TOEGEPASTE ETHIEK
OP DE AGENDA
1. Ethiek: basisbegrippen
2. Hannah Arendt: filosofie, taal & verhaal
a. Eerlijkheid in taal en verhaal
3. Abstraheren
4. Wetenschappelijke integriteit
a. Wetenschapsethiek (theorie)
b. AI or not AI? That is the question! (workshop)
5. Vrijheid en verantwoordelijkheid
a. Diverse filosofen
6. Generatieve AI
1. ETHIEK: BASISBEGRIPPEN
Normen:
Gangbare overtuigingen omtrent het menselijke handelen.
Vier types:
alledaagse manieren (hoe je eet)
taboes (wat niet mag en dus niet in de openbaarheid komen)
wetten (formele gedragsregels met consequenties)
morele normen, zeden of mores (na te streven gedragingen volgens het gezond verstand)
Het is de morele norm (hier en nu) om iemand die je kent te begroeten.
Het is de morele norm (hier en nu) om tijdig op een afspraak te verschijnen, zo niet je te veronderschuldigen.
Hier en nu? Wel volgens bepaalde groepen, niet volgens anderen: bv. generatiekloven
Waarden:
Idealen waarop de mores (zeden) gebaseerd zijn.
Vriendelijkheid vinden we waardevol, we streven ernaar
Respect en beleefdheid achten we belangrijk in relaties
Moraal:
Het geheel van normen en waarden van een individu of groep
een moraal is cultureel bepaald, kan dynamisch zijn, kan situationeel verschillen
Ethiek:
Kritisch nadenken over de vraag “wat is het juiste handelen?”
Toegepaste ethiek:
TOEGEPASTE ETHIEK 1
, Ethiek met betrekking tot een specifiek domein → ontwerpen
Meta-ethiek:
Kritische studie omtrent de vraag “waarom de ene boven de andere ethiek kiezen”?
Moreel relativisme: er zijn geen absolute normen en waarden
Universalisme: die zijn er wél, zoals de mensenrechten. Of ze zijn van goddelijke origine.
Relativisme:
Esthetisch relativisme: wat is mooi, wat is lelijk?
Epistemisch relativisme: wat is waar, wat is onwaar?
Moreel relativisme: wat is goed, wat is kwaad, wie bepaald wat goed is?
Als de bron van moraal niet goddelijk is, dan zijn waarden en gedragsregels van menselijke makelij, dus
kunnen ze in andere tijden en bij andere volkeren telkens anders zijn, en dus is er niet één morele
waarheid, er zijn verschillende (cultureel en historisch bepaalde) morele waarden (M. Claeys)
Is het niet eerder: wat is wenselijk en wat is onwenselijk?
Misschien zijn daden gewoon daden, en behoeven ze geen label
Cultureel relativisme: de cultuur bepaald het evaluatiekader:
Sommige normen gelden overal, maar worden anders ingevuld
Mensen begroeten elkaar, maar wordt anders gedaan
Vrouwenbesnijdenis is in strijd met de mensenrechten, maar komt wel voor
Abortus kan, maar is aanvaardbaar tot x aantal weken. Wie bepaalt dat?
Normen en waarden verschillen van cultuur tot cultuur, van tijd tot tijd:
Wie betaalt bij een eerste date?
Wie rijdt met de auto?
Hoe spreek je personeel aan?
In de VS neem je meer ruimtelijke afstand, in Japan is punctualiteit erg belangrijk.
Pederastie in het Oude griekenland (relatie tussen volwassen man en jongeling, seksuele relatie).
In het oude Griekenland was gender geen issue (gender was geen onderdeel van de identiteit)
Vandaag is het een big issue (LGBTQIA+, strijd en verdrukking)
Elk individu kan zelf een eigen mening ontwikkelen over wat een gepaste handeling is in een bepaalde context.
Er is niets dat een ethisch uitspraak waar maakt (subjectivisme).
Wat haaks op ethiek staat:
Egoïsme: bewuste schade aan anderen in eigen voordeel
Egocentrisme: het (psychisch) onvermogen om andermans perspectief in te nemen.
Determinisme: Je komt niet tussen in de gang der dingen, niets is willekeurig
Biologisch determinisme: is er een vrije wil?
We kunnen oncontroleerbaar boos worden en iemand schade toebrengen.
TOEGEPASTE ETHIEK 2
, Sociaal determinisme: we staan onder druk van onze omgeving
Theologisch determinisme (predestinatie): het is de wil van een godheid (voorbestemming)
Ethisch dilemma: een vraagstuk waarbij geen van de mogelijke uitkomsten volledig wenselijk is
Voorbeeld: het trolleyprobleem van Philippa Foot (1967)
Als je niets doet dan sterven vijf mensen
Als je handelt dan blijven vijf mensen leven, maar sterft er een andere
Er sterft in elk geval één mens
Ofwel kies je er bewust voor die te laten sterven
Ofwel doe je geen interventie: het is je schuld dan ook niet
Meerderheid kiest voor het omgooien van de wissel.
Variant op het trolleyprobleem
Als je een onbekende op de sporen gooit red je vijf mensen
Als je een moordenaar op de sporen gooit red je vijf mensen
Als je een gezond iemand doodt kunnen je vrienden overleven die allemaal een orgaantransplantatie nodig
hebben
Als je een vriend(in) op de sporen gooit red je vijf mensen
Is het trolley probleem louter een academisch probleem?
Wat met zelfrijdende auto’s?
Je zit in een zelfrijdende auto en een schoolbus kruist
Uitwijken kan, maar dan rijdt je een moeder met kind omver
Grijp je in of niet?
Een terrorist heeft een bom geplaatst
Ofwel doodt de bom een groep mensen
Ofwel folter je de terrorist
Deugdethiek: omdat het goed is
Streven naar een deugd
Streven naar een doel
Streven naar geluk
Eudemonisme: het goede nastreven door een verstandige keuze tussen uitersten
Plichtsethiek of deontologie: omdat het moet volgens een regel of maxime
Maxime: een rationeel bekomen gedragsregel (gij zult niet doden)
Consequentialisme: omdat de gevolgen wenselijk zijn
Het gaat niet om de kwaliteiten van de actor of de daad
Het behartigen van de belangen van anderen
Utilitarisme of utilisme: omdat het bijdraagt aan het algemeen geluk of het algemeen welzijn
Geluk is het hoogste goed, pijn is het ultieme kwaad (Jeremy Bentham)
TOEGEPASTE ETHIEK 3
OP DE AGENDA
1. Ethiek: basisbegrippen
2. Hannah Arendt: filosofie, taal & verhaal
a. Eerlijkheid in taal en verhaal
3. Abstraheren
4. Wetenschappelijke integriteit
a. Wetenschapsethiek (theorie)
b. AI or not AI? That is the question! (workshop)
5. Vrijheid en verantwoordelijkheid
a. Diverse filosofen
6. Generatieve AI
1. ETHIEK: BASISBEGRIPPEN
Normen:
Gangbare overtuigingen omtrent het menselijke handelen.
Vier types:
alledaagse manieren (hoe je eet)
taboes (wat niet mag en dus niet in de openbaarheid komen)
wetten (formele gedragsregels met consequenties)
morele normen, zeden of mores (na te streven gedragingen volgens het gezond verstand)
Het is de morele norm (hier en nu) om iemand die je kent te begroeten.
Het is de morele norm (hier en nu) om tijdig op een afspraak te verschijnen, zo niet je te veronderschuldigen.
Hier en nu? Wel volgens bepaalde groepen, niet volgens anderen: bv. generatiekloven
Waarden:
Idealen waarop de mores (zeden) gebaseerd zijn.
Vriendelijkheid vinden we waardevol, we streven ernaar
Respect en beleefdheid achten we belangrijk in relaties
Moraal:
Het geheel van normen en waarden van een individu of groep
een moraal is cultureel bepaald, kan dynamisch zijn, kan situationeel verschillen
Ethiek:
Kritisch nadenken over de vraag “wat is het juiste handelen?”
Toegepaste ethiek:
TOEGEPASTE ETHIEK 1
, Ethiek met betrekking tot een specifiek domein → ontwerpen
Meta-ethiek:
Kritische studie omtrent de vraag “waarom de ene boven de andere ethiek kiezen”?
Moreel relativisme: er zijn geen absolute normen en waarden
Universalisme: die zijn er wél, zoals de mensenrechten. Of ze zijn van goddelijke origine.
Relativisme:
Esthetisch relativisme: wat is mooi, wat is lelijk?
Epistemisch relativisme: wat is waar, wat is onwaar?
