BEGRIPSBEPALING
‘Middeleeuwen’ is een beladen begrip met vele connotaties waar we ons meteen heel wat dingen bij kunnen
voorstellen. Vaak wat we ons voorstellen is stereotiep en niet altijd de waarheid.
GENT ALS GETUIGE
De fameuze Sint-Michielsbrug en het voormalige postgebouw straalt een Middeleeuws gevoel uit. Toch is
het gebouwd in de laat 19 de , begin 20ste eeuw. Opzettelijk is aan de architect Louis Cloquet gevraagd om
verschillende stijlen te combineren tot een neo-stijl om een gevoel van ouderdom op te roepen. Oude
medaillons zijn toegevoegd die de geschiedenis van België portretteren om de jonge staat wat inhoud te
geven.
Ook de brug is nadien pas gebouwd voor de zelfde reden in een tijd waar de Middeleeuwen tot de
verbeelding begint te spreken. Gent werd ook in 1913 de gaststad voor de wereldtentoonstelling. Zo is men
ook de toren van het Belfort gaan herbouwen en gevels bij de Graslei.
1. HET BEGRIP MIDDELEEUWEN
De afkomst van het begrip is reeds te vinden op het einde van de Middeleeuwen. De term vandaag heeft vele
synoniemen. We kennen het als een tussentijd, de donkere eeuwen,… vaak met een negatieve connotatie.
Reeds in de eigen tijd schreven auteurs over het begrip. Dit begon onder leiding van de opkomst van het
humanisme die komaf wou maken met donkere periodes voorheen. De ideeën werden verspreid door Latijnse
scholen opgericht in de renaissance van de Klassieke Oudheid.
Petrarca was een humanistische schrijver in de 14 de eeuw die verwees naar de tijd met de term
‘tenebrae’ wat letterlijk vertaald ‘nevelen’ betekent. Dit is een eerste verwijzing naar de
Middeleeuwen en zijn donkerheid.
15de -16de eeuw: wordt er steeds meer verwezen naar de Middeleeuwen als een middentijd (media
tempestas, media aetas, medium aevum)
17de eeuw: de term Middeleeuwen wordt voor het eerst opgenomen in een woordenboek opgesteld
door Du Cange voor Latijnse termen.
2. PERCEPTIE VAN DE PERIODE DOORHEEN DE GESCHIEDENIS
SINDS HET HUMANISME
16de eeuw is een periode waar een nieuwe tijd wordt ingeluid. West-Europa wordt gekenmerkt door religieuze
tegenstellingen. De reformatie komt op poten door de protestanten en als reactie de contrareformatie door de
katholieke kerk. De protestanten keken negatief terug op de Middeleeuwen sinds die centraal staat voor de
Katholieke christelijkheid. Ook de katholieken gaven niet veel aandacht aan de periode maar werden steeds
meer en meer geïnteresseerd in een renaissance van de Klassieke Oudheid. Vooral onder de Jezuïeten zal sterk
worden ingezet op die klassieke vertrouwdheid.
Vanaf de 17de eeuw is er in zekere zin wel een start in de interesse over de Middeleeuwen. Onderzoek werd
gedaan uit speciale religieuze perspectieven. De Mauristen hielden zich bezig met het ontwikkelen van
historische kritiek en de Bollandisten bestudeerde de heiligencultus.
1
,De 19de eeuw staat gekend door de Romantiek. Hier wordt de Middeleeuwen volop herontdekt. We situeren
ons in een periode na vele revoluties waardoor het natiegevoel en het nationalisme begint te groeien. Voor het
gevoel van eenheid heeft men nood aan een gemeenschappelijke taal en ook geschiedenis. Ze grijpen
nostalgisch terug naar dat betere leven van eenvoud in de Middeleeuwen. Op hetzelfde moment vindt er ook
een groei van de menswetenschappen plaats. Via professionalisering en verwetenschappelijking komt men tot
nieuwe benaderingen zoals grote nationalistische editieprojecten, alsook eerste boeken over de
Middeleeuwen. Zo komt er een boek die de term renaissance introduceert en de kijk op de periode drastisch
veranderd heeft. Een Nederlandse reactie op dit boek plaats de periode dan weer in de negatieve kijk met de
term ‘herfsttij’ als een periode die betekenisloos zou zijn.
Dat is uitgegroeid tot het fenomeen van ‘medievalism’. Het verheerlijken van de periode. Zo was er een
restauratietactiek in de 19de eeuw waar men gebouwen uit de Middeleeuwen ging restaureren om er nog meer
Middeleeuws uit te zien als voorheen. Ook te zien in de toename aan verhaallijnen en stereotypen.
3. PERCEPTIE VAN DE PERIODE VANDAAG
Vandaag de dag hebben we ambigue, tegenstrijdige opvattingen over de Middeleeuwen.
