VERMAATSCHAPPELIJKING TEKSTEN
TEKST 1: HET MENSBEELD ACHTER VERMAATSCHAPPELIJKING
Vermaatschappelijking wordt vaak beschouwd als een nieuwe ontwikkeling, maar kan evengoed gezien
worden als een historische constante. Licht toe wat er doorheen de geschiedenis precies terugkeert of
constant blijft.
Vermaatschappelijking verwijst naar de verhouding tussen burger en overheid en hoe zorg en ondersteuning
voor kwetsbare burgers wordt georganiseerd. Doorheen de geschiedenis blijft het idee constant dat burgers
een rol spelen in de zorg voor elkaar. Vroeger gebeurde dit binnen de gemeenschap en familie, en vandaag zien
we dat de overheid burgers opnieuw meer verantwoordelijkheid geeft voor zorg, vaak via informele
netwerken. De spanning tussen publieke zorg en de verwachtingen van burgerparticipatie is een terugkerend
thema. Dit reflecteert ook in de solidariteitsmechanismen die zich in verschillende vormen ontwikkelen,
afhankelijk van het sociaal en politiek klimaat.
Leg in eigen woorden het verschil uit tussen koude en warme solidariteit, en illustreer ze elk met een
concreet voorbeeld.
Koude solidariteit: Dit verwijst naar een vorm van collectieve solidariteit waarbij iedereen, ongeacht
persoonlijke omstandigheden of banden, toegang krijgt tot gelijke rechten en zorg via een sociaal systeem dat
door de staat wordt gegarandeerd. Een voorbeeld hiervan is het universele recht op gezondheidszorg of sociale
uitkeringen, zoals werkloosheidsuitkeringen, die voor iedereen gelden.
Warme solidariteit: Dit gaat over zorg en ondersteuning die ontstaat binnen persoonlijke, vaak familiale of
gemeenschapsverbanden, gebaseerd op morele verplichtingen. Een voorbeeld is een familie die zorgt voor een
oudere of zieke persoon, zonder directe tussenkomst van formele instanties.
De auteurs hebben vragen bij het mensbeeld dat onderliggend is aan de klemtoon op vermaatschappelijking
in het huidige welzijnsbeleid. Benoem 2 valkuilen die met dit mensbeeld geassocieerd kunnen worden.
Illustreer die telkens met een voorbeeld.
Zelfredzaamheid als ideaal: De veronderstelling dat iedereen altijd in staat is om zelfstandig keuzes te maken
en zijn eigen zorg te organiseren, kan problematisch zijn. Bijvoorbeeld, iemand met een verstandelijke
beperking kan niet altijd zelfredzaam zijn, ondanks het beleid dat hen deze verantwoordelijkheid geeft. Ze
worden dan mogelijk onvoldoende ondersteund als hun netwerk ontbreekt.
Overbelasting van informele zorg: Het idee dat zorg eerst bij het informele netwerk moet worden gezocht, legt
veel druk op mantelzorgers en familie. In een situatie waarin bijvoorbeeld een ouder familielid langdurige en
intensieve zorg nodig heeft, kan dit leiden tot uitputting van mantelzorgers en spanning binnen families, omdat
de formele zorg pas ingrijpt als het netwerk niet meer kan.
TEKST 2: ZOVEEL MOGELIJK OUDER ZO LANG MOGELIJK THUIS IS SCHULDIG VERZUIM
Zo veel mogelijk ouderen zo lang mogelijk thuis laten wonen, wordt vandaag vaak als ideaal vooropgesteld.
De tekst toont aan dat er echter ook bezwaren bij kunnen worden geformuleerd. Licht drie mogelijke
bezwaren in eigen woorden toe.
Zware belasting voor familie en vrijwilligers: Het voorbeeld van de negentigjarige vrouw toont hoe familie en
vrijwilligers zich vaak in complexe en zware zorgsituaties bevinden. In dit geval zijn vier personen nodig om
haar ’s nachts gezelschap te houden, wat aangeeft hoe intens de zorgbehoeften kunnen zijn. Dit legt een grote
druk op mantelzorgers, die zelf niet eens in hun eigen bed kunnen slapen.
1
,Onaangepaste woonomstandigheden: Veel ouderen wonen in huizen die niet geschikt zijn voor hun
veranderende fysieke en mentale behoeften. Ze leven in energieverslindende woningen met trappen, onveilige
badkamers en keukens die niet meer functioneel zijn. Bovendien bevinden deze woningen zich vaak in buurten
zonder nabijgelegen voorzieningen zoals winkels of zorgdiensten, wat hun mobiliteit en levenskwaliteit verder
beperkt.
Tekort aan zorgpersoneel en vrijwilligers: Er is een groeiend tekort aan zorgpersoneel en vrijwilligers om
thuiszorg te bieden. Het idee dat ouderen thuis kunnen blijven wonen, is afhankelijk van de beschikbaarheid
van deze hulp. Aangezien er al problemen zijn met het vinden van genoeg vrijwilligers, lijkt dit model op lange
termijn niet houdbaar.
TEKST 3: ERVARINGSDESKUNDIGHEID MOET JE POLITISEREN
De auteurs stellen dat ervaringswerkers een politiserende rol hebben. Leg in eigen woorden uit wat hiermee
bedoeld wordt.
Ervaringswerkers hebben een politiserende rol omdat zij opkomen voor de belangen en perspectieven van
mensen in kwetsbare leefsituaties. Dit houdt in dat zij de kloof tussen cliënten en zorgverleners overbruggen,
en zorgen dat de stem en ervaringen van cliënten worden gehoord en meegenomen in het zorgproces. Door
hun eigen ervaringen te delen, helpen zij de professionals om beter te begrijpen wat cliënten nodig hebben en
dragen zij bij aan een zorgpraktijk die aansluit bij de leefwereld van deze mensen. Hun rol is dus niet alleen
reactief, maar ook actief in het beïnvloeden van het beleid en de zorgverlening vanuit een
mensenrechtenperspectief.
De politiserende rol van ervaringswerk kan ook gefnuikt worden. Beschrijf twee risico’s die een aanleiding
kunnen geven tot depolitisering.
Isolatie van ervaringswerkers: Wanneer ervaringswerkers niet de ruimte krijgen om hun kennis en ervaringen in
te brengen in het zorgproces, kunnen zij geïsoleerd raken. Dit betekent dat hun bijdrage niet serieus wordt
genomen en dat zij slechts als figuranten binnen een professioneel kader worden gezien, wat hun impact
vermindert.
Integratie in bestaande logica's: Als ervaringswerkers worden geïntegreerd in de professionele logica's van de
zorg zonder hun unieke perspectief mee te nemen, bestaat het risico dat hun rol wordt gereduceerd tot het
bevestigen van de bestaande structuren en ideologieën van hulpverleners. Hierdoor kunnen ze hun invloed
verliezen en kan hun potentieel om te pleiten voor verandering in de zorgverlening tenietgedaan worden.
Wanneer geeft de inzet op ervaringskennis aanleiding tot een verdeelde visie op zorgverlening?
Ervaringskennis kan aanleiding geven tot een verdeelde visie op zorgverlening wanneer deze kennis boven
professionele kennis wordt verheven. Als er een eenzijdige focus is op ervaringskennis, kunnen de waarde en
het belang van professionele kennis en expertise in de zorgverlening ondermijnd worden. Dit creëert een
onevenwicht in de machtsbalans tussen ervaringswerkers en professionals, wat kan leiden tot conflicten over
welke kennis als leidend wordt beschouwd in de zorgverlening.
Wat is nodig om te kunnen spreken van een gedeelde visie op zorgverlening?
Voor een gedeelde visie op zorgverlening is het essentieel dat ervaringskennis en professionele kennis in een
cocreatief proces worden geïntegreerd. Dit houdt in dat zowel ervaringswerkers als professionals
samenwerken in een dialoog om hun verschillende vormen van kennis en ervaring te verbinden. Deze
samenwerking moet gericht zijn op het creëren van een gelijkwaardige machtsbalans waarbij zowel de
behoeften van cliënten als de deskundigheid van zorgverleners worden erkend en gerespecteerd. Het doel is
om samen te streven naar menswaardige en rechtvaardige zorg in een samenleving die de rechten van alle
burgers respecteert.
2
, TEKST 4: TIEN CLICHÉS OVER ERVARINGSDESKUNDIGHEID
Kies uit de tekst drie clichés over ervaringsdeskundigheid en leg uit waarom dit clichés zijn.
1. De ervaringsdeskundige is een bruggenbouwer.
o Waarom een cliché? Dit cliché suggereert dat ervaringsdeskundigen voornamelijk fungeren
als tussenpersoon tussen patiënten en hulpverleners. Het idee dat ervaringsdeskundigen
alleen als bruggenbouwers werken, veronderstelt dat de psychiatrie een negatieve of
afstandelijke relatie heeft met patiënten. Dit onderschat de waarde van
ervaringsdeskundigen en hun veelzijdige rol in de behandeling.
2. De ervaringsdeskundige maakt goed contact.
o Waarom een cliché? Dit cliché stelt dat ervaringsdeskundigen automatisch beter contact
maken met cliënten vanwege gedeelde ervaringen. Het veronderstelt dat deze connectie
altijd positief en effectief is, terwijl het in de praktijk ook kan leiden tot een gebrek aan
professionaliteit of omgekeerde effecten, waarbij de ervaringsdeskundige niet altijd de juiste
grenzen weet te stellen.
3. De ervaringsdeskundige is niet meer dan een veredeld maatje.
o Waarom een cliché? Dit cliché gaat ervan uit dat de rol van de ervaringsdeskundige beperkt is
tot informele ondersteuning, zoals een vriend of maatje. Het negeert de professionele
verantwoordelijkheden en de impact die ervaringsdeskundigen kunnen hebben in
therapeutische en educatieve contexten.
Welke mogelijk positieve en negatieve aspecten van werken met ervaringsdeskundigen halen de gekozen
clichés aan?
Positieve Aspecten:
o Bruggenbouwer: Ervaringsdeskundigen kunnen een vertrouwensband opbouwen die het voor
cliënten makkelijker maakt om hulp te zoeken.
o Goed contact: Hun vermogen om empathie te tonen kan leiden tot een veiligere omgeving
voor cliënten, waar ze zich gehoord en begrepen voelen.
o Veredeld maatje: Deze rol kan cliënten minder bedreigend en meer ontspannen maken,
waardoor ze makkelijker openstellen over hun problemen.
Negatieve Aspecten:
o Bruggenbouwer: Dit kan de indruk wekken dat ervaringsdeskundigen slechts een tussenstap
zijn in het behandelproces, wat hun expertise ondermijnt.
o Goed contact: Te veel nabijheid kan leiden tot verwarring over de rol van de
ervaringsdeskundige, wat de therapeutische relatie kan schaden.
o Veredeld maatje: Dit kan leiden tot een verminderde professionaliteit, waar cliënten meer
behoefte hebben aan een gestructureerde en begeleide aanpak.
Geef een eigen voorbeeld (of een voorbeeld uit de les) dat aantoont dat een bestaand cliché genuanceerd
dient te worden.
3
TEKST 1: HET MENSBEELD ACHTER VERMAATSCHAPPELIJKING
Vermaatschappelijking wordt vaak beschouwd als een nieuwe ontwikkeling, maar kan evengoed gezien
worden als een historische constante. Licht toe wat er doorheen de geschiedenis precies terugkeert of
constant blijft.
Vermaatschappelijking verwijst naar de verhouding tussen burger en overheid en hoe zorg en ondersteuning
voor kwetsbare burgers wordt georganiseerd. Doorheen de geschiedenis blijft het idee constant dat burgers
een rol spelen in de zorg voor elkaar. Vroeger gebeurde dit binnen de gemeenschap en familie, en vandaag zien
we dat de overheid burgers opnieuw meer verantwoordelijkheid geeft voor zorg, vaak via informele
netwerken. De spanning tussen publieke zorg en de verwachtingen van burgerparticipatie is een terugkerend
thema. Dit reflecteert ook in de solidariteitsmechanismen die zich in verschillende vormen ontwikkelen,
afhankelijk van het sociaal en politiek klimaat.
Leg in eigen woorden het verschil uit tussen koude en warme solidariteit, en illustreer ze elk met een
concreet voorbeeld.
Koude solidariteit: Dit verwijst naar een vorm van collectieve solidariteit waarbij iedereen, ongeacht
persoonlijke omstandigheden of banden, toegang krijgt tot gelijke rechten en zorg via een sociaal systeem dat
door de staat wordt gegarandeerd. Een voorbeeld hiervan is het universele recht op gezondheidszorg of sociale
uitkeringen, zoals werkloosheidsuitkeringen, die voor iedereen gelden.
Warme solidariteit: Dit gaat over zorg en ondersteuning die ontstaat binnen persoonlijke, vaak familiale of
gemeenschapsverbanden, gebaseerd op morele verplichtingen. Een voorbeeld is een familie die zorgt voor een
oudere of zieke persoon, zonder directe tussenkomst van formele instanties.
De auteurs hebben vragen bij het mensbeeld dat onderliggend is aan de klemtoon op vermaatschappelijking
in het huidige welzijnsbeleid. Benoem 2 valkuilen die met dit mensbeeld geassocieerd kunnen worden.
Illustreer die telkens met een voorbeeld.
Zelfredzaamheid als ideaal: De veronderstelling dat iedereen altijd in staat is om zelfstandig keuzes te maken
en zijn eigen zorg te organiseren, kan problematisch zijn. Bijvoorbeeld, iemand met een verstandelijke
beperking kan niet altijd zelfredzaam zijn, ondanks het beleid dat hen deze verantwoordelijkheid geeft. Ze
worden dan mogelijk onvoldoende ondersteund als hun netwerk ontbreekt.
Overbelasting van informele zorg: Het idee dat zorg eerst bij het informele netwerk moet worden gezocht, legt
veel druk op mantelzorgers en familie. In een situatie waarin bijvoorbeeld een ouder familielid langdurige en
intensieve zorg nodig heeft, kan dit leiden tot uitputting van mantelzorgers en spanning binnen families, omdat
de formele zorg pas ingrijpt als het netwerk niet meer kan.
TEKST 2: ZOVEEL MOGELIJK OUDER ZO LANG MOGELIJK THUIS IS SCHULDIG VERZUIM
Zo veel mogelijk ouderen zo lang mogelijk thuis laten wonen, wordt vandaag vaak als ideaal vooropgesteld.
De tekst toont aan dat er echter ook bezwaren bij kunnen worden geformuleerd. Licht drie mogelijke
bezwaren in eigen woorden toe.
Zware belasting voor familie en vrijwilligers: Het voorbeeld van de negentigjarige vrouw toont hoe familie en
vrijwilligers zich vaak in complexe en zware zorgsituaties bevinden. In dit geval zijn vier personen nodig om
haar ’s nachts gezelschap te houden, wat aangeeft hoe intens de zorgbehoeften kunnen zijn. Dit legt een grote
druk op mantelzorgers, die zelf niet eens in hun eigen bed kunnen slapen.
1
,Onaangepaste woonomstandigheden: Veel ouderen wonen in huizen die niet geschikt zijn voor hun
veranderende fysieke en mentale behoeften. Ze leven in energieverslindende woningen met trappen, onveilige
badkamers en keukens die niet meer functioneel zijn. Bovendien bevinden deze woningen zich vaak in buurten
zonder nabijgelegen voorzieningen zoals winkels of zorgdiensten, wat hun mobiliteit en levenskwaliteit verder
beperkt.
Tekort aan zorgpersoneel en vrijwilligers: Er is een groeiend tekort aan zorgpersoneel en vrijwilligers om
thuiszorg te bieden. Het idee dat ouderen thuis kunnen blijven wonen, is afhankelijk van de beschikbaarheid
van deze hulp. Aangezien er al problemen zijn met het vinden van genoeg vrijwilligers, lijkt dit model op lange
termijn niet houdbaar.
TEKST 3: ERVARINGSDESKUNDIGHEID MOET JE POLITISEREN
De auteurs stellen dat ervaringswerkers een politiserende rol hebben. Leg in eigen woorden uit wat hiermee
bedoeld wordt.
Ervaringswerkers hebben een politiserende rol omdat zij opkomen voor de belangen en perspectieven van
mensen in kwetsbare leefsituaties. Dit houdt in dat zij de kloof tussen cliënten en zorgverleners overbruggen,
en zorgen dat de stem en ervaringen van cliënten worden gehoord en meegenomen in het zorgproces. Door
hun eigen ervaringen te delen, helpen zij de professionals om beter te begrijpen wat cliënten nodig hebben en
dragen zij bij aan een zorgpraktijk die aansluit bij de leefwereld van deze mensen. Hun rol is dus niet alleen
reactief, maar ook actief in het beïnvloeden van het beleid en de zorgverlening vanuit een
mensenrechtenperspectief.
De politiserende rol van ervaringswerk kan ook gefnuikt worden. Beschrijf twee risico’s die een aanleiding
kunnen geven tot depolitisering.
Isolatie van ervaringswerkers: Wanneer ervaringswerkers niet de ruimte krijgen om hun kennis en ervaringen in
te brengen in het zorgproces, kunnen zij geïsoleerd raken. Dit betekent dat hun bijdrage niet serieus wordt
genomen en dat zij slechts als figuranten binnen een professioneel kader worden gezien, wat hun impact
vermindert.
Integratie in bestaande logica's: Als ervaringswerkers worden geïntegreerd in de professionele logica's van de
zorg zonder hun unieke perspectief mee te nemen, bestaat het risico dat hun rol wordt gereduceerd tot het
bevestigen van de bestaande structuren en ideologieën van hulpverleners. Hierdoor kunnen ze hun invloed
verliezen en kan hun potentieel om te pleiten voor verandering in de zorgverlening tenietgedaan worden.
Wanneer geeft de inzet op ervaringskennis aanleiding tot een verdeelde visie op zorgverlening?
Ervaringskennis kan aanleiding geven tot een verdeelde visie op zorgverlening wanneer deze kennis boven
professionele kennis wordt verheven. Als er een eenzijdige focus is op ervaringskennis, kunnen de waarde en
het belang van professionele kennis en expertise in de zorgverlening ondermijnd worden. Dit creëert een
onevenwicht in de machtsbalans tussen ervaringswerkers en professionals, wat kan leiden tot conflicten over
welke kennis als leidend wordt beschouwd in de zorgverlening.
Wat is nodig om te kunnen spreken van een gedeelde visie op zorgverlening?
Voor een gedeelde visie op zorgverlening is het essentieel dat ervaringskennis en professionele kennis in een
cocreatief proces worden geïntegreerd. Dit houdt in dat zowel ervaringswerkers als professionals
samenwerken in een dialoog om hun verschillende vormen van kennis en ervaring te verbinden. Deze
samenwerking moet gericht zijn op het creëren van een gelijkwaardige machtsbalans waarbij zowel de
behoeften van cliënten als de deskundigheid van zorgverleners worden erkend en gerespecteerd. Het doel is
om samen te streven naar menswaardige en rechtvaardige zorg in een samenleving die de rechten van alle
burgers respecteert.
2
, TEKST 4: TIEN CLICHÉS OVER ERVARINGSDESKUNDIGHEID
Kies uit de tekst drie clichés over ervaringsdeskundigheid en leg uit waarom dit clichés zijn.
1. De ervaringsdeskundige is een bruggenbouwer.
o Waarom een cliché? Dit cliché suggereert dat ervaringsdeskundigen voornamelijk fungeren
als tussenpersoon tussen patiënten en hulpverleners. Het idee dat ervaringsdeskundigen
alleen als bruggenbouwers werken, veronderstelt dat de psychiatrie een negatieve of
afstandelijke relatie heeft met patiënten. Dit onderschat de waarde van
ervaringsdeskundigen en hun veelzijdige rol in de behandeling.
2. De ervaringsdeskundige maakt goed contact.
o Waarom een cliché? Dit cliché stelt dat ervaringsdeskundigen automatisch beter contact
maken met cliënten vanwege gedeelde ervaringen. Het veronderstelt dat deze connectie
altijd positief en effectief is, terwijl het in de praktijk ook kan leiden tot een gebrek aan
professionaliteit of omgekeerde effecten, waarbij de ervaringsdeskundige niet altijd de juiste
grenzen weet te stellen.
3. De ervaringsdeskundige is niet meer dan een veredeld maatje.
o Waarom een cliché? Dit cliché gaat ervan uit dat de rol van de ervaringsdeskundige beperkt is
tot informele ondersteuning, zoals een vriend of maatje. Het negeert de professionele
verantwoordelijkheden en de impact die ervaringsdeskundigen kunnen hebben in
therapeutische en educatieve contexten.
Welke mogelijk positieve en negatieve aspecten van werken met ervaringsdeskundigen halen de gekozen
clichés aan?
Positieve Aspecten:
o Bruggenbouwer: Ervaringsdeskundigen kunnen een vertrouwensband opbouwen die het voor
cliënten makkelijker maakt om hulp te zoeken.
o Goed contact: Hun vermogen om empathie te tonen kan leiden tot een veiligere omgeving
voor cliënten, waar ze zich gehoord en begrepen voelen.
o Veredeld maatje: Deze rol kan cliënten minder bedreigend en meer ontspannen maken,
waardoor ze makkelijker openstellen over hun problemen.
Negatieve Aspecten:
o Bruggenbouwer: Dit kan de indruk wekken dat ervaringsdeskundigen slechts een tussenstap
zijn in het behandelproces, wat hun expertise ondermijnt.
o Goed contact: Te veel nabijheid kan leiden tot verwarring over de rol van de
ervaringsdeskundige, wat de therapeutische relatie kan schaden.
o Veredeld maatje: Dit kan leiden tot een verminderde professionaliteit, waar cliënten meer
behoefte hebben aan een gestructureerde en begeleide aanpak.
Geef een eigen voorbeeld (of een voorbeeld uit de les) dat aantoont dat een bestaand cliché genuanceerd
dient te worden.
3