MEDIA-ECONOMIE
1. Inleiding
ACTUELE UITDAGINGEN:
1. Facebook en google (grote nationale spelers) domineren de digitale
reclamemarkt
= nadeel voor lokale mediabedrijven
DUS = Reclame-inkomsten belangrijke poot van mediabedrijven
2. Gebruiksinkomsten: mensen die betalen om diensten te gebruiken
(netflix)
Steeds meer internationale platvormen (switch)
= Weer een nadeel voor lokale platformen
Onze aandacht verschuift naar internationale platvormen i.p.v. naar
lokale
Media = aandacht economie = hierdoor krijgen ze inkomsten (als mensen
niet kijken geen inkomsten)
Nieuwe spelers = brengen een nieuwe economische logica met zich mee
(Bv netflix maakt eigen series en films) => omdat netflix dit deed gingen
ook andere platforms dit doen
Nadeel lokale zenders
Veel meer concurrentie (fragmentatie aanbod)
Grote spelers verdringen Vlaamse platvormen
Als dit blijft doorgaan = inpakt op ons voorbestaan
Regering aangespoord om maatregelen te nemen (er wordt aan de
alarmbel getrokken)
(Inpakt grote speler is vrij groot en heeft ook een inpakt op ons.)
Survival of the fittest = mediabedrijven moeten zich aanpassen en dan
zullen ze blijven bestaan
Media = schaal is hier belangrijk = zo veel mogelijk kijkers (zo kosten
beter verspreiden)
Maken van content kost heel veel geld
Om schaal te bereiken gaan bedrijven andere bedrijven overnemen
Zo krijg je weer heel grote bedrijven
, 3. Activition blizzard = overgenomen door Microsoft
Technologie heeft ook een belangrijke impact
Manier waarom we content maken veranderd door de verandering van
technologie
(Bv nu filmen uit de lucht door drones)
Niet nieuw =
- Boekdrukkunst was ook een grote verandering
- Automatisering van tekenfilms
- Na radio kwam televisie (waardoor radio zich moest aanpassen)
- Nieuwe technologie zal het andere niet per se laten verdwijnen
Trein:
- Mensen op de trein zaten vroeger een krant te lezen nu zit iedereen
op zijn telefoon.
- Telefoon heeft er niet voor gezorgd dat iedereen asociaal werd op de
trein
Bepaalde technologie = hebben een belangrijke rol op de ms
= bv bij verkiezingen
= Niet alles is fantastisch
Media moet onafhankelijk zijn (niet makkelijk (snel afhankelijk van
reclame)
Publieke omroepen moeten onafhankelijk zijn
= waarom hebben wie die zelf nog nodig
Een goedde publiek omroep is onafhankelijk = in de realiteit niet zo
MEDIA IN EEN POLYCRISIS:
= meerdere crisissen samen, verschillende negatieve ontwikkelingen
versterken elkaar
,Veel ontwikkelingen (vaak negatief) = komen nu allemaal samen => we
moeten hier mee omgaan en een oplossing formuleren (niet iedereen zal
overleven)
Situatie van permanente onzekerheid (Alvin Toffler en de ‘future shock’=
te veel verandering op korte tijd leidt tot angst en frustratie)
2. De mediamachine
Media = universeel & belang ervan niet onderschatten
Media-industrie: in korte tijd van toestand schaarste naar toestand
overvloed geëvolueerd
Mark Deuze: we leven niet MET media, maar IN media
Mediacontent= product van aandachteconomie (= gericht op het
grijpen en behouden van de aandacht van de mediaconsument)
aandachteconomie kunnen we zien al mediamachine
-Niet alle delen in deze machine zijn gericht op winst (Bv. Nieuws wil
mensen informeren)
-Achter de machine: complex netwerk van mediabedrijven die media
maken/ verkopen/ commercialiseren (Bv. Uitgevers) samen
vormen ze de mediasector
-Steeds moeilijker om klassieke afbakening in mediasector te
behouden (door technologische ontwikkelingen)
-Concentreren van media-activiteiten multimediale
mediabedrijven (Bv. DPG media= actief in verschillende sectoren)
Hierdoor onderscheid tussen sectoren moeilijker
