2.1 Menselijke Anatomie en de Terminologia anatomica
Regionale anatomie
Systemische anatomie
2.2 De Anatomische positie
De ‘anatomische positie’= Referentiepositie: armen naast lichaam en
handpalmen naar voor (en dus de duimen naar de buitenkant)
- Mediaal en lateraal
- Mediaan
- Superior en inferior
- Craniaal en caudaal
- Proximaal en distaal
- Anterior en posterior
- Ventraal en dorsaal
- Superficialis en profundus
- Palmair en plantair
2.3 Anatomische vlakken en doorsneden
- Transversale of dwarse vlak
- Frontale of coronale vlak
- Sagittale vlak (midsagittaal en parasagittaal)
3 Het kauwapparaat en de 11 orgaanstelsels
11 verschillende orgaanstelsels -> gemeenschappelijke functie per stelsel
Organen
Weefsels
Cellen
Koolstofhoudende biomoleculen
Moleculen
Atomen
3.1 Het beenderstelsel
206 botten
Skelet
- Axiaal skelet
- Appendiculair skelet
o Schoudergordel
o Bovenste lidmaat
o Bekkengordel
o Onderste lidmaat
Gewrichten
- Onbeweeglijke verbindingen
o Syndesmose -> bindweefsel
o Synostose -> botweefsel
, o Synchondrose -> kraakbeen (hyalien/vezelig)
- Beweeglijke verbindingen
o Synoviale gewrichten
Twee botuiteinden met laag hyalien kraakbeen
Synoviale membraan
Gewrichtsruimte
Gewrichtskapsel
Slijmbeurzen, vetkussentjes en gewrichtsschijven
Basisbewegingen
- Flexie en extensie
- Abductie en adductie
- Endorotatie en exorotatie
- Pronatie en supinatie
- Protractie en retractie
- Depressie en elevatie
Types gewrichten
- Uniaxiale gewrichten
o Scharniergewricht
o Draaigewricht
- Biaxiale gewrichten
o Ellipsoïde gewricht
o Zadelgewricht
- Multiaxiale gewrichten
o Kogelgewricht
o Planair gewricht
3.2 Het spierstelsel
- Axiale musculatuur
- Appendiculaire musculatuur
Spier
- Boststructuren van aanhechting
o Origo -> oorsprong
o Insertie -> bewegend botuiteinde
- Functie
- Zenuw (aansturing)
3.3 Het zenuwstelsel
= orgaanstelsel gespecialiseerd in signaaltransductie
Spierbeweging= gevolg van stimulatie door een zenuwstructuur
Anatomische indeling
- Centraal zenuwstelsel
o Ruggenmerg