Stad en ruimte
Examen: mondeling (90%) = taak (10%) + concepten + voorbeelden/toepassingen + relaties
De ruimtelijkheid van het sociale leven
Wat is ruimte?
Ruimte = abstract begrip = kerndimensie van de realiteit (veel dingen tegelijk)
- Ruimte = datgene wat gelijktijdige co-existentie mogelijk maakt
➢ Tegelijkertijd bestaan van verschillende trajecten
➢ Zonder ruimte (dimensie van realiteit) = alles op één punt/moment
➢ Verschillende activiteiten door verschillende mensen op verschillende plaatsen
- Traditionele visie: ruimte = drie-dimensioneel = Euclidische ruimte
➢ Hoogt x breedte x lengte
➢ Scheiding ruimte (leeg) en substantie (innemen van leegte)
➢ Objecten en gebeurtenissen = positie en richting in ruimte
Sociaal begrip:
- Ruimte ≈ substantie → zonder substantie = geen belichaming en effect van ruimte
➢ Ruimte = product van relaties en interactie
➢ Vb. aula gebruiken als BBQ-ruimte = aankleding, eten vanvoor positioneren, ...
➢ Gebruik van een ruimte ≠ dimensies = positie van objecten en verhoudingen
- Ruimte = product van sociale interacties (startpunt = interactie → ruimte = resultaat)
- Wereld = dorp → interacties zijn sneller, makkelijker, korter, ...
➢ Afstand tussen landen/... = even groot ruimtelijke organisatie = kleiner
- Ruimte = dynamische gelijktijdigheid van heterogene trajecten
➢ Tijd = dynamiek ruimte = vastgezet (grenzen, ...)
➢ Vb. multiculturele stad = ruimte is niet vastgezet
Sociologie en ruimte
Sociologie = a-ruimtelijke discipline
- Geschiedenis (20e eeuw) = geschiedenis van de afwezigheid van ruimte
- Tijd > ruimte (feodaliteit – moderniteit – post-moderniteit)
➢ Ruimte = blinde vlek (voor vele sectoren)
➢ Vb. ontwikkeling = gebaseerd op één tijdslijn wereldsysteemtheorie (plaats in kapitalisme)
• Relatie Congo-België ≠ achter-voor (tijd) ≈ connectie door imperialisme (ruimte)
- Methodologisch nationalisme in sociologie:
➢ Grenzen van samenleving = grenzen van de natiestaat problemen = over natiegrenzen heen
• Vb. CO2-uitstoot van België = binnen grenzen productie van... = niet meegenomen
• Beperking tot grondgebied van vraagsteller
➢ Sociologie = kennisleverancier van nationale welvaartstaten
- Ruimte = apart studie-object geworden = exacte wetenschap (fysica, ...)
Klassieke sociologen (Marx, Weber en Durkheim) = weinig aandacht voor ruimte
- Simmel: aandacht voor metropolitaanse persoonlijkheid
- Stadssociologen: groeipatronen van de stad
- Focus: onderscheid stedelijke landelijke levenswijze (weinig evidentie)
,Spatial turn
= herontdekking van belang van ruimte voor begrijpen hoe samenleven georganiseerd wordt
- (post-) Marxistische sociologen → focus op ruimte als product van samenleving
➢ Ruimte ≠ neutraal = weerspiegeling van machts- en marktverhoudingen
Belangrijke auteurs/inzichten:
- Castells: theoretisch object van stadssociologie? → collectieve consumptie > levenswijze/patroon
- Massey: arbeidsverdeling = structureert ruimte → geologisch metafoor (economische groeifases)
➢ Kapitalisme: verschillende posities in productieketen ≈ SE-ontwikkeling
➢ Geologie: stad = verschillende lagen van opbouw ≈ productie
- Harvey: tijd-ruimte compressie (tijd > ruimte) → toegenomen fysieke en virtuele mobiliteit
➢ Goederen verplaatsen = over tijd + over ruimte ≈ winsten
➢ Kapitalisme: voortdurende innovatie om tijd en ruimte te verkleinen + sneller
➢ Ruimte vernietigen ≈ mobiliteit vergroot → wereld = dorp (comprimeren van ruimte)
➢ Contradictie: wereld = dorp verschillen = duidelijker maken (concurrentie benadrukken)
• Vb. Bangladesh = goedkoper België = modieuzer
- Giddens: presence-availability → samen leven = afhankelijk van mate beschikbaarheid
➢ vb. corona lockdown = beschikbaarheid afzwakken verspreiding (meer ruimte)
➢ Samenleven = dicht bij elkaar leven → nieuwe communicatie = dichter bij elkaar
• Minder afhankelijkheid van zelfde ruimte
• Meer vertrouwen nodig in afwezigen → in AI, telefoonnummers, ...
➢ Evolutie transport/communicatie = time-space distanciation
➢ Samenleven = afhankelijk van interacties (met afwezigen in tijd en ruimte)
Sociale productie van ruimte
Lefebvre: the production of space
- Ruimte = sociaal constructivistisch
- Bepalende factor = productiewijze (marxistisch)
➢ Vb. Marx: onderscheid platteland en stad → oude nieuwe productiewijze
➢ Feodalisme kapitalisme
- Ruimte onder kapitalisme = geen passieve geografische omgeving waarin sociale leven vindt
Kapitalisme reproduceert zich via productie van ruimte:
1. Stad = tweede natuur:
➢ Wetenschap en rationalisme = aansturing onderwerping en gebruik natuur
• Vervormen voor gemak van kapitalisme (grote rivieren, tunnels, bruggen, ...)
➢ Natuur = veroverd → tweede natuur = stedelijk
• Door arbeid, technologie en kennis
• Behoud natuur = vb. carnaval als start van de lente
➢ Probleem: mens heeft natuur nodig voor plaats in de wereld → vervreemding
• Zelf een wereld creëren waarin wij opgejaagd zijn
2. Ruimte = marktgoed
➢ Ruimte = platform voor economisch activiteiten + schaars goed
➢ Goed = homogeen, kwantificeerbaar en verhandelbaar
➢ Vb. grondmarkt eigendomsverhoudingen
• Stukken grond = vergelijken tov elkaar → prijs bepalen
• Ruimtelijke planning ≠ neutrale kennis = ideologie die controle over ruimte versterkt
, ➢ Rationele/abstracte → productief maken, rechtszekerheid bieden, sanering onproductief, ...
• Vb. haven: niet wonen toxische stoffen, veel lawaai, ...
3. Ruimte = sociale reproductie (2-ledige functie)
➢ Rationeel organiseren = kapitalistisch standpunt
➢ Ruimte voor sociale relaties (reproductie arbeidskracht) > ruimte voor spel en ontspanning
4. Alledaags leven = gedomineerd door ruimtelijke praktijken doordrongen van ideologie
➢ Vb. openbaar domein = circulatie van auto’s, treinsporen, ... (verstorende infrastructuur)
➢ Vb. standscentrum = shopping en commerciële activiteiten
➢ Vb. residentieel weefsel = segregatie tussen rijk en arm (werking huizenmarkt)
Ruimte en sociologie vandaag
Ruimte en gender:
- Mannen en vrouwen = associatie met specifieke plaatsen → afhankelijk van gevoel veiligheid
➢ Positie in gender-orde bevestigen en onderhouden
- Publieke ruimte = mannelijk private ruimte = vrouwelijk
- Huis = ruimte volgens genderpatronen
➢ Keuken en waskamer = vrouwelijk tuin, bureau en garage = mannelijk
- Suburbane verkaveling: ontworpen als stedelijke ruimte voor vrouwen en kinderen
➢ Terug grotere afstand van economie en werkveld
➢ Na WOII vrouwen terug uit arbeid wegdringen
- Variatie: werkende vrouwen, anonimiteit en levendigheid van industrie → feminisme, ...
➢ Onderhevig aan verandering
Ruimte en sexualiteit:
- Seksualiteit van vrouwenlichaam = gedisciplineerd in publieke ruimte
➢ Vb. vrouw kleed zich niet hoe ze willen (niet uitdagend)
- Publieke ruimte = georganiseerd vanuit heteroseksuele norm
➢ Angst voor discriminatie, geweld en conflict bij openlijke tekenen van ‘fout’
➢ Expliciete ruimtes (strip bars, ...) + banale uitingen (hand in hand, kussen, ...)
- Ruimtelijke strategieën van mensen die ertegen in gaan
➢ Safety in numbers = concentratie creëren (holebi-wijken, ...) → segregeren
➢ Openlijke uitingen beperken tot formele holebi-ruimtes
➢ Openlijke symbolen uiten (vb. vlag buiten hangen = teken van ‘je bent veilig’)
Ruimte en etniciteit:
- Immigratie = ruimtelijke mobiliteit van mensen (inherent ruimtelijk)
➢ Vraag naar integratie/assimilatie ≈ sociale constructie van ruimte (natie-staat)
➢ Legitimiteit van migratie = gestratificeerd volgens etnisch-culturele criteria
• Vb. economische migranten binnen en buiten EU
• Vb. ongeschoolde migranten en expats
- Etnische segregatie van stedelijke ruimte
➢ Vb. blanke suburbs, Afro-Amerikaanse getto, China Towns, ...
, Dimensies van de sociale ruimte
Opeenvolgende spatial turns: polymorf perspectief
Vertrekpunt = opeenvolgende ‘spatial turns’
- Benadrukken telkens één dimensie van de ruimte
- 2 risico’s:
➢ Eenzijdige focus op één dimensie → complexiteit van sociale ruimte = miskend
• Vb. globalisering = grensoverschrijdend → grenzen = constitutief
➢ Reïficatie van ruimtelijke vorm → analyse vanuit praktijken en processen (productie)
• Vb. territorium ≠ lege ruimtelijke vorm = processen van natievorming
• Interesse in ruimtelijke vorming → hoe/waarom zo ontstaan?
- Ruimtelijke vorm → sociale conflicten + creatie stabiele condities voor productie
- Spatial turns: ingaan op
➢ Principe van sociaal-ruimtelijke structurering
➢ Sociaal-ruimtelijke patronen = resultaat
➢ Historische context waarbinnen er aandacht ontstond voor deze dimensie
- Spatial turns = reactie op diepgaande herstructurering van sociaal-ruimtelijke relaties in maatschappij
Dimensies van sociale ruimte
Plaats
Ruimte = gestructureerd door nabijheid, inbedding en ruimtelijke differentiatie (! Eigenheid)
- Ruimtelijke patronen = arbeidsverdeling en kern-periferie relatie (specifieke gevolgen van plaatsen)
- Vb. garage, napa valley = wijn, ... → specifieke sfeer, smaak, ...
- Plaatsen = suggereren nabijheid
Patroon in spatial turns:
- Plaats = reactie op de-industrialisering en verschuiving productie-arbeid naar lageloonlanden
➢ Ongelijke invloed van economische crisis → ongelijke veranderingen
➢ Sommige plaatsen = meer nadelen (vb. denderregio = veel wegtrek) → specifieke impact
- Plaats = op zichzelf staand en afgebakend gebied (territorium) → relationele plaats
➢ Specifieke kenmerken = specifiek in relatie tot andere plaatsen
Territorium
Ruimte = gestructureerd door af- en begrenzen → opdelen in kavels, zones en enclosures
- Ruimtelijke patronen = sociaal-ruimtelijke relaties van in- en uitsluiting
- Vb. hond = territorium door plassen, mensen = zelfde bank altijd gebruiken, ...
Spatial turn:
- Territorium = reactie op globalisering (sinds verdrag van Westfalen)
- Territorium = principe van politiek-economische verhoudingen + relatie (!) soevereiniteit
Schaal
Ruimte = gestructureerd door hiërarchisering en verticale differentiatie
- Ruimtelijke patronen: scalaire arbeidsverdeling, dominante en marginale schaalniveaus
- Vb. België: Onderwijs = Vlaanderen mobiliteit = België mensenrechten = Europa
- Marginale schaalniveaus = parochie → vroeger > nu
Examen: mondeling (90%) = taak (10%) + concepten + voorbeelden/toepassingen + relaties
De ruimtelijkheid van het sociale leven
Wat is ruimte?
Ruimte = abstract begrip = kerndimensie van de realiteit (veel dingen tegelijk)
- Ruimte = datgene wat gelijktijdige co-existentie mogelijk maakt
➢ Tegelijkertijd bestaan van verschillende trajecten
➢ Zonder ruimte (dimensie van realiteit) = alles op één punt/moment
➢ Verschillende activiteiten door verschillende mensen op verschillende plaatsen
- Traditionele visie: ruimte = drie-dimensioneel = Euclidische ruimte
➢ Hoogt x breedte x lengte
➢ Scheiding ruimte (leeg) en substantie (innemen van leegte)
➢ Objecten en gebeurtenissen = positie en richting in ruimte
Sociaal begrip:
- Ruimte ≈ substantie → zonder substantie = geen belichaming en effect van ruimte
➢ Ruimte = product van relaties en interactie
➢ Vb. aula gebruiken als BBQ-ruimte = aankleding, eten vanvoor positioneren, ...
➢ Gebruik van een ruimte ≠ dimensies = positie van objecten en verhoudingen
- Ruimte = product van sociale interacties (startpunt = interactie → ruimte = resultaat)
- Wereld = dorp → interacties zijn sneller, makkelijker, korter, ...
➢ Afstand tussen landen/... = even groot ruimtelijke organisatie = kleiner
- Ruimte = dynamische gelijktijdigheid van heterogene trajecten
➢ Tijd = dynamiek ruimte = vastgezet (grenzen, ...)
➢ Vb. multiculturele stad = ruimte is niet vastgezet
Sociologie en ruimte
Sociologie = a-ruimtelijke discipline
- Geschiedenis (20e eeuw) = geschiedenis van de afwezigheid van ruimte
- Tijd > ruimte (feodaliteit – moderniteit – post-moderniteit)
➢ Ruimte = blinde vlek (voor vele sectoren)
➢ Vb. ontwikkeling = gebaseerd op één tijdslijn wereldsysteemtheorie (plaats in kapitalisme)
• Relatie Congo-België ≠ achter-voor (tijd) ≈ connectie door imperialisme (ruimte)
- Methodologisch nationalisme in sociologie:
➢ Grenzen van samenleving = grenzen van de natiestaat problemen = over natiegrenzen heen
• Vb. CO2-uitstoot van België = binnen grenzen productie van... = niet meegenomen
• Beperking tot grondgebied van vraagsteller
➢ Sociologie = kennisleverancier van nationale welvaartstaten
- Ruimte = apart studie-object geworden = exacte wetenschap (fysica, ...)
Klassieke sociologen (Marx, Weber en Durkheim) = weinig aandacht voor ruimte
- Simmel: aandacht voor metropolitaanse persoonlijkheid
- Stadssociologen: groeipatronen van de stad
- Focus: onderscheid stedelijke landelijke levenswijze (weinig evidentie)
,Spatial turn
= herontdekking van belang van ruimte voor begrijpen hoe samenleven georganiseerd wordt
- (post-) Marxistische sociologen → focus op ruimte als product van samenleving
➢ Ruimte ≠ neutraal = weerspiegeling van machts- en marktverhoudingen
Belangrijke auteurs/inzichten:
- Castells: theoretisch object van stadssociologie? → collectieve consumptie > levenswijze/patroon
- Massey: arbeidsverdeling = structureert ruimte → geologisch metafoor (economische groeifases)
➢ Kapitalisme: verschillende posities in productieketen ≈ SE-ontwikkeling
➢ Geologie: stad = verschillende lagen van opbouw ≈ productie
- Harvey: tijd-ruimte compressie (tijd > ruimte) → toegenomen fysieke en virtuele mobiliteit
➢ Goederen verplaatsen = over tijd + over ruimte ≈ winsten
➢ Kapitalisme: voortdurende innovatie om tijd en ruimte te verkleinen + sneller
➢ Ruimte vernietigen ≈ mobiliteit vergroot → wereld = dorp (comprimeren van ruimte)
➢ Contradictie: wereld = dorp verschillen = duidelijker maken (concurrentie benadrukken)
• Vb. Bangladesh = goedkoper België = modieuzer
- Giddens: presence-availability → samen leven = afhankelijk van mate beschikbaarheid
➢ vb. corona lockdown = beschikbaarheid afzwakken verspreiding (meer ruimte)
➢ Samenleven = dicht bij elkaar leven → nieuwe communicatie = dichter bij elkaar
• Minder afhankelijkheid van zelfde ruimte
• Meer vertrouwen nodig in afwezigen → in AI, telefoonnummers, ...
➢ Evolutie transport/communicatie = time-space distanciation
➢ Samenleven = afhankelijk van interacties (met afwezigen in tijd en ruimte)
Sociale productie van ruimte
Lefebvre: the production of space
- Ruimte = sociaal constructivistisch
- Bepalende factor = productiewijze (marxistisch)
➢ Vb. Marx: onderscheid platteland en stad → oude nieuwe productiewijze
➢ Feodalisme kapitalisme
- Ruimte onder kapitalisme = geen passieve geografische omgeving waarin sociale leven vindt
Kapitalisme reproduceert zich via productie van ruimte:
1. Stad = tweede natuur:
➢ Wetenschap en rationalisme = aansturing onderwerping en gebruik natuur
• Vervormen voor gemak van kapitalisme (grote rivieren, tunnels, bruggen, ...)
➢ Natuur = veroverd → tweede natuur = stedelijk
• Door arbeid, technologie en kennis
• Behoud natuur = vb. carnaval als start van de lente
➢ Probleem: mens heeft natuur nodig voor plaats in de wereld → vervreemding
• Zelf een wereld creëren waarin wij opgejaagd zijn
2. Ruimte = marktgoed
➢ Ruimte = platform voor economisch activiteiten + schaars goed
➢ Goed = homogeen, kwantificeerbaar en verhandelbaar
➢ Vb. grondmarkt eigendomsverhoudingen
• Stukken grond = vergelijken tov elkaar → prijs bepalen
• Ruimtelijke planning ≠ neutrale kennis = ideologie die controle over ruimte versterkt
, ➢ Rationele/abstracte → productief maken, rechtszekerheid bieden, sanering onproductief, ...
• Vb. haven: niet wonen toxische stoffen, veel lawaai, ...
3. Ruimte = sociale reproductie (2-ledige functie)
➢ Rationeel organiseren = kapitalistisch standpunt
➢ Ruimte voor sociale relaties (reproductie arbeidskracht) > ruimte voor spel en ontspanning
4. Alledaags leven = gedomineerd door ruimtelijke praktijken doordrongen van ideologie
➢ Vb. openbaar domein = circulatie van auto’s, treinsporen, ... (verstorende infrastructuur)
➢ Vb. standscentrum = shopping en commerciële activiteiten
➢ Vb. residentieel weefsel = segregatie tussen rijk en arm (werking huizenmarkt)
Ruimte en sociologie vandaag
Ruimte en gender:
- Mannen en vrouwen = associatie met specifieke plaatsen → afhankelijk van gevoel veiligheid
➢ Positie in gender-orde bevestigen en onderhouden
- Publieke ruimte = mannelijk private ruimte = vrouwelijk
- Huis = ruimte volgens genderpatronen
➢ Keuken en waskamer = vrouwelijk tuin, bureau en garage = mannelijk
- Suburbane verkaveling: ontworpen als stedelijke ruimte voor vrouwen en kinderen
➢ Terug grotere afstand van economie en werkveld
➢ Na WOII vrouwen terug uit arbeid wegdringen
- Variatie: werkende vrouwen, anonimiteit en levendigheid van industrie → feminisme, ...
➢ Onderhevig aan verandering
Ruimte en sexualiteit:
- Seksualiteit van vrouwenlichaam = gedisciplineerd in publieke ruimte
➢ Vb. vrouw kleed zich niet hoe ze willen (niet uitdagend)
- Publieke ruimte = georganiseerd vanuit heteroseksuele norm
➢ Angst voor discriminatie, geweld en conflict bij openlijke tekenen van ‘fout’
➢ Expliciete ruimtes (strip bars, ...) + banale uitingen (hand in hand, kussen, ...)
- Ruimtelijke strategieën van mensen die ertegen in gaan
➢ Safety in numbers = concentratie creëren (holebi-wijken, ...) → segregeren
➢ Openlijke uitingen beperken tot formele holebi-ruimtes
➢ Openlijke symbolen uiten (vb. vlag buiten hangen = teken van ‘je bent veilig’)
Ruimte en etniciteit:
- Immigratie = ruimtelijke mobiliteit van mensen (inherent ruimtelijk)
➢ Vraag naar integratie/assimilatie ≈ sociale constructie van ruimte (natie-staat)
➢ Legitimiteit van migratie = gestratificeerd volgens etnisch-culturele criteria
• Vb. economische migranten binnen en buiten EU
• Vb. ongeschoolde migranten en expats
- Etnische segregatie van stedelijke ruimte
➢ Vb. blanke suburbs, Afro-Amerikaanse getto, China Towns, ...
, Dimensies van de sociale ruimte
Opeenvolgende spatial turns: polymorf perspectief
Vertrekpunt = opeenvolgende ‘spatial turns’
- Benadrukken telkens één dimensie van de ruimte
- 2 risico’s:
➢ Eenzijdige focus op één dimensie → complexiteit van sociale ruimte = miskend
• Vb. globalisering = grensoverschrijdend → grenzen = constitutief
➢ Reïficatie van ruimtelijke vorm → analyse vanuit praktijken en processen (productie)
• Vb. territorium ≠ lege ruimtelijke vorm = processen van natievorming
• Interesse in ruimtelijke vorming → hoe/waarom zo ontstaan?
- Ruimtelijke vorm → sociale conflicten + creatie stabiele condities voor productie
- Spatial turns: ingaan op
➢ Principe van sociaal-ruimtelijke structurering
➢ Sociaal-ruimtelijke patronen = resultaat
➢ Historische context waarbinnen er aandacht ontstond voor deze dimensie
- Spatial turns = reactie op diepgaande herstructurering van sociaal-ruimtelijke relaties in maatschappij
Dimensies van sociale ruimte
Plaats
Ruimte = gestructureerd door nabijheid, inbedding en ruimtelijke differentiatie (! Eigenheid)
- Ruimtelijke patronen = arbeidsverdeling en kern-periferie relatie (specifieke gevolgen van plaatsen)
- Vb. garage, napa valley = wijn, ... → specifieke sfeer, smaak, ...
- Plaatsen = suggereren nabijheid
Patroon in spatial turns:
- Plaats = reactie op de-industrialisering en verschuiving productie-arbeid naar lageloonlanden
➢ Ongelijke invloed van economische crisis → ongelijke veranderingen
➢ Sommige plaatsen = meer nadelen (vb. denderregio = veel wegtrek) → specifieke impact
- Plaats = op zichzelf staand en afgebakend gebied (territorium) → relationele plaats
➢ Specifieke kenmerken = specifiek in relatie tot andere plaatsen
Territorium
Ruimte = gestructureerd door af- en begrenzen → opdelen in kavels, zones en enclosures
- Ruimtelijke patronen = sociaal-ruimtelijke relaties van in- en uitsluiting
- Vb. hond = territorium door plassen, mensen = zelfde bank altijd gebruiken, ...
Spatial turn:
- Territorium = reactie op globalisering (sinds verdrag van Westfalen)
- Territorium = principe van politiek-economische verhoudingen + relatie (!) soevereiniteit
Schaal
Ruimte = gestructureerd door hiërarchisering en verticale differentiatie
- Ruimtelijke patronen: scalaire arbeidsverdeling, dominante en marginale schaalniveaus
- Vb. België: Onderwijs = Vlaanderen mobiliteit = België mensenrechten = Europa
- Marginale schaalniveaus = parochie → vroeger > nu