Moreel relativisme: wat is goed, wat is kwaad, wie bepaald wat goed is?
Als de bron van moraal niet goddelijk is, dan zijn waarden en gedragsregels van menselijke makelij, dus
kunnen ze in andere tijden en bij andere volkeren telkens anders zijn, en dus is er niet één morele
waarheid, er zijn verschillende (cultureel en historisch bepaalde) morele waarden (M. Claeys)
Is het niet eerder: wat is wenselijk en wat is onwenselijk?
Misschien zijn daden gewoon daden, en behoeven ze geen label
Cultureel relativisme: de cultuur bepaald het evaluatiekader:
Sommige normen gelden overal, maar worden anders ingevuld
Mensen begroeten elkaar, maar wordt anders gedaan
Vrouwenbesnijdenis is in strijd met de mensenrechten, maar komt wel voor
Abortus kan, maar is aanvaardbaar tot x aantal weken. Wie bepaalt dat?
Normen en waarden verschillen van cultuur tot cultuur, van tijd tot tijd:
Wie betaalt bij een eerste date?
Wie rijdt met de auto?
Hoe spreek je personeel aan?
In de VS neem je meer ruimtelijke afstand, in Japan is punctualiteit erg belangrijk.
Pederastie in het Oude griekenland (relatie tussen volwassen man en jongeling, seksuele relatie).
In het oude Griekenland was gender geen issue (gender was geen onderdeel van de identiteit)
Vandaag is het een big issue (LGBTQIA+, strijd en verdrukking)
Elk individu kan zelf een eigen mening ontwikkelen over wat een gepaste handeling is in een bepaalde context.
Er is niets dat een ethisch uitspraak waar maakt (subjectivisme).
Wat haaks op ethiek staat:
Egoïsme: bewuste schade aan anderen in eigen voordeel
Egocentrisme: het (psychisch) onvermogen om andermans perspectief in te nemen.
Determinisme: Je komt niet tussen in de gang der dingen, niets is willekeurig
Biologisch determinisme: is er een vrije wil?
We kunnen oncontroleerbaar boos worden en iemand schade toebrengen.
TOEGEPASTE ETHIEK 2
, Sociaal determinisme: we staan onder druk van onze omgeving
Theologisch determinisme (predestinatie): het is de wil van een godheid (voorbestemming)
Ethisch dilemma: een vraagstuk waarbij geen van de mogelijke uitkomsten volledig wenselijk is
Voorbeeld: het trolleyprobleem van Philippa Foot (1967)
Als je niets doet dan sterven vijf mensen
Als je handelt dan blijven vijf mensen leven, maar sterft er een andere
Er sterft in elk geval één mens
Ofwel kies je er bewust voor die te laten sterven
Ofwel doe je geen interventie: het is je schuld dan ook niet
Meerderheid kiest voor het omgooien van de wissel.
Variant op het trolleyprobleem
Als je een onbekende op de sporen gooit red je vijf mensen
Als je een moordenaar op de sporen gooit red je vijf mensen
Als je een gezond iemand doodt kunnen je vrienden overleven die allemaal een orgaantransplantatie nodig
hebben
Als je een vriend(in) op de sporen gooit red je vijf mensen
Is het trolley probleem louter een academisch probleem?
Wat met zelfrijdende auto’s?
Je zit in een zelfrijdende auto en een schoolbus kruist
Uitwijken kan, maar dan rijdt je een moeder met kind omver
Grijp je in of niet?
Een terrorist heeft een bom geplaatst
Ofwel doodt de bom een groep mensen
Ofwel folter je de terrorist
Deugdethiek: omdat het goed is
Streven naar een deugd
Streven naar een doel
Streven naar geluk
Eudemonisme: het goede nastreven door een verstandige keuze tussen uitersten
Plichtsethiek of deontologie: omdat het moet volgens een regel of maxime
Maxime: een rationeel bekomen gedragsregel (gij zult niet doden)
Consequentialisme: omdat de gevolgen wenselijk zijn
Het gaat niet om de kwaliteiten van de actor of de daad
Het behartigen van de belangen van anderen
Utilitarisme of utilisme: omdat het bijdraagt aan het algemeen geluk of het algemeen welzijn
Geluk is het hoogste goed, pijn is het ultieme kwaad (Jeremy Bentham)
TOEGEPASTE ETHIEK 3