Examen juni 2020
Vraag 1
Welke uitspraak is juist? Kies (d) indien zowel (a), (b) als (c) onjuist zijn.
a) Naar aanleiding van de fusie van twee Belgische vennootschappen (NV A en NV B) neemt NV A het
volledige vermogen van NV B over, inclusief het cliënteel van NV B. Die overdracht van cliënteel is een
belastbare dienst waarop de btw verschuldigd is.
b) Indien de stad Leuven een commerciële beurs exploiteert, dan moet er geen btw aangerekend
worden.
c) Een Belgische vennootschap die luiers produceert, stelt vast dat een grote hoeveelheid luiers tijdens
het productieproces schade heeft opgelopen aan de elastische sluiting. Omdat de luiers wegens de
schade niet meer verkocht kunnen worden, schenkt de vennootschap ze weg aan de lokale overheid die
ze zal verdelen onder behoeftige personen. De vennootschap is geen btw verschuldigd n.a.v. de
schenking.
d) Alle drie voorgaande uitspraken zijn onjuist.
A: Overname van cliënteel is geen belastbare dienst (dus fout)
B: stad is belastingplichtig voor de exploitatie van commerciële beurzen en tentoonstellingen (dus fout)
C: grote hoeveelheid dus geen onttrekking van geringe waarde en wordt belast (dus fout)
Antwoord D
Vraag 2
Welke uitspraak is onjuist? Kies (d) indien zowel (a), (b) als (c) juist zijn.
a) Een Franse onderneming verkoopt een verwarmingsketel aan een Belgische onderneming. De Franse
onderneming verzorgt het vervoer van de ketel en de installatie ervan in de Belgische vestiging van de
koper. In dergelijk geval is de btw verschuldigd in België.
b) Een Belgische bouwpromotor die een in België gelegen gebouw verkoopt aan een particulier vóór 31
december van het tweede jaar volgend op de eerste ingebruikname heeft de mogelijkheid om de
verkoop onder de btw of onder de registratierechten te laten vallen.
c) Een Belgische particulier verkoopt een personenwagen die hij twee jaar eerder voor het eerst in
gebruik nam, aan een Duitse particulier. Op het ogenblik van de verkoop heeft de wagen 20.000
kilometer afgelegd. De wagen wordt voor rekening van de verkoper vervoerd naar Duitsland. Op deze
verkoop is geen Belgische btw verschuldigd.
d) Alle drie voorgaande uitspraken zijn juist
A: intracommunautaire verwerving in België -> vrijgesteld van Franse btw, onderworpen aan Belgische
btw (dus juist)
B: bouwpromotor dus beroepswerkzaamheid dus verplicht btw-regime toe te passen (dus fout)
, C: twee particulieren en geen nieuwe auto dus valt buiten btw-regime (dus juist)
Antwoord B
Vraag 4
Elke successieplanning impliceert een schenking aan de volgende generatie. Deze basisregel leidt tot
volgende vaststellingen. Duid de foutieve vaststelling aan. Duidt (d) aan indien zowel (a), (b) als (c)
correct zijn.
a) De definitieve schenking door de ouders van een roerend goed aan de kinderen leidt tot het vermijden
van de successierechten bij het overlijden van de ouders in geval bij deze schenking het 3%
schenkingsrecht werd betaald (0% bij schenking aandelen familievennootschap en familieonderneming);
b) De definitieve schenking van een roerend goed door middel van een akte verleden voor een
Nederlands notaris die niet ter registratie in België wordt aangeboden leidt tot het vermijden van de
successierechten bij het overlijden van de schenker indien deze schenker nog minstens drie jaar blijft
leven;
c) Een definitieve schenking aan de kinderen via een geregistreerde Belgische notariële akte (heffing 3%
tarief schenkbelasting, tenzij de schenking de aandelen van een famillevennootschap of een
familieonderneming betreft) leidt tot het vermijden van de successierechten bij het overlijden van de
ouders, ook al bevat de akte een beding van automatische terugkeer naar de schenkende ouders in geval
een kind van hen dat de schenking ontvangt zou overlijden voor de ouders
d) Alle drie de voorgaande uitspraken zijn correct.
Antwoord D
Vraag 5
Duidt de correcte uitspraak aan:
a) Een Belgisch rijksinwoner, natuurlijke persoon betaalt in Frankrijk de inkomstenbelasting (onder de
vorm van de Franse voorheffing) op interesten aan hem uitbetaald door het in Frankrijk gevestigde
Lafarga SA, doch is daardoor dankzij de toepassing van het Belgisch-Frans dubbelbelastingverdrag
vrijgesteld van Belgische inkomstenbelasting op deze in Frankrijk belaste Inkomsten;
b) Een niet-Inwoner van België die in Nederland woont en aldaar werkzaam is als werknemer bij de
Albert Heyn topvennootschap in Amsterdam, is belastbaar in België op het proportionele deel van
zijn/haar salaris (met name 20%) indien deze persoon één dag per week (dus 20% van de werktijd) naar
België komt om hier als vertegenwoordiger van de Nederlandse topvennootschap Albert Heijn de
kwaliteit van de inrichting van de winkels in België te onderzoeken. Deze persoon geniet hierbij van wat
men noemt een fiscaal efficiënte "salary split" regeling.
c) De Italiaanse wijnbouwer die aan zijn fattoria in Piemonte in Noord-Italië een proef-en verkoopzaal
heeft ingericht, waarin Belgen frequent komen proeven en wijn kopen (ofwel dadelijk ter plaatse met het
meenemen van de flessen, ofwel dadelijk ter plaatste waarbij de flessen naar het thuisadres van de
Belgische koper in België worden verzonden, ofwel door een online bestelling door de Belgische koper
via de website van de wijnbouwer met opnieuw levering aan het thuis adres in België van de koper), zal
Vraag 1
Welke uitspraak is juist? Kies (d) indien zowel (a), (b) als (c) onjuist zijn.
a) Naar aanleiding van de fusie van twee Belgische vennootschappen (NV A en NV B) neemt NV A het
volledige vermogen van NV B over, inclusief het cliënteel van NV B. Die overdracht van cliënteel is een
belastbare dienst waarop de btw verschuldigd is.
b) Indien de stad Leuven een commerciële beurs exploiteert, dan moet er geen btw aangerekend
worden.
c) Een Belgische vennootschap die luiers produceert, stelt vast dat een grote hoeveelheid luiers tijdens
het productieproces schade heeft opgelopen aan de elastische sluiting. Omdat de luiers wegens de
schade niet meer verkocht kunnen worden, schenkt de vennootschap ze weg aan de lokale overheid die
ze zal verdelen onder behoeftige personen. De vennootschap is geen btw verschuldigd n.a.v. de
schenking.
d) Alle drie voorgaande uitspraken zijn onjuist.
A: Overname van cliënteel is geen belastbare dienst (dus fout)
B: stad is belastingplichtig voor de exploitatie van commerciële beurzen en tentoonstellingen (dus fout)
C: grote hoeveelheid dus geen onttrekking van geringe waarde en wordt belast (dus fout)
Antwoord D
Vraag 2
Welke uitspraak is onjuist? Kies (d) indien zowel (a), (b) als (c) juist zijn.
a) Een Franse onderneming verkoopt een verwarmingsketel aan een Belgische onderneming. De Franse
onderneming verzorgt het vervoer van de ketel en de installatie ervan in de Belgische vestiging van de
koper. In dergelijk geval is de btw verschuldigd in België.
b) Een Belgische bouwpromotor die een in België gelegen gebouw verkoopt aan een particulier vóór 31
december van het tweede jaar volgend op de eerste ingebruikname heeft de mogelijkheid om de
verkoop onder de btw of onder de registratierechten te laten vallen.
c) Een Belgische particulier verkoopt een personenwagen die hij twee jaar eerder voor het eerst in
gebruik nam, aan een Duitse particulier. Op het ogenblik van de verkoop heeft de wagen 20.000
kilometer afgelegd. De wagen wordt voor rekening van de verkoper vervoerd naar Duitsland. Op deze
verkoop is geen Belgische btw verschuldigd.
d) Alle drie voorgaande uitspraken zijn juist
A: intracommunautaire verwerving in België -> vrijgesteld van Franse btw, onderworpen aan Belgische
btw (dus juist)
B: bouwpromotor dus beroepswerkzaamheid dus verplicht btw-regime toe te passen (dus fout)
, C: twee particulieren en geen nieuwe auto dus valt buiten btw-regime (dus juist)
Antwoord B
Vraag 4
Elke successieplanning impliceert een schenking aan de volgende generatie. Deze basisregel leidt tot
volgende vaststellingen. Duid de foutieve vaststelling aan. Duidt (d) aan indien zowel (a), (b) als (c)
correct zijn.
a) De definitieve schenking door de ouders van een roerend goed aan de kinderen leidt tot het vermijden
van de successierechten bij het overlijden van de ouders in geval bij deze schenking het 3%
schenkingsrecht werd betaald (0% bij schenking aandelen familievennootschap en familieonderneming);
b) De definitieve schenking van een roerend goed door middel van een akte verleden voor een
Nederlands notaris die niet ter registratie in België wordt aangeboden leidt tot het vermijden van de
successierechten bij het overlijden van de schenker indien deze schenker nog minstens drie jaar blijft
leven;
c) Een definitieve schenking aan de kinderen via een geregistreerde Belgische notariële akte (heffing 3%
tarief schenkbelasting, tenzij de schenking de aandelen van een famillevennootschap of een
familieonderneming betreft) leidt tot het vermijden van de successierechten bij het overlijden van de
ouders, ook al bevat de akte een beding van automatische terugkeer naar de schenkende ouders in geval
een kind van hen dat de schenking ontvangt zou overlijden voor de ouders
d) Alle drie de voorgaande uitspraken zijn correct.
Antwoord D
Vraag 5
Duidt de correcte uitspraak aan:
a) Een Belgisch rijksinwoner, natuurlijke persoon betaalt in Frankrijk de inkomstenbelasting (onder de
vorm van de Franse voorheffing) op interesten aan hem uitbetaald door het in Frankrijk gevestigde
Lafarga SA, doch is daardoor dankzij de toepassing van het Belgisch-Frans dubbelbelastingverdrag
vrijgesteld van Belgische inkomstenbelasting op deze in Frankrijk belaste Inkomsten;
b) Een niet-Inwoner van België die in Nederland woont en aldaar werkzaam is als werknemer bij de
Albert Heyn topvennootschap in Amsterdam, is belastbaar in België op het proportionele deel van
zijn/haar salaris (met name 20%) indien deze persoon één dag per week (dus 20% van de werktijd) naar
België komt om hier als vertegenwoordiger van de Nederlandse topvennootschap Albert Heijn de
kwaliteit van de inrichting van de winkels in België te onderzoeken. Deze persoon geniet hierbij van wat
men noemt een fiscaal efficiënte "salary split" regeling.
c) De Italiaanse wijnbouwer die aan zijn fattoria in Piemonte in Noord-Italië een proef-en verkoopzaal
heeft ingericht, waarin Belgen frequent komen proeven en wijn kopen (ofwel dadelijk ter plaatse met het
meenemen van de flessen, ofwel dadelijk ter plaatste waarbij de flessen naar het thuisadres van de
Belgische koper in België worden verzonden, ofwel door een online bestelling door de Belgische koper
via de website van de wijnbouwer met opnieuw levering aan het thuis adres in België van de koper), zal