Examen gedragswetenschappen kerst 5e jaar 2024
1.Ontwikkeling
= lichamelijke en psychische verandering / evolutie → langdurig of blijvend
Vooruitgang → nieuwe mogelijkheden verwerven
Achteruitgang → bepaalde vaardigheden minder goed kunnen
Groei: lichamelijke veranderingen
Rijping: gevolg lichamelijke groei. Lichaam en brein veranderen → nieuw gedrag. Wijst
naar aangeboren mogelijkheden die in loop v leven tot ontplooiing kunnen komen.
leren: veranderingen onder invloed vd omgeving
Veel vormen van ontwikkeling combinatie v groei, rijping en leren
vb: leren lezen → groei hersenen, letters naar klanken, leerkracht leert lezen
2.Vraagstukken id ontwikkelingspsychologie
Ontwikkeling discontinu = trapsgewijs: ontwikkeling opgedeeld in fases. Gedrag in elk
stadium kwalitatief anders dan in het vorige. ( kinderen )
Ontwikkeling continue = geleidelijk, vloeiende lijn: verandering kwantitatief. Gedrag
veranderd niet, niveau en hoeveelheid vaardigheden wel. ( volwassenen )
Kritieke periodes: specifieke momenten id ontwikkeling waarin bepaalde gebeurtenis de
grootste gevolgen heeft → iets leren in bepaalde fase. Niet gebeurd in die fase? Te laat.
Gevolgen kunnen blijvend zijn.
Gevoelige periodes: momenten id ontwikkeling waarop we beter in staat zijn specifieke
vaardigheden aan te leren.
Plasticiteit: mate waarin persoon nog kan veranderen.
Tot half 20ste eeuw: meeste aandacht naar ontwikkeling jonge kinderen
Vanaf verlenging vd leerplicht: adolescentie als aparte fase gezien
Vanaf 1960: gerontologie = ouderdom
Laatste decennia: jong- midden volwassenen id belangstelling
Tegenwoordig meer voorstanders v levensloopmodel → ontwikkeling eindigt nooit.
Nature: biologische eigenschappen = erfelijkheid / aanleg
Nurture: directe omgevings- en milieu-invloeden vanaf baarmoeder
Zelfbepaling: zelf keuzes maken / persoonlijke en vrije wil
Vb: papa speelt al vanaf tienerjaren een instrument ( nature ) → kind groeit op in een
muzikaal gezin ( nurture ) → kind gaat zelf ook iets doen in de muziekwereld
( zelfbepaling )
, Crossculturele psychologen: doen onderzoek naar of de ontwikkeling in verschillende
delen van de wereld gelijkaardig loopt.
Universele ontwikkeling: ontwikkeling die id verschillende delen hetzelfde loopt.
Culturele ontwikkeling: ontwikkeling die in bepaalde delen anders is dan in andere delen.
3.Stromingen id ontwikkelingspsychologie
Biologisch perspectief
Charles Darwin - evolutionaire psychologie
genetische erfenis voorouders -> bepalend voor zowel fysieke kenmerken +
persoonlijkheidseigenschappen.
Erfelijke info in DNA = genotype. Invloed omgeving beperkt tot bieden van goede
groeiomstandigheden. Omstandigheden zorgen ervoor dat genotype zich al dan
niet goed kan ontplooien tot fenotype -> waarneembare ontwikkelde kenmerken v
individu.
Arnold Gesell – Rijpingstheorie
alle kinderen zetten dezelfde stap in de ontwikkeling, in dezelfde volgorde maar elk
eigen tempo.
Conrad Waddington – epigenetica
leefomstandigheden en ervaringen kunnen manier waarop genen tot uiting komen
veranderen.
Psychoanalyse
Sigmund Freud – 5 fases
Tot en met puberteit - zie extra bundel
Erik Erikson – 8 fases
Hele leven lang – zie extra bundel
Behaviorisme = uitwendig waarneembaar gedrag v mensen
Ivan Pavlov – klassieke conditionering
leerproces waarbij persoon zich aanpast aan omgeving. Zie schema, extra blaadjes
en experiment hond v Pavlov
Burrhus Skinner – operante conditionering
leren via beloningen en straffen. Zie schema, extra blaadjes en experiment Skinner-
box
1.Ontwikkeling
= lichamelijke en psychische verandering / evolutie → langdurig of blijvend
Vooruitgang → nieuwe mogelijkheden verwerven
Achteruitgang → bepaalde vaardigheden minder goed kunnen
Groei: lichamelijke veranderingen
Rijping: gevolg lichamelijke groei. Lichaam en brein veranderen → nieuw gedrag. Wijst
naar aangeboren mogelijkheden die in loop v leven tot ontplooiing kunnen komen.
leren: veranderingen onder invloed vd omgeving
Veel vormen van ontwikkeling combinatie v groei, rijping en leren
vb: leren lezen → groei hersenen, letters naar klanken, leerkracht leert lezen
2.Vraagstukken id ontwikkelingspsychologie
Ontwikkeling discontinu = trapsgewijs: ontwikkeling opgedeeld in fases. Gedrag in elk
stadium kwalitatief anders dan in het vorige. ( kinderen )
Ontwikkeling continue = geleidelijk, vloeiende lijn: verandering kwantitatief. Gedrag
veranderd niet, niveau en hoeveelheid vaardigheden wel. ( volwassenen )
Kritieke periodes: specifieke momenten id ontwikkeling waarin bepaalde gebeurtenis de
grootste gevolgen heeft → iets leren in bepaalde fase. Niet gebeurd in die fase? Te laat.
Gevolgen kunnen blijvend zijn.
Gevoelige periodes: momenten id ontwikkeling waarop we beter in staat zijn specifieke
vaardigheden aan te leren.
Plasticiteit: mate waarin persoon nog kan veranderen.
Tot half 20ste eeuw: meeste aandacht naar ontwikkeling jonge kinderen
Vanaf verlenging vd leerplicht: adolescentie als aparte fase gezien
Vanaf 1960: gerontologie = ouderdom
Laatste decennia: jong- midden volwassenen id belangstelling
Tegenwoordig meer voorstanders v levensloopmodel → ontwikkeling eindigt nooit.
Nature: biologische eigenschappen = erfelijkheid / aanleg
Nurture: directe omgevings- en milieu-invloeden vanaf baarmoeder
Zelfbepaling: zelf keuzes maken / persoonlijke en vrije wil
Vb: papa speelt al vanaf tienerjaren een instrument ( nature ) → kind groeit op in een
muzikaal gezin ( nurture ) → kind gaat zelf ook iets doen in de muziekwereld
( zelfbepaling )
, Crossculturele psychologen: doen onderzoek naar of de ontwikkeling in verschillende
delen van de wereld gelijkaardig loopt.
Universele ontwikkeling: ontwikkeling die id verschillende delen hetzelfde loopt.
Culturele ontwikkeling: ontwikkeling die in bepaalde delen anders is dan in andere delen.
3.Stromingen id ontwikkelingspsychologie
Biologisch perspectief
Charles Darwin - evolutionaire psychologie
genetische erfenis voorouders -> bepalend voor zowel fysieke kenmerken +
persoonlijkheidseigenschappen.
Erfelijke info in DNA = genotype. Invloed omgeving beperkt tot bieden van goede
groeiomstandigheden. Omstandigheden zorgen ervoor dat genotype zich al dan
niet goed kan ontplooien tot fenotype -> waarneembare ontwikkelde kenmerken v
individu.
Arnold Gesell – Rijpingstheorie
alle kinderen zetten dezelfde stap in de ontwikkeling, in dezelfde volgorde maar elk
eigen tempo.
Conrad Waddington – epigenetica
leefomstandigheden en ervaringen kunnen manier waarop genen tot uiting komen
veranderen.
Psychoanalyse
Sigmund Freud – 5 fases
Tot en met puberteit - zie extra bundel
Erik Erikson – 8 fases
Hele leven lang – zie extra bundel
Behaviorisme = uitwendig waarneembaar gedrag v mensen
Ivan Pavlov – klassieke conditionering
leerproces waarbij persoon zich aanpast aan omgeving. Zie schema, extra blaadjes
en experiment hond v Pavlov
Burrhus Skinner – operante conditionering
leren via beloningen en straffen. Zie schema, extra blaadjes en experiment Skinner-
box