Enerzijds zien we het nog steeds als die duistere periode, die primitief is, waar niets interessant is gebeurd en
waarvan we niets weten. Hoewel het wetenschappelijk ver van de waarheid is, kan het te maken hebben met
het feit dat zeker in de Vroege Middeleeuwen een bronnenarmoede was. Men zat toen met de orale cultuur
waardoor weinig geschriften zijn terug gevonden, dat beperkt onze kennis in enige zin. Ook in het mondiale
perspectief ziet men dat gebieden elders dan Europa op dat moment veel verder stonden en veel meer
geëvolueerd waren. Ook het taalgebruik waarin we de term gebruiken is vaak negatief.
Anderzijds is er de opvatting waarin de periode wordt geïdealiseerd. Dat ligt in het verlengde van die
Romantiek. Men heeft een zekere fascinatie voor die tijd met zijn kathedralen en kastelen. Men is voornamelijk
geïnteresseerd in wat anders is: de hofhouding, de eenvoud, één geloof,… Het is dan ook niet verwonderlijk dat
er heel wat bestsellers gaan over de Middeleeuwen.
4. DE BRUIKBARE MIDDELEEUWEN
De Middeleeuwen wordt vandaag ‘gebruikt’, een periode waar men iets mee kan doen.
Toerisme en citymarketing: de Middeleeuwen vandaag wordt tentoongesteld. Culturele activiteiten
omtrent het erfgoed worden op poten gezet. Enerzijds om de behoefte en interesse te bevredigen
maar anderzijds natuurlijk ook met winstmotief. Soms gaat men bij de verbeelding van die periode
heel ver en legt men de lat erg laag om winst te genereren.
// Het Gravensteen: sprake van het boven van een lift en giftshop. Alsook de automatische gids met
komedie die vol met historische fouten zit.
Politieke agenda’s: de Middeleeuwen worden misbruikt in politiek extremisme.
// Christelijk ‘blank’ Europa, Breivik als tempelier en White Supremacy
5. AFBAKENING
IN TIJD
Lijkt vandaag de dag vanzelfsprekend. We hebben een algemeen beeld dat de Middeleeuwen zich situeren in
500-1500. Maar reeds sinds vroeger doet men pogingen om daar specifieke datums op te plakken.
2
,(410, plundering rome; 476 val West-Romeinse rijk) en (1500: boekdrukkunst, 1517: Luther, 1492: Colombus)
Vandaag zijn we ons wel bewust dat de overgang niet gebeurd op één datum maar sprake is van een
overgangsperiode. Maar ook veel discussie over de afbakening van deze periodes.
Sommigen stellen voor dat de Middeleeuwen pas start rond 800 bij de opkomst van de Islam in
Europa
Sommige willen zelf een periode voor de Middeleeuwen invoegen genaamd ‘Late Antiquity’ van 400-
600.
Ook worden vragen gesteld wanneer de Nieuwe Tijd aanbreekt. De ontdekkingen gebruiken als overgang is
volgens sommige al een fenomeen die al start in de 13 de eeuw. Alsook de reformatie die al zijn wortels kende in
hervormingen veel vroeger terug.
Sommigen willen de Middeleeuwen laten eindigen in de 12 de eeuw, die vele hervormingen kende zoals
de verstedelijking
Sommigen willen het zelf verdrijven tot in 1800 tot de Industriële Revolutie.
Maar zoals wij hem nu kennen en zullen gebruiken loopt hij van 500-1500. We houden in ons achterhoofd dat
die opdeling relatief is. De periode van 1000 jaar is een lange periode die in de literatuur wordt onderverdeeld
in de Vroege, Midden/Hoge en Late middeleeuwen. Voorzichtig met het gebruik van deze indeling in andere
talen! Frans gebruikt ‘Haut / hoge’ als Vroege Middeleeuwen.
IN PLAATS
De focus in het vak wordt gelegd op de Latijnse wereld die wij als West-Europa kennen. Gebieden die er buiten
liggen kennen in principe dat tijdvak niet, zij hanteren een andere periodisering. In West-Europa is er in die
periode een duidelijke samenhang, een gemeenschappelijk trend van politieke omslagen, economie en religie.
Natuurlijk ook met regionale diversiteit en verschillende snelheden afhankelijk van de plaats. De eenheid en
diversiteit werken op elkaar in waar de basis gelegd voor de rol van Europa in latere tijdsperiodes.
Wel kijken wel naar de samenhang en interactie met andere werelden. West-Europa was op dat moment een
arm regio, op zich zelf met schaarste maar door ontwikkeling in de Vroeg Moderne tijd zal uitbreken tot een
machtig rijk gebied.
