Inhoud
Deontologische aspecten....................................................................................... 1
Inleiding in de deontologie..................................................................................... 2
1. Inleiding:......................................................................................................... 2
1.1. Een deontologisch perspectief:.................................................................3
1.2. Deontologie als deel van beroepsethiek:..................................................3
Proloog: Het goede doen........................................................................................ 4
1. Moraal en ethiek.............................................................................................. 4
1.1. Moraal:...................................................................................................... 5
1.2. Ethiek:....................................................................................................... 6
1.3. De verwisselbaarheidsgedachte:...............................................................7
2. De rechtvaardigheidstheorieën.......................................................................7
2.1. Consequentialisme:................................................................................... 8
2.2. Deontologie:.............................................................................................. 8
2.3. Een verhaal van ‘worden’ en ‘zijn’:...........................................................9
2.4. Theologische of deugdenethiek:.............................................................11
Hoofdstuk 1: Privacy............................................................................................. 13
1. Inleiding......................................................................................................... 13
2. “The right to be let alone”............................................................................13
2.1. Privacy als fundamentele vrijheid:..........................................................15
2.2. Privacy als mensenrecht en grondrecht:.................................................17
3. Privacy: Much ado about nothing?.................................................................20
3.1. Privacy als individueel recht:...................................................................20
3.2. Relativering van privacy:.........................................................................21
Hoofdstuk 2: Discretie en beroepsgeheim............................................................23
1. Inleiding......................................................................................................... 23
1.1. Omgaan met vertrouwelijke gegevens:...................................................23
2. Discretionaire ruimte..................................................................................... 24
2.1. De discretionaire ruimte:.........................................................................24
2.2. Discretieplicht:........................................................................................ 25
3. Beroepsgeheim............................................................................................. 26
3.1. Algemeen kader:..................................................................................... 26
3.2. Volgens de wet:....................................................................................... 28
, 4. Wettelijke uitzonderingen op zwijgplicht.......................................................31
4.1. Artikel 458bis:......................................................................................... 32
4.2. Artikel 458ter:......................................................................................... 32
4.3. Artikel 422bis:......................................................................................... 34
5. Functionele uitzonderingen op zwijgplicht.....................................................36
5.1. Gedeeld beroepsgeheim:........................................................................36
5.2. Gezamenlijk beroepsgeheim:..................................................................37
5.3. Bedenkingen bij gedeeld en gezamenlijk BG:.........................................38
Inleiding in de deontologie
1. Inleiding:
Uitgangspunt: Vertrouwen = fundament van de hulpverlening.
,Wat heeft dit te maken met de deontologie?
Vertrouwen vraagt ook respect voor privacy.
Waarneming: Mensen liggen er niet wakker van “Heb toch niets te
verbergen, maakt niet uit”
Doel: Herwaarderen van privacy als een principe
Waarom leggen we de focus op vertrouwen?
1) Meer elektronische dossiervorming: Gegevens delen is makkelijk + veel
geregistreerd
2) Huidig tijdbestek: We zorgen niet goed voor onze privacy, lijkt alsof het niets
meer betekent.
1.1. Een deontologisch perspectief:
Deontolog Hoe je moet handelen in bepaalde situaties.
ie
Fundamentele principes:
1) Privacy
2) Discretie
3) Beroepsgeheim
Waarom kiezen we voor een deontologische invalshoek?
Het biedt een kader voor hoe we zouden moeten handelen.
Hoe wordt er gekeken naar het volgen van regels?
Is niet altijd ethisch :
o Maakt je niet automatisch een ‘goed’ mens, we doen het ook uit gewoonte,
conformisme...
Geeft geen pasklare oplossing voor handelen :
o Zijn algemeen geformuleerd, moeten vertaald worden naargelang de
context. Wat is het goede op dit moment in deze situatie?
Kanttekening:
Deontologische principes zijn mooi in theorie, maar principes op zich
volstaan niet in een complexe realiteit.
Dus: Stel jezelf steeds de vraag “waarom” je de regel zou volgen.
Welk gebeurt er als we altijd uit deontologisch perspectief kijken?
Risico dat we moraliserend zijn: vasthouden aan principes – “de wet is de wet”
Deontologie is slechts 1 vorm van ethiek om problemen te benaderen.
1.2. Deontologie als deel van beroepsethiek:
Componenten van een beroep:
1) Technische professionaliteit
2) Normatieve professionaliteit
Component Definitie Centrale vraag
, Technisch Manieren om met doelgroepen om Doe ik de dingen goed?
professioneel te gaan: de beste methodiek
toepassen bij bepaalde situaties.
Normatief Nagaan of je voldoet aan de Doe ik de goede dingen?
professioneel centrale waarden van je beroep:
inclusie, respect, KVL…
Je moet je niet altijd afvragen of je ethisch bezig bent. Volg ook je
buikgevoel.
1.2.1.Metafoor:
Metafoor: Ben je als professional een lantaarnpaal of kampvuur?
Lantaarnpaal = Technische professional
Je wijst je cliënt de weg op een pad dat je al kent. Je gidst de weg
die er al is.
Kampvuur = Normatieve professional
Er is geen weg, je weet niet waar je heen moet. Je zit
samen met je cliënt om samen de weg zoeken; de beste
manier om de situatie aan te pakken.
Ethisch probleem= Er is geen procedure om de situatie op te lossen, weet niet
wat je moet doen.
Stel jezelf niet enkel de vraag of je de dingen goed doet, maar ook of je de
goede dingen doet.
Proloog: Het goede doen
1. Moraal en ethiek