Invloed digitale technologie: afbrokkeling afbakening (Bv. Instagram &
TikTok lijken op elkaar)
Op geografisch vlak: bijna geen grenzen meer
-Lokale bedrijven hebben grote concurrentie van internationale
spelers
-Rol van klassieke poortwachters worden overgenomen
=> internationalisering sinds 1960 (McLuhan: wereld is door de moderne
technologie in een mondiaal dorp veranderd)
MAAR: oud en nieuw blijven naast elkaar staan (Bv. Iedereen denkt dat
televisie zal doodgaan, maar het blijft leven, streaming is geen vervanging
van televisie, het vult elkaar aan)
, Roger Fidler met mediamorphosis (=proces waarbij oude en nieuwe
mediatechnologie eerst naast elkaar bestaan en langzamerhand met
elkaar verworven raken, dus niet vervangen)
Belangrijk om te kijken naar de geschiedenis (Markt Twain: the past does
not repeat itself, but it rhymes)
AFBAKENING: MEDIA
Media-economie = situeert zich achter die mediaproducten (waar op de
eerste plaats aan denken als we spreken over media) zaken die we dus
niet zien
Economie van de media had je vroeger nog niet echt:
-Ontstaan omdat je in Amerika de opkomst had van grote
mediabedrijven
In jaren 80 in Europa:
-De kranten koppelen zich los van pol partijen en gaan meer
beginnen denken aan het economische
-Liberalisering van markten (vroeger gedomineerd door de publieke
omroep)
Er was een publiek monopolie van de BRT op radio en televisie in jaren
80 dus die liberalisering
Hierna pas media eco studies
AFBAKENING: ECONOMIE
Economie = relatie tussen vraag en aanbod = Producers en consumers
Vraag en aanbod spreken een prijs af (= hoge vraag, laag aanbod = hoge
prijs schaarste)
Vraag en aanbod zullen evolueren (Bv. Vraag naar kranten gezakt)
WETENSCHAP VAN DE SCHAARSTE
1. Inleiding
ACTUELE UITDAGINGEN:
1. Facebook en google (grote nationale spelers) domineren de digitale
reclamemarkt
= nadeel voor lokale mediabedrijven
DUS = Reclame-inkomsten belangrijke poot van mediabedrijven
2. Gebruiksinkomsten: mensen die betalen om diensten te gebruiken
(netflix)
Steeds meer internationale platvormen (switch)
= Weer een nadeel voor lokale platformen
Onze aandacht verschuift naar internationale platvormen i.p.v. naar
lokale
Media = aandacht economie = hierdoor krijgen ze inkomsten (als mensen
niet kijken geen inkomsten)
Nieuwe spelers = brengen een nieuwe economische logica met zich mee
(Bv netflix maakt eigen series en films) => omdat netflix dit deed gingen
ook andere platforms dit doen
Nadeel lokale zenders
Veel meer concurrentie (fragmentatie aanbod)
Grote spelers verdringen Vlaamse platvormen
Als dit blijft doorgaan = inpakt op ons voorbestaan
Regering aangespoord om maatregelen te nemen (er wordt aan de
alarmbel getrokken)
(Inpakt grote speler is vrij groot en heeft ook een inpakt op ons.)
Survival of the fittest = mediabedrijven moeten zich aanpassen en dan
zullen ze blijven bestaan
Media = schaal is hier belangrijk = zo veel mogelijk kijkers (zo kosten
beter verspreiden)
Maken van content kost heel veel geld
Om schaal te bereiken gaan bedrijven andere bedrijven overnemen
Zo krijg je weer heel grote bedrijven
, 3. Activition blizzard = overgenomen door Microsoft
Technologie heeft ook een belangrijke impact
Manier waarom we content maken veranderd door de verandering van
technologie
(Bv nu filmen uit de lucht door drones)
Niet nieuw =
- Boekdrukkunst was ook een grote verandering
- Automatisering van tekenfilms
- Na radio kwam televisie (waardoor radio zich moest aanpassen)
- Nieuwe technologie zal het andere niet per se laten verdwijnen
Trein:
- Mensen op de trein zaten vroeger een krant te lezen nu zit iedereen
op zijn telefoon.
- Telefoon heeft er niet voor gezorgd dat iedereen asociaal werd op de
trein
Bepaalde technologie = hebben een belangrijke rol op de ms
= bv bij verkiezingen
= Niet alles is fantastisch
Media moet onafhankelijk zijn (niet makkelijk (snel afhankelijk van
reclame)
Publieke omroepen moeten onafhankelijk zijn
= waarom hebben wie die zelf nog nodig
Een goedde publiek omroep is onafhankelijk = in de realiteit niet zo
MEDIA IN EEN POLYCRISIS:
= meerdere crisissen samen, verschillende negatieve ontwikkelingen
versterken elkaar
,Veel ontwikkelingen (vaak negatief) = komen nu allemaal samen => we
moeten hier mee omgaan en een oplossing formuleren (niet iedereen zal
overleven)
Situatie van permanente onzekerheid (Alvin Toffler en de ‘future shock’=
te veel verandering op korte tijd leidt tot angst en frustratie)
2. De mediamachine
Media = universeel & belang ervan niet onderschatten
Media-industrie: in korte tijd van toestand schaarste naar toestand
overvloed geëvolueerd
Mark Deuze: we leven niet MET media, maar IN media
Mediacontent= product van aandachteconomie (= gericht op het
grijpen en behouden van de aandacht van de mediaconsument)
aandachteconomie kunnen we zien al mediamachine
-Niet alle delen in deze machine zijn gericht op winst (Bv. Nieuws wil
mensen informeren)
-Achter de machine: complex netwerk van mediabedrijven die media
maken/ verkopen/ commercialiseren (Bv. Uitgevers) samen
vormen ze de mediasector
-Steeds moeilijker om klassieke afbakening in mediasector te
behouden (door technologische ontwikkelingen)
-Concentreren van media-activiteiten multimediale
mediabedrijven (Bv. DPG media= actief in verschillende sectoren)
Hierdoor onderscheid tussen sectoren moeilijker
Invloed digitale technologie: afbrokkeling afbakening (Bv. Instagram &
TikTok lijken op elkaar)
Op geografisch vlak: bijna geen grenzen meer
-Lokale bedrijven hebben grote concurrentie van internationale
spelers
-Rol van klassieke poortwachters worden overgenomen
=> internationalisering sinds 1960 (McLuhan: wereld is door de moderne
technologie in een mondiaal dorp veranderd)
MAAR: oud en nieuw blijven naast elkaar staan (Bv. Iedereen denkt dat
televisie zal doodgaan, maar het blijft leven, streaming is geen vervanging
van televisie, het vult elkaar aan)
, Roger Fidler met mediamorphosis (=proces waarbij oude en nieuwe
mediatechnologie eerst naast elkaar bestaan en langzamerhand met
elkaar verworven raken, dus niet vervangen)
Belangrijk om te kijken naar de geschiedenis (Markt Twain: the past does
not repeat itself, but it rhymes)
AFBAKENING: MEDIA
Media-economie = situeert zich achter die mediaproducten (waar op de
eerste plaats aan denken als we spreken over media) zaken die we dus
niet zien
Economie van de media had je vroeger nog niet echt:
-Ontstaan omdat je in Amerika de opkomst had van grote
mediabedrijven
In jaren 80 in Europa:
-De kranten koppelen zich los van pol partijen en gaan meer
beginnen denken aan het economische
-Liberalisering van markten (vroeger gedomineerd door de publieke
omroep)
Er was een publiek monopolie van de BRT op radio en televisie in jaren
80 dus die liberalisering
Hierna pas media eco studies
AFBAKENING: ECONOMIE
Economie = relatie tussen vraag en aanbod = Producers en consumers
Vraag en aanbod spreken een prijs af (= hoge vraag, laag aanbod = hoge
prijs schaarste)
Vraag en aanbod zullen evolueren (Bv. Vraag naar kranten gezakt)
WETENSCHAP VAN DE SCHAARSTE