Samenvatting motiverend lesgeven
Het ABC – motivatiemodel
Het ABC-motivatiemodel – motivatie en moetivatie
Verschil intrinsieke en extrinsieke motivatie
- In ZDT ( zelfdeterminatietheorie) onderscheid gemaakt tussen verschillende types motivatie
- Wordt gezien als een continuüm waarbij links demotivatie is en waarbij de drang en controle
vermindert gaje naar de rechter kant -> helemaal rechts de intrinsieke motivatie
o Je doet iets omdat je de activiteit zelf leuk vindt
Gecontroleerde en autonome motivatie
- Onderscheid tussen iets doen vanuit controle ( gecontroleerde) en verlangen naar iets te
doen ( autonome motivatie)
- Autonoom zorgt ervoor dat kinderen willen leren en de gecontroleerde verplicht je er toe doe
-> moetivatie
o Autonoom zorgt voor diepgaander leren – mensen zijn gemotiveerd, nieuwsgierig…
o Op kort termijn heeft de gecontroleerde zeker effect – ze gaan effectief leren maar
kennis blijft minder lang hangen en kan eigen leerproces minder sturen
Omschrijving autonome motivatie
- Een kind is intrinsiek gemotiveerd als de activiteit echt interessant, leuk of boeiend is
o De motivatie komt vanbinnen in
Motivatie die aantoont dat je gewoon spontaan en vanzelf met een opdracht
begint, je denkt er niet over na
Bij het belang of nut inzien van een activiteit is er wel autonome motivatie
- Om motivatie gemakkelijk te definiëren hebben we 2 ankers / 2 voorwaarden
o We voelen het en is niet meetbaar, intrinsiek gemotiveerd -> ogen stralen, en volledig
verliezen in een opdracht
o Het is een spel, draait niet om een straf of beloning buiten het spel maar een
beloning of straf in het spel
Spel leidt tot verkenning en nieuwsgierigheid – spel is een vrijwillige
deelname en je kan eruit stappen wanneer wilt.
Kinderen die niet gestuurd worden om iets te verwerken en enkel drijven op wat
ze graag doen zullen niet maximaal ontplooien
- Soms sprake van extrinsieke motivatie waarbij het kind het zinvol vindt of
waardevol is
- Andere keren is er ook sprake van extrinsieke motivatie als er sterke druk
wordt opgelegd komt overeen met gecontroleerde motivatie
,gecontroleerde motivatie omschrijven
- Vanaf het moment van het voelen van een drang is er geen sprake meer
van autonome motivatie
o Voelt je verplicht en komen van binnenuit of buitenaf
Vooroordelen van leerkracht over motivatie bij kinderen
- Veronderstellen dat llg met andere achtergronden minder motivatie
hebben
o Onderzoek toont aan dat llg met verschillende sociaal-economische
achtergronden even gemotiveerd zijn
3 psychologische basisbehoeften
- Beschrijft de zelfdeterminatietheorie
o Autonomie – A: gevoel van zelfbepaling, zelf mogen kiezen
o Verbondenheid – B: gevoel van veiligheid en geborgenheid, weten
dat de anderen je steunen
o Competentie – C: gevoel van zelfwaarde, ervaren dat je het kunt
Autonomie
- Hoe autonomie-ondersteunend lesgeven
o Vaak verward met vrijheid, individualistisch doen waar je zin in hebt
o Als leerkracht verwachten we vaak en controleren we het leerproces
– slechte aanpak bij het intrinsiek laten motiveren
- In ervaringsgericht onderwijs vertrekken vanuit initiatief van het kind
- Rijk milieu voorzien voor llg als ze intitatief nemen en autonoom kunnen
handelen
- Zinvolle activiteit: resultaat 2 factoren: autonomie en een rijk aanbod van
materiaal en activiteiten
Verbondenheid
- Inzetten in de klas
o Gevoel van erbij horen – voldoening en steun halen uit sociale
relaties
o Zorgt dat kinderen elkaar meer respecteren en makkelijker hulp
geven en ontvangen
, o Verbonden voelen met anderen – belangrijke voorwaarde voor
motivatie
o Creëren door in te zetten op positief leefklimaat & aandacht voor
groepsdynamica
o Luisteren naar behoeften van kinderen
In klas relaties opbouwen
- Klasopstelling – ruimte tot interactie
- Welke manier erin slagen spreektijd kinderen
- Ene kind meer aan het woord dan het andere?
- Leren ze van elkaar
Competentie
- Hoe ervoor zorgen dat iedereen zich bekwaam voelt en vertrouwen in
eigen kunnen
o Behoefte aan competentie: vertrouwen in eigen kunnen en
bekwaam voelt bij uitdagingen en taak tot goed einde brengt
o Via structuur behoefte aan competentie ondersteunen
o Wanneer niet aansluit bij niveau kinderen: negatieve impact op
competentiegevoel
Verband met psychologische basisbehoeften
- Gedifferentieerde taken ( competentie), hoe complexer de vragen hoe
moeilijker de opdracht ( denkniveaus van Bloom)
- Niet evenveel kinderen baat bij evenveel autonomie
ABC-motivatiemodel integreren in onze acties als lkr
- Ingezoomd op autonomie-ondersteunend lesgeven
- Volgens de 3 basisbehoeften hebben kinderen nood aan autonomie
- Behoefte om zelf hun gedrag te sturen
Tegenovergestelde van autonomie-ondersteuning -> controlerend lesgeven
- Lkr weet duidelijk waar hij naartoe wilt en neemt perspectief van kinderen
niet mee in verhaal
o Dwingende taal
o Zorgt ervoor dat llg aan de slag gaan maar zorgt voor oppervlakkig
leren
, Verschil controlerend lesgeven en structuur bieden
- Vaak controle verward met structuur
- Controlerende stijl op korte termijn zeer effectief – effecten zijn niet
duurzaam maar leren wel snel iets bij
Structuur vinden zonder controlerend te zijn
• Verwachtingen duidelijk maken + reden geven
• Vb film kijken: zeggen dat ze stil moeten zijn zodat iedereen het
goed kan horen
• Consequent opvolgen van regels
• Duidelijk zeggen en naleven wat er gebeurt bij bv te veel babbelen
• Voorzie stappenplannen kinderen kunnen zelfstandig aan de slag
Opgelet! Autonomie is niet gelijk aan alleen
o Bij het merken dat het wat moeilijker gaat: voorstellen van gaat het
toch niet beter als je je stappenplan pakt
• Positieve feedback geven en vertrouwen uitstralen
• Hulp bieden via tips. Geen antwoorden geven.
• Geef aan op welke manier de kinderen zich verder kunnen ontwikkelen.
Wat zijn hun werkpunten?
Het ABC – motivatiemodel
Het ABC-motivatiemodel – motivatie en moetivatie
Verschil intrinsieke en extrinsieke motivatie
- In ZDT ( zelfdeterminatietheorie) onderscheid gemaakt tussen verschillende types motivatie
- Wordt gezien als een continuüm waarbij links demotivatie is en waarbij de drang en controle
vermindert gaje naar de rechter kant -> helemaal rechts de intrinsieke motivatie
o Je doet iets omdat je de activiteit zelf leuk vindt
Gecontroleerde en autonome motivatie
- Onderscheid tussen iets doen vanuit controle ( gecontroleerde) en verlangen naar iets te
doen ( autonome motivatie)
- Autonoom zorgt ervoor dat kinderen willen leren en de gecontroleerde verplicht je er toe doe
-> moetivatie
o Autonoom zorgt voor diepgaander leren – mensen zijn gemotiveerd, nieuwsgierig…
o Op kort termijn heeft de gecontroleerde zeker effect – ze gaan effectief leren maar
kennis blijft minder lang hangen en kan eigen leerproces minder sturen
Omschrijving autonome motivatie
- Een kind is intrinsiek gemotiveerd als de activiteit echt interessant, leuk of boeiend is
o De motivatie komt vanbinnen in
Motivatie die aantoont dat je gewoon spontaan en vanzelf met een opdracht
begint, je denkt er niet over na
Bij het belang of nut inzien van een activiteit is er wel autonome motivatie
- Om motivatie gemakkelijk te definiëren hebben we 2 ankers / 2 voorwaarden
o We voelen het en is niet meetbaar, intrinsiek gemotiveerd -> ogen stralen, en volledig
verliezen in een opdracht
o Het is een spel, draait niet om een straf of beloning buiten het spel maar een
beloning of straf in het spel
Spel leidt tot verkenning en nieuwsgierigheid – spel is een vrijwillige
deelname en je kan eruit stappen wanneer wilt.
Kinderen die niet gestuurd worden om iets te verwerken en enkel drijven op wat
ze graag doen zullen niet maximaal ontplooien
- Soms sprake van extrinsieke motivatie waarbij het kind het zinvol vindt of
waardevol is
- Andere keren is er ook sprake van extrinsieke motivatie als er sterke druk
wordt opgelegd komt overeen met gecontroleerde motivatie
,gecontroleerde motivatie omschrijven
- Vanaf het moment van het voelen van een drang is er geen sprake meer
van autonome motivatie
o Voelt je verplicht en komen van binnenuit of buitenaf
Vooroordelen van leerkracht over motivatie bij kinderen
- Veronderstellen dat llg met andere achtergronden minder motivatie
hebben
o Onderzoek toont aan dat llg met verschillende sociaal-economische
achtergronden even gemotiveerd zijn
3 psychologische basisbehoeften
- Beschrijft de zelfdeterminatietheorie
o Autonomie – A: gevoel van zelfbepaling, zelf mogen kiezen
o Verbondenheid – B: gevoel van veiligheid en geborgenheid, weten
dat de anderen je steunen
o Competentie – C: gevoel van zelfwaarde, ervaren dat je het kunt
Autonomie
- Hoe autonomie-ondersteunend lesgeven
o Vaak verward met vrijheid, individualistisch doen waar je zin in hebt
o Als leerkracht verwachten we vaak en controleren we het leerproces
– slechte aanpak bij het intrinsiek laten motiveren
- In ervaringsgericht onderwijs vertrekken vanuit initiatief van het kind
- Rijk milieu voorzien voor llg als ze intitatief nemen en autonoom kunnen
handelen
- Zinvolle activiteit: resultaat 2 factoren: autonomie en een rijk aanbod van
materiaal en activiteiten
Verbondenheid
- Inzetten in de klas
o Gevoel van erbij horen – voldoening en steun halen uit sociale
relaties
o Zorgt dat kinderen elkaar meer respecteren en makkelijker hulp
geven en ontvangen
, o Verbonden voelen met anderen – belangrijke voorwaarde voor
motivatie
o Creëren door in te zetten op positief leefklimaat & aandacht voor
groepsdynamica
o Luisteren naar behoeften van kinderen
In klas relaties opbouwen
- Klasopstelling – ruimte tot interactie
- Welke manier erin slagen spreektijd kinderen
- Ene kind meer aan het woord dan het andere?
- Leren ze van elkaar
Competentie
- Hoe ervoor zorgen dat iedereen zich bekwaam voelt en vertrouwen in
eigen kunnen
o Behoefte aan competentie: vertrouwen in eigen kunnen en
bekwaam voelt bij uitdagingen en taak tot goed einde brengt
o Via structuur behoefte aan competentie ondersteunen
o Wanneer niet aansluit bij niveau kinderen: negatieve impact op
competentiegevoel
Verband met psychologische basisbehoeften
- Gedifferentieerde taken ( competentie), hoe complexer de vragen hoe
moeilijker de opdracht ( denkniveaus van Bloom)
- Niet evenveel kinderen baat bij evenveel autonomie
ABC-motivatiemodel integreren in onze acties als lkr
- Ingezoomd op autonomie-ondersteunend lesgeven
- Volgens de 3 basisbehoeften hebben kinderen nood aan autonomie
- Behoefte om zelf hun gedrag te sturen
Tegenovergestelde van autonomie-ondersteuning -> controlerend lesgeven
- Lkr weet duidelijk waar hij naartoe wilt en neemt perspectief van kinderen
niet mee in verhaal
o Dwingende taal
o Zorgt ervoor dat llg aan de slag gaan maar zorgt voor oppervlakkig
leren
, Verschil controlerend lesgeven en structuur bieden
- Vaak controle verward met structuur
- Controlerende stijl op korte termijn zeer effectief – effecten zijn niet
duurzaam maar leren wel snel iets bij
Structuur vinden zonder controlerend te zijn
• Verwachtingen duidelijk maken + reden geven
• Vb film kijken: zeggen dat ze stil moeten zijn zodat iedereen het
goed kan horen
• Consequent opvolgen van regels
• Duidelijk zeggen en naleven wat er gebeurt bij bv te veel babbelen
• Voorzie stappenplannen kinderen kunnen zelfstandig aan de slag
Opgelet! Autonomie is niet gelijk aan alleen
o Bij het merken dat het wat moeilijker gaat: voorstellen van gaat het
toch niet beter als je je stappenplan pakt
• Positieve feedback geven en vertrouwen uitstralen
• Hulp bieden via tips. Geen antwoorden geven.
• Geef aan op welke manier de kinderen zich verder kunnen ontwikkelen.
Wat zijn hun werkpunten?