Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 6 van de 59 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Psychoakoestiek KUL '25

Document preview thumbnail
Voorbeeld 6 van de 59 pagina's

Dit is een samenvatting van het vak Psychoakoestiek van prof Wieringen. Ik ben naar elke les gegaan en heb daarna met het boek mijn notities aangevuld. Succes! Update: ik had een 17/20

Voorbeeld van de inhoud

Les 1 psychoakoestiek 14/02/2025 4SP

Situering in de opleiding

In de psychoakoestiek tracht men een relatie te leggen tussen het fysische signaal en de sensatie/werking vh
auditieve systeem
- Onderzoek naar de mogelijkheden en de grenzen vh auditieve systeem: wetenschappelijke basis vd
audiologie
- Gedragsmatige experimenten

De psychoakoestiek is een onderdeel van de psychofysica (o.a. visuele perceptie). In dit onderzoeksdomein w een
relatie gelegd tussen het akoestische signaal en de psyche (waarneming).
- Veel onderzoek is gericht op het bepalen van absolute en verschildrempels in functie van een bepaald aspect
van de stimulus (frequentie, intensiteit, adaptatie, etc…)

Grondslag gelegd door Gustav Fechner (wiskundige en fysicus, 1801-1887)

Verschillende ‘scholen’/benaderingen: ingenieurs (o.a. Zwicker, Plomp) en experimentele psychologen (bv Moore)
- In Duitsland: Zeer technische school, die alles berekent, gedragsmatige experimenten vooral in formules
- De prof volgt eerder de psychologische benadering want daarmee ook vooral de menselijke kant te
benaderen

Drempel = is niveau dat je wel niet of net wel waarneemt

Rollen en resultaten
- Leerlijn normale ontwikkeling
- Logopedisten en audiologen: geïnteresseerd in spraakketen: kan ergens in de keten misgaan
- Om te begrijpen waarom personen moeite kunnen hebben met het waarnemen van spraak en muziek is het
noodzakelijk om kenmerken die ons gehoor tekent aan geluid (toonhoogte, luidheid, etc) te bestuderen bij
normaalhorende personen




1

, HOOFDSTUK 1. INLEIDING
1.1 Psychoakoestiek
Psychoakoestiek:
- Onderzoekt relatie tss fysische signaal en waarneming (psyche) ervan
- Beschrijft wnr er geluid w aangeboden, wat en hoe men hoort
- Onderdeel van psychofysica
- fysisch is hoe het gemeten wordt
- Perceptie is de waarneming
- terminologie correct gebruiken
- stembanden: geluid te produceren: periodiciteit: verschil tussen ‘a’ en ‘aa’ enzo
- grondtoon is meetbaar
- hier ken je een toonhoogte aan toe: niet meetbaar, het is perceptief, gaat van laag naar hoog

Auditieve processen:
- Verklaard adhv gedragsmatige experimenten
- Experiment waarbij persoon zelf antwoord geeft op vraag

Objectieve methodes:
- Bv imaging (MRI, EEG…)
- Uitkomst niet bepaald door respons proefpersoon
- Automatische registratie

1.1.1 Het belang van deze OPO voor logopedisten en audiologen
Breedbandige signalen:
- Spraak- en muzieksignalen
- Akoestische realisatie: verschillende frequentiecomponenten fluctueren in tijd (qua amplitude en freq)

Te weten komen welk kenmerk ve signaal verantwoordelijk voor bep waarneming:
- Perceptie variabele (bv freq) onderzoeken, terwijl andere kenmerken constant
- Niet goed mogelijk voor complexe (breedbandige signalen)
- Enkelvoudige signalen (sinussen) gebruiken

Bovendrempelig (supra treshold)
- Dagdagelijkse spraak- en muziekklanken

Effectieve communicatie:
- Signaal duidelijk gegenereerd
- Transmissie tussen spreker en luisteraar: goed
- Spraaksignaal: geanalyseerd en gecodeerd

Samenvatting psychoakoestiek:
- Enerzijds beschrijvend: mogelijkheden en beperkingen auditieve systeem in kaart gebracht
- Anderzijds niet enkel fundamenteel, maar ook toegepast inzicht
- Psychoakoestische metingen geven aanleiding tot opstellen hypotheses om (biologische) mechanismen, die
ten grondslag liggen aan onze perceptie, te toetsen en personen met gehoorverlies beter te kunnen helpen

Relatie tussen spraak(produktie), fysische kenmerken en perceptie
Productie Fysisch Perceptie Schaal
Subglottale druk Geluidsdruk/amplitude Luidheid Stil-luid, 1 dim
Aanhoudende articulatie Lengte in tijd (t) Duur Kort-lang, 1 dim
Stembanden Periodiciteit (f=1/t), ruis Toonhoogte Laag-hoog, 1 dime
Mond-keelholte Spectrale samenstelling Klankkleur Complex, multidim

2

, Waarneming met beide oren Tijds-intensiteitsverschil Richting Links-rechts en voor-achter

Fysische stimulus versus waarneming
Stimulus/fysisch waarneembaar Respons/waarneembaar
Geluidsdruk Luidheid
Intensiteit Luidheid
Frequentie Toonhoogte
Frequentierelatie harmonischen Toonhoogte
Frequentieverandering Melodie
Frequentiespectrum Klankkleur
Tijdsrelatie geluiden Ritme
Sterkteverschil rechter- en linkeroor Richting
Tijdsinterval rechter- en linkeroor Richting

1.1.2 Het kwantificeren van waarneming
Fysische kenmerken v signalen (freq, intensiteitn duur) = meetbaar
Perceptieve variabelen = niet meetbaar met een instrument
- Luisteraar nodig: detecteert, schaalt… tijdens bep taak het signaal

1.1.3 Wat houdt deze OPO in?
Frequentieselectiviteit = oplossend vermogen vh auditieve systeem om complex harmonisch geluid te ontrafelen
- Frequentieanalyse is nauw verbonden met maskering

Temporele resolutie = vermogen gehoor om temporele variaties in geluid te detecteren en over bep tijdsduur te integreren
- Onderscheid gemaakt tss fijnstructuur geluid en relatief trage veranderingen in omhullende vh signaal

Richting horen en ruimteperceptie = vermogen gehoor om aan 1 of meerdere geluiden die vanuit omgeving oren
bereiken hetzij een richting, hetzij een ruimtelijke constellatie toe te kennen.

Responsbias = zonder dat je bewust hebt doorgedacht dat je een proefpersoon bep antwoord gaat geven omdat je
ergens niet op gecontroleerd hebt.
Algemeen voorbeeld: persoon zegt: “ik kan bep klanken niet waarnemen, ik heb moeite met spraakverstaan”.
Wat ga je dan doen? 1st test afnemen. Test uit betekenisvolle woorden? Of zinnentest geven? Het maakt heel erg uit
- zinnentest: persoon heeft zin niet goed nagezegd dan weet je nog altijd niet welke woorden die die niet goed
heeft waargenomen
- iets suggereren zoals de kat zat in de boom en dan vragen iets daarover maar kan bv zijn dat je enkel de “k”
hebt uitgesproken, je hebt vaak niet eens de helft van het woord nodig om te weten waarover het gaat. Zo
kan je dus niet weten welke klanken die persoon wel of niet hoort
- als je dus niet de juiste taak hebt gekozen en niet goed over heb nagedacht is de taak nutteloos en ben je er
absoluut niets mee




3

, HOOFDSTUK 2. PROCEDURES
2.1 Beïnvloedende kenmerken…
Psychofysische resultaten w beïnvloed door:
- stimulus reeks
- taak
- instructies
- 1e aanbieding ve paar
- Antwoordmogelijkheden
- Ervaring
- Motivatie
- Training
- Aandacht
- …

2.2 Voorwaarde voor een goede test
- test moet sensitief, valide en betrouwbaar zijn
- test dat sensitief is stelt je in staat het kleinste verschil te detecteren/te bepalen
- met een audiometer kan je gehoordrempels in kaart brengen
- 1000 Hz = referentiestimulus
- Validiteit = meet ik eig wel wat ik wil meten?
- Goed de vraag stellen: wat is mijn vraagstelling en wat wil ik testen
- Gedragsmatige metingen zijn nooit exact zelfde maar standaarddeviatie voor elke score te bepalen is cruciaal
o Geeft dan maat voor betrouwbaarheid

Gevoeligheid (sensitivity):
- Bv: Wat is kleinst waarneembare verschil in frequentie dat je kunt waarnemen?
- Als stimuli in stappen v 5 Hz verschillen (1000 Hz, 1005 Hz, 1010 Hz):
o Taak is mss niet gevoelig genoeg
o Omdat sommige normaalhorende zelfs kleinere verschillen kunnen waarnemen
 Stapsgrootte moet voldoende klein zijn =/= onnodig klein
 Eenzelfde stapgrootte bij breedbandig signaal heeft geen zin (kan luisteraar enkel frustreren)
Validiteit:
- Meet je werkelijk wat je wil meten?
- Bv. Je wil weten of luisteraar onderscheid kan maken tss plosief en fricatief

Betrouwbaarheid (reliability):
- Kunnen de bevindingen herhaald w?
- Test-hertest!!!: kleinst waarneembare verschillen bepalen
- Hoe betrouwbaarder resultaten, des te kleiner standaarddeviatie!

2.3 Verschillende taken
Detectie = vermogen om aanwezigheid stimuli op te merken

Discriminatie = vermogen om verschillen tss stimuli op te merken
- Uitgedrukt in verschildrempels
- Kwantitatief: uitgedrukt in kleinst waarneembare verschil ve meetbare grootheid (intensiteit, freq, duur…)
- Klanken = niet discrimineerbaar als niet detecteerbar

Gelijkstelling (matching) = afstellen meetbare fysische grootheid  2 stimuli in bep subjectief aspect overeenkomen
- Bv. stel geluidssterkte 2e toon zodanig af dat het even luid klinkt als 1e toon


4

,Schaling = afstellen meetbare fysische grootheid zodanig dat 2 stimuli zekere relatie hebben
- Bv. Stel geluidssterkte 2e toon zo in dat het 2X zo luid klinkt als 1e toon

Schatting = toekennen getalswaarde aan aspect ve stimuli
- Bv. Geeft met cijfer tss 1 en 100 aan hoe luid stimulus is. Luisteraars kennen dit vaak verrassend goed!

Herkenning = bep stimulus is waarneembaar, herkenbaar en identificeerbaar
- Herkenbare klank moet zowel detecteerbaar als discrimineerbaar zijn, en ook gekend

Begrip/identificatie = betekenis w verbonden aan klank(en)
- Om klank te interpreteren moet het detecteerbaar, discrimineerbaar en gekend zijn
- Identificatie = label aangeven, benoemen vb is het een S- of een F-curve

Deze taken kunnen aangeboden in open respons set of gesloten respons format:
2.4 Open versus gesloten respons format
Respons format = manier waarop persoon antwoordt

Open = ik geef jou een lijstje van klanken en zeg maar wat je hoort, met een zinnentaak bv hoe goed iem zinnen
verstaat in ruis, zin aanbieden en geen antwoord logelijkheden geven en persoon moet zeggen wat hij hoort: “recall
taak”, het brein geeft alle vrijheid om een antwoord te formuleren
- Luisteraar kan antwoord vrij kiezen
- Meeste identificatie-experimenten
- Detectie-experimenten (aanpassen ve toon)
- Voordeel: detectiedrempel op efficiënte wijze bepalen
- Nadeel: individuele criterium verschillen
o Vooroodeel (bias)
o Luisteraar kan eindeloos blijven bijstellen

Gesloten format: op voorhand mensen de keuze geven
- Gesloten set = gedwongen keuze taak
- Luisteraar w gevraagd te kiezen tussen 2 of meer intervallen (een trial)
- Luisteraar kiest pas als intervallen voltooid zijn
- Voorkomen bias: volgorde interval gerandomiseerd
- Soms: feedback (terugkoppeling)  luisteraar motiveren taak snel onder knie te krijgen, alert te houden
o Vaak bij detectie- en discriminatie-experimenten
o Meestal niet bij identificatie-experimenten
- Rekening houden met gokken (kansniveau):
o Bij gedwongen keuzetaak + 2 alternatieven: gokkans = 50%
o Relatief veel trials nodig om significant boven kans te kunnen scoren
- Gedwongen kans = nAFC
- AFC = anternative forced choice
- 2AFC taak = er moet gekozen w tussen 2 alternatieven
- In psychoakoestiek werken we altijd met gesloten
o Geïnteresseerd in de grenzen, in de waarheid
o Programma gebruiken dat meestal een a tweetal blokjes om scherm toont
o 3AFC = 3 blokjes op het scherm = er moet gekozen w tss 3 alternatieven (of intervallen)
o 3I2AFC = 3 blokjes op het scherm, maar je moet maar tussen twee kiezen
 I = interval
 3 intervallen, maar luisteraar moet maar tussen 2 kiezen
 3e of 1e meegeven als extra perceptief kenmerk
p18: Figuur 2.1: Voorbeeld van een 2AFC taak in APEX

2.5 Adaptieve versus constante methode
Verder ingaan op detectie- en discriminatie-experimenten
5

, Hoe bepaal je kleinst waarneembare detectiedrempel of kleinst waarneembare verschil voor een bepaald fysische
parameter (zoals freq)?  2 methodes:
- Constante methode
- Adaptieve methode
2.5.1 Constante methode
- Stimulusreeks op voorhand gegenereerd en bekend
- Meestal 2 stimuli: (variëren vaak rond drempelwaarde):
o Standaard stimulus (vast)
o Variabele stimulus
o Verschillende keren in willekeurige volgorde aangeboden
- Voordeel: niet alleen drempel (bv. 50% punt), maar volledige psychometrische functie (continue S-functie) opgemeten
- Psychometrische functie: toont probabiliteit (kans): verschil tss 2 stimuli gedetecteerd ifv fysische verschil
- Nadeel:
o reeks kan tijdens procedure niet uitgebreid w
o veel trials (proefbeurten) nodig
o niet alle datapunten zijn even nuttig voor bepalen vd drempel
o veel catch trials (fopstimuli) nodig
- fopstimuli (catch trials) (combi waarvan beide stimuli zelfde)
o = paar dat identiek is vb. shh-shh
 Theoretisch gezien zijn die wel verschillend
o voorkomen dat luisteraar denkt dat alle stimuli verschillend zouden moeten zijn
- keuze stimulusniveau: belang voor drempelbepaling
- Vooral tss 20 en 80%: belang schatting helling rond 50% punt
p19: figuur 2.2: Voorbeeld ve performantie intensiteitscurve

DUS: mogelijkheid tot drempelwaarde + performantie intensiteitscurve (PI-curve)

les 2 psychoakoestiek 21/02/2025
2.5.2 Adaptieve methode
Het aanbiedingsniveau = afhankelijk vd respons vd luisteraar op de vorige aanbieding
- Antw correct  fysisch verschil kan kleiner gemaakt w
- Verschil kleiner maken totdat ze een fout maken  verschil weer groter maken
- Respons vd PP bepaalt wat de volgende stimulus zal zijn

Reversal/omkering: wnr richting signaal verandert (stiller of luider)
- Convergeert naar bep drempel  waar die ligt op Pcurve is ahv v beslissingsstrategie
 efficiënter dan constante methode, MAAR levert 1 waarde op (niet de volledige PI-curve)

- Gebruikt om gedragsmatige drempels te bepalen
- Vaste stapsgrootte kan, maar het kan ook dat bij eerste 2 runs een grotere stapsgrootte te gebruiken
o Run = serie opeenvolgende trials die in dezelfde richting gaan
- DUS: alleen drempelwaarde (is ook meest efficiënt voor klinische praktijk)

2.5.2.1 Stapsgrootte
- Met welke stapsgrootte ga je naar beneden?
- In kliniek wordt vaak met stapjes van 5 dB gewerkt omdat men niet zo zeer geïnteresseerd is of dat nu
precies die drempel bij 25 dB HL ligt op bij 26 dB HL
- In psychoakoestiek willen we vaak wel op de decibel nauwkeurig weten
- Moet klein genoeg zijn, maar niet kleiner dan de potentiële drempel
o Rekening houden met meetfouten apparaturen (als meetfout = 1 dB, geen stapsgrootte v 0,1 dB nemen)
o Tijdens 1e paar omkeringen stapsgrootte > dan tijdens de laatste omkeringen




6

Documentinformatie

Geüpload op
17 mei 2025
Aantal pagina's
59
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€5,96

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
studyKUL
4,5
(36)
Verkocht
198
Volgers
55
Items
72
Laatst verkocht
3 weken geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen