SAMENVATTING MOTOR CONTROL AND LEARNING
LES 1
HS1: DEFINITIES EN THEORIEËN V MOTORISCHE CONTROLE EN LEREN
LESDOELSTELLINGEN
Aan het einde v dit hoofdstuk kan je:
• Een definitie geven v motorische controle en motorisch leren
• Het verschil beschrijven tss het geslotenlus- en openlussysteem
• De theorieën v Schmidt en Adams beschrijven, overeenkomsten en verschillen duiden
• Onderscheid maken tussen het geheugenspoor en het perceptuele spoor
• Beschrijven wat we bedoelen met gegeneraliseerde motorische programma’s
• Duiden wat de neurologische evidentie is daarvoor
• Een definitie en voorbeelden geven v parameters en invariante karakteristieken
• Belangrijke schema’s binnen de theorie v Schmidt beschrijven:
o Herinngeringsschema
o Herkenningsschema
o Schema voor benoeming v fouten
• Het ontstaan vd dynamische patroontheorie beschrijven
• Basisbegrippen zoals in-fase-beweging en anti-fase-beweging beschrijven > later ook nog aan bod
INLEIDING
= is niet direct meetbaar
Je kan nog veel manipuleren
Leren ≠ presteren
MOTORISCH LEREN EN MOTORISCHE CONTROLE
DEFINITIE MOTORISCH LEREN
• Leren ≠ direct observeerbaar, maar w afgeleid uit prestatie
• Leren = resultaat v welbepaalde ervaringen > gerichte oefening
• Leren = relatief stabiele mogelijkheid om antwoord te genereren (relatief permanent!) > ≠
kortstondige gedragsveranderingen
• Opslag + heroproepen vd relatief permanente gedragsveranderingen
,Studie v motorisch leren; stappen --> Adams, 1980:
• Identificatie vd afhankelijke variabele
• Manipulatie vd onafhankelijke variabelen
• Opstellen ve leeromgeving
• Observatie v veranderingen in motorisch antwoord tgv oefening
• Tijdelijke/permanente veranderingen scheiden (prestatie vs leren)
• Verbetering vd nauwkeurigheid en consistentie vh antwoord --> leren
DEFINITIE MOTORISCHE CONTROLE
• Beschrijving/verklaring
o Over het tot stand komen ve beweging: organisatie vd sturing
o Welke processen spelen hierin een rol?
=> Bewegingssturing
Studie v motorische controle
• Organisatie/controle v motorisch apparaat
o Lichaamshouding & beweging
o Gesloten-/open-lus systeem
o Motorische commando’s - sensorische processen:
§ Proprioceptie-auditief-visueel
§ Perceptie-actie koppeling
GESLOTEN- EN OPEN-LUS SYSTEMEN
Studie v motorisch leren ≠ studie v motorische controle
• 2 manieren v bewegingscontrole
o Open-lus syteem
§ Snelle uitvoering
§ Ballistische beweging
§ Vb tennisopslag
o Gesloten-lus systeem
§ Gebruik v feedback
• Visueel/auditief/…
§ Vb thee inschenken
o => Je kan binnen 1 beweging switchen
tss systemen (beginner (traag) vs pro
(snel); Parkinson)
• 2 aparte controle-systemen of verenigbaar?
• Voorgestructureerde commando’s bestaan, maar:
o Kunnen aangepast w aan omgeving (feedback)
o Evolueren
§ Tijdens leren (gesloten --> open)
§ Bij pathologie > vb Parkinson/ CVA (open --> gesloten)
THEORIEËN V MOTORISCH LEREN
1 E THEORIE: GESLOTEN-LUS THEORIE V ADAMS 1971
• Referentiemechanisme
• Centrale rol voor Kennis v Resultaten (KR)
• Detectie v fouten
• Correctie v fouten
o Trial and error
o Referentiekader nodig om te zien of het goed/slecht was
• => Motorische leren w gezien als probleemoplossend gedrag
2
, • Wat is een spoor?
• Hoe kan ik weten of een beweging goed verlopen is? ( --> perceptueel spoor)
• 2 geheugentoestenden
=> Welk motorisch programma
=> Feedback loop
• EXAMEN:
o Geheugen- & perceptueel spoor goed kunnen onderscheiden
o + Aan juiste deel model kkoppelen
o + Verschillen weten
o + Definiëren
• Kritiek --> Schmidt 1975
o Stockageprobleem? (iedere beweging, ander programma)
o Nieuwigheidsprobleem: transfercapaciteit?
o Wat met snelle bewegingen?
§ Theorie vooral gebaseerd op “trage” positioneringstaken
2 E THEORIE: SCHEMA THEORIE V SCHMIDT 1975
~> Ontstaan uit kritiek v 1e theorie
• Motorisch programma
o ~ Gelijk aan geheugenspoor v Adams
§ Speelde daar beperkte rol, hier centraal
o BEWIJS voor bestaan v centrale motorische programma’s
§ 1. Initiëren, uitvoeren en stoppen v snelle bewegingen binnen 150ms is mogelijk
• 150ms is te kort om beweging bij te sturen
§ 2. Bewegingen kunnen voorag gepland zijn zonder tussenkomst v feedback tijdens
de bewegingsuitvoering > CPG voor stappen
§ 3. Gedeafferentieerde dieren + mensen kunnen vaardig motorisch gedrag vertonen
• Geen interne feedback --> fijne motoriek moeilijk
• Centrale patroongenerator: CPG
o CPG = autonoom oscillatorisch spinaal circuit dat verantwoordelijk
is voor alternerende flexie + extensie vh been tijdens stappen
o Na transectie vh ruggenmerg --> achterpoten kat vertonen nog
gecoördineerde stapbewegingen op bewegende loopband
o EMG activiteit v flexoren in zwaai- en extensoren in steunfase
o Definitie
§ 1. Een verzameling spiercommando’s
• Die gestructureerd zijn voordat een beweging begint
• Die het toelaten om sequentie v bewegingen uit te voeren zonder dat
hiervoor perifere feedback w gebruikt
§ 2. Later aangepast:
• Feedback kan NIET gebruikt w om correcties door te voeren in selecteren
ve beweging (plannen)
• Feedback kan WEL gebruikt w om correcties door te voeren in uitvoering ve
beweging
§ 3. Gegeneraliseerd motorisch programma (GMP) =
3
, • Een programma verantwoordelijk voor een klasse v bewegingen
o Geen stockageprobleem
o Oplossing nieuwigheidsprobleem
o => GMP:
§ Parameters
• Door uitvoerder gekozen voor aanvang vd beweging
• Laat beweging toe aan verschillende snelheden of kracht, zonder
basispatroon v beweging aan te tasten
• Voorbeelden:
o Totale bewegingstijd
o Totale kracht
o Antwoordgrootte
o Spierselectie
§ Invariante kenmerken
• Niet veranderlijke eigenschappen ve beweging (in tegenstelling tot
parameters die wel kunnen wijzigen)
• Voorbeelden:
o Relatieve timing (fasering) v deelaspecten v beweging
o Relatieve kracht
o Volgorde v bewegingselementen
§ Om een beweging te genereren dient men:
• 1. Het gewenste motorische programma op te roepen
• 2. De juiste parameters mee te geven aan dit motorische programma
§ EXAMEN:
• Wat is een parameter vs invariant kenmerk?
• Hoe zou je die kunnen veranderen?
• Wat zijn voorbeelden van die 2?
o (We zien al deze vb omdat dit zeker EXAMENVRAAG is)
o Vertragen v bewegingssequenties: gehele sequentie v contracties
w vertraagd, doch fasering blijft gelijk
§ Hypotethisch vb v 2 verschillende bewegingen
• 1 sneller dan 2
• 1 & 2 zelfde fasering spiergebruik
• => Parameter: snelheid tot beweging
• => Invariant kenmerk: volgorde aanspreken
spieren
o Versnellingspatronen = KWALITATIEF gelijkaardig niettegenstaande
≠ groottes v woord, ≠ spieren die gebruikt w, en kwantitatieve ≠
in versnelling
§ => Parameter: welke spier nodig
§ => Invariant kenmerk: gelijkaardig versnellingspatroon
o Taak = polsrotatiebeweging 9 segmenten vs proportion of time
§ => Parameter: snelheid taak uitvoeren
§ => Invariant kenmerk: proportion of time (relatieve duur)
o Taak = polsrotatie leren met R-hand: relatieve timing blijft
behouden, bij uitvoering met L-hand: contralaterale transfer
§ => Parameter: hand v uitvoeren
§ => Invariant kenmerk: proportion of time (relatieve duur)
4
LES 1
HS1: DEFINITIES EN THEORIEËN V MOTORISCHE CONTROLE EN LEREN
LESDOELSTELLINGEN
Aan het einde v dit hoofdstuk kan je:
• Een definitie geven v motorische controle en motorisch leren
• Het verschil beschrijven tss het geslotenlus- en openlussysteem
• De theorieën v Schmidt en Adams beschrijven, overeenkomsten en verschillen duiden
• Onderscheid maken tussen het geheugenspoor en het perceptuele spoor
• Beschrijven wat we bedoelen met gegeneraliseerde motorische programma’s
• Duiden wat de neurologische evidentie is daarvoor
• Een definitie en voorbeelden geven v parameters en invariante karakteristieken
• Belangrijke schema’s binnen de theorie v Schmidt beschrijven:
o Herinngeringsschema
o Herkenningsschema
o Schema voor benoeming v fouten
• Het ontstaan vd dynamische patroontheorie beschrijven
• Basisbegrippen zoals in-fase-beweging en anti-fase-beweging beschrijven > later ook nog aan bod
INLEIDING
= is niet direct meetbaar
Je kan nog veel manipuleren
Leren ≠ presteren
MOTORISCH LEREN EN MOTORISCHE CONTROLE
DEFINITIE MOTORISCH LEREN
• Leren ≠ direct observeerbaar, maar w afgeleid uit prestatie
• Leren = resultaat v welbepaalde ervaringen > gerichte oefening
• Leren = relatief stabiele mogelijkheid om antwoord te genereren (relatief permanent!) > ≠
kortstondige gedragsveranderingen
• Opslag + heroproepen vd relatief permanente gedragsveranderingen
,Studie v motorisch leren; stappen --> Adams, 1980:
• Identificatie vd afhankelijke variabele
• Manipulatie vd onafhankelijke variabelen
• Opstellen ve leeromgeving
• Observatie v veranderingen in motorisch antwoord tgv oefening
• Tijdelijke/permanente veranderingen scheiden (prestatie vs leren)
• Verbetering vd nauwkeurigheid en consistentie vh antwoord --> leren
DEFINITIE MOTORISCHE CONTROLE
• Beschrijving/verklaring
o Over het tot stand komen ve beweging: organisatie vd sturing
o Welke processen spelen hierin een rol?
=> Bewegingssturing
Studie v motorische controle
• Organisatie/controle v motorisch apparaat
o Lichaamshouding & beweging
o Gesloten-/open-lus systeem
o Motorische commando’s - sensorische processen:
§ Proprioceptie-auditief-visueel
§ Perceptie-actie koppeling
GESLOTEN- EN OPEN-LUS SYSTEMEN
Studie v motorisch leren ≠ studie v motorische controle
• 2 manieren v bewegingscontrole
o Open-lus syteem
§ Snelle uitvoering
§ Ballistische beweging
§ Vb tennisopslag
o Gesloten-lus systeem
§ Gebruik v feedback
• Visueel/auditief/…
§ Vb thee inschenken
o => Je kan binnen 1 beweging switchen
tss systemen (beginner (traag) vs pro
(snel); Parkinson)
• 2 aparte controle-systemen of verenigbaar?
• Voorgestructureerde commando’s bestaan, maar:
o Kunnen aangepast w aan omgeving (feedback)
o Evolueren
§ Tijdens leren (gesloten --> open)
§ Bij pathologie > vb Parkinson/ CVA (open --> gesloten)
THEORIEËN V MOTORISCH LEREN
1 E THEORIE: GESLOTEN-LUS THEORIE V ADAMS 1971
• Referentiemechanisme
• Centrale rol voor Kennis v Resultaten (KR)
• Detectie v fouten
• Correctie v fouten
o Trial and error
o Referentiekader nodig om te zien of het goed/slecht was
• => Motorische leren w gezien als probleemoplossend gedrag
2
, • Wat is een spoor?
• Hoe kan ik weten of een beweging goed verlopen is? ( --> perceptueel spoor)
• 2 geheugentoestenden
=> Welk motorisch programma
=> Feedback loop
• EXAMEN:
o Geheugen- & perceptueel spoor goed kunnen onderscheiden
o + Aan juiste deel model kkoppelen
o + Verschillen weten
o + Definiëren
• Kritiek --> Schmidt 1975
o Stockageprobleem? (iedere beweging, ander programma)
o Nieuwigheidsprobleem: transfercapaciteit?
o Wat met snelle bewegingen?
§ Theorie vooral gebaseerd op “trage” positioneringstaken
2 E THEORIE: SCHEMA THEORIE V SCHMIDT 1975
~> Ontstaan uit kritiek v 1e theorie
• Motorisch programma
o ~ Gelijk aan geheugenspoor v Adams
§ Speelde daar beperkte rol, hier centraal
o BEWIJS voor bestaan v centrale motorische programma’s
§ 1. Initiëren, uitvoeren en stoppen v snelle bewegingen binnen 150ms is mogelijk
• 150ms is te kort om beweging bij te sturen
§ 2. Bewegingen kunnen voorag gepland zijn zonder tussenkomst v feedback tijdens
de bewegingsuitvoering > CPG voor stappen
§ 3. Gedeafferentieerde dieren + mensen kunnen vaardig motorisch gedrag vertonen
• Geen interne feedback --> fijne motoriek moeilijk
• Centrale patroongenerator: CPG
o CPG = autonoom oscillatorisch spinaal circuit dat verantwoordelijk
is voor alternerende flexie + extensie vh been tijdens stappen
o Na transectie vh ruggenmerg --> achterpoten kat vertonen nog
gecoördineerde stapbewegingen op bewegende loopband
o EMG activiteit v flexoren in zwaai- en extensoren in steunfase
o Definitie
§ 1. Een verzameling spiercommando’s
• Die gestructureerd zijn voordat een beweging begint
• Die het toelaten om sequentie v bewegingen uit te voeren zonder dat
hiervoor perifere feedback w gebruikt
§ 2. Later aangepast:
• Feedback kan NIET gebruikt w om correcties door te voeren in selecteren
ve beweging (plannen)
• Feedback kan WEL gebruikt w om correcties door te voeren in uitvoering ve
beweging
§ 3. Gegeneraliseerd motorisch programma (GMP) =
3
, • Een programma verantwoordelijk voor een klasse v bewegingen
o Geen stockageprobleem
o Oplossing nieuwigheidsprobleem
o => GMP:
§ Parameters
• Door uitvoerder gekozen voor aanvang vd beweging
• Laat beweging toe aan verschillende snelheden of kracht, zonder
basispatroon v beweging aan te tasten
• Voorbeelden:
o Totale bewegingstijd
o Totale kracht
o Antwoordgrootte
o Spierselectie
§ Invariante kenmerken
• Niet veranderlijke eigenschappen ve beweging (in tegenstelling tot
parameters die wel kunnen wijzigen)
• Voorbeelden:
o Relatieve timing (fasering) v deelaspecten v beweging
o Relatieve kracht
o Volgorde v bewegingselementen
§ Om een beweging te genereren dient men:
• 1. Het gewenste motorische programma op te roepen
• 2. De juiste parameters mee te geven aan dit motorische programma
§ EXAMEN:
• Wat is een parameter vs invariant kenmerk?
• Hoe zou je die kunnen veranderen?
• Wat zijn voorbeelden van die 2?
o (We zien al deze vb omdat dit zeker EXAMENVRAAG is)
o Vertragen v bewegingssequenties: gehele sequentie v contracties
w vertraagd, doch fasering blijft gelijk
§ Hypotethisch vb v 2 verschillende bewegingen
• 1 sneller dan 2
• 1 & 2 zelfde fasering spiergebruik
• => Parameter: snelheid tot beweging
• => Invariant kenmerk: volgorde aanspreken
spieren
o Versnellingspatronen = KWALITATIEF gelijkaardig niettegenstaande
≠ groottes v woord, ≠ spieren die gebruikt w, en kwantitatieve ≠
in versnelling
§ => Parameter: welke spier nodig
§ => Invariant kenmerk: gelijkaardig versnellingspatroon
o Taak = polsrotatiebeweging 9 segmenten vs proportion of time
§ => Parameter: snelheid taak uitvoeren
§ => Invariant kenmerk: proportion of time (relatieve duur)
o Taak = polsrotatie leren met R-hand: relatieve timing blijft
behouden, bij uitvoering met L-hand: contralaterale transfer
§ => Parameter: hand v uitvoeren
§ => Invariant kenmerk: proportion of time (relatieve duur)
4