1)
➢ teveel gegevens: enkel met beginsnelheid 20 m/s kan je het ook weten
o valversnelling werkt nr beneden nl 9,8 m/s2 = afgerond 10 m/s/s
o verandering vd snelheid per seconde = 10 m/s
o dus na 1 seconde is de snelheid 10 m/s geworden (20 - 10)
▪ nog seconde later is snelheid 0
▪ nog seconde later 10
▪ nog seconde later weer 20 → we zijn beneden
➢ beweging van iets opgooien is symmetrisch
o tijd nodig naar hoogste punt gaan = tijd nodig terug beneden te vallen
➢ kan ook met formules eenparig versnelde beweging
2)
➢ karel gooit bal op
o op hoogste punt snelheid 0
o maar nog steeds versnelling nl de valversnelling
o dus C kan, niet hele tijd maar wel eventjes
➢ A kan niet
o object met cte snelheid + in rechte lijn beweegt heeft altijd versnelling 0
➢ C kan maar enkel op 1 moment
o niet rechtlijnige bewegingen, in 2/3 dimensies
▪ als grootte snelheid cte is, maar richting snelheid verandert
▪ versnelling is dan niet 0 want snelheidsvector verandert
3)
➢ schatting maken
➢ volume bol = 4/3.pi.r3
o r = 0,15 m
➢ volume muntstuk 2 euro = volume cilinder = pi.r2.h
o r = 0,0125 m
o h = 2 mm = 2 . 10-3 m
➢ stukken zitten scheef door elkaar, dus 50% lucht wss en 50% muntstukken
o wat je uitkomt vermenigvuldigen met 2€ om bedrag te weten
4)
➢ verwaarlozen luchtweerstand → enkel rekening houden met valversnelling
➢ bal heeft na 1s snelheid van 9,80 m/s
o want versnelling is 9,80 m/s2
o na 2 sec: snelheid = 9,80 maal 2 = 19,60
➢ moment dat steen vertrekt → snelheid 0
o snelheid bal is altijd 9,80 m/s groter dan vd steen
➢ na elke seconde: snelheid beide objecten neemt toe met 9,80 m/s
, ➢ bal legt altijd grotere afstand af dan de steen
o afstand tssn beide gaat hele tijd vergroten
➢ verschil in snelheid is 9,80 m/s
➢ B
➢ te vgl met: jij rijdt 100 op baan, andere 110 → afstand tssn beide wordt steeds
groter
5)
➢ versnelling, niet snelheid
➢ snelheid
o voor hoogste punt: omhoog gericht → v neemt af
o op hoogste punt: 0
o na hoogste punt: omlaag gericht → v neemt toe
➢ versnelling vd bal = hele tijd valversnelling
o versnelling altijd nr beneden gericht bij valbeweging
o C
EXTRA OPGAVES HO 1 EN 2
6)
➢ schatten
➢ 1ste manier: zelfde als bij muntstukken
o kijken verhouding volumes = iets meer dan 1 milj
▪ volume container (balk)
• V = 6 . 2,44 . 2,60
▪ volume pingpongballetje (bol)
• V = 4/3.pi.r3
o ook lucht tssn pingpongballetjes!!
▪ dus niet C
▪ wel A
o 1 100 000 maal 0,75 (bewezen dat als je op bep manier stapelt 25% lucht
is)
➢ 2de manier: balletjes in rijen leggen, vlak vullen
o bodem zo vol leggen met balletjes
▪ in ‘lagen’ werken
o hoeveel balletjes liggen er naast elkaar en hoeveel lagen kunnen we
maken
o container 600 cm lang/4 cm = 150 balletjes naast elkaar leggen
o container 260 cm hoog/4 cm = 65 lagen balletjes boven elkaar
o niet meest efficiënte manier
▪ je komt iets uit dat ongeveer A is
7)
➢ B
➢ bal 1
o thv bovenrand flatgebouw: snelheid 0
➢ bal 2
o thv bovenrand flatgebouw: snelheid nr boven
o beetje hoger: snelheid 0
o weer thv bovenrand flatgebouw: snelheid nr beneden (> 0)
, o dus onderweg nr beneden heeft deze bal al beginsnelheid > 0 m/s
▪ heeft dus altijd grotere snelheid onderweg nr beneden
➢ hebben wel beide zelfde versnelling
8)
➢ B
o traagste bal raakt grond eerst
➢ trucje: in extremen denken (helpt soms)
o bv. bal y snelheid 1000 keer zo groot als bal x
o sneller opgooien → gaat hoog in de lucht gaan → veel langer onderweg
➢ formule eenparig versnelde beweging gebruiken
o versnelling werkt nr beneden → dus negatief
o hoe groter beginsnelheid, hoe langer bal onderweg
9)
➢ C
➢ A: beweging in 2 dimensies
➢ hier: beweging in 1 dimensie, we bewegen enkel volgens x-as
o x (t) grafiek → positie in functie vd tijd staat in grafiek
o er is geen helling
▪ gwn 1 x coördinaat die verandert in functie vd tijd
o snelheid daar cte
▪ snelheid = afgeleide vd plaats nr de tijd
▪ helling is cte → rico is cte → snelheid is cte
o oorsprong: x = 0 → bal blijft daar liggen
, ONLINE OPGAVES HO 3 EN HO 4
1)
➢ B
➢ weten hoelang voorwerp in lucht is → enkel kijken nr verticale component vd
snelheid
o valversnelling zorgt ervoor dat snelheid eerst pos, dan 0, dan neg nr
beneden wordt in verticale richting
➢ horizontale component = V0 . cos
2)
➢ B
➢ 45° nr boven toe
➢ horizontale snelheidscomponent = v0 . cos 45° = 5 . 0,7 = 3,5 m/s
➢ verticale snelheidscomponent = v0 . sin 45° = 5 . 0,7 = 3,5 m/s
➢ bal beweegt in boog
o op hoogste punt: horizontale snelheidscomponent blijft hele tijd zelfde
want in horizontale richting geen versnelling
o verticale snelheidscomponent
▪ voor hoogste punt: pos
▪ hoogste punt: 0
▪ na hoogste punt: neg
o hoogste punt
▪ vert. 0
▪ hor. 3,5 m/s
▪ versnelling = valversnelling nr beneden