Brandverzekeringen
Hoofdstuk 1: Inleiding
1. Wat is een brand?
= een vuur met vlammen
≠ bv. schroeischade
3 elementen van brand: brandstof – zuurstof – warmte
Van zodra ze met elkaar in contact komen ontstaat
brand
= de branddriehoek
Door 1 van deze elementen te elimineren kan een brand gestopt worden
2. Ontstaan van brandverzekeringen
2.1. De geschiedenis en de oorsprong (niet echt te kennen voor examen)
Reactie op steeds groter wordende schade door branden in stedelijke
gebieden
Great fire of london in 1666
13000 huizen verwoest op 175 ha
Ontstaan eerste premieverzekeringsmaatschappijen
3. Oprichting eerste brandverzekeringsmaatschappij
The Fire Office 1681
Bijstand bij brand: fire mark
Behoefte aan veiligheid en zekerheid het ontstaan van uitgebreidere
dekkingen dan enkel de bijstand
4. Evolutie van brandverzekeringen in België
Eerste grote verzekeraars rond periode v 1830
Eerste wet op verzekeringen 1874 (6 artikels)
Jaren 70: eerste globale polissen
1988: KB dat minimumwaarborgen verplicht
1992: KB: nog uitgebreidere dekkingen
1990 – 10: steeds meer fusies
2014: nieuwe verzekeringswet
1
,Hoofdstuk 2: Wettelijke basis van brandverzekeringen
1. Welke wetgeving is van toepassing op brandverzekering
Burgerlijk Wetboek (BW)
KB van 1 februari 1988 vervangen door KB van 24 december 1992
Wet betreffende de verzekeringen van 4 april 2014 (= VW)
KB Risicozones van 28 februari 2007
Wet van 2007 inzake terrorismedekking
Wet van 30 juli 1979: de verplichte verzekering bij brand en ontploffing.
Wet 13/11/2011 betreffende vergoeding v schade ingevolge technologisch ongeval
Vlaams Woninghuurdecreet 9 november 2018
Wet van 4 februari 2020 houdende boek 3
1.1. Burgerlijk wetboek (= nu vervangen door boek 6)
1.1.1. Artikels 6,5 – 6,55 boek 6 (=1382 – 1385)
Elke persoon is aansprakelijk voor shade die hij door zijn fout veroorzaakt
o Fout = een schending v een regel of een Algemene
zorgvuldigheidsnorm
o Gedrag van een voorzichtig en redelijk persoon (“= goede huisvader”)
o Geen subjectief bestanddeel voor fout vereist
o Geen schuldbekwaamheid om fout te begaan (wel uitsluitingsgronden
voorzien):
Onoverwinnelijke dwaling (= elk normaal persoon zou het ook gdn
hbn)
Fysieke of psychische dwang (daardoor niet-nalevering regels)
Noodtoestand (bv. diefstal voor een brand te blussen)
Handelen op bevel van de wet of overheid
Handelen uit wettige verdediging
Wanneer benadeelde instemde met de aantasting van de
belangen
Schadebegrip = de (niet-) economische gevolgen van de aantasting van een
juridisch beschermd persoonlijk belang
GEEN SCHADE: het verlies van een voordeel uit een onrechtmatige
gebeurtenis van de benadeelde
Causaal verband = oorzakelijk verband
2
, 1.1.2. Aansprakelijkheid
Leeftijd ASPH ASPH Specificiteiten
minderjarige gezaghouder
< 12 jaar Niet AS zonder fout, /
aansprakelijk onweerlegbaar
≥ 12 jaar Aansprakelijk AS zonder fout, Geen beperking i.g.v.
maar <16 onweerlegbaar verzekeringen
Opzettelijk feit/zware fout
niet tegenstelbaar
≥ 16 jaar Aansprakelijk AS met weerlegbaar Opzettelijk feit/zware fout
vermoeden niet tegenstelbaar
Verhaal op minderjarige
wel mogelijk (plaffong
€31.000)
1.1.3. Artikel 6,16 – Gebrekkige zaken
Foutloze aansprakelijkheid (fout moet niet bewezen worden)
o Enkel verband tss gebrek en schade volstaat
o Eigenaar: wordt geacht bewaker te zijn, maar is een weerlegbaar vermoeden
Zaak is gebrekkig: als ze door 1 van haar kenmerken niet de veiligheid biedt
die men in de gegeven omstandigheden gerechtigd mag verwachten
1.1.4. Art 3.101 (boek 3)
= Nabuurschap & hinder
Ligt aan basis van evenwichtsleer
o Evenwichtsleer = buren hebben gelijk recht op genot van eigendom
Kan verbroken worden door hinder die zwaarder is dan normaal
ongemak dat samenhangt met nabuurschap
Veroorzaker moet hinder vergoeden
= geen sprake van fout van buur
Compensatie = “het evenwicht herstellen”
Beide partjien hebben normale lasten = de balans is in evenwicht
1 partij heeft abnormale lasten = balans is uit evenwicht
Voorbeelden dia 31
3
,2. KB 24 December 1992 (WLVO)
Toepassingsgebied: overeenkomsten die eenvoudige risico’s verzekeren
tegen de schade veroorzaakt door
o Brand en aanverwachte gevaren (= rechtstreeks blikseminslag, ontploffing)
o Elektriciteit
o Aanslagen en arbeidsconflichten
o Storm, hagel, ijs en sneeuwdruk
o Natuurrampen
o Water
o Glasbraak
o Diefstal
o Onrechtstreekse verliezen (= extra vergoeding (bv.10%) bovenop
schade: voor rompslomp aan administratie)
o Bedrijfsschade
2.1. Wat zijn aanverwante gevaren (vb. dia 34-37)
Rechtstreekse blikseminslag
Ontploffing
Implosie
Neerstorten of getroffen worden door luchtvaarttuigen of door voorwerpen die
ervan afvallen of eruit vallen
Voorwerpen die getroffen worden door enig ander voertuig of dieren.
2.2. Wat wordt aanzien als eenvoudig risico
Elk G/geheel v G waarvan verzekerde waarde ≤ 743 680.57 aan ABEX 375
o ! rekening houden met alle verzekeringsvoorwerpen die (ze moeten
op…)
Hetzelfde voorwerp hebben
Zich op dezelfde plaats bevinden
Gesloten zijn door eenzelfde vereniging waarin VN/Vzde een
meerderheidsbelang heeft of kennelijk een overwicht in
beslissingsmacht heeft
o ABEX = bouwindex
4
, 2.2.1. Uitzonderingen eenvoudige risico’s
9 Risicoklassen verhoogd bedrag = € 23 921 725,14 aan ABEX 375
= grote eenvoudige risico’s
Burelen en woningen, kantoor- en flatgebouwen met een oppervlakte
Bestemd voor commercieel gebruik kleiner dan 20% van de totaliteit
Land, tuin- en wijnbouwrisico’s, fruitteeltbedrijven en veeteeltbedrijven
Verpleeginrichtingen, sanatoria, klinieken, tehuizen
Onderwijsinstellingen, m.u.v. Deze bestemd voor technisch of hoger onderwijs
Religieuze instellingen (plaatsen voor eredienst, abdijen en kloosters)
Sportinstellingen
Vrije beroepen (behalve apotheek)
Lokalen bestemd voor culturele, sociale en filosofische activiteiten
Muziekconservatoria, musea en bibliotheken
! de verzekerde waarde niet te verzekeren waarde
= het bedrag dat in de polis opgenomen wordt telt
Lager verzekeren: geen zin aangezien evenredigheidsregel wordt toegepast
bij schade
2.2.2. Uitsluitingen van het besluit
De verzekeringen alle risico’s betreffende juwelen, kunstwerken, bontmantels,
fototoestellen, of audiovisuele apparaten alsmede de bagageverzekeringen
De technische verzekeringen (abr (= alle bouwplaats risico’s), machinebreuk,
…)
Omniumverzekeringen voertuigen
Bedrijfsverliezen zonder dagvergoeding
