Inleiding
Evaluatie? Eén mondeling examen (groepen van 4), geen taken. Het examen is een gesprek / discussie
rond de leerstof waarin je met zowel de prof als met elkaar in discussie gaat.
+ Er wordt in de les een oefenexamen gehouden zodat we weten hoe alles ernaartoe gaat.
Wat kennen? Cursus: alle slides + eigen nota’s
! Er is geen boek , dus slides met eigen nota’s studeren + er zijn wel 11 artikels / readers gekoppeld aan de
lessen, NOOIT een rechtstreekse vraag uit die readers.
Centrale vragen in de cursus:
“Staat journalistiek in dienst van de democratie?”
“Beschermt de democratie de journalistiek?”
! Het is duidelijk dat dit niet zo is, Bv: democratie wordt door iemand zoals Trump (president van het
grootste democratische land ter wereld) volledig ondermijnd.
à De cursus gaat dit ontrafelen: we zijn er te lang vanuit gegaan dat als we een journalistiek doen we per
definitie direct in dienst van de democratie staan, maar we kunnen dit evengoed in dienst van een
godsdienst, commerciële doeleinde doen, etc.
Dus: duidelijk dat afgelopen jaren de journalistiek niet genoeg heeft gedaan voor de democratie
We kunnen perfect als communicatiewetenschappers kritiek hebben op de journalistiek, maar wat we
niet moeten doen is het onderliggende fundament ondermijnen.
Dus: “Wat is het belang van democratie in het denken van journalistiek?”
à Wat is de plaats van journalistiek in democratie en welke rol speelt de democratie in het journalistieke
denken.
Als we dit hebben uitgeklaard kunnen we bepalen wie wie aan het helpen is.
1
,2
,HOOFDSTUK 1: Intro
“Hoe staat het met journalistiek en democratie in de wereld?” – Handige bronnen om dit wereldwijd te
gaan checken zijn; Freedom house & Democracy index
! Samengesteld op basis van 60 indicatoren in 5 categorieën
Kijken naar de indicatoren die de surveys gebruiken om democratie index te benaderen:
1. Verkiezingsproces & Pluralisme à De verkiezingen moeten vrij en eerlijk zijn om democratisch te zijn.
Zelf politiek vrij zijn op wie je stemt, zonder manipulatie van anderen: politieke vrijheid is een
basisvoorwaarde.
(dit is de standaard waar we meteen aan denken)
2. Burgerlijke vrijheden à Een democratie is pas een liberale democratie wanneer als je voor iemand
stemt, je er redelijk zeker van bent dat die persoon je niet de volgende dag in de gevangenis steekt.
Bv: bescherming van fundamentele rechten van de mens (het is vervat in grondwetten) zoals pers,
godsdienst, vergadering, rechtsstaat, …
Dus: naast de verkiezingen heb je een paar fundamentele vrijheden die ook van essentieel belang zijn.
3. Werking van de overheid à Democratisch genomen besluiten moeten uitvoerbaar en edectief zijn: als
je besluiten neemt moet je administraties hebben die die besluiten kunnen nastreven.
Dus: democratisch genomen besluiten moeten uitvoerbaar en edectief zijn, anders heeft het geen zin.
4. Politieke cultuur à Democratie vereist een actieve, kritische samenleving. (+ de verkiezingsuitslagen
moeten geaccepteerd worden, de verliezende partijen moeten het ‘oordeel van de kiezers aanvaarden’)
! Bij deze index meten ze of het publiek al dan niet passief is geworden (ó actief: goede participatie).
5. Participatie à Een gezonde democratie vereist de actieve deelname van burgers aan het openbare
leven: democratie komt pas tot stand als burgers zich engageren in debat, verkiezingen, …
(zonder deelname van burgers wordt democratie een zaak van kleine elites)
Grafiek? Dalende trend
Op basis van bovenstaande indicatoren, krijgen landen een bepaalde score die bepaalt of er
sprake is van een democratie.
*Full democracies (B) à Volwaarde democratieën.
*Flawed democracies (B) à Een democratie met gebreken / waar issues zijn, Bv: een land kan goede
verkiezingen hebben, maar een beperkte politieke participatie.
(België krijgt de stempel van een flawed democracy)
Dus: het is belangrijk niet enkel naar het verkiezingsproces te kijken maar ook naar de persoonlijke
rechten en vrijheden over of deze al dan niet worden aangevallen.
*Hybrid democracies (B) à Democratieën die op het punt staan hun status / democratische waarden te
verliezen.
*Authoritarian democracies (B) à Autoritaire regimes met enkele democratische kenmerken.
3
,“Welk land bengelt er zo hard achteruit in West-
Europa?”
Turkije
“Welk land bengelt er zo hard achteruit in Azië
en Australië?”
China
“Hoe zou het zijn met de journalistiek?” x “Hoe staat het ervoor met de persvrijheid en journalistiek?”
! De toestand van de journalistiek wereldwijd wordt gemeten door de *World Press Freedom Index (B) van
Reporters without borders (RSF)
à Deze index beoordeelt landen op basis van verschillende criteria om te bepalen hoe vrij en veilig
journalisten hun werk kunnen doen.
DUS - Reporters without borders Press Freedom Index Criteria
1. Politieke Context
ð De mate waarin de politiek invloed uitoefend op journalistiek is cruciaal voor persvrijheid. De
belangrijkste vragen hierbij zijn:
“Hebben media autonomie ten opzichte van politieke druk?”
“Worden verschillende journalistieke stijlen en kritische berichtgeving geaccepteerd?”
“Kunnen media politici en overheden zonder beperkingen ter verantwoording roepen?”
• Mate van steun en respect voor media-autonomie ten opzichte van politieke druk van de staat of andere
politieke actoren.
• Acceptatieniveau van verschillende journalistieke benaderingen die voldoen aan professionele normen.
• Mate van steun voor media bij het ter verantwoording roepen van politici en de overheid in het algemeen
belang.
à In landen met een sterke democratie is politieke inmenging in de pers minimaal. (ó In autoritaire
regimes worden journalisten vaak beperkt of zelfs vervolgd)
2. Juridisch Kader: “Kunnen journalisten zonder juridische sancties optreden?”
ð Hierin wordt gekeken naar de juridische bescherming van journalisten.
• Mate van vrijheid voor journalisten en media zonder censuur of juridische sancties.
• Mogelijkheid om informatie te verkrijgen zonder discriminatie en bronnen te beschermen.
• Aanwezigheid of afwezigheid van stradeloosheid voor daden van geweld tegen journalisten.
In landen met zwakke rechtsbescherming kunnen journalisten te maken krijgen met lasterzaken, boetes
of zelf soms gevangenisstraden voor kritische berichtgeving.
4
,3. Economische Context: Media is vaak een economisch product (financiële druk kan een grote invloed
hebben op persvrijheid)
Bv: “Hoe kan een overheid ervoor zorgen dat het moeilijk wordt voor mediabedrijven?” : In Hongarije zegt
Orban dat al het geld uit reclame naar nieuwsmedia gaat die lief over hem schrijven en dus op die manier
zijn eigen positie versterkt.
• Economische beperkingen in verband met overheidsbeleid, waarondermoeilijkheden bij het oprichten
van nieuwsmedia en begunstiging bij staatsubsidies.
• Economische beperkingen in verband met niet-statelijke actoren zoals adverteerders en commerciële
partners.
• Economische beperkingen in verband met media-eigenaren die hun zakelijke belangen bevorderen of
verdedigen.
“Zijn er commerciële belangen die journalistieke inhoud beïnvloeden?”
“Maken media-eigenaren misbruik van hun platformen om hun zakelijke belangen te verdedigen?”
à In sommige landen kunnen overheden kritische media economisch onder druk zetten door
bijvoorbeeld subsidies stop te zetten of adverteerders af te schrikken.
4. Socioculturele Context: Naast politieke en economische factoren, spelen ook sociale en culturele
beperkingen een rol.
• Sociale beperkingen als gevolg van denigratie en aanvallen op de pers op basis van geslacht, klasse,
etniciteit en religie.
• Culturele beperkingen, waaronder druk op journalisten om bepaalde machtsstructuren niet te bevragen
of bepaalde kwesties niet te behandelen die ingaan tegen de heersende cultuur.
à In conservatieve of autoritaire samenlevingen kunnen journalisten bijvoorbeeld onder druk worden
gezet om geen gevoelige (taboes) onderwerpen, zoals corruptie, mensenrechten, seks, … te behandelen.
5. Veiligheid: De fysieke en mentale veiligheid van journalisten is een van de bedreigingen voor
persvrijheid.
• Veiligheid van journalisten te evalueren met betrekking tot lichamelijk letsel, psychologische of
emotionele stress en professionele schade als gevolg van verschillende bedreigingen en risico's die ze in
hun werk tegenkomen.
“Worden journalisten fysiek bedreigd, mishandeld of vermoord?”
“Hebben ze te maken met psychologische druk of emotionele stress?”
“Wordt hun carrière geschaad door bedreigingen?”
In landen met hoge persvrijheid zijn journalisten veilig en kunnen ze hun werk goed doen, ó in
conflictgebieden en dictaturen zijn journalisten vaak doelwit van geweld en intimidatie.
à Journalisten moeten veilig kunnen optreden wat bijvoorbeeld in Gaza niet het geval is geweest in de
laatste maanden.
Dus: een VRIJE en ONAFHANKELIJKE pers is essentieel voor een gezonde democratie: de *World Press
Freedom Index (B) laat zien welke landen hun journalisten beschermen en waar ze onder druk staan.
5
, In 2023 stond België op de 31ste plaats, nu op de 16de plaats
In 2013 een mooie groene zone in de kern van Europa, duidelijk zien we een verslechtering van die
persvrijheid (oranjisering van de zone)
“Press freedom situation”
“De politici die er net voor zouden moeten zorgen dat er geen fake news verspreid wordt, nemen steeds
meer deel aan het verspreiden van fake news.”
à Dit brengt enkele rode lijnen met zich mee, steeds meer barsten in de democratie.
+ Laatste jaren nieuwe introducties en veranderingen in het medialandschap die de manier van nieuws
produceren en consumeren fundamenteel veranderd hebben
Bv: ChatGPT, bekende personen zoals Zuckerberg die eigenaar is van Facebook etc die ervoor zorgt dat
alle nieuwsberichten naar beneden gehaald worden door de algoritmes.
Alle manieren die nieuwsmedia gebruiken om aan geld te geraken:
Maar: de media is er nog altijd niet volledig in geslaagd om met de alternatieve manieren het volledig
verlies te compenseren.
! Nieuwsmedia moeten veel aandacht besteden aan hun overleven.
Dus: in een nieuwsmedium heb je veel journalisten, maar ook veel mensen die bezig zijn met het
financiële. Dat is allemaal aandacht die niet gaat naar het kritisch berichtgeven waardoor toch enige
SPANNING ontstaan.
+ Veel meer mensen zijn er steeds meer van overtuigd dat het niet nodig is om specifieke nieuwsbedrijven
te vormen, maar het bijvoorbeeld voldoende is een belangrijke influencer of politici te volgen.
6