Samenvatting fysiopathologie en inwendige aandoeningen
- Cellulaire reacties op schadelijke prikkels
- Weefselregeneratie en herstel
- Circulatiestoornissen
- Weefselreacties op schadelijke prikkels
- Immunopathologie en ziekten van het immuunapparaat
- Infectieziekten
- Tumorpathologie
- Link pathologie/celmechanismen
1
, Hoofdstuk 2: Cellulaire reacties op schadelijke prikkels
De definitie van pathologie is functieverlies. Homeostase is bv. dat de lichaamstemperatuur constant blijft zodat
alle processen optimaal kunnen plaatsvinden en functioneren in het lichaam. Een vereiste om een constante
lichaamstemperatuur te behouden is dat men een sensor moet hebben om de parameter te registreren, men
moet ook een informatiesysteem hebben en feedback. Homeostase vereist een heleboel dynamische processen
die constant aan de gang zijn om op die manier het evenwicht te behouden. Milieu interieur: men heeft een
constant intern milieu nodig zodat cellen en organen optimaal kunnen functioneren.
Metafoor van een huis: als men een huis bekijkt, wat heeft men nodig om te kunnen leven? De structuur van het
huis: muren, dak, ramen en deuren. Dit komt overeen met het celmembraan, zonder celmembraan of met een
beschadigd celmembraan, dan heeft men geen cel. Celmembraan zorgt ook voor transport tussen binnen en
buiten de cel. Transport wordt gereguleerd en er zijn dus zaken die binnen moeten komen, zoals bijvoorbeeld
voedingsstoffen (zuurstof, glucose). Men heeft nog iets nodig om die brandstof om te zetten in iets wat voor de
cel zelf nodig is: namelijk een kachel, een energiecentrale en is de cel zijn dat de mitochondriën
(energiecentrales). Men heeft ook genetische informatie nodig. Zonder die vier kenmerken kan de cel niet
werken. Elke pathologie is te herleiden tot een probleem met één van die vier kenmerken.
2
,Men kan ze onderverdelen in: fysische, chemische, microbiologische en genetische oorzaken. Fysische oorzaken:
bv. iemand heeft een verkeersongeval en er is een deel van het weefsel beschadigd door een wonde (trauma).
Temperatuurwisseling: cellen kunnen niet tegen heel grote temperatuurwisselingen. Atmosferische
drukwisselingen: bij duikers. Ioniserende straling: radioactieve straling.
Chemische oorzaken. Hypoxie: tekort aan zuurstof, en zuurstof is één van de belangrijkste voedingsstoffen van
in de cel, daardoor kunnen weefsels sterven. Intoxicatie. Voedingsdeficiëntie: bepaalde stoffen die aangevoerd
moeten worden, worden niet aangevoerd. Immunologische reacties: men kan de schade altijd terugbrengen tot
schade aan één van de vier kenmerken op de vorige slide.
Als de bloedvoorziening van de weefsels in het gedrang komt, is er hypoxie. Denaturatie van eiwitten: eiwitten
zijn het meest gevoelig aan temperatuur. Afkoeling veroorzaakt extreme vasoconstrictie. Er kunnen zelfs
ijskristalen gevormd worden in het weefsel als de temperatuur extreem laag is.
3
, Elektrische schokken: ofwel bij ongevallen of bij onweer ofwel iatrogeen. Energie wordt in weefsels afgegeven
en die energie moet verloren geraken en die wordt dus omgevormd. Atmosferische drukveranderingen:
probleem is enerzijds de druk zelf (als de druk wijzigt, gaat er iets gebeuren met het volume → de cellen zullen
ofwel barsten ofwel samengedrukt worden wanneer ze onder druk komen te staan). Atmosferische druk heeft
ook gevolgen voor de hoeveelheid zuurstof.
Deeltjesstraling krijgt men bij het gebruik van bepaalde nucleaire isotopen bijvoorbeeld. Radiolyse waarbij het
water in de weefsels gescheiden wordt in H+ en OH- en die zijn heel reactief en zullen reageren met macro-
moleculen.
4
- Cellulaire reacties op schadelijke prikkels
- Weefselregeneratie en herstel
- Circulatiestoornissen
- Weefselreacties op schadelijke prikkels
- Immunopathologie en ziekten van het immuunapparaat
- Infectieziekten
- Tumorpathologie
- Link pathologie/celmechanismen
1
, Hoofdstuk 2: Cellulaire reacties op schadelijke prikkels
De definitie van pathologie is functieverlies. Homeostase is bv. dat de lichaamstemperatuur constant blijft zodat
alle processen optimaal kunnen plaatsvinden en functioneren in het lichaam. Een vereiste om een constante
lichaamstemperatuur te behouden is dat men een sensor moet hebben om de parameter te registreren, men
moet ook een informatiesysteem hebben en feedback. Homeostase vereist een heleboel dynamische processen
die constant aan de gang zijn om op die manier het evenwicht te behouden. Milieu interieur: men heeft een
constant intern milieu nodig zodat cellen en organen optimaal kunnen functioneren.
Metafoor van een huis: als men een huis bekijkt, wat heeft men nodig om te kunnen leven? De structuur van het
huis: muren, dak, ramen en deuren. Dit komt overeen met het celmembraan, zonder celmembraan of met een
beschadigd celmembraan, dan heeft men geen cel. Celmembraan zorgt ook voor transport tussen binnen en
buiten de cel. Transport wordt gereguleerd en er zijn dus zaken die binnen moeten komen, zoals bijvoorbeeld
voedingsstoffen (zuurstof, glucose). Men heeft nog iets nodig om die brandstof om te zetten in iets wat voor de
cel zelf nodig is: namelijk een kachel, een energiecentrale en is de cel zijn dat de mitochondriën
(energiecentrales). Men heeft ook genetische informatie nodig. Zonder die vier kenmerken kan de cel niet
werken. Elke pathologie is te herleiden tot een probleem met één van die vier kenmerken.
2
,Men kan ze onderverdelen in: fysische, chemische, microbiologische en genetische oorzaken. Fysische oorzaken:
bv. iemand heeft een verkeersongeval en er is een deel van het weefsel beschadigd door een wonde (trauma).
Temperatuurwisseling: cellen kunnen niet tegen heel grote temperatuurwisselingen. Atmosferische
drukwisselingen: bij duikers. Ioniserende straling: radioactieve straling.
Chemische oorzaken. Hypoxie: tekort aan zuurstof, en zuurstof is één van de belangrijkste voedingsstoffen van
in de cel, daardoor kunnen weefsels sterven. Intoxicatie. Voedingsdeficiëntie: bepaalde stoffen die aangevoerd
moeten worden, worden niet aangevoerd. Immunologische reacties: men kan de schade altijd terugbrengen tot
schade aan één van de vier kenmerken op de vorige slide.
Als de bloedvoorziening van de weefsels in het gedrang komt, is er hypoxie. Denaturatie van eiwitten: eiwitten
zijn het meest gevoelig aan temperatuur. Afkoeling veroorzaakt extreme vasoconstrictie. Er kunnen zelfs
ijskristalen gevormd worden in het weefsel als de temperatuur extreem laag is.
3
, Elektrische schokken: ofwel bij ongevallen of bij onweer ofwel iatrogeen. Energie wordt in weefsels afgegeven
en die energie moet verloren geraken en die wordt dus omgevormd. Atmosferische drukveranderingen:
probleem is enerzijds de druk zelf (als de druk wijzigt, gaat er iets gebeuren met het volume → de cellen zullen
ofwel barsten ofwel samengedrukt worden wanneer ze onder druk komen te staan). Atmosferische druk heeft
ook gevolgen voor de hoeveelheid zuurstof.
Deeltjesstraling krijgt men bij het gebruik van bepaalde nucleaire isotopen bijvoorbeeld. Radiolyse waarbij het
water in de weefsels gescheiden wordt in H+ en OH- en die zijn heel reactief en zullen reageren met macro-
moleculen.
4