CRIMINOLOGIE
INLEIDING
DEFINITIE CRIMINOLOGIE
CRIMINOLOGISCHE VRAAGSTUKKEN:
• Welke vormen van criminaliteit zijn er en wat is hun impact?
• Waarom plegen mensen criminaliteit? => bepaalde factoren die aanleiding geven tot het feit dat een
bepaald persoon crimineel gedrag stelt
• Welke maatregelen kunnen criminaliteit voorkomen?
• Welke kenmerken hebben daders en/of slachtoffers? => binnen de criminologie heb je vb. een
subdomein => victimologie
• Wat is de impact van bestraffing op de persoon?
• Hoe kijkt de samenleving aan tegen bestraffing? => maar ook ruimer, namelijk de reacties daarop
STUDIE CRIMINOLOGISCHE RELATIE
Studie van de criminologische relatie, waar je altijd 5 elementen zal terugvinden:
• Dader – Slachtoffer (kan ook indirect) – Criminaliteit – Etiologie (het zoeken naar oorzaken van
criminaliteit, waarom wordt iemand slachtoffer? …) – Reactie
CENTRAAL THEMA
Centraal thema: waarom plegen mensen criminaliteit?
Er zijn bepaalde kapstokken, theoretische inzichten die steeds gehanteerd zijn geweest en doorheen de tijd zijn
geëvolueerd
Individualiteit
• Eigen gedrag, vrije wil, rationele keuzes: men ging de oorzaken van criminaliteit zoeken binnen de
mensen zelf
• Als je uitgaat van het idee dat mensen over een vrije wil, keuze beschikken (homo
economicus die steeds kosten-batenanalyses maakt), dan ga je er ook vanuit dat er een
bepaalde schuld aanwezig kan zijn => impact op de bestraffing
• Psychologisch, biologisch, genetisch (frenologie)
Socialiteit
, • Interacties: het milieu, de sociale contacten, … die ervoor zullen zorgen dat die persoon sneller
geneigd zal zijn om crimineel gedrag te stellen of dit aangeleerd zal krijgen
• Social learning theory (Burges & Akers)
Cultuur en structuur
• Politiek, economisch, maatschappelijk
• Armoede, ongelijkheid, discriminatie
• => zullen leiden tot criminaliteit, het zijn overkoepelende oorzaken
• Strain theory:
• = het besef dat je op jezelf in een samenleving staat, je ongelijk behandeld voelt en het stress
oplevert dat je in een machteloze situatie zit.
• Zelf ongeacht je eigen status, ga je je vergelijken met anderen => kan leiden tot een strain
waardoor je toch delicten gaat stellen om toch aan die ongelijkheid te voldoen
Nature, nurture, culture?
Impact op preventie en aanpak criminaliteit
• Prioriteiten strafrechtelijk beleid, functie, omvang en alternatieven straffen (restorative justice)
VERSCHUIVING INZICHTEN
• Lombroso en de criminele antropologie: L'uomo delinquente (1876)
• Verwees vooral naar de ‘geboren delinquent’, het gaat om erfelijke eigenschappen van
iemand waardoor iemand criminele feiten zal plegen
• Discussie, tegenstelling (multitheoretisch en –factorisch)
• Veel van de kritieken die door criminologen naar voren worden geschoven, hebben niet
zozeer kritiek op de theorie op zich, maar vooral op de wijze waarop data is verzameld, de
vragen die werden gesteld, …
• Afhankelijk van focus, generaliseerbaarheid, methoden, …
• Evenwel methodologisch onderbouwd
METHODOLOGIE
• Bereiken wetenschappelijke kennis
• Dataverzameling en –analyse (theoretisch perspectief)
• Kwantitatieve en kwalitatieve methoden
CRIMINOLOGIE ALS WETENSCHAP
• Jonge discipline, tot stand gekomen rond eind 19 e eeuw
, • Garofalo: ‘criminologie’
• Opleiding criminologie: werd aanschouwd als een hulpwetenschap van de rechten (aparte tak binnen
de rechtenstudies)
• (niet-)juridisch => nu is het een autonome wetenschap geworden die losstaat van het
juridische
• Drie elementen
• Kennisobject
• Theorie
• Methodologie
• Universiteiten, hogescholen en wetenschappelijke instellingen (NICC: nationaal instituut voor
criminalistiek en criminologie)
KENNISOBJECT
Enge definitie:
• Criminaliteit en misdaad (misdaadkunde)
• Traditioneel strikt juridisch
• Inbreuken strafwet = misdrijven (Garofalo) – eerste keer gebruik concept
Brede definitie:
• Deviantie (normafwijkend of -overschrijdend) – invloed sociologie
• Overlast (incivilities, burgerschap): gedragingen die het goed burgerschap hinderen
• Dreiging (extremisme en terrorisme, spionage (zowel burgerlijk als militair), proliferatie, schadelijke
sectaire organisaties en criminele organisaties)
• Inmenging (poging om de besluitvorming te “beïnvloeden met ongeoorloofde, bedrieglijke of
clandestiene middelen” cfr Wet inlichtingen en veiligheidsdiensten),
• Ook ondermijning is binnen de criminologie een belangrijke term vandaag, waarbij je de
connectie krijgt tussen de onderwereld en de bovenwereld
• Onveiligheidsgevoelens:
• Opgang gemaakt binnen de criminologie, vooral omwille van enkele gebeurtenissen in België
• Ze behoorden lange tijd niet tot het domein waar criminologen mee bezig waren, maar
breder ook niet waar beleidsmakers mee bezig waren
• Onveiligheidsgevoelens zijn groter bij de oudere generaties
Variatie in tijd en ruimte
, Normatieve criminaliteitsdefinitie: criminaliteit dat indruist tegen de norm eg (straf)rechtsnormen, morele
normen, sociale normen
• Criminaliteit dat ingaat op bepaalde regels die er zijn
Reactieve criminaliteitsdefinitie: sociale reactie op gedrag/handeling (labelling, conflict, culturele criminologie)
• Niet zozeer het gedrag dat gesteld wordt, maar de reactie dat erop volgt
Strafrechtsbedeling – strafrechtsketen
• Criminaliserings- en decriminaliseringsproces
• Waar, wanneer en hoe criminaliseren
• Plegen en ook onthouden van gedrag wanneer het wel van je verwacht wordt (cf. schuldig
verzuim)
• Duel – euthanasie
• Opsporen
• Politie
• Bijzondere inspectiediensten (vb. ook douane)
• Opsporingsonderzoek – onder leiding van de procureur des Konings
• Gerechtelijk onderzoek – onder leiding van de onderzoeksrechter
• Vervolgen
• Minnelijke schikking, bemiddeling, dagvaarding strafrechter, sepot
• Straftoemeting
• Hoven en rechtbanken
• Beslissingsgronden
• Strafuitvoering
• Penologie
• Verschillende types van bestraffing: werkstraf, geldboete, gevangenisstraf
Actoren
• Wetgever, politiediensten, inlichtingendiensten, parketten, hoven en rechtbanken, gevangenissen,
strafuitvoeringsrechtbanken, justitiehuizen, transitiehuizen, forensische psychiatrische centra
(internering)
• Transitiehuizen: gedetineerden die einde traject zijn binnen de gevangenisstraf en nog in
detentie zouden moeten zitten, maar omwille van goed gedrag kunnen doorstromen naar
transitiehuizen. Een kleinschalig detentievorm waarbij een klein aantal gedetineerden
worden opgevangen, begeleid en kunnen proeven van het maatschappelijk leven
INLEIDING
DEFINITIE CRIMINOLOGIE
CRIMINOLOGISCHE VRAAGSTUKKEN:
• Welke vormen van criminaliteit zijn er en wat is hun impact?
• Waarom plegen mensen criminaliteit? => bepaalde factoren die aanleiding geven tot het feit dat een
bepaald persoon crimineel gedrag stelt
• Welke maatregelen kunnen criminaliteit voorkomen?
• Welke kenmerken hebben daders en/of slachtoffers? => binnen de criminologie heb je vb. een
subdomein => victimologie
• Wat is de impact van bestraffing op de persoon?
• Hoe kijkt de samenleving aan tegen bestraffing? => maar ook ruimer, namelijk de reacties daarop
STUDIE CRIMINOLOGISCHE RELATIE
Studie van de criminologische relatie, waar je altijd 5 elementen zal terugvinden:
• Dader – Slachtoffer (kan ook indirect) – Criminaliteit – Etiologie (het zoeken naar oorzaken van
criminaliteit, waarom wordt iemand slachtoffer? …) – Reactie
CENTRAAL THEMA
Centraal thema: waarom plegen mensen criminaliteit?
Er zijn bepaalde kapstokken, theoretische inzichten die steeds gehanteerd zijn geweest en doorheen de tijd zijn
geëvolueerd
Individualiteit
• Eigen gedrag, vrije wil, rationele keuzes: men ging de oorzaken van criminaliteit zoeken binnen de
mensen zelf
• Als je uitgaat van het idee dat mensen over een vrije wil, keuze beschikken (homo
economicus die steeds kosten-batenanalyses maakt), dan ga je er ook vanuit dat er een
bepaalde schuld aanwezig kan zijn => impact op de bestraffing
• Psychologisch, biologisch, genetisch (frenologie)
Socialiteit
, • Interacties: het milieu, de sociale contacten, … die ervoor zullen zorgen dat die persoon sneller
geneigd zal zijn om crimineel gedrag te stellen of dit aangeleerd zal krijgen
• Social learning theory (Burges & Akers)
Cultuur en structuur
• Politiek, economisch, maatschappelijk
• Armoede, ongelijkheid, discriminatie
• => zullen leiden tot criminaliteit, het zijn overkoepelende oorzaken
• Strain theory:
• = het besef dat je op jezelf in een samenleving staat, je ongelijk behandeld voelt en het stress
oplevert dat je in een machteloze situatie zit.
• Zelf ongeacht je eigen status, ga je je vergelijken met anderen => kan leiden tot een strain
waardoor je toch delicten gaat stellen om toch aan die ongelijkheid te voldoen
Nature, nurture, culture?
Impact op preventie en aanpak criminaliteit
• Prioriteiten strafrechtelijk beleid, functie, omvang en alternatieven straffen (restorative justice)
VERSCHUIVING INZICHTEN
• Lombroso en de criminele antropologie: L'uomo delinquente (1876)
• Verwees vooral naar de ‘geboren delinquent’, het gaat om erfelijke eigenschappen van
iemand waardoor iemand criminele feiten zal plegen
• Discussie, tegenstelling (multitheoretisch en –factorisch)
• Veel van de kritieken die door criminologen naar voren worden geschoven, hebben niet
zozeer kritiek op de theorie op zich, maar vooral op de wijze waarop data is verzameld, de
vragen die werden gesteld, …
• Afhankelijk van focus, generaliseerbaarheid, methoden, …
• Evenwel methodologisch onderbouwd
METHODOLOGIE
• Bereiken wetenschappelijke kennis
• Dataverzameling en –analyse (theoretisch perspectief)
• Kwantitatieve en kwalitatieve methoden
CRIMINOLOGIE ALS WETENSCHAP
• Jonge discipline, tot stand gekomen rond eind 19 e eeuw
, • Garofalo: ‘criminologie’
• Opleiding criminologie: werd aanschouwd als een hulpwetenschap van de rechten (aparte tak binnen
de rechtenstudies)
• (niet-)juridisch => nu is het een autonome wetenschap geworden die losstaat van het
juridische
• Drie elementen
• Kennisobject
• Theorie
• Methodologie
• Universiteiten, hogescholen en wetenschappelijke instellingen (NICC: nationaal instituut voor
criminalistiek en criminologie)
KENNISOBJECT
Enge definitie:
• Criminaliteit en misdaad (misdaadkunde)
• Traditioneel strikt juridisch
• Inbreuken strafwet = misdrijven (Garofalo) – eerste keer gebruik concept
Brede definitie:
• Deviantie (normafwijkend of -overschrijdend) – invloed sociologie
• Overlast (incivilities, burgerschap): gedragingen die het goed burgerschap hinderen
• Dreiging (extremisme en terrorisme, spionage (zowel burgerlijk als militair), proliferatie, schadelijke
sectaire organisaties en criminele organisaties)
• Inmenging (poging om de besluitvorming te “beïnvloeden met ongeoorloofde, bedrieglijke of
clandestiene middelen” cfr Wet inlichtingen en veiligheidsdiensten),
• Ook ondermijning is binnen de criminologie een belangrijke term vandaag, waarbij je de
connectie krijgt tussen de onderwereld en de bovenwereld
• Onveiligheidsgevoelens:
• Opgang gemaakt binnen de criminologie, vooral omwille van enkele gebeurtenissen in België
• Ze behoorden lange tijd niet tot het domein waar criminologen mee bezig waren, maar
breder ook niet waar beleidsmakers mee bezig waren
• Onveiligheidsgevoelens zijn groter bij de oudere generaties
Variatie in tijd en ruimte
, Normatieve criminaliteitsdefinitie: criminaliteit dat indruist tegen de norm eg (straf)rechtsnormen, morele
normen, sociale normen
• Criminaliteit dat ingaat op bepaalde regels die er zijn
Reactieve criminaliteitsdefinitie: sociale reactie op gedrag/handeling (labelling, conflict, culturele criminologie)
• Niet zozeer het gedrag dat gesteld wordt, maar de reactie dat erop volgt
Strafrechtsbedeling – strafrechtsketen
• Criminaliserings- en decriminaliseringsproces
• Waar, wanneer en hoe criminaliseren
• Plegen en ook onthouden van gedrag wanneer het wel van je verwacht wordt (cf. schuldig
verzuim)
• Duel – euthanasie
• Opsporen
• Politie
• Bijzondere inspectiediensten (vb. ook douane)
• Opsporingsonderzoek – onder leiding van de procureur des Konings
• Gerechtelijk onderzoek – onder leiding van de onderzoeksrechter
• Vervolgen
• Minnelijke schikking, bemiddeling, dagvaarding strafrechter, sepot
• Straftoemeting
• Hoven en rechtbanken
• Beslissingsgronden
• Strafuitvoering
• Penologie
• Verschillende types van bestraffing: werkstraf, geldboete, gevangenisstraf
Actoren
• Wetgever, politiediensten, inlichtingendiensten, parketten, hoven en rechtbanken, gevangenissen,
strafuitvoeringsrechtbanken, justitiehuizen, transitiehuizen, forensische psychiatrische centra
(internering)
• Transitiehuizen: gedetineerden die einde traject zijn binnen de gevangenisstraf en nog in
detentie zouden moeten zitten, maar omwille van goed gedrag kunnen doorstromen naar
transitiehuizen. Een kleinschalig detentievorm waarbij een klein aantal gedetineerden
worden opgevangen, begeleid en kunnen proeven van het maatschappelijk leven