Hemato-oncologie: onderdeel pathologie
6/40 vragen
Les 1: rol van de hematopatholoog in de diagnostiek van hematologische
aandoeningen
Hematopathologie: wat mis kan gaan met de vorming van bloedcellen en de
therapeutische targets
Onderdeel van de pathologische ontleedkunde (op basis van weefselonderzoek) dat
gericht is op identificatie van ziekteprocessen uitgaande van bloedcellen
o In het bloed
o In het beenmerg
o In de lymfoïde weefsels
Anatomie & fysiologie
Centrale vs perifere lymfoïde weefsels
- Primair: waar cellen ontstaan & uitrijpen
o Beenmerg: oorsprong hematopoëtische cellen
Biopsie heup!
o Thymus: maturerende Tcel moet hier passeren om zijn functie te kunnen
uitvoeren, locatie jonge immature T cellen (lymfoblast = tumor immature T cel)
- Secundair
o Lymfeklieren georganiseerd in klierstations (lymfoom: nodale aantasting)
o Extranodale lymfocyten (MALT, ook hier kan lymfoom ontstaan)
o Mild & appendix (hebben ook lymfoïd weefsel)
Merk op: kan ook op plekken waar normaal geen lymfocyten zijn maar nu wel door
ontstekingsproces en chronische inflammatie (aquired MALT: hersenen, chronische gastritis)
Beenmerg
- Tussen openingen spongieus bot, centraal
- Voorlopers
o alle type BC
o B lymfocyt
- Biopsie: boor + aspiraat in heupkam structuur BM onderzoeken
B cel differentiatie in beenmerg
Stap 1
Om tot B cel te komen die beenmerg mag verlaten moet er een
genherschikking van 2 chromosomen plaatsvinden in de kern ‘VDJ
recombinatie’. Elke B cel die het beenmerg verlaat verschilt dus een klein beetje.
Belangrijk want variabele regio moet verschillende antigenen kunnen herkennen.
mature naïve B cel
Stap 2
migratie naar een secundair orgaan zoals lymfeklier. Nestelt zich in cortex, in een
primaire follikel.
Blootstelling aan AG? 2 opties:
- Differentiatie tot plasmacel IgM secretie (snel maar niet specifiek)
- Vorming follikelcentrum (indien er wat meer tijd is):
,Primaire secundaire follikel; de lymfocyten die het Ag beetje herkennen beginnen enorm te
prolifereren. De rest wordt subtiel geëlimineerd. Somatische hypermutaties vinden plaats
binnen die dochtercellen.
Alle nakomelingen verschillen van elkaar en zo krijg je weer allemaal specifieke unieke IG’s
wanneer zij matureren tot plasmacel.
De cellen die goeie herkenning doen blijven prolifereren
De cellen die minder goeie herkenning doen macrofaag afbraak!
MALT
= mucosa associated lymfoid tissue op plekken waar je in contact komt met de buitenwereld:
- GALT
- BALT
- SALT
CD merkers: clusters of differentiation
= oppervlakte eiwitten op een WBC & lymfocyten. Handig voor
- Celherkenning: immunofenotypering
- Target voor immunotherapie
Voorbeeldjes:
- CD20 Bcel = heel algemene merker, heel vroege B cellen nog niet, plasma cellen niet
meer. Enkel in tussenfase zichtbaar. Soms dus maar gedurende deel levensfase cel
aanwezig!
- CD3+ alle mature Tcellen
- CD4+ CD8- specifiek celtype herkennen
Taak 1: classificatie; conventionele pathologie
a) Wanneer weefsel opsturen?
