REUMATOLOGIE
1. Osteoartrose risicofactoren: A
a) gewicht en leeftijd
b) ras en leeftijd
c) gewicht en ras
2. Wat zit er niet in botweefsel: A
a) hematopoëtische stamcel
b) lining cel
c) osteoblast
d) osteocyt
3. Kernaspecten ergotherapie:
a) persoon, activiteit, omgeving
4. Naaister duim rhizartrose:
a) kinesitherapeutisch handelplan en brace
5. Oswald heuppijn, mechanisch karakter: A
a) osteoartrose
b) osteoporose
6. Julia continue pijn aan rugen ribben en vermagering:
a) metastase
7. OA:
a) modificeerbare risicofactor spierkracht vermindering
8. Bindweefsel wat is fout:
a) mutatie 1 molecule ECM
9. Inflammatoire pijn juist: A
a) uitgebreide ochtendstijfheid
b) startstramheid
10. RA na skiën pijn casus:
a) gemengde inflammatoir-mechanisch patroon
11. Gewichtsverlies OA wat is fout:
a) iedereen moet afvallen
12. Klachten bij patiënt CVS:
a) duur aanpassen aan klacht
13. CVS, VAS 7/10 en HAQ 3/60: A
a) slechte coping
b) oefenen op orgaanniveau
c) schaal en VAS komen overeen met elkaar
d) enkel passieve mobilisaties nu
,14. PSH: B
a) kan niet evolueren tot peesruptuur
b) kan evolueren tot frozen shoulder
c) kan niet evolueren tot frozen shoulder
15. Polymyalgia reumatica: A
a) bij ouderen
b) vooral jongeren
16. Wat is fout:
a) sclerodermie is veel voorkomende aandoening
17. Respiratoire oefeningen bij SpA:
a) costosternale gewrichten aangedaan waardoor mobiliteit borstkas verminderd is
18. Basmi: B
a) functionaliteit
b) mobiliteit
c) ziekte activiteit
19. Opstoot SpA: B
a) verder oefenen aan zelfde dosis
b) verder oefenen aan lagere dosis
c) rusten
d) Pijnstiller voordat patiënt naar kiné komt
e) Enkel elektro-en thermotherapie
20. Beighton schaal: C
a) -1 bij pink > 90°, elleboog flexie, arm pronatie
b) +1 bij pink >90°, elleboog flexie, arm pronatie
c) +1 bij pink > 90°, elleboog in extensie, arm pronatie
d) +1 bij pink > 90°, elleboog in extensie, arm supinatie
21. Belangrijkste bij vroege SpA: A
a) anamnese
b) Botscan
c) Rx
d) MRI
22. Wat is geen oorzaak van chronische mechanische rugpijn? A
a) Spondylodiscitis
b) Wervelindeuking
c) Spondylolyse
d) Facetartrose
e) Houdingsafwijking
23. Ondersteunend hulpmiddel ergotherapie B
a) Ulnaire drift spalk
b) Aangepast bestek
c) Bril
d) Prothese
, 24. Welke klachten nog mogelijk bij reuma? E
a) Bilaterale carpale tunnelsyndroom
b) Aseptische necrose van femurkop
c) Nodulose
d) Bakers cyste L knie
e) Allemaal
25. Wat klopt niet? A
a) Polyarticulaire artritis en ANF+ is laag risico dus 1x per jaar naar oogarts
b) Late onset 1x per jaar naar oogarts
c) Early onset 4x per jaar naar oogarts
d) Kans op uveitis, iridocyclitis, chorioretinitis
26. Wat is fout? A
a) HSD is een probleem van collageen I, III of V
b) Marfan is autosomaal dominant, probleem van fibrilline
c) EDS is autosomaal dominant en heeft mutaties in 13 genen
d) EDS heeft dominante en recessieve vormen
27. Wat is juist over juveniele chronische artritis? D
a) Early onset vooral bij jongens
b) Late onset leeftijd 7-10
c) Systemische komt het meest voor
d) Polyarticulaire geeft meeste locomotorische problemen
28. Behandeling bij osteoartrose? A
a) Dosis respons combinatie
b) Combinatie
c) Dosis respons mono
d) Monomodale therapie
29. Jongen van 6j met koorts, huiduitslag en ontsteking rechterpols, later ook linkerpols en vingers.
Welke is het meest juist? A
a) Systemische onset
b) Poly-articulaire onset
c) Late pauci-articulair
d) Early pauci-articulair
30. Doel van de behandeling bij osteoporosepatiënten? A
a) Verminderen van stoornissen en beperkingen bij activiteit en max van functionaliteit
b) Pijnvermindering en genezen
c) Pijnvermindering en verminderen van functionele impact
d) Aanpakken structurele veranderingen en mobiliteit
31. Wat past niet samen? A
a) Reactieve artritis man:vrouw 1:1
b) SA: 3:1 mannen
32. Vraag ivm cognitive therapy, wat klopt niet? D
a) Kritiek erop, toch nog altijd sterk aanbevolen
b) 17 behandelingen, 2 booster,...
c) Enkel terugbetaling bij aanwezigheid van psycholoog met 3 jaar diploma
1. Osteoartrose risicofactoren: A
a) gewicht en leeftijd
b) ras en leeftijd
c) gewicht en ras
2. Wat zit er niet in botweefsel: A
a) hematopoëtische stamcel
b) lining cel
c) osteoblast
d) osteocyt
3. Kernaspecten ergotherapie:
a) persoon, activiteit, omgeving
4. Naaister duim rhizartrose:
a) kinesitherapeutisch handelplan en brace
5. Oswald heuppijn, mechanisch karakter: A
a) osteoartrose
b) osteoporose
6. Julia continue pijn aan rugen ribben en vermagering:
a) metastase
7. OA:
a) modificeerbare risicofactor spierkracht vermindering
8. Bindweefsel wat is fout:
a) mutatie 1 molecule ECM
9. Inflammatoire pijn juist: A
a) uitgebreide ochtendstijfheid
b) startstramheid
10. RA na skiën pijn casus:
a) gemengde inflammatoir-mechanisch patroon
11. Gewichtsverlies OA wat is fout:
a) iedereen moet afvallen
12. Klachten bij patiënt CVS:
a) duur aanpassen aan klacht
13. CVS, VAS 7/10 en HAQ 3/60: A
a) slechte coping
b) oefenen op orgaanniveau
c) schaal en VAS komen overeen met elkaar
d) enkel passieve mobilisaties nu
,14. PSH: B
a) kan niet evolueren tot peesruptuur
b) kan evolueren tot frozen shoulder
c) kan niet evolueren tot frozen shoulder
15. Polymyalgia reumatica: A
a) bij ouderen
b) vooral jongeren
16. Wat is fout:
a) sclerodermie is veel voorkomende aandoening
17. Respiratoire oefeningen bij SpA:
a) costosternale gewrichten aangedaan waardoor mobiliteit borstkas verminderd is
18. Basmi: B
a) functionaliteit
b) mobiliteit
c) ziekte activiteit
19. Opstoot SpA: B
a) verder oefenen aan zelfde dosis
b) verder oefenen aan lagere dosis
c) rusten
d) Pijnstiller voordat patiënt naar kiné komt
e) Enkel elektro-en thermotherapie
20. Beighton schaal: C
a) -1 bij pink > 90°, elleboog flexie, arm pronatie
b) +1 bij pink >90°, elleboog flexie, arm pronatie
c) +1 bij pink > 90°, elleboog in extensie, arm pronatie
d) +1 bij pink > 90°, elleboog in extensie, arm supinatie
21. Belangrijkste bij vroege SpA: A
a) anamnese
b) Botscan
c) Rx
d) MRI
22. Wat is geen oorzaak van chronische mechanische rugpijn? A
a) Spondylodiscitis
b) Wervelindeuking
c) Spondylolyse
d) Facetartrose
e) Houdingsafwijking
23. Ondersteunend hulpmiddel ergotherapie B
a) Ulnaire drift spalk
b) Aangepast bestek
c) Bril
d) Prothese
, 24. Welke klachten nog mogelijk bij reuma? E
a) Bilaterale carpale tunnelsyndroom
b) Aseptische necrose van femurkop
c) Nodulose
d) Bakers cyste L knie
e) Allemaal
25. Wat klopt niet? A
a) Polyarticulaire artritis en ANF+ is laag risico dus 1x per jaar naar oogarts
b) Late onset 1x per jaar naar oogarts
c) Early onset 4x per jaar naar oogarts
d) Kans op uveitis, iridocyclitis, chorioretinitis
26. Wat is fout? A
a) HSD is een probleem van collageen I, III of V
b) Marfan is autosomaal dominant, probleem van fibrilline
c) EDS is autosomaal dominant en heeft mutaties in 13 genen
d) EDS heeft dominante en recessieve vormen
27. Wat is juist over juveniele chronische artritis? D
a) Early onset vooral bij jongens
b) Late onset leeftijd 7-10
c) Systemische komt het meest voor
d) Polyarticulaire geeft meeste locomotorische problemen
28. Behandeling bij osteoartrose? A
a) Dosis respons combinatie
b) Combinatie
c) Dosis respons mono
d) Monomodale therapie
29. Jongen van 6j met koorts, huiduitslag en ontsteking rechterpols, later ook linkerpols en vingers.
Welke is het meest juist? A
a) Systemische onset
b) Poly-articulaire onset
c) Late pauci-articulair
d) Early pauci-articulair
30. Doel van de behandeling bij osteoporosepatiënten? A
a) Verminderen van stoornissen en beperkingen bij activiteit en max van functionaliteit
b) Pijnvermindering en genezen
c) Pijnvermindering en verminderen van functionele impact
d) Aanpakken structurele veranderingen en mobiliteit
31. Wat past niet samen? A
a) Reactieve artritis man:vrouw 1:1
b) SA: 3:1 mannen
32. Vraag ivm cognitive therapy, wat klopt niet? D
a) Kritiek erop, toch nog altijd sterk aanbevolen
b) 17 behandelingen, 2 booster,...
c) Enkel terugbetaling bij aanwezigheid van psycholoog met 3 jaar diploma