2.1.3 het cognitief perspectief: kijken naar de oorsprong van ons begrip (p. 32) THEORETISCHE
PERSPECTIEVEN EN ONDERZOEK
DIT STUK STAAT AL EERDER IN DE SAMENVATTING
Cognitief perspectief = benadering binnen de psychologie die zich richt op de processen die mensen
in staat stellen de wereld te leren kennen, begrijpen en overdenken.
Er was een opkomst van de cognitieve stroming, mede onder invloed van Bandura’s sociale
leertheorie.
De cognitieve ontwikkelingstheorie van Piaget
Piaget had de meeste invloed op het onderzoek naar cognitieve ontwikkeling.
- Volgens hem doorlopen alle mensen in een vaste volgorde 4 universele cognitieve
ontwikkelingsstadia
- Niet alleen de kwantiteit, maar ook de kwaliteit van de informatie neemt toe in elk stadium
- Het handelen gaat vooraf aan begrijpen
- Hij concentreerde zich op de cognitieverandering wanneer kinderen van het ene naar het
andere stadium overstappen
- Het menselijk denken is opgebouwd uit schema’s: georganiseerde mentale patronen die
betekenis geven aan bepaalde gedragingen of acties.
Bij baby’s gaat zo’n schema’s over concreet gedrag (bv zuigreflex), bij oudere kinderen
worden de schema’s verfijnder en abstracter.
- 2 basisprincipes verklaren de adaptatie van kinderen (= aanpassen aan nieuwe informatie)
o Assimilatie: het proces waarbij mensen een nieuwe ervaring interpreteren adhv hun
huidige cognitieve ontwikkelingsstadium en denkwijze
Je gaat je bestaande manier van denken gebruiken om een nieuwe ervaring te begrijpen. Vb:
onderaan p. 33.
o Accommodatie: het proces waarbij bestaande manieren van denken of doen
veranderen in reactie op nieuwe stimuli of gebeurtenissen. Vb: bovenaan p. 34.
Assimilatie en accommodatie zorgen samen voor onze cognitieve ontwikkeling.
Meningen over Piagets theorie
Piaget: 1 van de sleutelfiguren in de ontwikkelingspsychologie
- Zijn beschrijvingen staan na duizenden onderzoeken nog steeds overeind
- In grote lijnen klopt zijn visie, maar bij de details kan je vraagtekens plaatsen
, - Twijfel over de universaliteit van zijn stadia
- Cognitieve ontwikkeling is niet per se zo discontinu als Piagets stadiamodel doet voorkomen.
o Piaget: groei gebeurt in 4 aparte stadia, waarbij de kwaliteit van de cognitie per
stadium verschilt
o Veel ontwikkelingsonderzoekers: meer een continu proces (zij ontwikkelden een
ander perspectief: informatieverwerkingstheorie)
De informatieverwerkingstheorie
informatieverwerkingstheorie = benadering van cognitieve ontwikkeling die probeert te achterhalen
op welke manieren mensen informatie coderen, opslaan en terughalen.
- Alternatief voor de theorie van Piaget
- De theorie is gebaseerd op de aanname dat zelfs complex gedrag als leren, herinneren,
categoriseren en denken op te breken is in een reeks individuele, specifieke stappen.
- Kinderen hebben een beperkt vermogen om informatie te verwerken. In de loop van de
ontwikkeling kunnen ze steeds efficiënter informatie verwerken, het denken verandert dus
kwalitatief.
- Aanhangers van de informatieverwerkingstheorie: gaan meer uit van kwantitatieve
verandering (meer informatie kunnen opslaan)
- Informatieverwerkingstheorieën die voortbouwen op Piagets onderzoek = neopiagetiaanse
theorieën
o Piagetiaanse theorieën: cognitie als een enkel systeem met steeds ingewikkeldere
algemene cognitieve vermogens
o Neopiagetiaanse theorieën: cognitie die bestaat uit verschillende types afzonderlijke
vaardigheden. De ontwikkeling zou op sommige gebieden sneller verlopen dan op
andere (bv lezen sneller dan rekenen).