Lymfeklierzwelling/unilaterale tonsilvergroting
o Geen uitloggende factor
o Continu groeiend
o Aanwezig >4-6weken
o Vaste, consistente, vergroeide, pijnloze klier
o Supraclaviculair = altijd alarm
Alarmsymptomen
o B symptomen: koorts + vermagering + nachtzweten
o Lymfoom: jeuk, dyspnee door VCS syndroom
o Leukemie: botpijn, verhoogde infectie of bloedingsneiging (jong kind vol blauwe
plekken)
(aanwezig immature myeloblasten die tumoraal woekeren, meestal in beenmerg)
Relevante klinische info
o Leeftijd, huisdieren, tropenreis….
o VG van maligniteit, AI ziekte, HIV…
o Medicatie die relevant is: immuunsuppressiva, immuunmodulatoren…
Bv. jaarlijks agressieve lymfomen gevonden omdat IC
Merk op: infectieuze processen zijn veel frequenter dan tumoren, probeer deze eerst uit te
sluiten door relevante klinische info op te vragen.
, b) Prelevatie van het juiste staal
Belangrijk om op voorhand te overleggen met de APO welk soort staal & hoeveel hij nodig
heeft.
Bv. klieronderzoek? Neemt biopsie van meest verdachte klier!
Beenmerg: 2 stalen nodig:
o Botboorcilinder
Merk op: bot moet op mierzuur liggen 1D alvorens versnijden in coupes info
komt pas later!
o Aspiraat
Lymfeklier
o Excisie = 1ste keus, altijd doen als dat mogelijk is!
o Core needle biopsy = indien excisie onmogelijk
o FNAC = zinloos voor lymfoom
Wat doet APO met dat weefsel
- Formolfixatie
o Parafine inbedding
o Morfologisch onderzoek
o Duur: 1week
- Freezing
o DNA & RNA beter bewaard
o Bewaring mogelijk
o Duur: enkele dagen
- DNA analyse
o Duur: enkele dagen-weken
c) Klassiek lichtmicroscopisch onderzoek
Stel we snijden lymfeklier door…
1) Visuele patroonherkenning
o Folliculair
o Diffuus
o Sinusoïdaal
2) Cytologisch onderzoek
3) Immuunhistochemisch onderzoek
Voorbeeld normale architectuur
blauwe bollen = B follikels
Lymfocyten corona = alle cellen van B follikel
die niet goed herkenning deden aan de
kant geschoven.
6/40 vragen
Les 1: rol van de hematopatholoog in de diagnostiek van hematologische
aandoeningen
Hematopathologie: wat mis kan gaan met de vorming van bloedcellen en de
therapeutische targets
Onderdeel van de pathologische ontleedkunde (op basis van weefselonderzoek) dat
gericht is op identificatie van ziekteprocessen uitgaande van bloedcellen
o In het bloed
o In het beenmerg
o In de lymfoïde weefsels
Anatomie & fysiologie
Centrale vs perifere lymfoïde weefsels
- Primair: waar cellen ontstaan & uitrijpen
o Beenmerg: oorsprong hematopoëtische cellen
Biopsie heup!
o Thymus: maturerende Tcel moet hier passeren om zijn functie te kunnen
uitvoeren, locatie jonge immature T cellen (lymfoblast = tumor immature T cel)
- Secundair
o Lymfeklieren georganiseerd in klierstations (lymfoom: nodale aantasting)
o Extranodale lymfocyten (MALT, ook hier kan lymfoom ontstaan)
o Mild & appendix (hebben ook lymfoïd weefsel)
Merk op: kan ook op plekken waar normaal geen lymfocyten zijn maar nu wel door
ontstekingsproces en chronische inflammatie (aquired MALT: hersenen, chronische gastritis)
Beenmerg
- Tussen openingen spongieus bot, centraal
- Voorlopers
o alle type BC
o B lymfocyt
- Biopsie: boor + aspiraat in heupkam structuur BM onderzoeken
B cel differentiatie in beenmerg
Stap 1
Om tot B cel te komen die beenmerg mag verlaten moet er een
genherschikking van 2 chromosomen plaatsvinden in de kern ‘VDJ
recombinatie’. Elke B cel die het beenmerg verlaat verschilt dus een klein beetje.
Belangrijk want variabele regio moet verschillende antigenen kunnen herkennen.
mature naïve B cel
Stap 2
migratie naar een secundair orgaan zoals lymfeklier. Nestelt zich in cortex, in een
primaire follikel.
Blootstelling aan AG? 2 opties:
- Differentiatie tot plasmacel IgM secretie (snel maar niet specifiek)
- Vorming follikelcentrum (indien er wat meer tijd is):
,Primaire secundaire follikel; de lymfocyten die het Ag beetje herkennen beginnen enorm te
prolifereren. De rest wordt subtiel geëlimineerd. Somatische hypermutaties vinden plaats
binnen die dochtercellen.
Alle nakomelingen verschillen van elkaar en zo krijg je weer allemaal specifieke unieke IG’s
wanneer zij matureren tot plasmacel.
De cellen die goeie herkenning doen blijven prolifereren
De cellen die minder goeie herkenning doen macrofaag afbraak!
MALT
= mucosa associated lymfoid tissue op plekken waar je in contact komt met de buitenwereld:
- GALT
- BALT
- SALT
CD merkers: clusters of differentiation
= oppervlakte eiwitten op een WBC & lymfocyten. Handig voor
- Celherkenning: immunofenotypering
- Target voor immunotherapie
Voorbeeldjes:
- CD20 Bcel = heel algemene merker, heel vroege B cellen nog niet, plasma cellen niet
meer. Enkel in tussenfase zichtbaar. Soms dus maar gedurende deel levensfase cel
aanwezig!
- CD3+ alle mature Tcellen
- CD4+ CD8- specifiek celtype herkennen
Taak 1: classificatie; conventionele pathologie
a) Wanneer weefsel opsturen?
Lymfeklierzwelling/unilaterale tonsilvergroting
o Geen uitloggende factor
o Continu groeiend
o Aanwezig >4-6weken
o Vaste, consistente, vergroeide, pijnloze klier
o Supraclaviculair = altijd alarm
Alarmsymptomen
o B symptomen: koorts + vermagering + nachtzweten
o Lymfoom: jeuk, dyspnee door VCS syndroom
o Leukemie: botpijn, verhoogde infectie of bloedingsneiging (jong kind vol blauwe
plekken)
(aanwezig immature myeloblasten die tumoraal woekeren, meestal in beenmerg)
Relevante klinische info
o Leeftijd, huisdieren, tropenreis….
o VG van maligniteit, AI ziekte, HIV…
o Medicatie die relevant is: immuunsuppressiva, immuunmodulatoren…
Bv. jaarlijks agressieve lymfomen gevonden omdat IC
Merk op: infectieuze processen zijn veel frequenter dan tumoren, probeer deze eerst uit te
sluiten door relevante klinische info op te vragen.
, b) Prelevatie van het juiste staal
Belangrijk om op voorhand te overleggen met de APO welk soort staal & hoeveel hij nodig
heeft.
Bv. klieronderzoek? Neemt biopsie van meest verdachte klier!
Beenmerg: 2 stalen nodig:
o Botboorcilinder
Merk op: bot moet op mierzuur liggen 1D alvorens versnijden in coupes info
komt pas later!
o Aspiraat
Lymfeklier
o Excisie = 1ste keus, altijd doen als dat mogelijk is!
o Core needle biopsy = indien excisie onmogelijk
o FNAC = zinloos voor lymfoom
Wat doet APO met dat weefsel
- Formolfixatie
o Parafine inbedding
o Morfologisch onderzoek
o Duur: 1week
- Freezing
o DNA & RNA beter bewaard
o Bewaring mogelijk
o Duur: enkele dagen
- DNA analyse
o Duur: enkele dagen-weken
c) Klassiek lichtmicroscopisch onderzoek
Stel we snijden lymfeklier door…
1) Visuele patroonherkenning
o Folliculair
o Diffuus
o Sinusoïdaal
2) Cytologisch onderzoek
3) Immuunhistochemisch onderzoek
Voorbeeld normale architectuur
blauwe bollen = B follikels
Lymfocyten corona = alle cellen van B follikel
die niet goed herkenning deden aan de
kant geschoven.