We zien een terugkerende discussie over het belang van de nationale geschiedenis. In dit vak heeft het geen
belang. We kijken naar het Europees verhaal.
We gaan het hebben over het belang van de periode voor het begrijpen van vandaag. De grondslagen.
Processen die een enorme impact hebben gehad vandaag voor dingen die vandaag als ‘vanzelfsprekend’
worden geacht. Dingen die we vandaag hebben en hun oorsprong in de Middeleeuwen kent.
(verstedelijking, koningschap, kapitalisme, parlement, scheiding kerk staat)
6. BRONNEN
De manier waarop we kijken is op basis van de bronnen die we hebben. Door wat is overgeleverd. In de periode
zelf is er een overgang van een orale samenleving naar schriftelijke overgave. Ook materiaal, de manier waarop
geschreven werd ontwikkelde. De opkomst van de druk zorgde voor massaverspreiding. Het
verschriftelijkingsproces was niet rechtlijnig en kwam met vallen en opstaan. Eerst was alles in het Latijns, later
ook de lokale talen in schrift. Eerst was het alleen de kerk die schrift gebruikte later spreidde dit uit naar andere
milieus. Bronnen werden gebruikt voor verschillende doeleinden (religie, geschiedenis, administratie,…)
3
, DE ONDERGANG VAN HET WEST-ROMEINSE RIJK EN DE HERSCHIKKING
VAN WEST-EUROPA
We starten het verhaal al bij de 3 de eeuw, als aanloop tot de Middeleeuwen. Over het West-Romeinse rijk en de
impact van zijn val.
GENT ALS GETUIGE
Nabij de Sint-Machariuswijk is er een samenvloeiing van de Schelde en de Leie. Het is ook precies daar dat in
de eerste menselijke activiteit in de stad is gevonden al sinds de Ijzertijd. De naam Gent is afgeleid van een
Germaans woord dat samenvloeiing betekent. Archeologische vondsten tonen ons dat ook na de val van het
West-Romeinse rij, continu mensen hebben gewoond op deze samenvloeiing. Dat dus de val, alle sinds op
het gebied van bevolking, weinig tot geen impact heeft gehad.
Ook in Sint-Denijs-Westrem, aan de Ikea is een continue bevolking vastgesteld door archeologische vondsten
van een muntschat die munten bevatte van een hele reeks keizers van voor, tijdens en na de val mogelijks te
linken aan migratie.
1. INLEIDING: BREUK OF CONTINUITEIT
Dit hoofdstuk spitst zich eigenlijk toe op de periode die we kennen als de ‘Late Antiquity’. De vraag kan terecht
gesteld worden op de val van West-Romeinse rijk een totale breuk was of eerder een transformatie. Het
antwoord hangt af van het domein waarover me spreekt.
Politiek was er duidelijk wel een breuk. Het staatskundige systeem valt in duigen. Er komen ingrijpende
veranderingen in het politiek en staatskundig systeem. Dat er een breuk is ziet men ook in de
migratiebewegingen die opgang komen en de manier waarop de samenlevingspatronen worden omgevormd.
Anderzijds op vlak van religie is er continuïteit. De religieuze geschiedenis wordt verdergezet. Het romeinse
Christendom wordt behouden.
2. DE NADAGEN VAN HET ROMEINSE RIJK
HEEL HET RIJK
We bevinden ons in de 3 de eeuw, nog voor de val van het West-Romeinse rijk. De 3 de eeuw staat gekend als een
eeuw van crisis en maatschappelijke problemen in het Romeinse rijk. Romeinse keizer Diocletianus namen
voortdurend maatregelen om de interne crisissen omtrent rechtzekerheid, veiligheid en welvaart recht te
zetten.
Hij zal de staatsstructuur van de tetrarchie optrekken. Het rijk wordt opgedeeld in 4 stukken waarin de
keizerlijke macht verdeeld wordt over 2 functies (Augustus, Caesar). Een Augustus en Caesar in het westen en
een in het oosten. De volgende koning was geen fan van de tetrarchie. Hij wou zijn keizerlijke macht niet delen
en besloot het keizerschap te versterken.
Administratief zal het rijk ook worden opgedeeld in verschillende bestuursniveaus. Eerst in 4 prefecturen
verder opgedeeld diocesen, verder opgedeeld in provincies en tenslotte in civitates. Dat zijn stedelijke centra
die instaan voor het bestuur van de stad en gemeenten. Na de val van het rijk gaat de structuur overal verloren
behalve in de kerk, die ze overhoudt. Bureaucratie wordt opgebouwd waar senatoren en de ambtenaren een
immense rol in speelden.
Ook de rol van de religie verschuift. Voorheen, ook onder Diocletianus was er een strikte religie van de
Romeinse goden, het Christendom dat slechts geloofde in één god werd vervolgd. Het zal onder Constantijn
4