Zenuwweefsel:
Taak zenuwcellen (=neuronen): over lange afstanden op snelle manier
informatie uit wisselen
- Efficiënte manier -> neuronen in serie geschakeld in communicatienetwerk
Afhankelijk diersoort vormt zenuwstelsel netwerk van tienduizenden tot meer
dan 100 miljard neuronen
- Elk neuron: functionele eenheid
- Elk neuron -> maakt gemiddeld 1000 functionele contacten met andere
neuronen
Zenuwcellen kunnen ook communiceren met doelcellen (bv. communicatie
zenuwcel – skeletspier)
Opdeling zenuwstelsel naar anatomische ligging:
- Centraal zenuwstelsel (CZS)
o Hersenen en ruggenmerg
- Perifeer zenuwstelsel (PZS)
o Zenuwen en perifere ganglia (kleine ophopingen van cellichamen
van neuronen)
Opdeling zenuwstelsel functioneel:
- Viscerale of autonome zenuwstelsel (AZS)
o Controle v/d inwendige organen (viscera)
- Somatisch zenuwstelsel (SZS)
o Willekeurige controle van skeletspieren + verwerken van info
afkomstig van zintuigen
Zowel het AZS als het SZS bevinden zich gedeeltelijk in het CZS en het PZS
- Afferente (sensorische) info naar integratiecentra gestuurd
- Efferente (motorische) impulsen lopen naar specifieke effectoren
ZS kan door info te genereren, analyseren en integreren -> interne parameters
lichaam waarnemen + regelen
ZS zorgt er mee voor dat homeostatisch evenwicht lichaam bewaard blijft
- Taak uitgevoerd door AZS
SZS -> reguleert eenvoudige en complexe gedragspatronen (beweging, voeding,
…)
Zenuwstelsel omvat alle zenuwweefsel -> bestaat uit:
- Neuronen
- Steuncellen
- Variabele hoeveelheden BW (afhankelijk van plaats in lichaam)
- Rijkelijk voorzien van bloedvaten
1
,Tijdens embryonale ontwikkeling -> differentiatie ectoderm => neurale plaat
ontstaat
- Verhoging randen -> ontstaan groeve => sluit tot neurale buis
Hieruit ontwikkeld volledige CZS, inclusief steuncellen
Weerszijde neurale buis: neurale lijsten -> hier ontstaan neuronen ontstaan van
perifere ganglia en steuncellen van PZS
Neuronen niet in staat te delen: bij beschadiging/ verlies -> functionele contacten
herstellen door aan te grijpen op andere neuronen
Neuronen:
Neuronen: reageren op stimulus (= prikkel)
Prikkelbare (exciteerbare) cellen
Prikkelbaarheid: gebaseerd op veranderingen in ionenstromen die in cel ontstaan
als gevolg van stimulus
- Neuronen opgebouwd zodat -> ionenstromen als elektrische impuls door
neuron gaat zonder verlies van signaalsterkte
Synaps = plaats waar neuron contact maakt met volgend neuron of doelcel
- Hier: stimulus selectief overgedragen
Neuron -> verschillende onderdelen (om functie goed te kunnen uitvoeren)
- Cellichaam (perikaryon/ soma)
o Kern en celorganellen
o Substanties aangemaakt, nodig voor onderhoud en functie zenuwcel
- Vanuit cellichaam -> vertrekken ‘uitlopers’: dendrieten of axonen
o Axonen omgeven door ‘isolatielaagje’ -> myeline
Gemyeliniseerde zenuwvezel
Myelineschede: myeline gevormd door windingen plasmamembraan ->
geproduceerd door neurolemmocyten/ cellen van Schwann in PZS
- Myeline voorkomt dat ladingen membraan uitlekken in omliggende
intercellulaire ruimte -> geleidingssnelheid verhoogd
- Myeline vermindert belasting op natrium-kalium-pomp
Neuronen variëren sterk in vorm + grootte (afhankelijk van functie):
- Perikarya: diameters 4-150 µm
- Dendrieten + axonen: wisselende diameter
o Hoe breder de uitlopers, hoe sneller info kan vervoerd worden
Indeling van neuronen:
2
, 3 functionele categorieën:
1) Sensorische neuronen
o Vervoeren impulsen vanuit de periferie naar CZS (= afferent)
2) Motorische neuronen
o Vervoeren impulsen van CZS of ganglia naar effectoren (= efferent)
3) Interneuronen
o Vormen schakel tussen sensorische en motorische neuronen
o 99% van alle neuronen in het lichaam
De 3 categorieën: terug te vinden in reflexbogen (somatisch en autonoom)
Somatische reflex:
= meest eenvoudige keten om prikkel over te dragen en respons te verkrijgen
(eindelement is skeletspierweefsel)
5 stappen:
1) Sensorische transductor detecteert prikkel
2) Sensorisch neuron geleidt prikkel via axon naar ruggenmerg, cellichaam
ligt in dorsale wortelganglion
3) Schakelneuron in dorsale hoorn verwerkt signaal + geeft het door
4) Motorisch neuron met cellichamen in ventrale hoorn zendt signaal via
efferent axon naar spier
5) Effectororgaan voert reactie uit
Somatische reflex gebeurt zonder tussenkomst van bewuste hersenactiviteit!!
Reflex gebeurt voordat je je bewust wordt van prikkel
CZS kan toch tussenkomen en reflexgedrag onderdrukken (als je dat wil)
Autonome reflex:
Lijkt op somatische reflex aan sensorische kant, maar verschilt sterk aan
motorische kant
Sensorisch deel (gelijk aan somatisch):
1) Sensorische transductor detecteert prikkel
2) Sensorisch neuron geleid prikkel naar ruggenmerg, cellichaam ligt in
dorsale wortelganglion
3) Schakelneuron kan aanwezig zijn, maar is niet noodzakelijk
Motorische deel (anders dan somatisch):
4) Twee opeenvolgende motorische neuronen zorgen samen voor de output:
o 4A:
Eerste motorisch neuron heeft zijn cellichaam in ruggenmerg
Axon loopt naar autonoom ganglion
o 4B:
Tweede motorisch neuron buiten CZA in autonoom ganglion
Stuurt signaal naar effectororgaan
3
Taak zenuwcellen (=neuronen): over lange afstanden op snelle manier
informatie uit wisselen
- Efficiënte manier -> neuronen in serie geschakeld in communicatienetwerk
Afhankelijk diersoort vormt zenuwstelsel netwerk van tienduizenden tot meer
dan 100 miljard neuronen
- Elk neuron: functionele eenheid
- Elk neuron -> maakt gemiddeld 1000 functionele contacten met andere
neuronen
Zenuwcellen kunnen ook communiceren met doelcellen (bv. communicatie
zenuwcel – skeletspier)
Opdeling zenuwstelsel naar anatomische ligging:
- Centraal zenuwstelsel (CZS)
o Hersenen en ruggenmerg
- Perifeer zenuwstelsel (PZS)
o Zenuwen en perifere ganglia (kleine ophopingen van cellichamen
van neuronen)
Opdeling zenuwstelsel functioneel:
- Viscerale of autonome zenuwstelsel (AZS)
o Controle v/d inwendige organen (viscera)
- Somatisch zenuwstelsel (SZS)
o Willekeurige controle van skeletspieren + verwerken van info
afkomstig van zintuigen
Zowel het AZS als het SZS bevinden zich gedeeltelijk in het CZS en het PZS
- Afferente (sensorische) info naar integratiecentra gestuurd
- Efferente (motorische) impulsen lopen naar specifieke effectoren
ZS kan door info te genereren, analyseren en integreren -> interne parameters
lichaam waarnemen + regelen
ZS zorgt er mee voor dat homeostatisch evenwicht lichaam bewaard blijft
- Taak uitgevoerd door AZS
SZS -> reguleert eenvoudige en complexe gedragspatronen (beweging, voeding,
…)
Zenuwstelsel omvat alle zenuwweefsel -> bestaat uit:
- Neuronen
- Steuncellen
- Variabele hoeveelheden BW (afhankelijk van plaats in lichaam)
- Rijkelijk voorzien van bloedvaten
1
,Tijdens embryonale ontwikkeling -> differentiatie ectoderm => neurale plaat
ontstaat
- Verhoging randen -> ontstaan groeve => sluit tot neurale buis
Hieruit ontwikkeld volledige CZS, inclusief steuncellen
Weerszijde neurale buis: neurale lijsten -> hier ontstaan neuronen ontstaan van
perifere ganglia en steuncellen van PZS
Neuronen niet in staat te delen: bij beschadiging/ verlies -> functionele contacten
herstellen door aan te grijpen op andere neuronen
Neuronen:
Neuronen: reageren op stimulus (= prikkel)
Prikkelbare (exciteerbare) cellen
Prikkelbaarheid: gebaseerd op veranderingen in ionenstromen die in cel ontstaan
als gevolg van stimulus
- Neuronen opgebouwd zodat -> ionenstromen als elektrische impuls door
neuron gaat zonder verlies van signaalsterkte
Synaps = plaats waar neuron contact maakt met volgend neuron of doelcel
- Hier: stimulus selectief overgedragen
Neuron -> verschillende onderdelen (om functie goed te kunnen uitvoeren)
- Cellichaam (perikaryon/ soma)
o Kern en celorganellen
o Substanties aangemaakt, nodig voor onderhoud en functie zenuwcel
- Vanuit cellichaam -> vertrekken ‘uitlopers’: dendrieten of axonen
o Axonen omgeven door ‘isolatielaagje’ -> myeline
Gemyeliniseerde zenuwvezel
Myelineschede: myeline gevormd door windingen plasmamembraan ->
geproduceerd door neurolemmocyten/ cellen van Schwann in PZS
- Myeline voorkomt dat ladingen membraan uitlekken in omliggende
intercellulaire ruimte -> geleidingssnelheid verhoogd
- Myeline vermindert belasting op natrium-kalium-pomp
Neuronen variëren sterk in vorm + grootte (afhankelijk van functie):
- Perikarya: diameters 4-150 µm
- Dendrieten + axonen: wisselende diameter
o Hoe breder de uitlopers, hoe sneller info kan vervoerd worden
Indeling van neuronen:
2
, 3 functionele categorieën:
1) Sensorische neuronen
o Vervoeren impulsen vanuit de periferie naar CZS (= afferent)
2) Motorische neuronen
o Vervoeren impulsen van CZS of ganglia naar effectoren (= efferent)
3) Interneuronen
o Vormen schakel tussen sensorische en motorische neuronen
o 99% van alle neuronen in het lichaam
De 3 categorieën: terug te vinden in reflexbogen (somatisch en autonoom)
Somatische reflex:
= meest eenvoudige keten om prikkel over te dragen en respons te verkrijgen
(eindelement is skeletspierweefsel)
5 stappen:
1) Sensorische transductor detecteert prikkel
2) Sensorisch neuron geleidt prikkel via axon naar ruggenmerg, cellichaam
ligt in dorsale wortelganglion
3) Schakelneuron in dorsale hoorn verwerkt signaal + geeft het door
4) Motorisch neuron met cellichamen in ventrale hoorn zendt signaal via
efferent axon naar spier
5) Effectororgaan voert reactie uit
Somatische reflex gebeurt zonder tussenkomst van bewuste hersenactiviteit!!
Reflex gebeurt voordat je je bewust wordt van prikkel
CZS kan toch tussenkomen en reflexgedrag onderdrukken (als je dat wil)
Autonome reflex:
Lijkt op somatische reflex aan sensorische kant, maar verschilt sterk aan
motorische kant
Sensorisch deel (gelijk aan somatisch):
1) Sensorische transductor detecteert prikkel
2) Sensorisch neuron geleid prikkel naar ruggenmerg, cellichaam ligt in
dorsale wortelganglion
3) Schakelneuron kan aanwezig zijn, maar is niet noodzakelijk
Motorische deel (anders dan somatisch):
4) Twee opeenvolgende motorische neuronen zorgen samen voor de output:
o 4A:
Eerste motorisch neuron heeft zijn cellichaam in ruggenmerg
Axon loopt naar autonoom ganglion
o 4B:
Tweede motorisch neuron buiten CZA in autonoom ganglion
Stuurt signaal naar effectororgaan
3