Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 5 van de 183 pagina's
Samenvatting

Zeer uitgebreide samenvatting Economie!!! (prof F. Vermeulen)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 5 van de 183 pagina's

In dit document staat een volledige samenvatting van alle powerpoint en aantekeningen van alle college's tot 1 geheel verwerkt. Dit document kan je zo integraal leren en dan heb je alles gezien en gestudeerd. Als je dit kent slaag je gegarandeerd op je examen! Alvast veel succes!!!

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Economie
Senne Paepen
Les 1


Hoofdstuk 1: Wat is economie?
1. Onderwerp en invalshoek
2. Een eenvoudige economische kringloop
2.1 Consumptie
2.2 Productie, toegevoegde waarde en inkomen
2.3 Economische agenten
2.4 Een kringloop
3. Welvaart en economische groei
3.1 Van arm naar welvarend
3.2 Niet alleen meer, maar ook anders
4. Productiviteit als motor van onze welvaart
4.1 De speldenfabriek van Adam Smith
4.2 Het doemscenario van Malthus
4.3 Ricardo en de voordelen van internationale handel
5. Welvarender, maar niet gelukkiger?




1.Onderwerp en invalshoek
1. Verschillende definities dia 4
1) Economy: economische gebeuren (bv Belgische economie)
2) Economics: studie van de economie/ de wetenschap
3) Economist: gebruiken gereedschapskist om te bestuderen (kan je op veel gebieden
toepassen zoals bv: huwelijksmarkt, criminaliteit,…)
4) Economie: menselijk gedrag bestuderen= dus sociale wetenschap
a. Op specifieke manier= mensen hebben doelstellingen en willen iets bereiken
maar hebben schaarste middelen dus je moet keuzes maken, kan niet alles tegelijk
doen.
b. Bv 1 euro en je hebt een appel en een peer van beide 1 eurokeuze maken
5) Geen keuze op jezelf (deel groter idee), ook effect op andere personen
6) Economics in 19de eeuw nog niet echt gebruiktwas political economy
a. Studie mankind: mensenwetenschappen
b. Dagdagelijkse keuzes bestuderen

, c. Marschall in de 19de eeuw




2.Een eenvoudige economische kringloop
2.1 Consumptie
 Welvaart van een maatschappij hangt onder andere af van de behoeftebevrediging
van de leden van die samenleving
• Wat bepaalt welvaart van een MTS?
 Hoe goed laat de MTS toe om je behoeften te bevredigen.
 = mate van behoeftebevrediging = consumpties
• Economische term is consumptie
• Diegene die consumeert, noemen we de consument
• De consument consumeert niet zijn volledige inkomen:
 Sparen is niet-consumeren
 Sparen is uitgestelde consumptie (tijdsdimensie)
 De meeste consumptiegoederen verdwijnen door ze te gebruiken:
• Maaltijden, benzine, festivalticket,…
 ‘Duurzame’ consumptiegoederen verslijten wel, maar worden niet noodzakelijk
onbruikbaar:
• Langer gebruikt maar wel slijtage op lange termijn
• Kleding, woonhuizen, auto’s,…
 Maar gaan na verloop van tijd ook kapot

2.2 productie, toegevoegde waarden en inkomen
 Productie omvat alle activiteiten waardoor goederen en diensten tot stand gebracht
worden en op de gepaste tijd en plaats ter beschikking worden gesteld aan
consumenten
• Consumptie moet tot jou kunnen kome= productie
 Productieproces is uiterst ingewikkeld:
• Niet enkel productie zelf, maar ook ontwikkeling, opslag, transport,…
allemaal productie
• Alle activiteiten die nodig zijn om eindproduct tot bij jou te krijgen.
 Eenvoudig voorbeeld: een broodjeszaak
• Productieproces: input naar output.
• Input: lopende inputs

,  Bv grondstoffen/ingrediënten: kaas; tomaat,..
 Hulpstoffen: elektriciteit voor bv de oven om te kunnen bakken
• Input: productiefactoren
 Arbeid: de tijd om een broodje te maken door een persoon
 Kapitaal: bv het materiaal(ijskast, messen,…) en kennis (menselijk
kapitaal: hoe broodje maken?)
• Productie= combi van de 2 imputseindproduct




 Kapitaalgoederen zijn door de mens geproduceerde duurzame productiemiddelen
• Deel van kapitaalgoederen gaat verloren tijdens productie
(depreciatie of afschrijving)
 Depreciatie: verminderen in waarden
 Afschrijving: voor bepaalde duur gebruikt en daarna weg
 Bv: vrachtwagen 5 jaar gebruiken en dan weg
• Investeren: aankoop van nieuwe duurzame kapitaalgoederen
 Vervangingsinvesteringen
 Bv materiaal vervangen
 Bv vrachtwagen kapotnieuwe kopen
 Netto-investeringen
 Van 1 naar 2 vrachtwagens gaan omdat je uitbreid
 Bruto-investeringen
 Zijn alle investeringen (vervang +netto)
 Doel van productie: output realiseren op basis van lopende inputs die beter geschikt
is voor behoeftebevrediging of bruikbaar is in andere productieprocessen

, • Bv broodjes in geheel: lekkerder dan alle ingrediënten apart (terwijl dat ook
de honger zou stillen
• Eindproduct meer waarde dan de losse inputs
• Productie= waarde creëren = bruto toegevoegde waarde
• Waarde dat gecreëerd wordt door productie
 Waarde van output is groter dan totale waarde van lopende inputs (= bruto
toegevoegde waarde)
 Bruto toegevoegde waarde = netto toegevoegde waarde + afschrijvingen
 Netto toegevoegde waarde = vergoeding productiefactoren
• Identiteit: inkomen = toegevoegde waarde
• Netto toegevoegde waarde = meerwaarde
 Vergoeding voor arbeid (loon) en kapitaal en investeringen=
vergoeding voor productieproces
• Toegevoegde waarde= inkomen
 Berekenen van bruto binnenlands product (bbp) van totale economie
• BBP= som alle (meer) waarde die geproduceerd wordt op (alle toegevoegde
waard)
• Hoe berekenen?-->complex
 Opletten voor dubbel tellingen
• Niet alle output, leidt tot dubbeltellingen
 Outputs die andere bedrijven gebruiken voor hun productie als grond-
of hulpstof zijn intermediaire goederen
 Bv auto’s: een bedrijf verkoopt banden= meerwaarde. Maar
auto in zijn geheel wordt ook verkocht, ook een meerwaarde.
Alle onderdelen van de auto worden dubbel geteld.
 Enkel de geproduceerde finale goederen tellen mee
• Alternatief: optellen van de toegevoegde waarde
 Elk onderdeel apart berekenen
 Inputs zorgen voor outputs en die outputs kunnen weer inputs zijn
voor een ander product
 Bv rubber banden en Banden auto

2.3 Economische agenten
 Economische agenten: personen en instellingen die beslissingen nemen over
activiteiten als productie, consumptie, maar ook aan- en verkoop van goederen en
diensten, sparen, het toestaan of opnemen van leningen,...
• Alle instellingen rond producten, consumptie, financiën,..

, • Bv wij, banken, overheid,…
 Iedereen die een economische keuze maakt.
 Drie soorten beslissingsnemers
• Gezinnen
• Ondernemingen
• Overheid

2.4 een economische kringloop
 Gezinnen en consumenten enerzijds en producenten en ondernemingen anderzijds
zijn geen synoniemen
 Gezinnen consumeren, maar zijn ook eigenaar van de productiefactoren
 Gezinnen niet alleen consument en bedrijven niet alleen producent
 Bv gezinnen: aandelen bezitten, kennis, tijd
 Bv bedrijven: goederen aankopen
 Ondernemingen produceren consumptiegoederen, die de gezinnen kopen voor
behoeftebevrediging
 We illustreren dit aan de hand van een eenvoudige kringloop, zonder overheid




Gezinnen willen behoeften bevredigen: consumpties
Onderneming: inkomenscreatie (toegevoegde waarden)
Zwarte lijn: factormarkt
arbeid en kapitaal en tijd “kopen” die van personen (deel gezin)

Inhoudsopgave

  1. 01 Hoofdstuk 1: Wat is economie? 1
  2. 02 1.Onderwerp en invalshoek 1
  3. 03 2.Een eenvoudige economische kringloop 2
    1. 2.1 Consumptie 2
    2. 2.2 productie, toegevoegde waarden en inkomen 2
    3. 2.3 Economische agenten 4
    4. 2.4 een economische kringloop 5
  4. 04 3.Welvaart en economische groei 6
    1. 3.1 van arm naar welvarend 6
  5. 05 4.Productiviteit als motor van onze welvaart 8
    1. 4.1 de speldenfabriek van Adam Smith 10
    2. 4.2 het doemscenario van Mathus 10
    3. 4.3 Ricardo en de voordelen van internationale handel 11
  6. 06 5. welvarender maar niet gelukkiger 15
  7. 07 Hoofdstuk 2: individuele rationaliteit en sociale interactie 17
  8. 08 1.Het individuele gedragsmodel: rationele keuze 17
  9. 09 2.Individuele beslissingen en sociale interacties: speltheorie 19
    1. 2.1 Spelers, strategieën en resultatenmatrix 19
    2. 2.2 gevangenendilemma 20
    3. 2.3 het Nash-evenwicht 21
    4. 2.4 Het belang van coördinatie: the battle of the sexes 22
  10. 10 3. Bindende afspraken, sociale normen en overheidstussenkomst 24
  11. 11 Hoofdstuk 3: vraag en aanbod 25
  12. 12 1.De vraag als uitdrukking van bereidheid tot betalen 26
    1. 1.1Algemene en partiële vraagfuncties 26
    2. 1.2 De vraag naar broodjes 27
    3. 1.2 de marktvraagcurve 29
  13. 13 2. Het aanbod als uitdrukking van marginale kosten 30
    1. 2.1 Algemene en partiële aanbodfuncties 30
    2. 2.2 het aanbod van broodjes 31
    3. 2.3 de marktaanbodcurve 32
  14. 14 3.Prijsvorming 33
    1. 3.1 het marktevenwicht 33
    2. 3.2 De algebra van lineaire vraag- en aanbodcurven 35
  15. 15 4. Verschuivingen van vraag en aanbod 36
    1. 4.1Verschuivingen van de vraagcurve 36
    2. 4.2 Verschuivingen van de aanbodcurve 38
    3. 4.3 comparatieve statica 38
  16. 16 Hoofdstuk 4: elasticiteiten en schokken 39
  17. 17 1.Eigen prijselasticiteit van vraag en aanbod 40
    1. 1.1De eigen prijselasticiteit van de vraag 40
    2. 1.2Perfect elastische en perfect inelastische vraagcurven 42
    3. 1.3 Relatie tussen prijselasticiteit van de vraag en verandering in opbrengsten 43
    4. 1.4 Normale goederen en Giffen-goederen 43
    5. 1.5 De prijselasticiteit van het aanbod 45
  18. 18 2. De inkomenselasticiteit van de vraag 46
    1. 2.1Engel-curven 46
    2. 2.2 Relatie tussen de inkomenselasticiteit en de budgetaandelen 48
  19. 19 3. De kruiselingse prijselasticiteit 50
  20. 20 4. De markt in werking 51
    1. 4.1Aanbodschokken 51
    2. 4.2 Vraagschokken 54
  21. 21 5.Inkomens- en prijselasticiteiten voeden beleidskeuzes 55
  22. 22 Hoofdstuk 5: overheidsinterventie in het marktgebeuren. 57
  23. 23 1.prijsregulering 57
    1. 1.1 maximumprijs 57
    2. 1.2 minimumprijs 58
  24. 24 2. Quota 59
  25. 25 3.Indirecte belastingen en subsidies 60
    1. 3.1 btw en accijnzen 60
    2. 3.2 Verandering in het marktevenwicht als gevolg van de belasting 62
    3. 3.3 Verdeling van de belasting over consument en producent 64
    4. 3.4 Een belasting is niet wat ze lijkt 65
    5. 3.5 Belasting op de consument of op de producent? 66
  26. 26 4.De woonbonus: een subsidie voor de koper? 68
  27. 27 Hoofdstuk 12: de onzichtbare hand 69
  28. 28 1.Coördinatie en arbeidsverdeling 70
    1. 1.1 Traditie en sociale normen 70
    2. 1.2 Bevelsystemen 71
    3. 1.3 Marktsysteem 72
    4. 1.4 De werkelijkheid is ingewikkeld 73
  29. 29 2.Pareto-efficiëntie en verdeling 74
    1. 2.1 Pareto-efficiëntie 74
    2. 2.3 Verdeling van de welvaart 82
  30. 30 3. Marktfalingen 82
    1. 3.1 Onvolmaakte mededinging (MKj ≠ pj) 83
    2. 3.2 Externe effecten (MKj ≠ MMKj) 84
    3. 3.3 Publieke goederen (MPBij ≠ MBBij) 85
    4. 3.4 Imperfecte rationaliteit (MPBij ≠ MBBij) 85
    5. 3.5 Asymmetrische informatie (MPBij ≠ MBBij) 86
  31. 31 4.Overheid en markt 87
    1. 4.1 Zonder overheid geen markt, of: de markt is een keuze 87
    2. 4.2 De signaal- en coördinatiefunctie van het prijsmechanisme 88
    3. 4.3 Overheidsfalingen 89
  32. 32 Hoofdstuk 13: publieke goederen en externe effecten 90
  33. 33 1. publieke goederen 90
    1. 1.1 Niet-uitsluitbaarheid en niet-rivaliteit in consumptie 90
    2. 1.2 Quasipublieke goederen 91
    3. 1.3 Maatschappelijk wenselijk aanbod van zuiver publieke goederen 93
    4. 1.4 Het vrijbuitersprobleem 95
  34. 34 2.Externe effecten 97
    1. 2.1 Positieve en negatieve externe effecten in productie en consumptie 97
    2. 2.2 Pareto-efficiëntie bij externe effecten en het ‘optimale’ vervuilingsniveau 98
    3. 2.3 Uitstootnormen 101
    4. 2.4 Milieuheffingen 103
    5. 2.5 Verhandelbare emissierechten 105
  35. 35 Hoofdstuk 14: verdeling 106
    1. 1.Verdeling van wat? 107
    2. 2.Personele verdeling 111
    3. 2.2 decielenverdeling 112
    4. 2.3 Lorenz curve 113
    5. 2.4 ongelijkheidsmaatstaven 113
    6. 2.5 hoe groot is inkomensongelijkheid en neem deze toe 114
  36. 36 3.Armoede 117
    1. 3.1 Een absolute definitie van armoede 117
    2. 3.2 Een relatieve definitie van armoede 117
    3. 3.3 de armoede in rijke landen 118
  37. 37 Hoofdstuk 18: Macro-economische analyse 118
  38. 38 Hoofdstuk 20: het bbp als maatstaf van de economische activiteit 122
  39. 39 1.Nominaal en reel bbp 122
  40. 40 2.De link tussen nominaal en reëel bbp: de bbp-deflator 125
  41. 41 3.Van niveau naar groei 126
  42. 42 4.Groeicijfers als bril op wereld en geschiedenis 128
  43. 43 5.Inflatie en nominale groei 129
  44. 44 6.Groei van het bbp en welvaart 131
  45. 45 Hoofdstuk 24: de vraagzijde: de reële sfeer 133
  46. 46 1.Relatie tussen verschillende macro-economische modellen 134
  47. 47 2.Een eenvoudig model: een gesloten economie zonder overheid 135
    1. 2.2 de gewenste investeringen van de bedrijven 139
    2. 2.3 de structurele vorm van een economisch model 140
    3. 2.5 de evenwichtsproductie grafisch voorgesteld 143
    4. 2.6 de evenwichtsproductie: algebraïsche benadering 144
    5. 2.7 Comparatieve statica via de multiplicator 146
  48. 48 3.Een realistischer model: een open economie met overheid 148
    1. 3.1 De impact van de overheid op de aggregatieve vraag 148
    2. 3.2 De impact van de buitenlandse handel op de aggregatieve vraag 151
    3. 3.4. De multiplicator in een open economie met overheid 152
  49. 49 Hoofdstuk 25: het ISLM model 152
  50. 50 1.Het verband tussen de reële en de monetaire sfeer 155
  51. 51 2.De IS curve 156
  52. 52 3.De LM Curve 157
  53. 53 4.Het evenwicht in het IS-LM-schema 159
    1. 4.1 Het effect van een toename van de autonome investeringen 160
    2. 4.3 Het effect van een expansief monetair beleid 163
    3. 4.4De financiële crisis en de recessie van 2009 in het IS-LM-schema (the Great Recession) 164
  54. 54 5.Het IS-LM-model en de aggregatieve vraagcurve (AV) 166
    1. 5.1 Afleiding van de aggregatieve vraagcurve 166
  55. 55 Hoofdstuk 26: het aggregatieve aanbod 169
  56. 56 1.Specifieke kenmerken van de arbeidsmarkt 170
    1. 1.1 Rol vakbonden en werkgeversorganisaties (de sociale partners) 170
    2. 1.3 Loonrigiditeit 171
  57. 57 2.Evenwicht op de arbeidsmarkt met vakbonden en prijszetters 171
    1. 2.1 De onderhandelingscurve 171
    2. 2.2 De prijszettingscurve 173
  58. 58 3.De aggregatieve aanbodcurve 174
  59. 59 Hoofdstuk 27: het AV-AA model 177
  60. 60 1.Het AV-AA schema 178
  61. 61 2.Vraagschokken (AV) 178
  62. 62 3.Aanbodschokken (AA) 179
  63. 63 4.Aanbodbeleid en structurele hervormingen 181
  64. 64 5.AV-AA, inflatie en groei 182

Gekoppeld boek
 image
Uitgever: september 2017 ISBN: 9789462701090 Druk: 1

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
19 mei 2025
Aantal pagina's
183
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€13,98

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Verkocht
16
Volgers
0
Items
23
Laatst verkocht
2 maanden geleden




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen