht,
vaardigheden en attitudes.
Eindtermen Minimumdoelen die de leerlingen uit
de lagere school moeten bereiken om
een getuigschrift lager onderwijs te
behalen.
Ontwikkelingsdoelen Minimumdoelen die nagestreefd
moeten worden bij kleuters/ in het
buitengewoon onderwijs.
Leerplannen In een leerplan worden de eindtermen
en ontwikkelingsdoelen opgenomen.
Leerplannen worden opgesteld door
de koepelorganisaties van de
onderwijsnetten.
Bv: leerplan Zill voor de katholieke
basisschool
Leerplandoelen De leerplandoelen vind je in de
leerplannen. Je neemt een
leerplandoel over en vermeldt ze op
de lesvoorbereiding.
Bv: de lln ontwikkelen kaartbegrip. (uit
ZILL)
Leerdoelen Leerdoelen worden opgesteld door de
leerkracht. Het is een “vertaling” van
de leerplandoelen. Ze omschrijven wat
je bereikt binnen 1 les(senreeks) en
worden opgesteld op niveau van de
leerlingen. Deze worden ook vermeld
bij de lesvoorbereiding.
Bv: ik kan me oriënteren op een kaart
op basis van herkenningspunten.
DEEL 2: BEGINSITUATIE
Beginsituatie Dit slaat op elementen waarmee je
rekening houdt om een les te kunnen
, starten.
Leerlinggerichte onderwijsvisie Als een leraar voldoende aandacht
heeft voor de beginsituatie van de
leerlingen, heeft hij een
leerlinggerichte onderwijsvisie. Dit
betekent dat hij rekening houdt met
wat ze al kennen en kunnen, hun
interesses, hun ontwikkelingsniveau,
de leerinhouden van de vorige lessen,
de klassfeer,…
Advance organizer De leraar past het aanbod aan de
noden en mogelijkheden van de
kinderen aan. Hij zet het didactisch
handvat individualiseren in.
Bv: tijdslijn, mindmap, …
Zone van naaste ontwikkeling Dit concept geeft aan hoe belangrijk
(ZNO) de voorkennis van lln is. De leerkracht
moet kijken naar wat een kind kan
leren en niet enkel naar wat het al
kan. De leraar kan toewerken naar
een volgend niveau. Het concept werd
ontwikkeld door Vygotsky. De zone
van de naaste ontwikkeling stelt de
leraar niet alleen vooraf vast, maar
ook tijdens de les.
Actuele beginsituatie Wat het kind kan zonder hulp.
Onderscheid werd gemaakt door
Vygotsky.
Toekomstige beginsituatie Wat het kind kan onder begeleiding.
= zone van naaste onwikkeling Onderscheid werd gemaakt door
Vygotsky.
Scaffolding Het aanbieden van ondersteuning in
de zone van naaste ontwikkeling. Het
is coaching op maat dat ervoor zorgt
dat leerlingen actief kunnen en durven
deelnemen aan klasactiviteiten. De lln
worden tijdelijk ondersteunt met als
doel het zelfstandig uitvoeren van de
onderwijstaken.
Voorkennis Het geheel van feiten, begrippen,
principes en procedures waarover een
leerling reeds beschikt wanneer hij de
onderwijsleersituatie betreedt. Je kan
de voorkennis zien als een kapstok
waaraan je de nieuwe leerinhoud
hangt. Het is daarom belangrijk om de
voorkennis te activeren bij de start