HOOFDSTUK 1
Uitleg ijsbergtheorie
Ijsbergtheorie kunnen we gebruiken om e-g problemen beter te bekijken en te verklaren. Het gedrag
dat je kan waarnemen beschouw je als het topje van de ijsberg. Het deel onder het water,
onzichtbare deel zijn onvervulde menselijke behoeften, de belemmeringen in de persoon en de
belemmeringen in de omgeving en dit is eigenlijk het onderliggende wat tot uiting komt in het
gedrag, het zichtbare, het topje van de ijsberg. Als praktijkgerichte orthopedagoog is het belangrijk
dat je gaat onderzoeken vanwaar deze gedragingen vandaan komen. Je gaat dus het onzichtbare
gedeelte proberen te ontdekken. De onzichtbare kant is dus erg belangrijk voor een praktijkgerichte
orthopedagoog om te ontdekken waarom bepaald gedrag zich voordoet.
De vier criteria om g-e problemen te beoordelen en objectief tewerk te gaan
- ontwikkelingsperspectief
Als praktijkgerichte orthopedagoog moet je ervan bewust zijn welk gedrag er normaal is in de
verschillende levensfases. Zo is het bv. normaal dat een kleuter van 2 jaar koppig is. Belangrijk
om kennis te hebben van de normale ontwikkeling om zo afwijkend/ probleem gedrag te kunnen
detecteren/beoordelen.
- continuümgedachte
Hoe hard verschilt de ernst van het gedrag? Hoe vaak komt dit gedrag voor? Bij kinderen met
gedragsproblemen zien we dat het vaker, langer, intenser en over meerdere situaties dit gedrag
vertonen.
- context
Steeds rekening houden met de situatie waarbij het gedrag zich voordoet, hierdoor kan je
ontdekken of het in de ene situatie zich wel kan voordoen en de andere niet (pedagogische
aanpak, setting, activiteiten,..). Hiermee kan je ook kijken of het gedrag in verschillende situaties
zich voordoet of niet. Één is geen.
- de informant
Wie is de persoon dat het g-e problemen vaststelt. Want soms is er verschil in perspectief
Dans van Patterson uit model (sociale) leertheorie
- de eis van de ouder
- tegenaanval van het kind
- de eis opgeven
- het negatieve gedrag verdwijnt
Mono- en multicausale modellen
Monocausale modellen zeggen dat er oorzaak is voor de verklaring van g-e problemen. Terwijl
multicausale modellen zeggen dat er meerdere oorzaken zijn voor de verklaring van g-e problemen.
- Biologische verklaringsmodel
- neuroanatomische invalshoek
- neurochemische invalshoek
- genetica
Begeleiding: kinderpsychiatrie, medicatie
- psychoanalyse
Begeleiding: speldiagnostiek
- leertheorie
Begeleiding: oudertraining
- systeemtheorie
Begeleiding: gezinstherapeute benadering
- orthopedagogiek
Begeleiding: 3graagdsstrategieën
Multicausale modellen
Uitleg ijsbergtheorie
Ijsbergtheorie kunnen we gebruiken om e-g problemen beter te bekijken en te verklaren. Het gedrag
dat je kan waarnemen beschouw je als het topje van de ijsberg. Het deel onder het water,
onzichtbare deel zijn onvervulde menselijke behoeften, de belemmeringen in de persoon en de
belemmeringen in de omgeving en dit is eigenlijk het onderliggende wat tot uiting komt in het
gedrag, het zichtbare, het topje van de ijsberg. Als praktijkgerichte orthopedagoog is het belangrijk
dat je gaat onderzoeken vanwaar deze gedragingen vandaan komen. Je gaat dus het onzichtbare
gedeelte proberen te ontdekken. De onzichtbare kant is dus erg belangrijk voor een praktijkgerichte
orthopedagoog om te ontdekken waarom bepaald gedrag zich voordoet.
De vier criteria om g-e problemen te beoordelen en objectief tewerk te gaan
- ontwikkelingsperspectief
Als praktijkgerichte orthopedagoog moet je ervan bewust zijn welk gedrag er normaal is in de
verschillende levensfases. Zo is het bv. normaal dat een kleuter van 2 jaar koppig is. Belangrijk
om kennis te hebben van de normale ontwikkeling om zo afwijkend/ probleem gedrag te kunnen
detecteren/beoordelen.
- continuümgedachte
Hoe hard verschilt de ernst van het gedrag? Hoe vaak komt dit gedrag voor? Bij kinderen met
gedragsproblemen zien we dat het vaker, langer, intenser en over meerdere situaties dit gedrag
vertonen.
- context
Steeds rekening houden met de situatie waarbij het gedrag zich voordoet, hierdoor kan je
ontdekken of het in de ene situatie zich wel kan voordoen en de andere niet (pedagogische
aanpak, setting, activiteiten,..). Hiermee kan je ook kijken of het gedrag in verschillende situaties
zich voordoet of niet. Één is geen.
- de informant
Wie is de persoon dat het g-e problemen vaststelt. Want soms is er verschil in perspectief
Dans van Patterson uit model (sociale) leertheorie
- de eis van de ouder
- tegenaanval van het kind
- de eis opgeven
- het negatieve gedrag verdwijnt
Mono- en multicausale modellen
Monocausale modellen zeggen dat er oorzaak is voor de verklaring van g-e problemen. Terwijl
multicausale modellen zeggen dat er meerdere oorzaken zijn voor de verklaring van g-e problemen.
- Biologische verklaringsmodel
- neuroanatomische invalshoek
- neurochemische invalshoek
- genetica
Begeleiding: kinderpsychiatrie, medicatie
- psychoanalyse
Begeleiding: speldiagnostiek
- leertheorie
Begeleiding: oudertraining
- systeemtheorie
Begeleiding: gezinstherapeute benadering
- orthopedagogiek
Begeleiding: 3graagdsstrategieën
Multicausale modellen