Oogstverzekeringen tegen hagel
Verzekeringen tegen sterfte en ziekte van dieren
Globale bankverzekeringen, verzekeringen voor vervoer en opslag van
aarden, vervalsing van cheques en computerfraude
5
,Algemeen overzicht: eenvoudige risico’s – speciale risico’s
OEFENINGEN P1 - DIA 43-44
2.3. ABEX Index
Analyseert kostprijs voor bouw van (privé)gebouwen
o Gebruik: voor indexering v verzekering kapitalen, vergoedingsgrenzen
(ook verzekeringspremies)
o Wijzigt: zesmaandelijks
Formule:
Bedrag ∗ Huidige index
o ABEX = Oude index
OEFENINGEN P2 – DIA 10
6
,3. VW 4 april 2014 = verzekeringswet
3.1. Brandverzekering
3.1.1. Vallen onder de regels van schadeverzekering
o Indemnitair beginsel = schadevergoeding mag nooit groter zijn dan
geleden schade
o Subrogatie = indeplaatsstelling
Rechten van vordering op schadevergoeding t.o.v. derden gaan
over op degene die schadevergoeding heeft uitbetaald aan
slachtoffer
Verhaal uitoefenen op verantwoordelijke van schade
o Oververzekering = je mag niet meer verzekeren dan de waarde van
het goed (hoort bij indemnitair beginsel)
o Onderverzekering = toepassing op evenredigheidsbeginsel (wat heb ik
verzekerd/wat moest ik verzekerd hebben = %) berekening op
schadevergoeding
o Pluraliteit = samenloop v verzekeringen: door verschillende verzekeraars
iets gedekt (in conventie: volgorde ingelast voor wie eerst moet
tussenkomen)
o De overdracht of overlijden = verzekeraars verplicht om, na overlijden
v verzekerde, verzekering over te dragen naar ergenamen voor
bepaalde termijn (schade direcht na overlijden toch gedekt als
erfgenaam)
o Reddingskosten (verder beschreven in cursus)
3.1.2. Typevoorbeeld van zaakverzekering
Voorwerp van een zaak is
o Roerend (losse kasten)
o Onroerend
Kasten die vastgemaakt worden aan gebouw
(= gebouw, onroerend door bestemming (aan gebouw))
o Materieel
7
, o Immaterieel (patent)
Doel: volledig of gedeeltelijk verlies van de zaak dekken
3.1.3. Kan een aansprakelijkheidsverzekering zijn
o Huurdersaansprakelijkheid (contractuele aansprakelijkheid)
o Burgerlijke aansprakelijkheid die verzekerde kan oplopen tegenover
derden (buiten-contractuele aansprakelijkheid)
o Gevolg: volgende regels kunnen van toepassing zijn (art. 141 – 153)
Leiding van het geschil = mag nooit belangen van verzekerde
tenietdoen om een derde te verzekeren
Vrije beschikking over schadevergoeding = bij uitkering van
schadevergoeding mag je rij beschikken over dat geld (= regels
over wat je er al dan niet mee mag doen
Eigen recht van benadeelde = de verschuldige
schadevergoeding komt toe aan benadeelde, met uitsluiting van
overige schuldeisers van verzekerde
Regresvordering = verhaal van de verzekeraar tegen
verzekeringsnemer of verzekerde
Kan een persoonsverzekering zijn
o Beperkt aantal maatschappijen voorziet dekking v lich. schade
V verzekerde & zijn gasten bij gedekt schadegeval
3.1.4. Brandverzekeringen: 3 types dekkingen
De basisdekkingen: dekking van de zaakschade
De bijdekkingen: de vergoeding van bijkomende kosten
o Bv. reddingkosten, opruimingskosten, bewaking van gebouw,
afbraak van woning & containerverhuur daarvoor
De keuzedekkingen (facultatieve opties): dekkingen mits
uitdrukkelijke vraag
o Facultatief: echt specifieke bijpremie & bijverzekeren =
apart onderschrijven (niet verplicht) (diefstal, voertuigen op 4 wielen)
3.1.5. Wettelijk verplichte dekkingen
ART. 115 VW voorziet in
o Minimumdekking ‘normale dekking’
Voor eenvoudige & speciale risico’s
FLEXA (= fire, lightning, explosion, aircraft)
o Brand
o Blikseminslag
o Ontploffing
o Implosie
o Aanraking door luchtvaartuigen of delen ervan
o Aanraking door voertuigen of dieren
8
Hoofdstuk 1: Inleiding
1. Wat is een brand?
= een vuur met vlammen
≠ bv. schroeischade
3 elementen van brand: brandstof – zuurstof – warmte
Van zodra ze met elkaar in contact komen ontstaat
brand
= de branddriehoek
Door 1 van deze elementen te elimineren kan een brand gestopt worden
2. Ontstaan van brandverzekeringen
2.1. De geschiedenis en de oorsprong (niet echt te kennen voor examen)
Reactie op steeds groter wordende schade door branden in stedelijke
gebieden
Great fire of london in 1666
13000 huizen verwoest op 175 ha
Ontstaan eerste premieverzekeringsmaatschappijen
3. Oprichting eerste brandverzekeringsmaatschappij
The Fire Office 1681
Bijstand bij brand: fire mark
Behoefte aan veiligheid en zekerheid het ontstaan van uitgebreidere
dekkingen dan enkel de bijstand
4. Evolutie van brandverzekeringen in België
Eerste grote verzekeraars rond periode v 1830
Eerste wet op verzekeringen 1874 (6 artikels)
Jaren 70: eerste globale polissen
1988: KB dat minimumwaarborgen verplicht
1992: KB: nog uitgebreidere dekkingen
1990 – 10: steeds meer fusies
2014: nieuwe verzekeringswet
1
,Hoofdstuk 2: Wettelijke basis van brandverzekeringen
1. Welke wetgeving is van toepassing op brandverzekering
Burgerlijk Wetboek (BW)
KB van 1 februari 1988 vervangen door KB van 24 december 1992
Wet betreffende de verzekeringen van 4 april 2014 (= VW)
KB Risicozones van 28 februari 2007
Wet van 2007 inzake terrorismedekking
Wet van 30 juli 1979: de verplichte verzekering bij brand en ontploffing.
Wet 13/11/2011 betreffende vergoeding v schade ingevolge technologisch ongeval
Vlaams Woninghuurdecreet 9 november 2018
Wet van 4 februari 2020 houdende boek 3
1.1. Burgerlijk wetboek (= nu vervangen door boek 6)
1.1.1. Artikels 6,5 – 6,55 boek 6 (=1382 – 1385)
Elke persoon is aansprakelijk voor shade die hij door zijn fout veroorzaakt
o Fout = een schending v een regel of een Algemene
zorgvuldigheidsnorm
o Gedrag van een voorzichtig en redelijk persoon (“= goede huisvader”)
o Geen subjectief bestanddeel voor fout vereist
o Geen schuldbekwaamheid om fout te begaan (wel uitsluitingsgronden
voorzien):
Onoverwinnelijke dwaling (= elk normaal persoon zou het ook gdn
hbn)
Fysieke of psychische dwang (daardoor niet-nalevering regels)
Noodtoestand (bv. diefstal voor een brand te blussen)
Handelen op bevel van de wet of overheid
Handelen uit wettige verdediging
Wanneer benadeelde instemde met de aantasting van de
belangen
Schadebegrip = de (niet-) economische gevolgen van de aantasting van een
juridisch beschermd persoonlijk belang
GEEN SCHADE: het verlies van een voordeel uit een onrechtmatige
gebeurtenis van de benadeelde
Causaal verband = oorzakelijk verband
2
, 1.1.2. Aansprakelijkheid
Leeftijd ASPH ASPH Specificiteiten
minderjarige gezaghouder
< 12 jaar Niet AS zonder fout, /
aansprakelijk onweerlegbaar
≥ 12 jaar Aansprakelijk AS zonder fout, Geen beperking i.g.v.
maar <16 onweerlegbaar verzekeringen
Opzettelijk feit/zware fout
niet tegenstelbaar
≥ 16 jaar Aansprakelijk AS met weerlegbaar Opzettelijk feit/zware fout
vermoeden niet tegenstelbaar
Verhaal op minderjarige
wel mogelijk (plaffong
€31.000)
1.1.3. Artikel 6,16 – Gebrekkige zaken
Foutloze aansprakelijkheid (fout moet niet bewezen worden)
o Enkel verband tss gebrek en schade volstaat
o Eigenaar: wordt geacht bewaker te zijn, maar is een weerlegbaar vermoeden
Zaak is gebrekkig: als ze door 1 van haar kenmerken niet de veiligheid biedt
die men in de gegeven omstandigheden gerechtigd mag verwachten
1.1.4. Art 3.101 (boek 3)
= Nabuurschap & hinder
Ligt aan basis van evenwichtsleer
o Evenwichtsleer = buren hebben gelijk recht op genot van eigendom
Kan verbroken worden door hinder die zwaarder is dan normaal
ongemak dat samenhangt met nabuurschap
Veroorzaker moet hinder vergoeden
= geen sprake van fout van buur
Compensatie = “het evenwicht herstellen”
Beide partjien hebben normale lasten = de balans is in evenwicht
1 partij heeft abnormale lasten = balans is uit evenwicht
Voorbeelden dia 31
3
,2. KB 24 December 1992 (WLVO)
Toepassingsgebied: overeenkomsten die eenvoudige risico’s verzekeren
tegen de schade veroorzaakt door
o Brand en aanverwachte gevaren (= rechtstreeks blikseminslag, ontploffing)
o Elektriciteit
o Aanslagen en arbeidsconflichten
o Storm, hagel, ijs en sneeuwdruk
o Natuurrampen
o Water
o Glasbraak
o Diefstal
o Onrechtstreekse verliezen (= extra vergoeding (bv.10%) bovenop
schade: voor rompslomp aan administratie)
o Bedrijfsschade
2.1. Wat zijn aanverwante gevaren (vb. dia 34-37)
Rechtstreekse blikseminslag
Ontploffing
Implosie
Neerstorten of getroffen worden door luchtvaarttuigen of door voorwerpen die
ervan afvallen of eruit vallen
Voorwerpen die getroffen worden door enig ander voertuig of dieren.
2.2. Wat wordt aanzien als eenvoudig risico
Elk G/geheel v G waarvan verzekerde waarde ≤ 743 680.57 aan ABEX 375
o ! rekening houden met alle verzekeringsvoorwerpen die (ze moeten
op…)
Hetzelfde voorwerp hebben
Zich op dezelfde plaats bevinden
Gesloten zijn door eenzelfde vereniging waarin VN/Vzde een
meerderheidsbelang heeft of kennelijk een overwicht in
beslissingsmacht heeft
o ABEX = bouwindex
4
, 2.2.1. Uitzonderingen eenvoudige risico’s
9 Risicoklassen verhoogd bedrag = € 23 921 725,14 aan ABEX 375
= grote eenvoudige risico’s
Burelen en woningen, kantoor- en flatgebouwen met een oppervlakte
Bestemd voor commercieel gebruik kleiner dan 20% van de totaliteit
Land, tuin- en wijnbouwrisico’s, fruitteeltbedrijven en veeteeltbedrijven
Verpleeginrichtingen, sanatoria, klinieken, tehuizen
Onderwijsinstellingen, m.u.v. Deze bestemd voor technisch of hoger onderwijs
Religieuze instellingen (plaatsen voor eredienst, abdijen en kloosters)
Sportinstellingen
Vrije beroepen (behalve apotheek)
Lokalen bestemd voor culturele, sociale en filosofische activiteiten
Muziekconservatoria, musea en bibliotheken
! de verzekerde waarde niet te verzekeren waarde
= het bedrag dat in de polis opgenomen wordt telt
Lager verzekeren: geen zin aangezien evenredigheidsregel wordt toegepast
bij schade
2.2.2. Uitsluitingen van het besluit
De verzekeringen alle risico’s betreffende juwelen, kunstwerken, bontmantels,
fototoestellen, of audiovisuele apparaten alsmede de bagageverzekeringen
De technische verzekeringen (abr (= alle bouwplaats risico’s), machinebreuk,
…)
Omniumverzekeringen voertuigen
Bedrijfsverliezen zonder dagvergoeding
Oogstverzekeringen tegen hagel
Verzekeringen tegen sterfte en ziekte van dieren
Globale bankverzekeringen, verzekeringen voor vervoer en opslag van
aarden, vervalsing van cheques en computerfraude
5
,Algemeen overzicht: eenvoudige risico’s – speciale risico’s
OEFENINGEN P1 - DIA 43-44
2.3. ABEX Index
Analyseert kostprijs voor bouw van (privé)gebouwen
o Gebruik: voor indexering v verzekering kapitalen, vergoedingsgrenzen
(ook verzekeringspremies)
o Wijzigt: zesmaandelijks
Formule:
Bedrag ∗ Huidige index
o ABEX = Oude index
OEFENINGEN P2 – DIA 10
6
,3. VW 4 april 2014 = verzekeringswet
3.1. Brandverzekering
3.1.1. Vallen onder de regels van schadeverzekering
o Indemnitair beginsel = schadevergoeding mag nooit groter zijn dan
geleden schade
o Subrogatie = indeplaatsstelling
Rechten van vordering op schadevergoeding t.o.v. derden gaan
over op degene die schadevergoeding heeft uitbetaald aan
slachtoffer
Verhaal uitoefenen op verantwoordelijke van schade
o Oververzekering = je mag niet meer verzekeren dan de waarde van
het goed (hoort bij indemnitair beginsel)
o Onderverzekering = toepassing op evenredigheidsbeginsel (wat heb ik
verzekerd/wat moest ik verzekerd hebben = %) berekening op
schadevergoeding
o Pluraliteit = samenloop v verzekeringen: door verschillende verzekeraars
iets gedekt (in conventie: volgorde ingelast voor wie eerst moet
tussenkomen)
o De overdracht of overlijden = verzekeraars verplicht om, na overlijden
v verzekerde, verzekering over te dragen naar ergenamen voor
bepaalde termijn (schade direcht na overlijden toch gedekt als
erfgenaam)
o Reddingskosten (verder beschreven in cursus)
3.1.2. Typevoorbeeld van zaakverzekering
Voorwerp van een zaak is
o Roerend (losse kasten)
o Onroerend
Kasten die vastgemaakt worden aan gebouw
(= gebouw, onroerend door bestemming (aan gebouw))
o Materieel
7
, o Immaterieel (patent)
Doel: volledig of gedeeltelijk verlies van de zaak dekken
3.1.3. Kan een aansprakelijkheidsverzekering zijn
o Huurdersaansprakelijkheid (contractuele aansprakelijkheid)
o Burgerlijke aansprakelijkheid die verzekerde kan oplopen tegenover
derden (buiten-contractuele aansprakelijkheid)
o Gevolg: volgende regels kunnen van toepassing zijn (art. 141 – 153)
Leiding van het geschil = mag nooit belangen van verzekerde
tenietdoen om een derde te verzekeren
Vrije beschikking over schadevergoeding = bij uitkering van
schadevergoeding mag je rij beschikken over dat geld (= regels
over wat je er al dan niet mee mag doen
Eigen recht van benadeelde = de verschuldige
schadevergoeding komt toe aan benadeelde, met uitsluiting van
overige schuldeisers van verzekerde
Regresvordering = verhaal van de verzekeraar tegen
verzekeringsnemer of verzekerde
Kan een persoonsverzekering zijn
o Beperkt aantal maatschappijen voorziet dekking v lich. schade
V verzekerde & zijn gasten bij gedekt schadegeval
3.1.4. Brandverzekeringen: 3 types dekkingen
De basisdekkingen: dekking van de zaakschade
De bijdekkingen: de vergoeding van bijkomende kosten
o Bv. reddingkosten, opruimingskosten, bewaking van gebouw,
afbraak van woning & containerverhuur daarvoor
De keuzedekkingen (facultatieve opties): dekkingen mits
uitdrukkelijke vraag
o Facultatief: echt specifieke bijpremie & bijverzekeren =
apart onderschrijven (niet verplicht) (diefstal, voertuigen op 4 wielen)
3.1.5. Wettelijk verplichte dekkingen
ART. 115 VW voorziet in
o Minimumdekking ‘normale dekking’
Voor eenvoudige & speciale risico’s
FLEXA (= fire, lightning, explosion, aircraft)
o Brand
o Blikseminslag
o Ontploffing
o Implosie
o Aanraking door luchtvaartuigen of delen ervan
o Aanraking door voertuigen of dieren
8