- Neopiagetiaanse theoretici hechten meer waarde aan ervaring ter bevordering van cognitieve
ontwikkeling dan de traditionele piagetiaanse theorieën
Meningen over de informatieverwerkingstheorie
De informatieverwerkingstheorie speelt een centrale rol in de ontwikkeling. Toch bood de theorie
geen volledige uitleg van menselijk gedrag:
- Weinig aandacht aan creativiteit (waar de beste ideeën zich ontwikkelen)
- Hield geen rekening met de sociale context waarin ontwikkeling plaatsvindt
Cognitieve neurowetenschap
cognitieve neurowetenschap: recente toevoeging aan de theorieën, benadering van cognitieve
ontwikkeling die zich richt op de invloed van hersenprocessen op cognitieve activiteit
- Houdt rekening met interne, mentale processen
- Concentreert zich op de neurologische activiteiten die ten grondslag liggen aan denken,
probleemoplossing, plannen en organiseren
- Ze proberen de locaties en functies in de hersenen te achterhalen die verband houden met
cognitieve activiteiten, ipv aan te nemen dat bepaalde cognitieve functies in verband staan
met ons denken (andere delen van hersenen gebruiken voor ‘denken aan de betekenis van
een woord’ en ‘denken aan hoe het woord klinkt’
- Muziek heeft een positief effect op de verbindingen tussen de verschillende gebieden in het
brein
- Hersenen van kinderen met autisme hebben een versnelde groei in het eerste levensjaar,
waardoor hun hoofd groter is en men autisme zo sneller kan opsporen.
,Meningen over de cognitieve neurowetenschap
We begrijpen meer over zowel ‘normale’ als ‘abnormale’ ontwikkeling en er zijn verschillende
verschillende methoden om in te grijpen bij afwijkingen.
Sommigen beweren dat de cognitieve neurowetenschap soms beter in staat is om
ontwikkelingsverschijnselen te beschrijven dan te verklaren (bv: grotere hersenen bij autisme).
Toch dragen ze heel veel bij aan het inzicht in de ontwikkelingsverschijnselen.
6.1 cognitieve ontwikkeling volgens Piaget (p. 172) BABYTIJD
Volgens de Zwitserse psycholoog Jean Piaget (1896°) is kennis gelijk aan actie. Kinderen doen geen
kennis op via feiten die gecommuniceerd worden door anderen of via sensatie en perceptie. Hij
beweerde dat hun kennis het resultaat is van direct motorisch gedrag, van doen. Ze doen eigen mini
experimenten om te leren hoe de wereld in elkaar zit.
6.1.1 belangrijke elementen van Piagets theorie
De ontwikkelingstheorie van Piaget is gebaseerd op een stadiamodel. Alle kinderen gaan van
geboorte tot adolescentie in een vaste volgorde 4 universele stadia doorlopen. De overgang van het
ene naar het andere stadium vindt plaats als het kind het juiste niveau van fysieke rijping heeft
bereikt én is blootgesteld aan relevante ervaringen. Zonder die ervaringen zouden kinderen niet in
staat zijn om hun cognitieve potentieel te bereiken.
Het is ook belangrijk om te kijken naar de veranderingen in de kwaliteit van de kennis en het begrip.
Hun begrip van wat wel en niet kan in de wereld gaat bv veranderen.
Bv: baby die 3 keer de identieke versie van zijn moeder ziet (via trucage met spiegels)
o Een baby van 3 maanden maakt zich hier niet druk over en probeert vrolijk met de
spiegels te communiceren
o Een baby van 5 maanden zal heel geagiteerd geraken bij het zien van verschillende
moeders want op die leeftijd weet het kind dat die maar 1 moeder heeft
Een baby is dus bezig met een aantal onderliggende principes te doorgronden over hoe de
wereld in elkaar zit, begonnen met het construeren van een mentaal begrip van de wereld.
Mentale structuren = schema’s = de fundamentele bouwstenen van de manier waarop wij de wereld
zien.
Bv: denk aan vogels, stel je een vriendelijke vogel voor, en stel je vervolgens een kwakende
vogel voor
Mogelijk zag je in de eerste instantie adelaars en haviken voor je, daarna mussen en eenden,
en ten slotte alleen eenden
Het gemak waarmee je deze stappen hebt gezet, is te danken aan je mentale
structuren/schema’s
Als we onze kennis uitbreiden en organiseren, vormen en veranderen we onze schema’s. schema’s
zijn te vergelijken met computersoftware: ze bepalen hoe je gegevens over de wereld
(gebeurtenissen, objecten) beoordeelt en behandelt.
Bv: een baby krijgt een stoffen boekje, die hij zal aanraken en in zijn mond zal steken,
proberen verscheuren of ermee op de grond slaan. Elk van deze acties vertegenwoordigt een
schema en die schema’s zijn de manier waarop de baby kennis over en inzicht in dit nieuwe
object vergaart. Volwassenen zouden een ander schema gebruiken en dus andere dingen
, doen als ze het boekje zien. hun aandacht zou waarschijnlijk naar de letters op de pagina’s
gaan. Ze proberen het boek te begrijpen via de betekenis van de gedrukte woorden (totaal
andere benadering)
Adaptie (ligt ten grondslag aan de groei van de schema’s) = de neiging van iemand om zich aan te
passen aan zijn omgeving, dit bestaat uit 2 processen (die 2 gebeuren onbewust en snel na elkaar):
- Assimilatie = het proces waarbij mensen een nieuwe ervaring interpreteren adhv hun huidige
cognitieve ontwikkelingsstadium en denkwijze (een bestaand schema)
o Een jonge baby maakt de wereld ‘grijpbaar’ door alles binnen zijn bereik vast te
pakken en zintuiglijk te onderzoeken
o Een baby die op een rammelaar zuigt, assimileert de rammelaar bv aan zijn
bestaande zuigschema
o Een kind dat een vliegende eekhoorn in de dierentuin een vogel noemt, assimileert
de eekhoorn aan zijn bestaande schema van ‘vogel’, omdat hij de eekhoorn zag
vliegen als een vogel
- Accommodatie = het proces waarbij bestaande manieren van denken of doen veranderen in
reactie op nieuwe stimuli of gebeurtenissen
o Er komt een moment waarop de baby toe is aan bijstelling van zijn denkkader. Dit
gebeurt als hij merkt dat hij geen nieuwe informatie meer opdoet via assimilatie.
o Onderzoeken welke mogelijkheden objecten nog meer hebben: bv schudden met ipv
sabbelen aan een rammelaar. Hiermee accomodeert hij zijn schema aan de specifieke
eigenschappen van het object.
o Een kind dat een vliegende eekhoorn ziet en het ‘een vogel met een staart’ noemt,
accomodeert nieuwe kennis door zijn schema van ‘vogel’ te wijzigen.
o Elk kind gaat dus allereerst uit van wat het snapt en kan. Nieuwe informatie is
welkom, zolang die voldoende aanknopingspunten heeft met wat al bekend is. Het
kind kan dan een verband leggen.
o Bestaande schema’s aanpassen of nieuwe schema’s ontwikkelen
De vroegste schema’s beperken zich vnl tot de reflexen waarmee we allemaal geboren worden (bv
zuigen en zoeken). Door hun sensomotorische verkenning van de omgeving beginnen deze
eenvoudige vroege schema’s bijna direct dmv assimilatie en accommodatie te wijzigen.
Schema’s worden al snel complexer als baby’s hun motorische vaardigheden verder ontwikkelen. Dit
is volgens Piaget een signaal van het potentieel voor verdere cognitieve ontwikkeling.
Het sensomotorische ontwikkelingsstadium begint bij de geboorte en loopt tot ongeveer 2 jaar. Dit
stadium behandelen we hier uitgebreid. De andere stadia komen in 9.1.1, 12.1.1 en 15.1.1.
6.1.2 de sensomotorische periode: de basis van de vroege cognitieve groei
Volgens Piaget: het sensomotorische stadium is het eerste belangrijkste stadium van de cognitieve
ontwikkeling, hierin is het kind sterk afhankelijk van zijn aangeboren motorische reacties op stimuli.
Motorische reacties op zintuiglijke informatie staan hierin centraal. Dit stadium verdeelt hij onder in 6
substadia.