Gedownload door Aymen Zelaoui
,INTRODUCTIE
KINESIOLOGIE VAN HET VOET- EN
ENKELCOMPLEX
De voet en enkel is
Om te kunnen staan
TERMINOLOGIE
Enige contact punt tss. lichaam en de ondergrond
Blootgesteld aan grote krachten
OSTEOLOGIE
2 tegengestelde functies
TALOCRURAAL GEWRICHT
Voldoende stabiliteit als rigide basis voor het lichaam
Voldoende mobiel om zich aan te passen aan de ondergrond
Hoek van 90°
Fibula en tibia vormen een vork = de enkelvork
o Omvatten OS TALUS
o Beperking op de medio-laterale bewegingen v.h. os talus
o Begeleiding de sagittale beweging
In het sagittale vlak
o Facies articularis distalis tibiae = concaaf
o Trochlea Tali = convex
Bovenste spronggewricht = scharniergewricht
Frontaal en horizontaal vlak rond medio-laterale as
o Indien cilinder perfect in gewricht ligt enkel een zuivere dorsiflexie en plantair flexie
De talus
o Niet symmetrisch
o Malleolus medialis en lateralis (niet in zelfde Fr. & Hor. Vlak)
o Laterale malleolus = meer dorsaal & distaal + groter
Gewrichtsas met 3D oriëntatie
Gedownload door Aymen Zelaoui
,OSTEOKINEMATICA EXAMEN!
Plantairflexie en dorsaalflexie rond medio-laterale as
Inversie & eversie rond as in het verlengde van de voet (lengteas v.d. voet)
Abductie en adductie rond cranio-caudale as
ASSEN
As v.h. talocrurale gewricht
o Van lateraal/dorsaal en distaal mediaal/ventraal en proximaal
Dorsiflexie
o Gepaard met abductie en eversie = pronatie
Plantairflexie
o Gepaard met adductie en inversie = supinatie
= gekoppelde beweging = perfecte anatomische vorm
3-dimensionale bewegingen (voor bovenste spronggewricht)
o Bewegingen i.h. sagittale vlak gezien de as v. rotatie het dichts bij medio-laterale as
o Daarom accessoire bewegingen
Inclinaties
o t.o.v. horizontale is ongeveer 8°
o t.o.v. frontaal vlak 20-30°
Een normaal bovenste spronggewricht
o 50° plantaireflexie
o 20° dorsiflexie
KLINISCH ONDERZOEK
De nulstand is 0°. Dit is de stand waarbij de voet 90° staat ten opzichte van het onderbeen.
De ruststand (MLPP) is 10° plantairflexie.
De meest stabiele stand (MCPP) is maximale dorsiflexie.
Bij een kapsulair patroon is de plantairflexie meer beperkt dan de dorsiflexie
Eindgevoel
Dorsiflexie met gestrekte knie: elastisch verend obv de beperking van de m. gastrocnemius
o Lange knoppen v.d. M.Triceps surae (m. gastrocnemius)
Dorsiflexie met gebogen knie: minder elastisch en minder verend en dus iets stugger (soms
harder) obv de beperking van de soleus, het posterieure kapsel (en soms het beenderige
contact anterieur).
o M. Soleus + het achterste kapsel
Plantairflexie: hard obv de beperking van het beenderige contact posterieur.
ARTHROKINEMATICA
Sagittale vlak
o De talus = convex
o De enkelvork = concaaf
o Een dorsiflexie (rolbeweging) een tegengestelde glijbeweging naar dorsaal
o Een plantairflexie een glijbeweging naar ventraal ONBELAST BELAST
Open kinematische keten
o Os Talus beweegt t.o.v. tibia en fibula
Gedownload door Aymen Zelaoui
, Gesloten kinematische keten
o Voet-en enkelcomplex
o Tibia en fibula t.o.v. het gefixeerde os talus op de grond
o De concave enkelvork beweegt t.o.v.d. convexe talus
o Glijbeweging gelijkrichtig aan de rolbeweging
Beweging t.h.v. het talocrurale gewricht
o Trochlea tali: anterieur breder, dan posterieur
Breedste deel wringen tss. de vork bij een dorsiflexie = arthrogene compressie
Grote mate van stabiliteit
3 compensatiebewegingen van de fibula
Fibula t.o.v. de tibia lateraal beweegt (verbreden v.d. vork), naar proximaal en rotatie
DIASTASE
= verbreden van de vork
Vezels van membrana interossea van richting veranderen + onder spanning stabiliteit
1. Verbreding van de vork
2. fibula translatie naar proximaal
3. fibula rotatie afh. Van de kromming van de tibio-fibulaire gewrichten
= Dit betekent dat bij het klinisch onderzoeken van de dorsiflexiemogelijkheden de tibiofibulaire gewricht eveneens moeten
onderzocht worden om na te gaan of deze compensatiebewegingen mogelijk zijn en wat de invloed van mogelijke
beperkingen op de range of motion in het bovenste spronggewricht is.
PLANTAIRFLEXIE
= het omgekeerde
Smalste deel v.d. trochlea tali in de vork geringere stabiliteit (Loose Packed Position)
Enkelverstuiking: in plantairflexiestand
!!!: geïsoleerde bewegingen v.d. fibula zijn onmogelijk. De fibula kan alleen bewegen als er iets in het
bovenste spronggewricht gebeurt. Fibula bewegingen = accessoire bewegingen
Zie nummer 1,2,3 hierboven voor uitleg
Gedownload door Aymen Zelaoui
,INTRODUCTIE
KINESIOLOGIE VAN HET VOET- EN
ENKELCOMPLEX
De voet en enkel is
Om te kunnen staan
TERMINOLOGIE
Enige contact punt tss. lichaam en de ondergrond
Blootgesteld aan grote krachten
OSTEOLOGIE
2 tegengestelde functies
TALOCRURAAL GEWRICHT
Voldoende stabiliteit als rigide basis voor het lichaam
Voldoende mobiel om zich aan te passen aan de ondergrond
Hoek van 90°
Fibula en tibia vormen een vork = de enkelvork
o Omvatten OS TALUS
o Beperking op de medio-laterale bewegingen v.h. os talus
o Begeleiding de sagittale beweging
In het sagittale vlak
o Facies articularis distalis tibiae = concaaf
o Trochlea Tali = convex
Bovenste spronggewricht = scharniergewricht
Frontaal en horizontaal vlak rond medio-laterale as
o Indien cilinder perfect in gewricht ligt enkel een zuivere dorsiflexie en plantair flexie
De talus
o Niet symmetrisch
o Malleolus medialis en lateralis (niet in zelfde Fr. & Hor. Vlak)
o Laterale malleolus = meer dorsaal & distaal + groter
Gewrichtsas met 3D oriëntatie
Gedownload door Aymen Zelaoui
,OSTEOKINEMATICA EXAMEN!
Plantairflexie en dorsaalflexie rond medio-laterale as
Inversie & eversie rond as in het verlengde van de voet (lengteas v.d. voet)
Abductie en adductie rond cranio-caudale as
ASSEN
As v.h. talocrurale gewricht
o Van lateraal/dorsaal en distaal mediaal/ventraal en proximaal
Dorsiflexie
o Gepaard met abductie en eversie = pronatie
Plantairflexie
o Gepaard met adductie en inversie = supinatie
= gekoppelde beweging = perfecte anatomische vorm
3-dimensionale bewegingen (voor bovenste spronggewricht)
o Bewegingen i.h. sagittale vlak gezien de as v. rotatie het dichts bij medio-laterale as
o Daarom accessoire bewegingen
Inclinaties
o t.o.v. horizontale is ongeveer 8°
o t.o.v. frontaal vlak 20-30°
Een normaal bovenste spronggewricht
o 50° plantaireflexie
o 20° dorsiflexie
KLINISCH ONDERZOEK
De nulstand is 0°. Dit is de stand waarbij de voet 90° staat ten opzichte van het onderbeen.
De ruststand (MLPP) is 10° plantairflexie.
De meest stabiele stand (MCPP) is maximale dorsiflexie.
Bij een kapsulair patroon is de plantairflexie meer beperkt dan de dorsiflexie
Eindgevoel
Dorsiflexie met gestrekte knie: elastisch verend obv de beperking van de m. gastrocnemius
o Lange knoppen v.d. M.Triceps surae (m. gastrocnemius)
Dorsiflexie met gebogen knie: minder elastisch en minder verend en dus iets stugger (soms
harder) obv de beperking van de soleus, het posterieure kapsel (en soms het beenderige
contact anterieur).
o M. Soleus + het achterste kapsel
Plantairflexie: hard obv de beperking van het beenderige contact posterieur.
ARTHROKINEMATICA
Sagittale vlak
o De talus = convex
o De enkelvork = concaaf
o Een dorsiflexie (rolbeweging) een tegengestelde glijbeweging naar dorsaal
o Een plantairflexie een glijbeweging naar ventraal ONBELAST BELAST
Open kinematische keten
o Os Talus beweegt t.o.v. tibia en fibula
Gedownload door Aymen Zelaoui
, Gesloten kinematische keten
o Voet-en enkelcomplex
o Tibia en fibula t.o.v. het gefixeerde os talus op de grond
o De concave enkelvork beweegt t.o.v.d. convexe talus
o Glijbeweging gelijkrichtig aan de rolbeweging
Beweging t.h.v. het talocrurale gewricht
o Trochlea tali: anterieur breder, dan posterieur
Breedste deel wringen tss. de vork bij een dorsiflexie = arthrogene compressie
Grote mate van stabiliteit
3 compensatiebewegingen van de fibula
Fibula t.o.v. de tibia lateraal beweegt (verbreden v.d. vork), naar proximaal en rotatie
DIASTASE
= verbreden van de vork
Vezels van membrana interossea van richting veranderen + onder spanning stabiliteit
1. Verbreding van de vork
2. fibula translatie naar proximaal
3. fibula rotatie afh. Van de kromming van de tibio-fibulaire gewrichten
= Dit betekent dat bij het klinisch onderzoeken van de dorsiflexiemogelijkheden de tibiofibulaire gewricht eveneens moeten
onderzocht worden om na te gaan of deze compensatiebewegingen mogelijk zijn en wat de invloed van mogelijke
beperkingen op de range of motion in het bovenste spronggewricht is.
PLANTAIRFLEXIE
= het omgekeerde
Smalste deel v.d. trochlea tali in de vork geringere stabiliteit (Loose Packed Position)
Enkelverstuiking: in plantairflexiestand
!!!: geïsoleerde bewegingen v.d. fibula zijn onmogelijk. De fibula kan alleen bewegen als er iets in het
bovenste spronggewricht gebeurt. Fibula bewegingen = accessoire bewegingen
Zie nummer 1,2,3 hierboven voor uitleg
Gedownload door Aymen Zelaoui