LES 1: INLEIDING
We bestuderen de samenleving, maar die kan zich op verschillende
niveaus afspelen. We spreken van een meerlagige of multilevel
structuur:
Meerlagige o Lokale samenleving: bv. Antwerpen
structuur o Regionale samenleving: bv. Vlaanderen
o Nationale samenleving (natiestaat): bv. België
o Supranationale samenleving: bv. Europese Unie
o Wereldwijde/globale samenleving: de wereld
Lidmaatschap van de samenleving. Alle individuen samen maken de
samenleving, wanneer je lid bent van een samenleving ben je een burger.
Burgerschap
Burgerschap bestaat uit 3 delen: burger-, politieke en sociale rechten
Burgerrechten Rechten die nodig zijn voor individuele vrijheid (bv. meningsuiting)
Recht op deelname aan de uitoefening van politieke macht (bv. algemeen
Politieke rechten
kiesrecht)
Recht om een menswaardig leven te leiden volgens de standaarden van de
Sociale rechten
samenleving (bv. bescherming tegen armoede)
Sociale De leden van een samenleving vormen samen de sociale basisinstituties.
basisinstituties We focussen op de 3 basisinstituties: gezin, bedrijf en overheid
Gezin Gezinnen zijn informeel georganiseerd; non-profit en privaat
Bedrijven zijn formeel, profit en privaat
Na de industriële revolutie en verstedelijking leiden schaalvoordelen in de
Bedrijf
productie tot grote winst maximaliserende bedrijven. Die bedrijven
hebben productiemiddelen nodig om te produceren en de sociale relatie
tussen werkgever en werknemer verandert.
De overheid is formeel, non-profit en publiek
Na de cognitieve en agrarische revoluties zijn er veel grotere
samenlevingen die een formele organisatie vereisen. Er ontstaan een
Overheid
sociale hiërarchie en sommige leden van de samenleving krijgen de
macht om te heersen over de anderen.
o Wetten opstellen en handhaven
o Belastingen innen en uitgeven
De plek waar leden van de samenleving aan ruil gaan doen, de meeste
Markt markten zijn gebaseerd op verkopers die hun goederen of diensten
aanbieden aan kopers in ruil voor geld, maar dat hoeft niet persé voor geld te
zijn. Ruil is het essentiële kenmerk van een markt, niet geld.
Commodificatie Transformatie van dingen in goederen die verhandeld kunnen worden
op de markt.
Marxistisch begrip
, Na de industriële revolutie:
Individuen moeten hun arbeid verkopen om uit de armoede te blijven
Individuen worden afhankelijk van de (arbeids)markt
Idee dat je niet moet werken = niet meer aanwezig in de samenleving
BBP = bruto binnenland product = maatstaf voor de totale
economische output van een samenleving. Het meet de marktwaarde
van alle finale goederen en diensten die in een bepaalde periode per
BBP per capita land zijn geproduceerd en verkocht.
BBP per capita: het BBP van het land delen door het aantal inwoners van
het
land.
Een markt die niet gereguleerd wordt door de overheid. Normaal gezien
Ongereguleerde
regelt de overheid de handel op de markt en ziet toe op het naleven van
markt
de contracten.
Vrijwilligersorganisaties, non-profitorganisaties en
liefdadigheidsinstellingen kunnen beschouwd worden als 4 de basisinstitutie.
Maatschappelijk
Zij vormen het maatschappelijk middenveld.
middenveld
Formeel, non-profit en privaat
Beschrijft hoe de taken, rechten, plichten en de voordelen van sociale
Basisstructuur van
samenwerking die zijn verdeeld onder de leden van de samenleving en de
de samenleving
basisinstituties
Er is sprake van private eigendom van de productiemiddelen (arbeid en
kapitaal); de gezinnen bezitten de productiemiddelen. Toewijzing van
Kapitalisme
productiemiddelen via vrije ruil op de markt. Allocatie van die
productiemiddelen gebeurt op een decentraliseerde manier m.b.v. prijzen.
Er is sprake van collectieve eigendom van de productiemiddelen; de
Marxisme of
overheid bezit de productiemiddelen. Toewijzing via centrale planning;
socialisme
toewijzing centraliseren en toewijzen aan diegene die het nodig hebben.
Tussenvorm van kapitalisme en marxisme.
Overleg en samenwerking tussen vertegenwoordigers van:
o Kapitalisten (die kapitaal leveren)
o Arbeiders (die arbeid leveren)
Corporatisme Geïnstitutionaliseerde vertegenwoordigers (werkgevers en werknemers)
Toewijzing van productiemiddelen door overleg en marktwerking
Overheid: speler en/of spelverdeler van het overleg
Geïnspireerd door middeleeuwse gilden
Voorbeelden: Sociaal overleg (België),
Welvaartsstaat Pragmatisch alternatief voor Marxistische and kapitalistische (utopische)
basis structuren. Via de welvaartsstaat komt de overheid van een
samenleving tussen in de werking van de markt met het oog op de
welvaart van haar leden
Samenleving met een kapitalistische basisstructuur waarin de
overheidsmacht op 4 verschillende manieren wordt gebruikt: