Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 104 pagina's
Samenvatting

Samenvatting bafi week 1 tem 5

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 104 pagina's

bafi samenvatting week 1 tem 5 2025

Voorbeeld van de inhoud

BAFI
samenvatting Amy Buffel




begrippenlijst


fiat geld Fiatgeld is geld zonder intrinsieke
waarde, dat zijn waarde enkel haalt uit
het vertrouwen dat mensen erin hebben
én het feit dat het door de overheid wordt
aangeduid als wettig betaalmiddel.

Niet gedekt door goud of andere activa.
Wordt uitgegeven door centrale banken
(bv. de ECB in Europa).
Waarde = gebaseerd op vertrouwen van
de bevolking en economie.
Voorbeeld: euro, dollar, yen…


effecten Effecten zijn financiële producten die op
een beurs worden verhandeld. De
bekendste voorbeelden van effecten zijn
aandelen, obligaties, beleggingsfondsen,
ETF’s, opties, futures, en
hefboomproducten. Andere woorden voor
effecten zijn ‘financiële waarden’ en
‘securities’.

ROE ROE staat voor Return on Equity of
rendement op eigen vermogen. Het is een
maatstaf om de rentabiliteit of
winstgevendheid te bepalen.
Het rendement op eigen vermogen wordt
berekend door de nettowinst te delen door
het eigen vermogen van de onderneming
(= de middelen van het bedrijf zelf, staat
tegenover het vreemd vermogen of de
financiering met schulden).
Een ROE van 10% geeft aan dat een bedrijf


1

, voor elke 100 euro aan eigen vermogen 10
euro winst maakt. Deze ratio moet steeds
gecombineerd worden met andere
kerncijfers om een totaalbeeld van de
rendabiliteit te bekomen. Zo zal een
bedrijf met veel schuldfinanciering soms
een goed rendement op eigen vermogen
vertonen, maar zal het een hoger
liquiditeitsrisico lopen als de activiteiten
minder goed zijn en de onderneming
problemen krijgt om de schulden te
financieren.


adverse selectie In economics, insurance, and risk
management, adverse selection is a
market situation where asymmetric
information results in a party taking
advantage of undisclosed information to
benefit more from a contract or trade.


FED federal reserve. De Fed is de centrale
bank van de VS. Ze bepaalt de rente, regelt
de geldhoeveelheid en grijpt in bij
financiële crisissen.
Haar beslissingen hebben een enorme
invloed — wereldwijd, ook op Europese
economieën.

Een solvabiliteitsprobleem betekent dat
Solvabiliteitsprobleem – "mijn schulden de totale schulden van de bank groter
zijn groter dan mijn bezittingen" zijn dan haar activa → de bank is in
essentie technisch failliet.

Dus: zelfs al zou de bank al haar
bezittingen verkopen, ze kan haar
schulden niet terugbetalen.

●​ Dit is veel ernstiger dan een
liquiditeitsprobleem.
●​ Meestal leidt dit tot:​

○​ Herkapitalisatie door
overheid of aandeelhouders
○​ Overname door een andere
bank


2

, ○​ Faillissement


Een liquiditeitsprobleem betekent dat de
Liquiditeitsprobleem – "ik heb nú geen bank tijdelijk niet genoeg cash of direct
geld, maar ben niet failliet" beschikbare middelen heeft om aan
haar kortetermijnverplichtingen te
voldoen (zoals geldopnames door
klanten).

Klanten willen massaal hun spaargeld
opnemen (bankrun). De bank heeft dat
geld uitgeleend als leningen of
geïnvesteerd (bv. in staatsobligaties). Die
beleggingen zijn op zich waardevol, maar
niet direct opvraagbaar. Dus: de bank
heeft voldoende bezittingen, maar niet
onmiddellijk beschikbaar.​
Ze is "rijk, maar niet liquide".

●​ Tijdelijk geld lenen van de
centrale bank of andere banken.
●​ Verkopen van liquide activa (bv.
staatsobligaties) — maar dat kan
verlies opleveren.


Elke solvabiliteitscrisis leidt ook tot
liquiditeitsproblemen.

Maar niet elk liquiditeitsprobleem
betekent dat een bank insolvent is.


de twee elementaire stukken van kapitaal Dat is wat aandeelhouders hebben
ingebracht. En de gereserveerde winsten,

CET 1 De Core Equity Tier 1 ratio (CET1-ratio)
geeft de verhouding weer tussen het
kernkapitaal van een bank als percentage
van de risicogewogen activa




3

, Inleiding tot de Economische en Financiële Omgeving (2025)

Economische situatie wereldwijd

De wereldeconomie toont in 2025 een gespreid beeld, waarbij vooral de eurozone
kampt met trage economische groei. Volgens recente vooruitzichten van het
Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Europese Commissie blijft de
economische groei in Europa beperkt, terwijl de Verenigde Staten relatief beter
presteren. Toch is er geen sprake van een volledige recessie, behalve in de Duitse
industriële sector die zwaar onder druk staat.

De onderliggende inflatie – aanvankelijk aangewakkerd door energieprijzen en
verstoorde toeleveringsketens – is opnieuw aan het dalen en beweegt zich richting de
2%-doelstelling van de centrale banken. Dit creëert ruimte voor een versoepeling van
het eerder agressieve monetaire beleid.

Monetaire beleidsreacties: van restrictief naar versoepelend

In reactie op de inflatiepieken sinds 2022, voerden centrale banken zoals de Federal
Reserve (VS) en de Europese Centrale Bank (ECB) een zeer restrictief monetair beleid.
Dit uitte zich in sterke renteverhogingen en de afbouw van hun balans via quantitative
tightening (QT), als tegenhanger van het vroegere quantitative easing (QE).

Federal Reserve

●​ Verhoogde haar beleidsrente tot 5,5%, de snelste renteverhoging in decennia.
●​ In 2024 werd gestart met rentecuts, maar in 2025 blijkt de inflatie in de VS
hardnekkiger dan verwacht, wat het rentepad onzeker maakt.
●​ Beleid blijft dus restrictief, met risico op politieke inmenging (bv. Trump die
lagere rentes vraagt).

Europese Centrale Bank

●​ Inflatie daalt, maar de groei blijft zwak.
●​ Beleidsrente (DFR) werd opgetrokken tot 4%, met eerste renteverlagingen in juni
en december 2024.
●​ In januari 2025 volgde een nieuwe renteverlaging tot 2,75%.
●​ ECB blijft op haar hoede voor groeivertraging en versoepelt geleidelijk het beleid.​


4

Inhoudsopgave

  1. 01 BAFI 1
  2. 02 begrippenlijst 1
  3. 03 Inleiding tot de Economische en Financiële Omgeving (2025) 4
    1. Economische situatie wereldwijd 4
    2. Monetaire beleidsreacties: van restrictief naar versoepelend 4
    3. Inflatie, rentes en financiële markten 5
    4. De impact op banken 5
    5. Specifiek: Belgische context 6
  4. 04 actua bij les 19/02 6
    1. Waar komt die inflatie vandaan? 9
    2. Implicaties voor de markten 9
    3. Waarom is dit belangrijk? 10
  5. 05 H1: GELD — Betekenis, Evolutie en Geldstelsels 11
    1. 1 Wat is geld? 11
    2. 2 Geldsoorten 11
    3. 3 Geldstelsels 12
    4. 4 Modern betalingsverkeer 13
    5. Crypto-activa 13
    6. Trends en Toekomst 16
    7. 6. CBDC – Central Bank Digital Currency 18
  6. 06 H2 financiële intermediatie 21
    1. Wat is financiële intermediatie? 21
    2. Slide 2–3: Surplus- en deficitsectoren (S – I) 21
    3. Slide 4–6: Banken vs. financiële markten 21
    4. Slide 7–10: Capital Markets Union (CMU) 22
    5. Slide 11–13: Structuur van financiële markten 22
    6. Slide 12: Obligaties vs. Aandelen 22
    7. Slide 14–16: Wie speelt op de financiële markten? 23
    8. Slide 17–18: VS domineert investment banking 23
    9. Slide 19: Theorie van intermediatie 23
    10. waarom bestaan banken? 24
    11. Slide 20 – Transactiekosten 24
    12. Slide 21 – Asymmetrische informatie 24
    13. Slide 22 – Twee vormen van asymmetrische informatie 24
    14. Slide 23 – Investment banks als intermediair 25
    15. Slide 24 – Remedies tegen asymmetrische informatie 25
    16. Slide 25 – ESG en de overheid als informatieverplichting 25
    17. Slide 31: Banken als ultieme informatieverwerkers ("delegated monitors") 27
    18. Slide 32: Soorten financiële instellingen 27
    19. Slide 33–34: Grotere spelers – wie zijn ze? 28
    20. Slide 35–36: De grootste beleggingsfondsen en asset managers 28
    21. Slide 37–40: De opkomst van niet-bancaire financiële intermediairs (NBFI) 29
    22. Slide 41–43: Private kredietfondsen 29
    23. Slides 44–48: FinTech 30
    24. Slides 49–50: BigTechs in de financiële sector 30
    25. Slides 51–53: Digitale bankieren & open banking 31
    26. Slide 54–55: AI & Robo-advies 31
    27. Slides 56–59: Peer-to-peer lending (P2P) 32
    28. Slide 60: Regulering & stimulering van FinTech 32
  7. 07 H2 Banking crisis, Eurozone crisis, policy responses 33
    1. De Grote Financiële Crisis en het Ontstaan van Shadow Banking: Inleiding tot de Crisislogica (Slides 0-16) 33
    2. De Grote Financiële Crisis: Het falen van securitisatie en het domino-effect (Slides 17–27) 35
    3. De Grote Financiële Crisis: Liquiditeit, besmetting en het Europese bankensysteem (Slides 28–39) 38
    4. Van noodmaatregel naar structurele oplossing (slides 39–50) 40
    5. In dit deel zie je hoe landen probeerden hun kapitaalinjecties te recupereren, via privatisering, en hoe men via bad banks tijd kocht om ordentelijke herstructurering mogelijk te maken. slide 50-59 43
    6. Slide 60: Waar de bankencrisis had moeten eindigen 45
    7. Slide 61: De overgang naar de soevereine schuldencrisis 46
    8. Slide 62: Hoe doorbreek je de doom loop tussen banken en overheden? 46
    9. Soevereine schuldencrisis: het Griekse drama (slide 63-64) 47
    10. De ECB grijpt in: “Whatever it takes” (slide 62–64) 47
    11. De drie structurele maatregelen tegen de doemloop (slide?) 48
    12. Home bias en blijvende zorgen (slide 71) 48
    13. slide 72 49
    14. Slide 75–76: Banks’ exposure to the domestic sovereign 50
    15. Slide 77–78: Mogelijke oplossingen voor home bias 50
    16. Slide 79–81: Oplossing via solidariteit – het ESM 51
    17. Slide 82–83: Waarom het ESM belangrijk is 51
    18. Slide 82–85: European Stability Mechanism (ESM) 52
    19. Slide 86–96: De Bankenunie 52
    20. Slide 97–101: Digitale Euro & CBDC 53
  8. 08 Slides 101–116: Soft Coordination & Stabiliteit aan de zijde van landen 54
    1. Inleiding: focus verschuift van banken naar landen 54
    2. Nieuw SGP: gevaren slide 123 56
    3. Volledige Economische en Monetaire Unie vereist meer dan alleen monetair beleid (slides 125–126) 56
    4. Next Generation EU (slides 127–130) 57
    5. Conclusie 57
    6. Slides 131–145: Evaluatie en financiering van het Next Generation EU-fonds 57
    7. Slide 131–133: Verdeling van middelen en economische impact 57
    8. Slide 134–135: Herziening van de groeivoorspellingen 58
    9. Slide 136–139: Financiering via Europese obligaties (Eurobonds) 58
    10. Slide 140–144: Rendement en marktpositie 59
    11. Slide 145: NGEU wordt groen 59
  9. 09 Slides 131–156 – Het Next Generation EU Fonds & Europese obligaties 59
    1. Slide 131–132: Grote investeringsbudgetten 59
    2. Slide 133–135: Wat levert dit op? 59
    3. Slide 136–138: Hoe gefinancierd? 59
    4. Slide 139–144: Rente & risico 60
    5. Slide 145–147: Green Bonds & Investeringen 60
    6. Slide 148–150: België's situatie 60
    7. Slide 151–154: Monitoring en risico’s 60
    8. Slide 155–156: Wat nu? 60
  10. 10 h3 banken 62
    1. Uitleg bij slides 1–11 – Analyse van bankbalansen 62
    2. Evolutie van bankbalansen sinds de financiële crisis (slide 2-3) 63
    3. Deposito’s als kern van bankfinanciering (slides 7–8) 63
    4. Wat is een spaarrekening? (slides 7-8) 63
    5. Deposito-beta (slide 9) 63
    6. Trage transmissie van ECB-beleidsrente naar spaarrentes 65
    7. Slide 11-13 65
    8. Slides 14–16: Depositorente en deposito-beta 65
    9. Slides 17-19 bespreken de Belgische staatsbon van september 2023: 65
    10. Gevolgen voor kredietverlening? 66
    11. Slide 21-22 tonen dat: 66
    12. Breder beleid en conclusies 66
    13. Slide 23: 66
    14. College-inzichten en aanbevelingen (ook bevestigd in slides 27-30): 66
    15. Slides 23–24: Staatsbon → terugkeer van geld naar banken 67
    16. Slides 25–27: Spaargedrag & Europees perspectief 67
    17. Slides 28–30: Marktmacht van banken & lage doorstroming (deposito beta) 68
    18. Slides 31–32: Alternatieven voor spaarrekeningen 68
    19. Slides 33–35: Kapitaal = buffer voor onverwachte verliezen 70
    20. Slides 36–38: Actiefzijde bankbalans & soorten kredieten 70
    21. Slides 39–42: Hypothecair krediet & financiële stabiliteit 70
    22. Samenvattende inzichten 72
    23. Slide 58: Hypotheekrente in de VS (ter vergelijking) 72
    24. Slide 59–60: Bankactiva – Effecten & obligatieportefeuille 72
    25. Slide 61: Bankactiva – Liquiditeiten 73
    26. Slide 62: Voorbeeldbalans KBC 73
    27. Slide 63: Resultatenrekening van banken 73
    28. Slide 64–65: Rendabiliteit van banken 74
    29. Slide 66–67: Evolutie Belgische banksector (2020–2023) 74
    30. Algemene context: NIM, rente, winstgevendheid (slide 67–70) 75
    31. Slide 67-68: 75
    32. Non-interest income = stabiel (slide 71) 76
    33. Slide 71: 76
    34. Kredietkwaliteit: NPL’s blijven laag (slides 72–73) 76
    35. Slide 72–73 76
    36. Cost/Income ratio (slide 74–75) 76
    37. Internationale vergelijking (slide 75): 77
    38. Kantoren verdwijnen (slide 76-79) 77
    39. Verband tussen C/I-ratio en ROE (slide 80) 77
    40. Samenvattende analyse​Centrale figuur: rendement komt uit: 77
    41. Slide 83: Vergelijking Return on Equity (ROE) en Cost of Equity (CoE) 78
    42. Slide 85 – Bank performance: trade-off rendement / risico 79
    43. Slide 87 – Liquiditeitsrisico 80
    44. Slide 88 – LCR: wat en waarom 81
    45. Slide 90 – Belgische banken: LCR goed boven 100% 81
    46. Slide 91 – Kredietrisico 81
    47. Slide 92 – Kredietrisico: meting 81
    48. Slide 93–100: Renterisico 82
    49. Slide 101–102: Kapitaalrisico 82
    50. Slide 103: Kapitaal & ROE (return on equity) 83
    51. Slide 104–106: Belgische banken zijn goed gekapitaliseerd 83
    52. Slide 107: Trade-offs tussen risico en rendement 83
    53. Slide 108: Belfius-voorbeeld 84
    54. Slide 108–117: Silicon Valley Bank – de perfecte storm van bankrisico’s. Samenvatting: drie grote risico's kwamen tegelijk samen 84
    55. Slides 115–117: Inflatie en rentevooruitzichten (ECB) 86
  11. 11 hoofdstuk 4 87
    1. Inleiding op Hoofdstuk 4 87
    2. Marktstructuur van de banken (Slides 1–6) 87
    3. Maatstaven voor marktstructuur (Slide 7) 88
    4. Marktconcentratie en indicatoren (Slides 7–9) 89
    5. Waarom banken gereguleerd worden (Slides 10–11) 89
    6. Hoe instabiliteit ontstaat (Slides 12–15) 89
    7. Oplossingen voor liquiditeit of solvabiliteit (Slides 16–18) 90
    8. Historische voorbeelden van bankruns (Slides 19–20) 90
    9. Toezichtstructuur in België – Twin Peaks Model (Slides 21–25) 90
    10. Inleiding tot kapitaalvereisten – Bazel-regelgeving (Slides 26–28) 91
    11. Historiek en evolutie van Bazel (slide 27-29) 91
    12. Bazel II: twee benaderingen voor risico-inschatting 92
    13. Bazel III: Strengere vereisten na de financiële crisis (Slides 30-37) 92
    14. Doel van Bazel III (Slide 40) 93
    15. Slide 41: LCR en NSFR 93
    16. Slide 42: Bazel III en kapitaalbuffers 93
    17. Slide 43: De ongewogen CET1/TA-ratio 94
    18. Slide 44: Praktijkvoorbeeld 94
    19. Contra-Cyclische Buffers (CCyB) — Slides 45 t.e.m. 58 94
    20. Slide 45: Wat is een CCyB? 94
    21. Slide 46-48: CCyB in België (NBB) 94
    22. Slide 49-51: Nieuwe activering van CCyB in 2023 95
    23. Slide 52-54: Waarom toch die buffer nu? 95
    24. Slide 55-56: Uitleg van de NBB 95
    25. Slide 57-58: Internationale vergelijking 95
    26. Belangrijkste inzichten: 95
    27. Globally Systemically Important Banks (GSIBs) – Slides 59–63 96
    28. Nationale systemische banken (O-SIIs) – Slides 64–66 96
    29. SREP – Supervisory Review and Evaluation Process – Slides 67–77 96
    30. Conclusie van dit blok: 98
    31. Total Loss Absorbing Capacity (TLAC) en MREL (slides 90–100) 98
    32. Slide 102 – Banken moeten Coco’s uitgeven 100
    33. Slide 103 – Risico op Coco’s als maatstaf voor bankrisico 101
    34. Slide 104 – Hoge rente op Coco’s ( enkel uitgegeven door GSIB) (vergoeding voor risico) 101
    35. Slide 105 – Voorbeeld: Credit Suisse Coco (2022) 101
    36. Slide 107 – Wat als het toch misgaat? Recovery & Resolution 101
    37. Slide 108 – Filosofie van het kader 102
    38. Slide 109 – Het Endgame Scenario: bankresolutie 102
    39. Slide 111 – Strikt tijdschema resolutie niet vanbuiten kennen hoeveel uren er nodig zijn blabla 102
    40. Slide 112 – Welke tools heeft de SRB? 102
    41. Slide 113 – Hoe werkt bail-in concreet? 102
    42. Slide 114 – Bail-in hiërarchie 103
    43. Slide 117–120: Bail-in hiërarchie & risicodragers 103
    44. Slide 121–123: Banco Popular-case (Spanje, 2017) 103
    45. Slide 124: Sberbank Europe-case (Oostenrijk, 2022) 103
    46. Slide 125–126: Credit Suisse-case (Zwitserland, 2023) 104

Documentinformatie

Geüpload op
19 mei 2025
Aantal pagina's
104
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€8,96

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
3
Laatst verkocht
-




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen