Wat is Filosofie?....................................................................................................... 2
Inleiding............................................................................................................... 2
Waarom filosofie?................................................................................................. 4
Metafysica en ontologie – Aristoteles...................................................................6
Metafarmacie....................................................................................................... 7
Lijden aan lijden................................................................................................. 10
Voorbeelden.................................................................................................... 12
Lijden aan lijden – Suzan Sontag.....................................................................15
Lijden aan lijden – Friedrich Nietzsche.............................................................16
Nihilisme – Nietzsche en Deleuze....................................................................18
Filosofie als metareflectie................................................................................19
Ultieme vragen – Imanuel Kant.......................................................................21
Reflectie op de tijd – Hegel..............................................................................26
Filosofie van Hegel t.o.v. Kant.........................................................................27
Gevolgen van de filosofie van Hegel...............................................................32
Verveling, angst en vrees – Martin Heidegger.................................................34
Moderne filosofie................................................................................................... 38
Cartesiaanse twijfel – René Descartes................................................................38
Moderniteit – René Descartes.............................................................................43
Onttovering – Max Weber...................................................................................44
Onttovering – René Descartes............................................................................ 47
Primaire en Secundaire kwaliteiten – René Descartes........................................48
DEEL 2 – Pijn en Ziekte............................................................................................. 50
Pijn......................................................................................................................... 50
Pijn – René Descartes......................................................................................... 50
Pijn – Elaine Scarry............................................................................................. 57
Ziekte.................................................................................................................... 74
De realistische (of naturalistische) positie..........................................................77
De constructivistische (of normativitische) positie.............................................79
DEEL 3 – Wetenschap............................................................................................... 86
Sociaal constructivisme – Ian Hacking...................................................................93
Wetenschap en pseudowetenschap – Karl Popper.................................................98
,DEEL 1 – Filosofie
Wat is Filosofie?
Inleiding
Dit vak gaat niet over religie of ethiek, over goed of fout.
Het gaat over de mens die centraal staat in de farmaceutische wetenschap.
De mens is het begin- en het eindpunt van de cyclus van het geneesmiddel.
De manier waarop dat de mens of de patiënt in de medische wetenschappen vaak
opgevat wordt, is de mens als een louter lichaam. Als een lichaam dat bestudeerd
kan worden, als een lichaam waarin zaken gebeuren die we chemisch, biochemisch,
biomedisch kunnen bestuderen, En op basis daarvan een geneesmiddel te maken.
Natruulijk is de mens meer dan een lichaam, de mens is een lichaam dat in een
maatschappij functioneert, een lichaam dat zaken voelt, zoals pijn of depressie –
waar een geneesmiddel ons moet van helpen – een lichaam dat handelt, dat
nadenkt. En het is precies over die dimensies, die niet strikt binnen jullie discipline
vallen, die niet strikt binnen het biomedische vallen waar de filosofie een aanvulling
zou kunnen zijn op jullie. En dat is dus al een eerste parameter van wat er hier staat
te gebeuren in het licht van of in het kader van wat jullie al kennen.
Dus het gaat over de mens als, de persoon, de patiënt als een lichaam dat ziek is,
dat pijn lijdt, dat hoopt op genezing, dat bang is om ziek te worden, dat bang is om
te sterven, dat bang is voor pijn. Het is een lichaam als een persoon dat leeft in een
maatschappij waar andere mensen die persoon kunnen besmetten, waar andere
mensen die persoon stigmatiseren omdat die ziek is, waar andere mensen invloed
hebben op wat het betekend om ziek te zijn, die invloed hebben op wat het
betekend om te genezen.
De mens staat centraal in jullie opleiding. En dus jullie hebben uiteraard een exact
natuur-wetenschappelijke benadering, maar niet zomaar in het wilde weg, in zekere
zin is wat jullie doen ook een vorm van menswetenschap.
Dus er is nog een andere parameter in de hele cyclus van het geneesmiddel waar ik
denk dat filosofie een rol speelt. En dat is het icoon of het symbool dat gaat over
farmacovigilantie. Laat ons zeggen dat de reflecties die ik in dit vak ga uitwerken
relevant zijn voor jullie in redelijk directe zin als het gaat om inname van het
geneesmiddel en de sociale rol van het geneesmiddel.
Het geneesmiddel is uiteraard een chemische substantie dat interaggeert met het
lichaam daar weten jullie ondertussen meer over dan ik. Maar het geneesmiddel
speelt ook een rol in de maatschappij, in de cultuur.
,Misschien is het relevant voor een universitaire opleiding, misschien is het relevant
voor een intellectuele ontwikkeling (die een universitaire studie moet zijn) om ook
te weten wat wetenschap is, om een kritisch extern standpunt in te nemen buiten
de wetenschap. Om voorbij je eigen discipline te kunnen kijken en om door een
andere discipline, in dit geval de filosofie, daar iets van op te steken om zo de
dialoog tussen disciplines mogelijk te maken. En ik denk in onze complexe wereld
waarin we leven farmacie geen afgezonderd deel kan zijn, maar staat het zoals ik
zei in interactie met de maatschappij.
Ik denk dat het meeste duidelijke voorbeeld covid is, waarin de realiteit van die
ziekte veel verder ging dan louter een biomedisch probleem en eventueel een
farmaceutisch probleem maar een hele complexe connectie van politiek
maatschappelijke- psychologische- dynamieken die evengoed deel uitmaken van
het ziekteproces, van het genezingsproces enzovoort.
Het is een extreem voorbeeld om te zeggen dat de farmacie niet losstaat van
andere domeinen, staat niet los van de sociologie, staat niet los van de psychologie,
staat uiteraard niet los van de chemie of de biologie. Het is dus een uitnodiging tot
interdisciplinariteit en ook om na te denken over wat interdisciplinariteit is.
Vragen
Wat is de maatschappelijke rol van ziekte en genezing?
Hoe kijkt de maatschappij naar een geneesmiddel?
Wat is genezing precies?
Wat is het belang van genezing in de maatschappij?
Hoe denken we na over ziekte?
Wat is ziekte eigenlijk? (los van de biologische realiteit)
Wat is wetenschap?
Wat is het precies dat de wetenschapper doet?
Wat gebeurt er in de wetenschap?
Wat is het verschil tussen wetenschap en pseudowetenschap?
Wat is de relevantie van de filosofie voor de farmaceutische wetenschap?
Wat is filosofie precies?
, Waarom filosofie?
Je zou kunnen zeggen dat in tegenstelling tot andere wetenschappen de filosofie
geen eigen domein heeft. Filosofen hebben traditioneel gezegd dat filosofie gaat
over de werkelijkheid in zijn geheel. Het gaat over de wereld, over de natuur maar
in brede zin. Dat is wat Plato dacht, dat is wat Aristoteles dacht enzovoort. Dat
domein is ondertussen al bezet door een andere wetenschap, door de
natuurwetenschap. De vraag naar hoe de wereld in elkaar zit is een filosofische
vraag, maar blijkt dat een aantal andere wetenschappen daar een beter antwoord
op hebben, die hebben dat domein voor hun genomen.
Misschien heeft filosofie iets te maken met het goddelijke, met het ultieme.
Mischien spreekt filosofie over de zin van het leven. Ook daar heeft filosofie geen
monopoly, dat is ook het domein van de theologie, van de ethiek en van de religie.
Een veel saaier antwoord op de vraag wat filosofie is, is dat filosofie ideën
bestudeert. En ideeën zijn genoteerd in teksten, zijn een soort literatuur, we kunnen
de geschiedenis van ideën bestuderen, maar ook daar zijn er al andere
wetenschappen die dat domein hebben ingenomen. De literatuurwetenschap, de
geschiedenis zijn met teksten bezig, zijn met de geschiedenis van ideën bezig. Dus
ook daar heeft filosofie geen domein.
De conclusie dat een aantal filosofen beargumenteerd hebben is dat de filosofie
gaat over helemaal niets. Dat is zeker een positie die ingenomen is door een filosoof
zoals Friedrich Nietzsche. Of een filosoof zoals Gilles Deleuze. En die filosofen
vertegenwoordigen het nihilisme. Nihilisme betekend simpelweg de filosofie van
niets (Nihil = Niets in het Latijn). Filosofie gaat over niets, het is gewoon een
spelletje van ideën. Dus er zijn zekere interpretaties dat als filosofie geen eigen
domein heeft, dan gaat filosofie over niets. Heeft het geen doel, heeft het geen
output. Is het gewoon een soort intellectueel spel op zich en gaat het ultiem
nergens over.
Er is een alternatieve weg buiten die nihilistische weg, er is een andere weg en die
weg zal noodzakelijk zijn, die zal relevant zijn voor jullie of voor ons vak. Als filosofie
geen eigen domein heeft, als filosofie geen eigen inhoud heeft, dan is ze precies
altijd reflectie op andere wetenschappen. Dus in plaats van dat filosofie een
wetenschap is die zich met een bepaald domein in de wereld bezighoudt, zou je
kunnen zeggen dat filosofie een activiteit is die zich bezighoudt met het denken
zelf, met het wetenschappelijk denken zelf. Filosofie is een activiteit die reflecteert
op de wetenschap. Filosofie is de enige die, omdat ze geen domein heeft, zich
ergens anders kan ophouden. Ergens op een plek die niets is, een plek buiten alle
domeinen en een plek vanbuitenaf die misschien iets relevants kan zeggen over
andere wetenschap.
Maar het punt is dat er een bepaalde nood is aan het innemen van een standpunt
buiten de wetenschap om te reflecteren op die wetenschap. Dat is wat filosofie
doet, meer specifiek dat is wat men wetenschapsfilosofie noemt. Dus onderzoeken
wat de wetenschap precies doet, wat de wetenschap precies is en kritisch